Terry Gilliam, de enige Amerikaan uit het Monty Python-gezelschap viert vandaag zijn tachtigste verjaardag (foto Vegafi via Wikipedia).

Terry Gilliam, die in de Monty Python-serie vooral instond voor de animatiefilmpjes, was ook na het opdoeken van de Pythons vooral als filmregisseur actief. Zo week hij na “Brazil” (1985) en “Baron von Munchausen” (1989) voor “The Fisher King” (1991) af van zijn principe om alleen maar eigen scenario’s te verfilmen, gewoon omdat hij het zo’n goed verhaal vond. Scenarist Richard LaGravanese kwam inderdaad vrij origineel uit de hoek door een cynische d.j. uit New York ten tonele te voeren (een uitstekende Jeff Bridges), die aan de fles gaat als één van zijn volgelingen zijn “raadgevingen” maar al te letterlijk opvat en een aantal yuppies in een bar vermoordt (het zijn er “slechts” zeven, maar de overeenkomst met een haast gelijktijdige massamoord in Texas was angstaanjagend).

Door het feit dat zijn mooie vrouw tot de slachtoffers behoort, wordt een jonge leraar krankzinnig en gaat als clochard leven. Je voelt al met je ellebogen aan dat dit een rol is voor Robin Williams. Als je dan door een toeval deze twee personages ook nog met elkaar in contact laat komen, dan heb je het vertrekpunt voor een uitstekende film. Denk je.
Want eigenlijk zit je dan zo’n twee uur lang te wachten op het vuur dat aan de lont zal worden gestoken. Af en toe is er eens vuurwerk (iederéén komt natuurlijk met de walsscène in het station aandraven), maar de vonken doen het vuur niet in de pan slaan. Voor een deel ligt dat volgens mij aan het zwakke personage van Lydia, het meisje waarop Williams verliefd wordt (net als Gilliam was actrice Amanda Plummer op het Gentse Filmfestival aanwezig en zij maakte ook off-screen maar een flauwe indruk).
Daar staat echter tegenover dat een andere vrouwenrol (Mercedes Rhuel als de vrouw van Bridges) daar ook niets tegen vermag, ook al is zij wél prachtig getekend. Zij kreeg dan ook een oscar voor de beste vrouwelijke bijrol. Regisseur Terry Gilliam zelf kreeg Zilveren Leeuw voor de regie op het festival van Venetië.
Eigenlijk is ook deze film dus even dubbelzinnig als het feit zelf dat het hart van Hollywood nu begint te slaan voor de armen en de verdrukten. Terry Gilliam, die niet voor niets het enige Amerikaanse lid van het Monty Python-bende is geweest, vertelde hierover op de persconferentie de volgende anekdote. “De film gaat over de daklozen, laten we dan ook een première voor hen geven,” stelde hij voor. “Oh ja, fijn,” reageerde men in zijn omgeving, “we geven hen de opbrengst van de première.”
“Zo bedoelde ik het niet,”
wedervoer Gilliam. “Laten we hen op de première uitnodigen. We zetten Jack Nicholson naast een dakloze en dan Meryl Streep en dan weer een dakloze enzoverder.” Waarna zijn producers gillend het huis uitrenden…
Op die persconferentie vertelde Terry Gilliam nog een paar anekdoten over die “daklozen”, die door Mel Brooks ongeveer tegelijkertijd in “Life stinks” ten tonele werden gevoerd. Sommigen onder hen speelden immers in de film mee, want zij waren niet beschaamd over hun toestand. Integendeel, zij hadden daarvoor gekozen. Er waren er zelfs bij die een zekere vorm van luxe hadden. Hij geeft het voorbeeld van iemand die naar drie televisies tegelijk keek. De stroom werd afgetapt van de straatverlichting…
Toch mag men die toestand niet idealiseren. Er is b.v. heel wat racisme bij die mensen. En toen één van de zopas genoemde “medewerkers” alles wat te veel georganiseerd had naar de mening van de anderen, werd hij eruit gegooid. Uit wraak verwoestte deze dan op zijn beurt de hele set, zodanig dat men naar een andere locatie moest uitkijken.
Actrice Amanda Plummer vertelde over haar ontmoeting met een dakloze die haar hele citaten uit Shakespeare kon voordragen en nu zou ik natuurlijk geneigd zijn te zeggen dat ik daarover niet verbaasd ben (cfr. mijn ervaringen met de Engelse hippies), maar de Verenigde Staten zijn Engeland niet natuurlijk, zodat het toch wel het vermelden waard is.

In 2005 waren Matt Deamon en Heath Ledger “The Brothers Grimm” in de volgende film van Terry Gilliam. Ik zou kunnen verwijzen naar het Monty Python-verleden van Gilliam, maar dan denkt u misschien dat het lachen, gieren, brullen wordt en dat is hoegenaamd niet het geval. Wat hij in dit geval van Python heeft overgehouden is het “uitvergroten”, het overdrijven. Het is dus zeker geen waarheidsgetrouwe biopic van de gebroertjes Grimm geworden, maar de manier waarop Gilliam de sprookjeswereld benadert, heeft wel veel te maken met de revisie die deze heeft gekend sedert de jaren zeventig. Zoals o.m. ook blijkt uit dit stuk

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.