Voormalig BRT-journalist Paul Muys (links op bovenstaande foto naast zijn Nederlandse confrater Aad van den Heuvel) viert vandaag zijn 75ste verjaardag. In 1986 heb ik hem telefonisch geïnterviewd over het huwelijk van de Britse prins Andrew met Sarah Ferguson. Het onderwerp was niet zozeer dat huwelijk zelf als wel de fascinatie van het grote publiek voor de gedragingen van de “royals” en daarbij komt natuurlijk ook het huwelijk tussen Charles en Diana ter sprake dat toen (in 1986) nog maar vijf jaar oud was…

Vorige week stond de halve wereld op zijn kop. Figuurlijk, maar ook als het ware letterlijk, want belangrijke nieuwsitems als Zuid-Afrika of de onderwijsproblematiek werden naar het achterplan verdrongen door een huwelijk. En dan nog niet eens een ophefmakende echtverbintenis, maar gewoon de Engelse prins Andrew die voortaan de sponde zal delen met ene Sarah Ferguson, dochter van een majoor, een majorette dus. Buiten het feit dat ze opvallend roodharig was en dat haar contouren meer dan normaal als « vol » werden omschreven in een bepaalde pers, hadden de mannetjesputters op de redactie weinig of geen belangstelling voor het gebeuren. Dat in schrille tegenstelling tot de haast hysterische toestanden in Engeland, waar vóór « Fergie » reeds « Lady Di » de « page three girls » (in de Britse boulevardpers vind je op pagina drie elke dag een schaars geklede schone) in de schaduw had gesteld. Zou Paul Muys, die voor de BRT verslag uitbracht van de plechtigheid, een verklaring hebben ?
Paul Muys : Moeilijk te geven. Ik hou het maar bij dromen van iets onbereikbaars, in een realiteit die een stuk grauwer is. Ik herinner mij dat stukje dat ze ook in het nieuws getoond hebben van zo een of ander vrouwtje dat haar tenten al aan het opslaan was langs het parcours van Buckingham Palace naar Westminster omdat ze « er niets wou van missen ». « Waarom ? », vroeg de journalist. « Ah, d’r is niks anders », zei ze. Eigenlijk is dat een verklaring, hé. De realiteit voor de heel gewone mensen in Groot-Brittannië is nog een stuk grauwer dan die van de kleine man in België. Om maar niet te spreken van de werklozen.
— Daar ga ik mee akkoord. Maar je kan anderzijds ook niet ontkennen dat ons vorstenhuis toch niet zo’n sex-appeal heeft dan het Engelse ? En in Engeland heeft het ook, laten we zeggen, een democratisch tintje, ondanks alles.
P.M. :
De media hebben het vorstenhuis wel een beetje van zijn voetstuk gehaald. Mensen komen daar naar kijken omdat het ook een beetje hun familie is. « We volgen ze zo dikwijls op het televisienieuws dat ze bijna geregeld in onze huiskamer zitten, » is zowat de redenering. De afstand is dus eigenlijk wel minder groot geworden, zeker wat de jongste generatie van dit koningshuis betreft. Maar ik denk dat een van de redenen waarom die familie zo populair is, is dat ze een beetje herinnert aan dat grootse verleden van Engeland, een beetje de illusie geven dat Engeland nog altijd een belangrijk land is. Men voert daar een show op met dezelfde inzet van middelen als in de tijd van koningin Victoria, toen het land op zijn sterkst was.
— Maar nu is dat zeker niet het geval. Ik denk alleen maar al aan het feit dat het Commonwealth, ik zal nu niet zeggen aan het afbrokkelen is wegens het mislukken van die Spelen, maar toch…
P.M. :
Maar dat is juist de illusie, hé. Dat is natuurlijk niet waar. Maar mensen willen niet altijd met hun neus op de realiteit gedrukt worden. Ze willen wel eens graag eventjes die illusie koesteren. Bovendien is het gewoon een show, een kleurrijk spektakel. En dat lokt ook veel mensen natuurlijk. En ik weet nu wel niet of we ons moeten blindstaren op die massa die daar staat, al vertegenwoordigt die misschien wel tachtig procent van de bevolking. In kranten als The Guardian, daar heb je toch ook brieven van mensen die zeggen : ik koop die krant om goeie informatie te hebben en dan maken jullie daar een special van vier bladzijden over een non-event, of iets van die aard. Er zijn wel degelijk mensen die ook zo spreken. Het is geen homogeen blok van opgewonden royalisten.
— By the way, het schijnt dat ook de éénentwintigste juli bij ons hier zo massaal is bijgewoond. En dat onze Rode Duivels daar voor iets zouden tussen zitten. Zou dat kunnen kloppen volgens u ?
P.M. :
Ik heb dat militaire défilé al een paar jaar moeten verslaan en daar was inderdaad nogal veel volk, maar zoveel meer als anders, dat kan ik toch moeilijk beoordelen. Ik denk dat er toch aardig wat meer naar de zee zijn gereden die dag, om maar wat te noemen.
— Geen heropflakkerend royalisme dus, volgens u ?
P.M. :
Ik geloof er niet zo erg in. Ik denk dat dit gewoon Gesundes Belgische Volksempfinden is, dat de mensen zich ondanks alles en ondanks wat De Standaard schrijft nog altijd meer Belg voelen — voor zover ze daar al enig gevoel over hebben — dan Vlaming bijvoorbeeld. Wanneer ze in het buitenland komen dan zeggen ze nog altijd : ik ben Belg en niet Vlaming of Waal of zo. En dat ze zich ergeren over die multiplicatie van regionale instellingen en alles wat dat bijbrengt aan overheidsuitgaven. Ik denk trouwens dat ons vorstenhuis zich best comfortabel vindt binnen de onverschilligheid waar het kan van genieten.
Ieder diertje z’n pleziertje !

Referentie
Jan Draad, Paul Muys aan het lijntje, De Rode Vaan nr.31 van 1986

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.