Woensdag 20 oktober 2010 om 15 u. vond in het Academiegebouw te Gent de openbare vergadering van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde plaats. Zo’n openbare vergadering is natuurlijk op de eerste plaats een formele aangelegenheid, maar toch staat er ook een aantrekkelijke lezing geprogrammeerd. Herman Pleij, buitenlands erelid van de Academie, zal het namelijk hebben over “Anna Bijns en de actualiteit van toen en nu”.

Wat Anna Bijns betekent voor de “actualiteit van nu”, daar heb ik het raden naar, maar de “actualiteit van toen” was alleszins boeiend. Op basis van haar werk meende o.a. Willem Jonckbloet immers te moeten besluiten dat Anna Bijns nog een uitvloeisel was van de mystieke beweging (via acrosticha is veel van haar werk opgedragen aan ene Bonaventura, vermoedelijk haar biechtvader) of erger nog, dat ze gewoonweg een prostituée was, maar dat is zonder twijfel een vergissing. Anna Bijns is veeleer een zuiver product van de tijd van de Rederijkers.
Zij werd vermoedelijk in 1493 geboren in Antwerpen in de “Klein Wolvinne”. Haar vader was een kousenmaker (vandaar haar naam, want de H.Anna was de patrones van de nylonkousen, panties en jarretelles) die overleed in 1516. Bij het huwelijk van haar jongere zus eiste deze dat het huis werd verkocht, zodat Anna als oude vrijster met haar moeder bij haar broer intrekt in “De Patiëntie” (in de Keizerstraat, tegenover Fugitive Cinema, maar Robbe De Hert bestond gelukkig nog niet in die tijd). Die broer is onderwijzer en als hij na de dood van zijn moeder op zijn beurt huwt, neemt Anna de school over (“Het Roosterken”). Laten we niet vergeten dat Vlaanderen toen al zo’n honderd jaar een haantje de voorste was op het gebied van vrouwenonderwijs. Terwijl vooral in de zuiderse Europese landen er nog een groot taboe rustte op meisjes die school liepen (vandaar het machisme dat eruit is voortgekomen), konden ze in Vlaanderen zonder problemen lager onderwijs volgen en sommigen zelfs wat we nu middelbaar onderwijs zouden noemen.
In 1528 verschijnt de eerste bundel refreinen van Anna Bijns (foto Kleon3 via Wikipedia). Aangezien deze radicaal anti-Luthers zijn, krijgen ze al vlug een Latijnse vertaling. Ze zullen ook vaak herdrukt worden. Bij de derde druk voegt ze er een tweede bundel bij en in 1567 volgt er nog een derde bundel. Alhoewel deze werd uitgegeven door de Minderbroeders bevat hij juist géén polemische stukken meer. Didactische bedoelingen blijven voorop staan, maar stilaan laat de leeftijd zich voelen, wordt ze wat bezadigder, komt tot inkeer en klaagt ook af en toe. In handschrift bezitten we (d.w.z. de Universiteit van Gent en in gecorrumpeerde vorm ook de Koninklijke Bibliotheek, m.a.w. hier staan er een paar bij die niet van haar zijn) ook nog refreinen int amoureuse, nog een uitloper van de hoofse traditie (o.a. wat het klagen betreft), en ook een klein aantal int sotte. Ze bleef tot op hoge leeftijd werken en stierf in 1575.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.