De herschrijving door Mathilde Roolfs van de Tora en de profeten (de eerste boeken van het Oude Testament) is een tegenvaller.

Als overtuigd vrijzinnige vind ik het immers wel jammer dat vrijzinnig opgevoede kinderen vaak verstoken blijven van de ontzaglijke culturele en literaire rijkdom die de bijbel inhoudt, maar het is natuurlijk erg moeilijk om deze schoonheid “waardenvrij” tot zich te nemen. Men kan moeilijk abstractie maken van de inhoud ten voordele van de vorm. Vandaar dat een herschrijving “voor mensen van alle leeftijden vanaf twaalf jaar, de leeftijd waarop de volwassenenwording begint” en “voor iedereen, onafhankelijk van de kerk, groep of overtuiging”, zoals het op de omslag staat, mij wel zinde, temeer daar deze uitgave van Van Goor (“Verhalen over God en de profeten”) bijzonder fraai oogt.
Maar helaas blijkt al vlug dat de “onafhankelijkheid van kerk enz.” weliswaar gewaarborgd wordt, maar dan met dien verstande dat men er vanuit gaat dat men sowieso gelovig is. Vandaar dat het ten geleide wordt onderschreven door een vertegenwoordiger van de katholieke, protestantse en joodse godsdienst, maar niet door een ongelovige (wellicht werd die niet eens gevraagd; dat soort “vanzelfsprekendheid” treft men vaak aan bij gelovigen).
Op pagina 9 is het reeds prijs. Het gaat over de schepping en, geef toe, over dat onderwerp heeft ondergetekende recht van spreken. Er staat terecht dat “eens, heel lang geleden” de mensen zich al vragen begonnen te stellen “hoe de wereld en de dingen begonnen waren”. “Het was duidelijk”, zo gaat men verder, “dat iemand er mee begonnen moest zijn. Maar een mens kon dat niet geweest zijn. Mensen zouden dat immers niet kunnen. Mensen maken dingen uit andere dingen. (…). Toen gaven ze die iemand, van wie ze verder niets wisten, een naam. Ze noemden hem: God. En dat onbegrijpelijk moeilijke maken uit niets noemden ze: scheppen”. Als poging om de gedachtengang van de primitieve mens te schetsen is dit helemaal niet kwaad gedaan. Vragen die de minder primitieve mens (ja zelfs van twaalf jaar) zich anno 2005 echter wél stelt zijn bijvoorbeeld: waarom dat personaliseren? Waarom niet spreken van iets, van een kracht, een energie? Dan kan men de term “god” verder meer vrijblijvend hanteren. En een andere essentiële vraag die de jongere lezers niet mag worden onthouden is natuurlijk wie in dat geval god dan wel mag hebben geschapen? Kortom, het is al meteen duidelijk dat de ultieme vraag achter dat hele bijbelverhaal niet mag worden gesteld. Het is het oude liedje van de progressieve theologen: men mag wel discussiëren over het geslacht der engelen of de maagdelijkheid van Maria, als men hen maar de strohalm laat, waaraan ze zich blijven vastklampen.

Referentie
Ronny De Schepper, Fantastiek en geschiedenis, De Rode Vaan nr.47 van 1985

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.