Bij het ontwaken uit mijn middagdutje, gisteren om 14u07, concludeerde ik plots dat het allemaal heel vreemd was. ‘Het’ dat kan zowat alles betekenen, in filosofische en semantische wijze geïnterpreteerd. Hier bleek het te gaan over dat weinig fortuinlijke jaar 2020. Toegegeven, het is al bijna ten einde – de eindejaarsfestiviteiten rollen er al aan – ik ben dus vrij laat om tot inzicht te komen. Maar ik ben dan wel in het bezit van een voortreffelijk excuus.

Het hele gedoe (excusez le mot) ging ietwat aan mij voorbij. Vermits ik het hoe dan ook allemaal vanuit mijn stulp aan mij zag voorbijtrekken. Hoezo? Wel in het prille begin van het jaar werd ik in het kader van een storm die ons teisterde (hij kreeg nog een of andere fraaie vrouwennaam mee me dunkt) door een rukwind ter aarde geworpen. Even dacht ik nog dat god mij had neergebliksemd en mij zo had uitverkoren tot grootse daden (ooit het Testament gelezen als verplichte schoollectuur) maar vermits ik niet op een paard zat en al dadelijk her en der pijnen wist te lokaliseren op mijn vege lijf, niet dus! Een ziekenwagen was mijn lot, enige bloederige wondjes en kneuzingen, en het verlies van één tand die mij meteen in mijn 71ste jaar definitief het geloof in de tandenfee liet verliezen (na zes nachten onder mijn kussen gezocht te hebben gaf ik het vertwijfeld en gedesillusioneerd op). Ja en toen, hersteld van de val, arriveerde die ongenode gast en bleven we in onze duiventil zitten. Zodoende heb ik dit gezegend jaar geen voet buiten de deur gezet. Hoewel, toch, twee voeten zelfs, gelijktijdig – die valpartij was een wijze les. Soms om de post uit de brievenbus te halen. En zelfs enkele malen om veilig de kinderen en kleinkinderen te begroeten ende illegaal te knuffelen.

Zo ging het verder in wezen allemaal toch wat aan mij voorbij en diende ik het gebeuren – of wat nu net niét gebeurde – tot mij te nemen via radio, of vooral televisie, en voor zover voor mij toegankelijk en begrijpelijk (leeftijd in aanmerking genomen) ook andere zogenaamde social media. Dus zag ik hen ten overvloede defileren, mijn medemensen. Onherkenbaar. Gemondmaskerd. Het leek of de straten van ’t Stad zich op Mars bevonden – bevolkt met vreemde wezens. Het kon soms nog vreemder. Ik zag, toen leken ze verduiveld nog op mensen, de ganse horde zich op lege rekken in de supermarkt stortte, met verwilderde blik, graaiend, haat en begeren in de ogen, moordlustig. Om tenslotte triomfantelijk weg te stormen met dozijnen rollen toiletpapier. Waar is des vaderen fierheid heen gevaren? vroeg ik mij af. Terwijl later zich weer andere beelden ontrolden.

Waren er aliens nedergedaald uit de hoge hemelen, waren er vreemde wezens uit de zwarte gaten verrezen en was de ganse populatie of op de vlucht of verorberd? Op mijn scherm ontwaarde ik lege straten, schoongespoelde boulevards. Het bleek minder dramatisch, oorzaak was iets dat men benoemde als ‘lockdown’. Dat werd me diets gemaakt, tot in den treure, door enkele gezichten die zich in de loop der maanden op mijn netvlies en in mijn nachtmerries zouden branden. Virologen. De heirscharen ons door den Here gezonden in deze barre tijden. Zij zouden de politici ter zijde staan, instrueren, en voor het goede doel de bevolking knechten en knevelen. Halleluja, juicht en jubelt hun ter ere. 
Geen nieuwsuitzending, geen talkshow was hen te min. En je diende als rechtgeaarde burger des vaderlands trouw iedere persconferentie, tweetalig, nee viertalig (er waren doventolken voorzien) te volgen zelfs al waren ze verwarder dan een versie van het Oud Testament in het Sanskriet. De goegemeente boog nederig het hoofd, keek naar de cijfers, las de statistieken, ontcijferde de grafieken (eindelijk droegen de lessen van meester Joris vrucht) en zag dat het goed was. Nu ja, goed? Dus hing men witte lakens uit het raam en zette beertjes voor het venster. En ging wandelen. Paarsgewijs. In bubbel. Het nieuwe toverwoord. Dat een steeds fluctuerende lading dekte. Zodat het eenvoudiger werd om het aantal bubbels in een fles cava te tellen dan om nog te weten hoe groot jouw bubbel nog mocht zijn op, pakweg, 8 oktober. Twee individuen, drie, vijf, tien…

Dus waren er onverlaten die wilde feestjes organiseerden, partybubbels. Met boetes als gevolg. En algemene verontwaardiging. Haat zelfs. Gelukkig geen burgeroorlog, de Vlaming is niet meer zo strijdvaardig als in 1302 blijkbaar. Maar sneuvelen dat kunnen we nog als de besten. Met verbazing, met verstomming heb ik dat gevolgd. Het bleek in te slaan toen er gemeld werd dat iemand overleden was ten gevolge van dat verdomde virus; binnen onze landsgrenzen nog wel. Hoe bestond het. En toen plots een tweede, erg, heel erg. Een derde, er trad een zekere gewenning op. Langzaam werden al die doden nog slechts getallen, tien, twintig, honderd… en veelal kwamen ze uit de woonzorgcentra of waren ze zo bejaard dat ze er in feite thuishoorden. Dat de begrafenissen met een beperkt publiek geschiedden was mooi meegenomen, weinig ruchtbaarheid. Wel was er even, heel even een schok toen een tiener ten gronde ging – collateral damage blijkbaar. Ach toch, de cijfertjes dansen voor mijn ogen. Kon men niet beter i.p.v. te melden, zo heel nuchter en koud, 386 overlijdens, gedurende enkele journaalminuten de foto’s van al die gelukkigen over het scherm laten defileren. Hoe vlug zou ook daarvan de impact verloren gaan. De mens blijft een vreemd wezen, hij went aan alles.
Hoewel? Dat zijn winkels gesloten werden, dat was andere koek. Niet meer kunnen shoppen. Enfin, voor alles bestaat een oplossing. Dan moet het maar online. Maar, drukt men ons op het hart, doe het bij de lokale handelaar, niet bij de buitenlandse giganten. Tja, hebben we al jarenlang een vaste lijn met bol.com en staat hier dagelijks Post NL voor de deur… zullen we nu eventjes een kadertje bestellen bij Marie om de hoek of een doos Lego bij Dreamland van de oh zo lokale mijnheer Colruyt. Beter nog, op naar MediaMarkt, of steunen we dan vooral de Duitse buren? Alsof de reeds genoemde Vlaming zijn gedrag, zijn ‘koopgedrag’ notabene, zomaar verandert. Welwillend.

Eén groot geluk: essentiële spullen bleven wel bereikbaar. Zijnde: voedingswaren, en alles wat dienstig was voor onze hygiëne, dus zelfs het toiletpapier (men had zijn les geleerd!). Het ergste kwam er evenwel aan. Nee, de pretparken moesten dicht. Niet echt een ramp oordeelde ik, tenzij voor uitbaters en jobstudenten. Heel wat erger was het, dit kwam aan als een mokerslag: een pandemie, oké, langdurig gesukkel, we zien wel; overvolle ziekenhuizen, ze geraken wel weer leeg; overwerkte verpleegsters, we hangen het witte doek uit en zwaaien eens; de doden, we tellen en noemen hun namen op de zerken. Maar dat de feestzalen en restaurants en cafés de deuren moeten sluiten, dat bleek – zo kon ik vaststellen vanuit mijn zetel – de Vlaam te treffen in hart en nieren, in maag en blaas, in smaakpapillen en in alles wat hem lief is. Huwelijks- en communiefeesten, schrijf hen maar op je vermagerende pens. Alsmede de gegeerde afterparty’s van begrafenissen. Maar wat diepst in onze ziel snijdt en een aanslag is op onze volksaard: de sluiting van het hart van onze beschaving, daar waar ons bloed stroomt, het café. Restaurantuitbaters zijn vindingrijk, ze schakelen over op take away, haal het varkenshaasje af, of laat de puree met worst en appelmoes aan de deur droppen. Mijn favoriete Chinees is bereid een zakje kroepoek binnen tien minuten per fiets te leveren, en ik krijg er een gelukskoekje bij. Maar het café? Niet alleen is het zinloos om van ‘Bij Stanske’ een Duvel, twee Jupilers en een plat waterke te laten ‘deliveren‘, maar het mens zou nooit de ambiance van het stamlokaal erbij weten te leveren natuurlijk. Het wordt een trieste wereld. 
Dat blijkt het ook voor een deel van de jeugd te zijn. Die bloeikes mogen/moeten vaak niet of minder naar school merk ik. Ook hier fluctueren in de loop der maanden de instructies nogal, tot genoegen van leerkrachten en directies die al die verrassingen werkelijk dolletjes vinden. Het lijken wel wekelijkse surpriseparty’s die hen worden aangeboden, gratis, voor noppes. De kinderen, sommigen juichen extra verlof toe, anderen vervelen zich na urenlang gamen, ondanks de pogingen van inventieve televisiemakers om de meest onnozele spelletjes op hen los te laten, te pletter. Het onderwijs via computer werkt velen ook danig op de zenuwen natuurlijk; men kan de klas niet eens op stelten zetten, geen praatje maken met de buur tijdens de saaie les geschiedenis, de leraar kritiseren of uitlachen, iemand pesten, stiekem een sigaretje roken, geen drugs kopen aan de schoolpoort… Saaie doodse boel. De psychische problemen swingen binnenkort de pan uit. Hier met die Temesta, Seresta, Valium, Crystal meth. Arme jeugd, wat zullen zij ooit te vertellen hebben aan hun kleinkinderen, “in onze tijd, toen was er…”. Een oersaai verhaal, er waren gesloten winkels, je kon nergens gaan eten of drinken, je mocht slechts twee personen ontmoeten en dan nog op anderhalve meter afstand. Wat wij deden? Wandelen, véél wandelen, steeds maar wandelen.
Inderdaad, ook dat kreeg ik te zien. We bleken een volk van wandelaars te zijn. Of we waren het geworden. Zomaar. Plots. Vreemd! Met honderden, met duizenden, ganse horden zetten zich in beweging. Individuen die ooit in de auto stapten om een klein gesneden wit te halen of honderd grammen préparé van de chef ontdekten dat ze in het bezit waren van maar liefst twee benen en bijhorende voeten. Waarmee ze zich konden verplaatsen; niet noodzakelijk van punt A naar locatie B maar zomaar, at random. Zin- en doelloos. Onderwijl rondkijkend en rondspeurend. Om te zien dat er iets als natuur bestond, en… ook dat er duizenden wandelende individuen waren opgerezen net als zij. Een leger. Een bende. Een nieuwe generatie. Zo talrijk dat ze soms, zelfs in bosrijke gebieden, te dicht op elkaar gepakt bleken en zelfs daar hun zuurstofinname gereduceerd werd via het alom geprezen masker. Aangewezen was het ook: hou het gezellig maar hou ook afstand, zodat al die wandelaars leken op in zichzelf pratende wezens, al was het stemvolume een tikje hoger geschakeld om zich verstaanbaar te maken voor vriend(in) die men al dan niet met veel zin had meegesleurd de wijde wereld in. Koppeltjes zul je hier niet zien ontstaan. Elders evenmin. Het blijkt een slechte tijd voor de liefde. Cupido mag dan al over pijl en boog beschikken en geacht worden over een redelijke afstand iets tot stand te kunnen brengen, in de praktijk werkt het zo niet. De ontmoetingsplaatsen zijn gesloten. En de afstandsregels werken contraproductief. Resten de sociale media, die floreren, tinder en consoorten, ze boomen. Maar de romantiek? 
Voor een ander fenomeen zijn het ook gulden tijden: de hobby’s. Wanneer de verveling toeslaat – en dat deed ze natuurlijk (horeca gesloten, bioscopen, theater, alle soorten amusement zelfs de musea hoewel daarvan nu niet bepaald het gros van de populatie slapeloze nachten beleeft vrees ik) – gaat de creatieve en helaas ook de minder inventieve mens op zoek, op jacht. Naar om het even wat dat verstrooiing brengt. Puzzelen, pottenbakken, postzegels verzamelen (een trage bezigheid in dit digitale tijdperk), kaarten of andere gezelschapsspelletjes (beperkt wegens het bubbelgedoe), pornofilmpjes bekijken, macramé, poppenkleedjes maken, TikTok-filmpjes creëren en deelnemen aan het WK TikTok (niet het beste, maar de meeste), wenskaarten knutselen. Dat laatste is meteen nuttig, de eindejaarsfeesten komen eraan. Maar stel u voor wat mijn oor recent opving uit de mond van één der strenge leiders van dit land, zijnde een politicus of een viroloog (ze hebben beiden een even lange vinger in onze dunne botermelkpap momenteel): dat we misschien beter slechts één feest vieren, kerst en oud/nieuw samen. Te gek voor woorden. Vooral gezien de champagne net nu zo sterk afgeprijsd is, ja ze raken hem aan de straatstenen niet kwijt, enfin aan de gesloten restaurants. Ik zie het niet gebeuren, dat we op kerst zingen “We wish you a merry 2021”, of op oudejaar zeggen “Happy New Christmas”. Corona en Covid ten spijt, zo zot moet het nu ook niet worden. We zijn zo al voldoende dolgedraaid. Laat de lichtjes in de boom maar branden en het vuurwerk op de markt (niet privé, ook dat mag niet) maar knallen!           

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.