De Canadese zanger Neil Young (foto Per Ole Hagen via Wikipedia) viert vandaag zijn 75ste verjaardag. Zijn Wikipedia is veel te omvangrijk om over te nemen, dus ik beperk me tot een welbepaalde periode in de jaren zestig-zeventig toen ik wel in hem geïnteresseerd was.

In januari 1966 sloot hij zich op verzoek van bassist Bruce Palmer aan bij The Mynah Birds uit Toronto. James Johnson Jr., die in de jaren tachtig een grote hit zou scoren met het funknummer Super freak, was leadzanger van deze band. Hij was uit de Amerikaanse marine gedeserteerd en werkte in Canada onder het pseudoniem Rick James om zich voor de autoriteiten te verbergen. James’ oom, Melvin Franklin van The Temptations, bracht de band in contact met Motown.

The Mynah Birds namen voor Motown zestien liedjes op. De opnamen waren nog in volle gang toen James wegens zijn desertie werd gearresteerd, waardoor de band in maart 1966 uit elkaar ging. Hun platencontract werd ontbonden en Motown gaf hun muziek dus niet uit.

Young kocht zich een zwarte lijkwagen uit 1953 van het merk Pontiac. Hiermee reisde hij met Palmer naar Californië om daar hun geluk te beproeven. Op 6 april 1966 kwamen Palmer en Young op de Sunset Boulevard in Los Angeles Stills tegen. Young, Palmer, Stills en Richie Furay richtten de rockband The Herd op, maar aangezien er ook al een Britse groep met die naam bestond, vernoemden ze zich naar een stoomwalsBuffalo Springfield. Op 15 april dat jaar trad de band voor het eerst samen op, in het voorprogramma van The Byrds. Daarna speelden ze als vaste groep in de uitgaansgelegenheid Whiskey A Go-Go. Hun debuutalbum, Buffalo Springfield, werd in 1967 door Atlantic Records uitgegeven. De single For What It’s Worth werd een grote hit.

Young had voortdurend ruzie met Stills. In mei 1967 verliet hij de band, maar al na vier maanden keerde hij terug. Tijdens zijn afwezigheid speelde Buffalo Springfield onder meer op het Monterey Pop Festival, waarbij Young vervangen werd door David Crosby van The Byrds. De hereniging van Young met Buffalo Springfield was van korte duur. In mei 1968 verliet hij opnieuw de band en een paar weken later hield Buffalo Springfield op te bestaan. 

Na Buffalo Springfield werkte Young aan zijn eerste soloalbum, Neil Young. Zijn manager Elliot Roberts en pianist en producer Jack Nitzsche hielpen hem aan een platencontract bij Reprise Records, dat het album in november 1968 uitgaf. Voor zijn tweede soloalbum, Everybody knows this is nowhere uit 1969, werkte Young voor het eerst samen met de Amerikaanse band Crazy Horse.

Na Everybody knows this is nowhere sloot Young zich aan bij de supergroep CrosbyStills & Nash, afgekort tot CSNY. Ze traden op 16 augustus 1969 voor het eerst op. Twee dagen later speelden ze ook op het muziekfestival Woodstock. In twee maanden namen ze het album Déjà vu op. Het album was een groot succes. Er werden meer dan zeven miljoen exemplaren van verkocht. De liedjes Woodstock, geschreven door Joni MitchellTeach your children en Our house werden als singles uitgebracht.

In de winter van 1969 toerden ze door Noord-Amerika en in 1970 door Europa. Op 6 januari dat jaar speelden ze in de Royal Albert Hall te Londen, met onder anderen Paul McCartney en Donovan als publiek. Dit was Youngs eerste optreden in Europa, maar door onenigheid tussen de bandleden eindigde de tournee vrij plotseling.

Naar aanleiding van het Kent State-bloedbad schreef Young het protestlied Ohio, waardoor het viertal toch weer even bij elkaar kwam om het nieuwe liedje op te nemen. In april 1971 bracht Atlantic Records het livealbum 4 way street uit.

Na deze tournee laste de groep een korte pauze in en nam elk bandlid een soloalbum op: After the gold rush van Young, If I could only remember my name van Crosby, Songs for Beginners van Nash en Stephen Stills van Stills. Young speelde op de albums van zowel Crosby als Nash. Voor zijn werk met Nash maakte hij wel gebruik van het pseudoniem Joe Yankee. After the gold rush nam Young op met Crazy Horse. Op dit album staat onder meer Southern man waardoor Lynyrd Skynyrd zich liet uitdagen tot het antwoordlied Sweet Home Alabama.

In februari 1971 reisde Young naar Nashville (Tennessee) voor een optreden in een televisieprogramma van Johnny Cash. Hij speelde The needle and the damage done en “Journey through the past“. Na de televisieopnamen ging hij naar een feestje van muziekproducent Elliot Mazer, waarbij ook James TaylorLinda Ronstadt en Tony Joe White aanwezig waren. Mazer en Young besloten een dag later muziek op te nemen in de Quadrofonic Studios, waarvan Mazer mede-eigenaar was. Met drummer Kenny Buttrey, bassist Troy Seals, gitarist Teddy Irwin en steel-gitarist Ben Keith werden de liedjes “Bad fog of loneliness” en Dance, dance, dance opgenomen, maar geen van beide werd uitgegeven. In hetzelfde weekend werden ook de liedjes Heart of gold, met achtergrondzang van Taylor en Ronstadt, en Old man opgenomen.[54] De groep muzikanten uit Nashville met wie Young samenwerkte (Keith, Drummond, Buttrey en pianist Jack Nitzsche), werd aangeduid als The Stray Gators.[55] Ook Crosby en Nash werkten aan het album mee, dat de naam Harvest meekreeg en voor de definitieve doorbraak van Neil Young zorgde. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.