Het is vandaag zestig jaar geleden dat Billboard meldde dat “It’s now or never” van Elvis Presley de snelst verkochte single in het Verenigd Koninkrijk was. Op een week tijd werden er immers 780.000 exemplaren van verkocht.

o_sole_mio_cover_front_521

In Engeland stond blijkbaar “A mess of blues” op de B-kant. Bij ons was dat een andere, minder bekende rocker: “Make me know it”. In beide gevallen was het opzet echter duidelijk: Elvis Presley, door vele mensen (maar niet door De Nieuwe Snaar) als “the king of rock’n’roll” bestempeld, was niet dood, maar hij was wel een nieuwe weg ingeslagen.
Zelf was ik toen pas negen jaar geworden en “It’s now or never” werd dan ook de eerste single die ik me heb gekocht van Elvis Presley. Ik ben daar nog altijd niet beschaamd om, ook niet voor het feit dat ik de echte rock’n’roll-hits van Elvis (zoals “Jailhouse rock”, “Hound dog”, “Teddy bear” of “That’s all right, mama”) pas later heb leren kennen, met name toen op Radio Veronica een programma voor “oldies” werd ingevoerd (daar heb ik ook pas kennis gemaakt met mensen als Chuck Berry, Little Richard, Jerry Lee Lewis of Carl Perkins). Het enige “rockerige” nummer van Elvis dat ik op dat moment kende was “King Creole”. Dat had wellicht te maken met de vertoning van de film in mijn dorp (Temse dus), al heb ik zelf deze film ook alweer pas veel later gezien.
Mijn latere collega Jan Mestdagh daarentegen was op dat moment reeds negentien jaar en voor hem was het dus een heel andere ervaring: “Ik herinner het mij als de dag van gisteren. Het was een late namiddag en ik liep door de door de zon gestoofde straten van Torhout, een (toendertijd en nu nog altijd) slaperig marktstadje op een twintigtal werst ten zuiden van Brugge, toen ik het ongelooflijke hoorde: It’s now or never/Come hold me tight/Kiss me, my darlin’/Be mine tonight/Tomorrow will be too late/It’s now or never/My love won’t wait. Jawel, O sole mio, gezongen door een slijmerige baritonstem die aan hot dogs en hamburgers deed denken en die (o eindeloze seconden van niet-begrijpende ontzetting) die van Elvis Presley bleek te zijn. De aarde beefde niet toen en bij mijn weten bleef ook het voorhang van de plaatselijke tempel geheel intact, maar de slagschaduwen werden langer en harder en met een onhoorbare maar oorverdovende dreun sloeg de poort van een tijdperk dicht. De jaren vijftig behoorden definitief tot het verleden en de rock’n’roll mét hen – al zal hier het tegenovergestelde worden gepredikt. Maar werd het niet voorspeld dat valse profeten zouden opstaan om de koopkrachtigen onder ons te misleiden? Jaren later, nu, in the autumn of my years, kijk ik eens te meer naar het stapeltje drukwerk dat mij, doordrenkt van tranen en bezoedeld door biervlekken, vergezeld heeft doorheen de even troost- als uitzichtloze jaren na de noodlottige dag dat Elvis het koningschap over de hele rockscharen inruilde voor een plaats aan de rechterhand van de suikeren God van Las Vegas. Het zijn de nummers 23 tot 48 van het maandblad Song Parade, dat mij eind 1956 initieerde in het toenmalige hitwezen. Dat men van Elvis een nieuwe James Dean wil maken, aldus een verbolgen jazz-medewerker Pierre De Bie ‘is een smaad op de goede faam die Dean achterliet’. In het januarinummer van 1957 wordt al wat positiever over Elvis geschreven, maar enkele bladzijden verder recenseert L.J.van Rijmenant Love me tender als volgt: ‘Elvis’ populariteit mag ons doen glimlachen, toch heeft hij iets, dat een artiest populair kan maken. Hij is voorzeker géén vocalist, doch heeft bepaald iets in de mars. Doch is deze nu niet, benevens een goed emotioneel performer een degelijk filmspeler? Wij gunnen Presley wél zijn succes!’
En blijkbaar deed het publiek dat ook, want mocht hij voor de critici dan zijn roots hebben verraden, dan was dit verwijt toch niet helemaal terecht. Zelfs op zijn “Napolitaanse” liederen stond er dus een rockende b-kant en “Feel so bad” (de keerzijde van het inderdaad zeemzoete “Wild in the country”) was de wildste rockplaat die Elvis ooit heeft gemaakt. Veel wilder dan “Hound dog”, “Jailhouse rock” of “Don’t be cruel” b.v. En van datzelfde niveau (als voornoemde drie megahits) waren zeker “His latest flame”, “Little sister” of “I gotta know”. Kortom, Elvis hield zich eigenlijk aan de aloude traditie om op single een rock en een slow aan elkaar te koppelen. Akkoord dat na zijn legerdienst vooral de slows als a-kant werden uitgebracht, maar was dit vroeger ook al niet gebeurd met “Love me tender” en “Heartbreak hotel”? En hebben we toen iemand horen klagen?
Ondertussen had Elvis in 1960 de gospel-elpee “His hand in mine” uitgebracht. In 1961 was het echter gedaan met Hank Garland, de gitarist die Elvis begeleidde op o.a. “I Need Your Love Tonight”, “A Big Hunk O’ Love”, ” I’m Coming Home”, “I Got Stung”, “A Fool Such As I”, “Stuck on You”, “Little Sister”, “His Latest Flame” en “I Feel So Bad”. Garland was betrokken in een auto-ongeluk, waarbij hij verscheidene maanden in de coma bleef. Garland zou achteraf volhouden dat het een aanslag was vanuit Nashville.
In 1963 werd “Devil in disguise” uitgebracht. Op de BBC zat de plaat in een aflevering van Juke Box Jury, waarin John Lennon één van de panelleden was. Hij vond de plaat “a miss” omdat Elvis nu als Bing Crosby klonk. Wanneer in de jaren zestig de nieuwe beatgeneratie dus het jongere volkje inpalmt, wordt het imago van Elvis inderdaad met stroop bijgewerkt: de middenklasse, de net-niet-meer-jongeren kunnen Elvis blijven koesteren, de molen van het kapitalistische geldgewin kan blijven draaien. Elvis werd in een aantal domme films gecast met bijbehorende mallotenmuziek. Maar die films deden het wel goed aan de kassa en hun bijbehorende soundtracks belandden in het begin van de jaren zestig steevast op de eerste plaats van de elpee-hitparade, met als absolute uitschieters “G.I.Blues” uit 1960 en “Blue Hawaii” uit 1961 (met hierin “Rock-a-hula baby”). In “Fun in Acapulco” uit 1963 treedt Elvis op als redder van Ursula Andress (die haar bikinistunt uit “Dr.No” op die manier nog eens kan overdoen) en zingt hij o.a. “Bossa Nova Baby”.
Het dient trouwens gezegd dat de makers van de films wel degelijk wisten waar ze mee bezig waren en dat ze zelfs onderhuidse kritiek niet schuwden. Zo zit er in “G.I.Blues” van de toch wel gereputeerde regisseur Norman Taurog een scène waarin Elvis als G.I.Tulsa uit Oklahoma een slaapverwekkende ballade staat te kwelen in een nightclub. Eén van de aanwezige G.I.’s is het beu en gaat naar de jukebox om daar heel nadrukkelijk in beeld gebracht (close-up) “Blue suede shoes” van Elvis Presley te duwen. Uiteraard kan “Tulsa” op die manier niet verder zingen en een maat neemt zijn verdediging op, waarop de opstandige G.I. zegt: “I prefer the original!” Hierop volgt een massale vechtpartij…

Elvis zelf had zo’n hekel aan die films dat hij in augustus 1965 het vertikte om naar Vlaanderen te komen om hier enkele scènes te draaien voor “Double Trouble” (voor de “Duitse” scènes in “G.I.Blues” acteerde hij ook al voor een blue screen, want zelfs een terugkeer naar de plaats waar hij zelf soldaat was geweest, kon er niet af). Jos Clauwers, de zanger van The Jokers, deed dan maar het vuile werk, samen met Paula Geerts, die tegenspeelster Annette Day verving. De scène met de Vlaamse telefooncel werd dan ook in Hollywood gedraaid, ook al merk je daarnaast op de foto het woord “prijslijst” op: de scriptgirls in Hollywood hielden werkelijk àlles in de gaten!
The Beatles zelf waren toch nog altijd onder de indruk toen ze bij Elvis op bezoek mochten in de nacht van 27 augustus 1965. Behalve Paul dan. Die vond dat de rollen stilaan omgekeerd waren. En eens ter plekke viel ook John uit zijn rol van beate aanbidder. Toen hij een lampekap in de vorm van een huifkar opmerkte, die was geschonken door Lyndon B.Johnson, sloegen bij de pacifistische Lennon de stoppen door. Hij nam dan maar wraak door met Priscilla te beginnen stoeien, die zich dat nog liet welgevallen ook. Kortom, het “historische” bezoek was een complete ramp.
In 1969 maakte Elvis dan toch eindelijk eens een vuist. De film “Change of habit” (een film over nonnen, for god’s sake!) deed voor hem definitief de deur dicht en hij maakte dankzij twee composities van gitarist Jerry Reed een come back met echte rocknummers als “Guitar man” en “U.S.Male”.
Met “In the ghetto” ging Elvis Presley zelfs de protest-toer op. En met “The wonder of you” (1970) keert hij nog eens terug naar het einde van de jaren vijftig, want dit nummer werd oorspronkelijk in 1959 uitgebracht door Ray Peterson (vooral bekend van “Tell Laura I love her” en “Corrina Corrina”). In “My boy” van niemand minder dan Claude François weet hij dan weer oprecht te ontroeren.

Ondertussen nam hij ook wraak op The Beatles. Op maandag 21 december 1970 wordt hij op de middag ontvangen door president Nixon en diens medewerker Bud Korgh. Deze laatste schreef een memorandum over deze bijeenkomst, die er was gekomen nadat Elvis in een brief aan Nixon zijn bezorgdheid had uitgedrukt over waar het met de VS naartoe ging. Meer bepaald baarden “de drugcultuur, de hippie elementen, de radicale studenten, de black panthers, enz.” hem zorgen. Uit het memorandum blijkt dat hij daar tijdens het gesprek met Nixon op terugkwam: “Presley gaf als zijn mening te kennen dat hij dacht dat de Beatles een belangrijke rol speelden in de anti-Amerikaanse krachten. Hij zei dat de Beatles naar dit land kwamen, veel geld verdienden en dan terugkeerden naar Europa waar ze anti-Amerikaanse propaganda maakten. (…) Hij zei ook dat hij al tien jaar de communistische hersenspoeling en de drugcultuur aan het bestuderen was.”
Een mens zou op de duur zelfs Mick Jagger in Humo gaan bijtreden als hij zegt: “Presley heb ik nooit kunnen uitstaan. Presley heeft weinig persoonlijkheid. Hij moet altijd iemand achter zijn reet hebben die hem precies vertelt wat hij moet doen en hoe hij het moet doen.”
In 1977 schreef Bruce Springsteen “Fire” voor Elvis Presley. De demo kwam echter pas enkele weken voor zijn dood toe, zodat The Pointer Sisters het uiteindelijk kregen toegewezen. Elvis zelf stierf immers op 16 augustus 1977 en vier dagen later werd de eerste elpee van een nieuwe Elvis (Costello) gelanceerd: “My aim is true”. Op de begrafenis van Elvis trad zijn idool de blanke gospelzanger Jake Hess (1927-2004) op, die dat bijna 25 jaar eerder ook reeds had gedaan op de begrafenis van countrylegende Hank Williams.
Maar ook een lijk kan zijn handelswaarde behouden zodat Colonel Parker zelf nog lang en gelukkig kon leven (hij had voor zichzelf meer dan 50 % van Elvis’ inkomsten gereserveerd). Hij stierf begin ’97 op 87-jarige leeftijd. Andreas Wilhelmus (“Dries”) van Kuijk was overigens geen “echte” colonel, dat was een “eretitel” die hij had meegekregen van de gouverneur van Louisiana in 1948.
Bij een laatste interview vroeg Chris Hutchins, de journalist die het Beatle-bezoek had geregeld, hem “of Elvis soms de zoon was die hij zelf nooit had gehad“?
Ik heb hem nooit als een zoon beschouwd. Maar hij belichaamde wél het succes waar ik altijd van gedroomd heb,” antwoordde de man die de begrafenis van zijn poulain had bijgewoond in een T-shirt en met een baseballpet op het hoofd. En die er geen traan voor gelaten had.
Tot slot vraagt Hutchins hem dan maar welke platen van Elvis hij nu nog draait? “Geen enkele,” is alweer het ontnuchterende antwoord. “Ik luister alleen naar het gerinkel van de kassa. Daar betaalde hij me toch voor?
Hopelijk zag Elvis dan toch ook een deel van de opbrengst van de “I hate Elvis”-speldjes die de kolonel in de handel had gebracht. Niet dat het nu werkelijk zó erg was, maar hij had ingezien dat voor ieder die een “I love Elvis”-speldje kocht, er misschien ook wel iemand te vinden was die niet van Elvis hield…

Ronny De Schepper

3 gedachtes over “Zestig jaar geleden: “It’s now or never” is de snelst verkochte single in Engeland…

  1. Mooi verhaal. Tineke was de eerste D.J. die begin met een programma over Elvis Presley in het radioprogämma “De zwarte schijf” op Radio Veronica 192 in 1961. Joost den Draayer en mijn goede vriend Harry Knipschild hadden op Radio Veronica 182 van 1964 tot 1968 een progamma met Rock & Roll, Blues en Pop getiteld “Rock, Beat & Boogie”. Zie hiervoor de krant van Joost den Draayer “Hitwezen” uit 1964, te vinden in het archief van Bert Bossink http://www.tijdvoorteenagers.nl

    Geliked door 1 persoon

  2. Elvis wilde wel naar Europa (Vlaanderen) komen voor Double Trouble, maar het was The Colonel die dat onmogelijk maakte, omdat die nog ‘t een en ‘t ander uit te leggen had in Holland (Fraude) en dat hij vreesde van zodra hij voet aan grond zette (als belangrijk persoon in de kijker) hij in de boeien zou geklonken worden Tom Parker was niet zijn echte naam maar wel Van Kuyk, een zuivere Hollandse naam. In Amerika hebben ze hem nooit een strobreed in de weg gelegd, maar dat zou bij ons wel andere koek geweest zijn. En vermits hij Elvis niet kon begeleiden hier, heeft Elvis nooit voet op Europese bodem gezet in het kader van zijn muziekcarrière, alleen om zijn legerdienst te doen en dan heeft Parker hem ook nooit komen bezoeken in Duitsland.
    Parker zat met een enorme gokverslaving en dat lag aan de basis van Elvis’ optredens in Las Vegas. Elvis zelf was allerminst opgezet met de hoeveelheid van die optredens, maar onder druk van Parker moest hij voor de zoveelste keer toegeven. Omdat Parker enorme schulden had in die casino’s sloot hij meermaals deals met de directeurs om in ruil Elvis ten tonele te voeren om zijn schulden te vereffenen. Elvis heeft een paar keer geprobeerd om vanonder zijn vleugels te geraken, wat niet gelukt is, ook omdat Parker Elvis’ vader in de tang had en die belette Elvis om Parker te dumpen.
    Aanvankelijk was de opname Aloha from Hawai ook een moeilijk obstakel, maar dat mocht na onderhandelen toch doorgaan van Parker, die toen ook thuisbleef.
    Carrièregewijs waren de filmcontracten van Elvis de slechtste “move” van zijn leven. De films hadden flut-scenario’s en werden gelardeerd met songs die op bestelling vlug-vlug in elkaar geflanst werden. Zelf besefte hij dat ook omdat de verkoopsresultaten van zijn albums en singles de dieperik ingingen, mede te wijten aan de pop-explosie die overwaaide vanuit de UK. Bovendien marchandeerde Parker met auteurs over royalties, waardoor gereputeerde songschrijvers zoals Pomus/Shuman, Leiber/Stoller afhaakten. Zo is er ook het verhaal over Love Me Tender, waar op de single als auteurs vermeld werden: Vera Matson en Elvis Presley, terwijl Elvis er geen mieter mee betrokken was. Maar Vera, de vrouw van Ken Darby, werd gedwongen om Elvis te aanvaarden als co-auteur. En in feite was het Ken Darby zelf die geschreven had, maar om belastingtechnische redenen zijn vrouw inschakelde.

    Geliked door 1 persoon

  3. Parker vreesde ervoor dat, eens hij het vasteland van de US verliet, zijn terugkeer geweigerd zou worden omdat hij ooit zonder visum, illegaal vanuit Nederland naar de USA geïmmigreerd was.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.