Wie van mijn medestudenten zou zich dit nog herinneren? Vijftig jaar geleden was Brian Barnes met zijn one man theatre te gast in de Blandijn. Hij bracht er een opvoering van “the Pickwickians at Manor Farm”, een fragment uit de “Pickwick papers” van Charles Dickens.

The firm of Chaplin and Hall had asked Charles Dickens to write a humorous acount of a sporting club (hunting) to accompany sketches by Robert Seymour, die claimde de idee voor het project geleverd te hebben wat steeds betwist werd. Toen deze zelfmoord gepleegd had werden de illustraties toevertrouwd aan Hablot Browne, also named Phiz, who will illustrate all Dickens’ work up to “Little Dorrit” (with the exception of “Oliver Twist”).
‘De nagelaten papieren der Pickwick Club’ is niet bepaald een roman met een rechtlijnig verhaal. Veeleer een aaneenschakeling van avonturen die de leden van de club beleven op hun tocht en tripjes vanuit Londen, hun ‘ontdekkingsreizen’ ter lering en vermaak. Met aan het hoofd de rondbuikige heer Samuel Pickwick, stichter en voorzitter. Reden van ontstaan van het genootschap: het wetenschappelijk onderzoek en daaruit voortvloeiend imposant geschrift over het leven van de stekelbaarzen. De belangrijkste leden van de club die Pickwick overal vergezellen en bijstaan zijn de heren Tracy Tupman, een vurig man wat de liefde betreft; ene poëtisch aangelegde Augustus Snodgrass; de sportieve Nathaniel Winkle… Gelukkig engageert Pickwick al vlug Sam Weller als persoonlijke bediende. Deze zal steeds, met zijn nuchtere intelligentie en klare kijk op mens en maatschappij, als tegengewicht dienen tegenover de naïeve, zeg maar domme clubleden, die zichzelf maar al te vaak in moeilijkheden brengen. Nee ze hebben het warm water niet uitgevonden, de leden van de Pickwick Club, al zijn ze in hun eigendunk overtuigd van het feit dat ze zelfs voor het koud water verantwoordelijk zijn. En dan is er nog de beroepsoplichter Alfred Jingle met wie ze heel wat te stellen hebben. Met vooral deze personages ging Dickens aan de slag al ontmoeten we in de loop van hun grillige reizen talloze vreemde, bizarre creaturen die telkens met de nodige humor scherp neergezet zijn.
Komische personen, koldereske gebeurtenissen, hilarische scènes. Hiermee neemt de auteur de mens in al zijn kleingeestige trekjes op de korrel. Hun te groot zelfbewustzijn, schijnheiligheid, egoïsme. Het wordt nooit letterlijk uitgesproken, alles gebeurt via de humor. Dickens vergroot uit, blaast op – zowel een karakter als een situatie. Wordt hij grof? Nee, hij blijft netjes balanceren op die smalle draad tussen fijnzinnige grap en overdrijving. En blijkt een taalvirtuoos, want ook in de taal verstopt hij handig menig komisch element. Terwijl hij er in slaagt gelijktijdig soms een sfeervolle achtergrond en dito tafereeltjes in te plannen. Een staaltje hoe hij een (zelfs onbelangrijk) nevenfiguur typeert, een advocatenklerk: “…die het druk had met het er zo druk mogelijk uit te zien.” Enkele woorden en de man is genadeloos geschilderd! Hij is niet wars van enig sarcasme, cynisme zelfs. Wat te denken over dit advies over het huwelijk: “…als je voelt dat je zin krijgt om iemand te trouwen, sluit je dan op in je eigen kamer en neem op staande voet vergif in. Ophangen is ordinair. Neem vergif in, je zult er naderhand blij om zijn.” Bovendien is het werk een tekening, een kennismaking met het chaotische leven in de herbergen, logementshuizen en postkoetsen… de gesprekken, de verzamelde mensen, de conflicten en de gebruiken; dat alles overgoten met eenzelfde saus van kritiek en ironie.  
Een ganse serie avonturen worden beleefd door Pickwick en de andere heren. Dit verhaal, voor zover het een verhaal kan genoemd worden, is doorsneden met vertellingen: door toevallige passanten; of door geschriften die zogenaamd aan het logboek van de club toegevoegd worden. Een handig middel om totaal andere avonturen in het werk te stoppen. Met telkens hernieuwde spanning. Want zelfs al is er niet echt een eenduidige plot, het boek bezit toch – van hoofdstuk tot hoofdstuk – voldoende intrige om boeiend te blijven, intrigerend. De ten tonele gevoerde personen zijn karikaturen, ongetwijfeld; zoals ze naar uiterlijk telkens beschreven worden én hoe Dickens met hun intelligentie en gevoelens aan de gang gaat. En toch schetst hij hen zo menselijk dat ze de lezer sympathiek zijn. Hij geeft hen zoveel individualistische trekjes mee dat ze, wat de hoofdpersonen betreft, tenslotte boven de typering uitstijgen. Dat, samen met de humor, is het succes van de ‘Pickwick Papers’.
Het boek werd ettelijke malen verfilmd, op toneel gebracht, als luisterspel voor de radio bewerkt. De BBC maakte in 1985 een televisieserie. Zelfs een musical zag het licht. ‘Pickwick’ was en is een hype. Dat bewijst ook het bestaan van de talloze gadgets. En stel u voor, er is b.v. de Pickwick Bicycle Club, een groep wielertoeristen waarvan de leden allen dienen aangesproken te worden met de naam van één der figuren uit het boek, en uitsluitend alleen zo kenbaar zijn. Echt Brits, echt Pickwickiaans…  

Johan de Belie 

(inleiding Ronny De Schepper)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.