De Amerikaanse comedienne, actrice en zangeres Bette Midler wordt morgen 75 jaar. Net zoals de meeste mensen hier te lande heb ik ze leren kennen in de film “The Rose” (foto).

Mark Rydell (dezelfde regisseur als voor “For the boys”) laat Bette Midler in “The Rose” een fictief personage spelen, Mary Rose Foster, waarvan echter iedereen weet dat ze model staat voor de eerste echte blanke blueszangeres Janis Joplin. Janis stierf op 3 oktober 1970 door een overdosis drugs, weliswaar in haar hotelkamer en niet op het podium zoals in de film, maar de theatraliteit van haar dood kwam juist door die overplaatsing goed tot haar recht.
Want eigenlijk was het dàt waar het publiek zat op te wachten: het moment dat ze zich doodspoot. Net zoals Jimi Hendrix, Brian Jones of Jim Morrison. Enfin, het meer morbiede deel van haar aanhang dan, want zelf was ik ook helemaal in de ban van dit kindvrouwtje en het lààtste wat ik wilde was wel dat ze zou sterven zonder dat ik haar ooit eens in levende lijve zou hebben gezien. Want laten we wel wezen: ik mag Janis Joplin dan wel eens de Maria Callas van de popmuziek noemen, dat is dan eerder omwille van haar emotionaliteit dan omwille van haar stem. De aantrekkingskracht was met andere woorden in grote mate puur erotisch.
En dàt maakt de prestatie van Bette Midler nu juist zo fantastisch. Want Midler spreekt mij erotisch helemààl niet aan. Ik weet dat ik op dat vlak wellicht een uitzondering ben, maar ik zwéér het. Integendeel zelfs. Al zal ik in tegenstelling tot mijn confraters zowel van Knack als van Panorama het niet in mijn hoofd halen om “The Divine Miss M.” (“de goddelijke miss M.”) met een Ninja Turtle te vergelijken, toch moet het me van het hart dat als ik Midler voor mij zie, ik niet op haar borsten of billen let (daar gaan we dan toch weer), maar op haar neus. En net zoals bij Barbra Streisand heb ik dan al genoeg gezien. Vooral omdat Bette Midler in tegenstelling tot Cyrano de Bergerac dat gebrek niet goedmaakt met een poëtisch taalgebruik, maar het integendeel nog versterkt door haar vuilbekkerij.
Maar in “The Rose” niets van dat alles dus. Daar zie ik Bette na een paar minuten reeds als het kindvrouwtje dat Janis was en hang ik aan haar lippen. Vooral als ze “When a man loves a woman” zingt op een manier zoals Janis dat had kunnen doen (in tegenstelling tot de titelsong die ik te zoetsappig vind, zéker in de versie van Ann Christy: sorry, Jean!). Het is wel spijtig dat deze glansprestatie van Bette Midler uit 1979 ook haar filmdebuut was. Het lijkt erop dat ze die nooit meer zal overtreffen.
Van dan af is met Bette Midler dus bergaf gegaan, al ging haar bankrekening precies de tegenovergestelde richting uit. Oorspronkelijk viel deze vrouw op met haar nogal platvloerse humor en haar borsten, samen haar ‘tits and wits’. Daarvoor verwijs ik u naar de live-platen uit haar debuutperiode, waarop ze zelf uitgebreid over deze attributen uitweidt (“Live at last” uit 1977).
Enfin, ‘debuut’? Min of meer, eerwaarde vader. Deze dame die op 1 december 1945 in New Jersey wordt geboren, maar opgroeit op Hawaï, spaart in 1965 via een rolletje in een musical genoeg geld bij elkaar om naar New York te kunnen gaan. Een jaar lang moet ze daar opnieuw allerlei karweitjes klaren als typiste en als verkoopster vooraleer ze aangenomen wordt in het koortje van “Fiddler on the roof”. Het duurt drie jaar vooraleer ze is opgeklommen tot de hoofdrol en dan acht ze de tijd rijp om een eigen show op poten te zetten.
Zoals gezegd krijgt ze naam en faam in het cabaretcircuit door als vrouw om zich heen te schoppen, zodat haar eerste elpee “The Divine Miss M” al meteen één miljoen exemplaren verkoopt en ze de Grammy Award als nieuwkomer van het jaar ’73 in de wacht sleept. Want als ze zingt, jongens, dan kijk je toch wel eens op. Is de combinatie humor/zang immers niet zo heel vreemd, dan dient echter opgemerkt dat de meeste humoristen zich van een soort “croonersmuziek” bedienen, “muzak” zeg maar. En dat zijn dan nog mannen! Maar Bette is nu eenmaal geen teer schepsel. Zij gaat er keihard tegenaan. Haar versie van “Beast of Burden” van The Rolling Stones overtreft in mijn ogen zelfs het origineel! (Onze eigen Angie Dylan doet dat ook niet slecht trouwens, maar dit terzijde, zoals Herman Brusselmans zou zeggen.)
Het jaar nadien komt er immers weliswaar een speelfilmversie uit van Bette Midlers live-show “Divine Madness”, maar na het daarop volgende “The rose” speelt Bette Midler vooral burgerlijke Amerikaanse huismoeders die door vreemde omstandigheden uit hun gewone doen geraken en zich dan plotseling tot opgehitste, opvliegende feeksen of hellevegen ontpoppen. Het beste was ze in die rol als vrouw van Danny De Vito in de Abrahams-Zucker-komedie “Ruthless people”. Rond die tijd is ze ook te zien in “Get Shorty”, een film met Danny De Vito in een prominente rol. Op haar eigen aanvraag wordt ze echter niet op de aftiteling vermeld. Misschien omdat ze zeer nadrukkelijk een persiflage brengt op haar grote voorbeeld Mae West.

Minder was het reeds in “Outrageous Fortune” van Arthur Hiller, waarin ze overigens in het begin opnieuw heel duidelijk Mae West persifleert. In deze film werd ze echter tegenover Shelley Long van “Cheers” geplaatst, wat meteen een nieuwe wending aan haar typecasting gaf, namelijk ze in typische “vrouwenfilms” plaatsen, waarin de aandacht vooral ligt op het contrast tussen twee vrouwelijke karakters, zoals in “Big Business” (1988) met Lily Tomlin en de nieuwe verfilming van “Stella Dallas”, na de versie uit 1925 met Ronald Colman en het pakkend melodrama van King Vidor uit 1937; Barbara Stanwyck was er groots in als de moeder die alles wil doen voor haar dochter, zelfs haar afstaan aan haar rijke ex-echtgenoot opdat dochterlief zelf een rijke pief aan de haak zou kunnen slaan.
In deze films wordt dan een heel klein beetje feminisme verwerkt in die zin dat een toevallige zwangerschap niet noodzakelijk meer tot een huwelijk leidt. Deze problematiek is in de Verenigde Staten ongetwijfeld “in”, maar voor Europeanen spreekt ze weinig tot de verbeelding, tenzij daar stevige acteerprestaties tegenover staan. Debuterend regisseur John Erman slaagt er echter niet in om Bette Midler tot een glansprestatie aan te sporen en zélf lijkt ze de laatste tijd een beetje uitgeblust, zelfs wanneer ze als wulpse barmeid nog even een glimp van haar eigen verleden mag tonen.
In “Scenes from a mall” krijgt Bette Midler de kans tegenover een andere grote (grotere eigenlijk) stand-up comedian te acteren, Woody Allen. Weliswaar niet in een regie van hemzelf, maar dan toch van Paul Mazursky, een man die met “An unmarried woman” of “Enemies, a love story” geapprecieerde intimistische films heeft gedraaid. Ook “Scenes from a mall” is echter een ontgoocheling. Zelfs al zijn er weer sterke one-liners (daar zijn de Amerikanen erg goed in) zoals de relatiepsycholoog die verklaart “dat het huwelijk een instelling is uit de tijd toen de gemiddelde menselijke levensduur maar dertig jaar bedroeg”.
Voor “For the boys” (Nederlandse titel: “Joh, de mannen!”), zei een bittere Bette Midler bij de uitreiking van de Golden Globe van beste actrice: “Ik ben blij dat jullie alvast onze verdiensten hebben erkend, terwijl het grote publiek het massaal laat afweten!” En alhoewel ik doorgaans de vloer aanveeg met wat als de doorsnee Amerikaanse smaak bekend staat, moet ik toegeven dat ik in dit geval het grote publiek gelijk geef. “For the boys” is een tearjerker en Bette Midler zelf cabotineert tegen de sterren op. Ik zweer dan ook plechtig mijn brilleglazen fijn te malen als dit wonder zich ten tweede male zou voltrekken, als met andere woorden Bette ook met de oscar voor de beste actrice zou gaan lopen.
Geplaatst tegenover James Caan kreeg Bette hier een kans om nog eens echt het onderste uit de kan te halen, maar ze gaat integendeel door op de ingeslagen weg. Mede onder invloed van de Golfoorlog, die juist tijdens de opnamen plaatshad, zodat sommige soldaten die als Vietnam- of Koreastrijders figureerden achteraf écht naar het front moesten, werd de film overgoten met een patriottische sentimentele saus en, god weet dat de Amerikanen daarin héél ver kunnen gaan!
In “For the boys” speelt Bette Midler een soort alterego, Dixie Leonard, een exuberante zangeres, die samen met komiek Eddie Sparks (James Caan) voor de Amerikaanse troepen optreedt zowel in de Tweede Wereldoorlog als in Korea en Vietnam. Als voorwendsel voor deze patriottische uitstap door de Amerikaanse oorlogsgeschiedenis, gebruikt Rydell de liefde-haat-verhouding tussen de twee professionele partners, die in het dagelijkse leven helemaal niet met elkaar overweg kunnen. Daarbij wordt voor Caan zo onsympathiek voorgesteld dat twee en een half uur toch wel een heel lange zit wordt! Bovendien verknoeit Mark Rydell het in “For the boys” zodanig dat een intrinsiek interessant onderwerp als het McCarthisme totaal de mist ingaat.
Nu spreekt men bij Bette Midler dan ook niet meer over ‘tits and wits’, vooral omdat Bette een exclusiviteitscontract heeft ondertekend bij de Walt Disney Studios (Touchstone Films) en dat betekent dus: “Watch your mouth!” “Positieve films voor de hele familie” dat is zowat het uithangbord van deze firma en eigenlijk vraag je je af wat Bette bij zo’n firma verloren heeft. Tenzij ze, nu ze ook al een dochtertje heeft (Sophie) van zo’n tien jaar, zichzelf een ander imago wil aanmeten. Misschien zit het personage dat ze in “For the boys” vertolkt nog dichter bij de realiteit dan we denken: de frivoliteit beperkt zich immers tot de scène, in het gewone leven is Dixie Leonard een brave “jiddische momma”. Maar geef mij dan toch maar de vuile bek van twintig jaar geleden! Wellicht moet ook Bette Midler op een of andere manier beloond worden voor “For the boys” en dat zou dan wel eens kunnen gebeuren door het lauweren van haar versie van het Beatle-nummer “In my life”.
Dat het stilaan minder begon te gaan met Bette werd bewezen door het feit dat ze voor “Sister Act” uiteindelijk de baan moest ruimen voor Whoopi Goldberg. Voor “Hocus pocus” plaatste regisseur Kenny Ortega Bette Midler naast Sarah Jessica Parker en Kathy Najimy in een film, waarin op Halloween-nacht drie kinderen het moeten opnemen tegen een trio kwade heksen die ze per ongeluk weer tot leven hebben geroepen. Een betoverde kat helpt hen een 300 jaar oude vloek ongedaan te maken. Maar de cinemabezoekers zitten wel met de gebakken peren. In 1993 volgde dan de TV-musical “Gypsy” van Emilio Ardolino, waarin Bette de rol van stripper Gypsy Rose Lee vertolkt.

Referentie

Ronny De Schepper, Hoe ‘Divine’ is miss M. anno 1992, Steps magazine maart 1992

Een gedachte over “Bette Midler wordt 75…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.