Georges Wildemeersch, emeritus gewoon hoogleraar Nederlandse Literatuurstudie van de Universiteit Antwerpen, bezorgde mij deze tekst over de Mechelse kunstschilder Hubert Wolfs, die hij eerder reeds publiceerde in het tijdschrift “Zuurvrij”. Het is vooral de bedoeling om nog meer informatie in te winnen over deze kunstenaar. Alle inlichtingen kunnen dan ook worden verstrekt via het mailadres hubertwolfs.info@gmail.com.

Hoe Hubert Wolfs schilder werd? Zijn vriend Frans Mertens wist het te vertellen, maar het werd ook, zei Mertens, waarheidsgetrouw beschreven in De komst van Joachim Stiller (1960). In het zesde hoofdstuk van die roman van Hubert Lampo wordt verteld hoe een talentenjager in een openbaar toilet het onthutsend knappe tekenwerk van een jongeman ontdekt. Dat is precies wat de schilder Prosper de Troyer omstreeks 1910 overkwam toen hij in het urinoir van een Mechels café muurtekeningen zag die hem verrasten. Bij navraag bleek dat ene Wolfs, een in Mechelen als schoenlapper bekend staande jongeman, de auteur ervan was. Volgens Mertens zou De Troyer hem hebben opgezocht en gezegd: ‘Als je dát kunt dan kan je ook nog wat anders.’ Hij zou Wolfs doek, verf en penselen hebben gegeven en hem hebben aangemoedigd te gaan schilderen.

Hubert Wolfs, geboren in 1899, verloor zijn vader toen hij nauwelijks tien maanden oud was. Hij vond in de bijna twintig jaar oudere De Troyer, geboren in 1880, een uitmuntende mentor. In 1915 tekende De Troyer voor het eerst het portret van zijn jonge vriend. Uit die tijd dateert ook de familiaire aanspreking ‘Wolfske’, die onder anderen de galeriehouder Geert van Bruaene graag in de mond nam. Ook later nog, toen Wolfs al lang volwassen was, trad De Troyer op als tussenpersoon voor zijn schilderende vriend. Schilder en organisator Jozef Peeters bijvoorbeeld aarzelde niet om hem met boodschappen voor zijn stadsgenoot te belasten.


Hubert Wolfs was een honkvaste Mechelaar en de meeste van zijn vrienden en kennissen kwamen dan ook uit zijn directe omgeving. Dat gold, behalve voor De Troyer, ook voor de boekhandelaars (tevens uitgevers en galeriehouders) Korneel Goossens en Hendrik Holemans, voor de politici Alfons Verbist en Philippe van Isacker en voor de schrijvers Albert van Hoogenbemt en Gaston Burssens. Deze laatste behoorde, samen met zijn broer Amaat, tot Wolfs’ intimi. Vader Pierre Burssens bezat in de landelijke rand van Mechelen een ‘kasteeltje’. Over zijn broer en de relatie met Hubert Wolfs schreef Amaat een ongepubliceerd getuigenis (in privébezit), dat een onthullende inkijk biedt in de zorgwekkende leef- en werkomstandigheden van de schilder: “Onder onze vrienden en kennissen die vaak naar het landgoed te Bonheiden kwamen afgezakt, bevond zich de avantgardistische jonge schilder Hubert Wolfs. Hij woonde aan de Wollemarkt in een achterhuis, nabij de aartsbisschoppelijke residentie; in de vertrekken van zijn moeder hing de geur der armoede. Hij behoorde tot een straatarm, vaderloos gezin. Moeder Wolfs, een sloof van een wijfje, was vlechtster van stoelzittingen. Hubert schilderde op een rommelige, kaduke zolder en lapte er, twee dagen in de week, schoenen van kennissen om een stuiver te verdienen.
Gaston en ik waren zijn trouwe vrienden; al wat wij met mogelijkheid voor hem konden doen, hebben wij gedaan; onze beurs was niet gespekt, toch kochten we soms een tekening of een schilderijtje; wij waren ervan overtuigd dat hij een schilder van betekenis zou worden.
Gaston heeft Wolfs intellectueel beïnvloed en heeft hem op de hoogte gebracht van de opvattingen op het gebied van de wereldliteratuur; ook over de ontwikkeling van de beeldende kunsten in het buitenland heeft Gaston met zijn jonge vriend dikwijls gediscussieerd, maar op dit gebied heeft Wolfs veel meer aan Prosper De Troyer te danken gehad; deze kon uren lang gepassioneerd over de jonge kunststromingen praten: het Italiaanse futurisme, het Franse kubisme, het fauvisme, het Duitse expressionisme.

Hubert was bij ons zo goed als van de huize. Moeder gaf hem bij elk bezoek te eten, hoewel hij beweerde dat hij geen honger had en geen honger leed. Hij had een mat bleek, knokig gelaat en zweethanden. Eens heeft hij moeder, als blijk van dankbaarheid, een schilderij geschonken: halfvergane rozen op een grijze, melancholische achtergrond.

Na de dood van zijn moeder is Wolfs met zijn zuster, ook een hoopje armoe, te Bonheiden gaan wonen; hij is in erbarmelijke omstandigheden vroegtijdig gestorven.”

Wolfs kreeg sporadisch collega’s, critici en commerçanten over de vloer. Dat ging niet altijd van een leien dakje, zoals blijkt uit de verslagen van de bezoeken van dichter en kunsthandelaar Paul van Ostaijen en kunstkenner Michel Seuphor. Beiden ergerden zich mateloos aan de penibele omstandigheden waarin ze kennis moesten nemen van het schilderwerk.
Wolfs was honkvast, maar hij aarzelde niet de wereld in te trekken om zijn werk te laten zien. Zijn eerste eenmanstentoonstellingen hadden
plaats in Brusselse galerieën als Au Canard Sauvage (1928) en Galerie Mesens (1931). Zijn eerste deelname aan een groepstentoonstelling was al in 1918 in Brussel met de kunstkring Doe stil voort. In 1922 nam hij deel aan de Erste Internationale Kunstausstellung in Düsseldorf en aan de internationale tentoonstelling die Jozef Peeters in Antwerpen had georganiseerd in het kader van het 2de Kongres voor Moderne Kunst. In 1930 werd hij uitgenodigd op de 17de Biënnale van Venetië. Ondertussen was hij ook, op initiatief van oprichter Pierre-Louis Flouquet, lid geworden van L’Assaut, een groep die tentoonstellingen organiseerde in Brussel (1927) en Parijs (1928) met werk van onder anderen Marcel-Louis Baugniet en Jean-Jacques Gailliard.

Het werk van Hubert Wolfs kreeg nauwelijks aandacht. In november 1934 – drie jaar voor zijn dood – organiseerde de Cercle Royal Artistique Littéraire et Scientifique d’Anvers een tentoonstelling van zijn werk. Zonder succes. Daarover schreef Wolfs op 3 december 1934 een brief aan auteur en kunstcriticus Jozef Muls: ‘Op de tentoonstelling is er niets verkocht!’ Dit is meteen de enige tot nog toe bekende brief van Hubert Wolfs – hij wordt in het Letterenhuis bewaard. De schilder verwijst erin naar galeriehouder
Joseph Breckpot, die contractueel optrad als tussenpersoon en het schilderij Aardsch Paradijs in depot kreeg. In feite is de brief één smeekbede, gericht aan de man die als directeur van het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten geacht werd over de nodige ‘ambtelijke macht’ te beschikken om zijn financiële nood te lenigen.


Het werk van Hubert Wolfs omschrijven is moeilijk. In de eerste plaats omdat veilig kan worden aangenomen dat slechts een deel ervan tot nog toe bekend is. Daarnaast is het al geïnventariseerde werk van een grote verscheidenheid en veelzijdigheid. Het beweegt zich van expressionisme tot constructivisme of ‘zuivere beelding’ en van kubisme tot dadaïsme en surrealisme. Naast radicaal modernistische werken schilderde Wolfs ook door en door traditionele genrestukken, waaronder weelderige, van kleur sprankelende bloemenruikers. Bovendien oogt een deel van het bekende werk als het product van een schilder die sommigen wellicht een anti-schilder zouden noemen: het is aardedonker, zwart lijkt de nieuwe kleur (Renoir: ‘Le noir – c’est la reine des couleurs!’), zijn landschappen zijn grauw en grillig en zelfs een bos zonnebloemen komt slechts moeizaam in vuile rode en bruine vlekken van de nog donkerder achtergrond los.
Met Jozef Peeters, Felix de Boeck, Karel Maes, Victor Servranckx en Marthe Donas behoorde Hubert Wolfs tot de eerste generatie abstracte schilders in België. Daarin ook zit het historische belang van deze kunstenaar. Volgens de journalist en schrijver Albert van Hoogenbemt echter lag juist in het abstracte karakter van zijn werk de verklaring voor de geringe belangstelling. In de krant De Standaard van 19 juni 1931 schreef hij: “Wolfs is een abstract schilder. Ik zegde reeds dat hij het realistisch uitzicht van het voorwerp nagenoeg aan [de] kant zet. Hij schildert de synthese van een landschap; het schilderij ontstaat uit 5 t.h. [ten honderd, procent] werkelijkheid en 95 t.h. droom. Maar het gewone publiek houdt niet van droom; en voor den oningewijde is kunst gelijk aan technische volmaaktheid, welke hij beoordeelt naar den graad van getrouwheid aan de natuur. […] In den laatsten tijd zochten onze schilders naar alles, uitgenomen naar zich zelf. Gelukkig zijn er onder deze jongeren, die weer den mensch hebben ontdekt, den kunstenaar zelf die schildert. Onder die jongeren bekleedt Hubert Wolfs een vooraanstaande plaats.”
Dichter en kunstkenner Henri-Floris Jespers noemde Gaston Burssens ooit – in de uitgave Meer dan een schilderij uit 2001 – een ‘wakkere collectioneur’ en ‘een man van smaak’, die ‘niets dan uitgelezen stukken’ bezat. Zo ‘kon
hij bogen op zonder meer kapitale werken van Paul Delvaux en Floris Jespers. De beste abstracte werken van de nog steeds onderschatte Hubert Wolfs waren in zijn bezit.’

In de krant De Schelde van 25 maart 1931 wijdde deze zelfde Burssens een opvallende bespreking aan twee Brusselse, door galeriehouder E.L.T. Mesens georganiseerde tentoonstellingen, die allebei in het teken stonden van het surrealisme, namelijk van René Magritte en Hubert Wolfs. Burssens vergeleek beide schilders en kwam tot de conclusie dat Wolfs zonder enige twijfel de betere was. Hij omschreef de techniek van Magritte als fotografisch en die van Wolfs als ‘meer schilderkunstig’. In zijn ogen was Magritte geen ‘artiest’ en Wolfs wel: “Wolfs heeft begrepen wat schilderkunst is en gevoeld hoe een doek schilderkunstig moet bewerkt worden. Zijn sensibiliteit voor de kleur, gepaard aan een zeker raffinement in de behandeling van de stof, zetten hem vóór een open deur van de toekomst, waar Magritte vóór een gegrendelde poort staat. Voor Wolfs liggen alle mogelijkheden voor het grijpen, maar Magritte heeft een doel bereikt dat eigenlijk geen doel is. Wolfs zegt: vooruit maar, maar Magritte krabt zich in de haren en jammert: waarheen nu met dit blinde paard!”

In 1936 nam Wolfs deel aan de groepstentoonstelling Antwerpen 1936. Marnix Gijsen besprak de expositie in het weekblad Elckerlyc van 30 mei van dat jaar en vond het – met uitzondering van het werk van Wolfs – maar niets: “De veertien schilders die hier aan het woord komen kunnen bezwaarlijk als een groep beschouwd worden. […] Een paar namen hadden zonder schade kunnen wegvallen en ook een aantal werken zijn beneden peil. Deze schadeposten worden echter gecompenseerd door de revelatie van den Mechelsen schilder H. Wolfs die, zoover mij bekend, slechts hier en daar een donker doek toonde en die thans met een vrij groot aantal schilderijen vertegenwoordigd is. Hij is een uiterst sympathieke verschijning.”

Goed een jaar later was Wolfs – net geen 38 jaar geworden – dood. De geringe aandacht die het werk van Wolfs tot nog toe kreeg, heeft ongetwijfeld te maken met zijn vroege overlijden. Ook het abstracte
karakter van zijn schilderijen werkte niet in zijn voordeel, zeker niet in een tijd waarin onversneden expressionisme en dito surrealisme triomfen vierden. In de richtingenstrijd die in het interbellum in België met dogmatische felheid woedde, stond een eclectisch kunstenaar als Hubert Wolfs aan de zijlijn. Verder getuigt niet alleen het donkere deel van zijn werk, maar in feite zijn gehele tot nog toe bekende oeuvre van een opvallende, moeilijk in te passen eigenzinnigheid.

Duidelijk is dat ook het onderzoek naar het werk van Wolfs nog in de kinderschoenen staat. Vandaar hierbij een oproep aan iedereen die wil meehelpen om zijn werk op de kaart te zetten. De oproep gaat uit naar bezitters van schilderijen en tekeningen, maar ook naar mensen die foto’s, brieven en andere documenten bewaren die betrekking hebben op Hubert Wolfs’ leven en werk en de wijde context ervan. Een en ander zou materiaal kunnen opleveren voor een retrospectieve en een monografie.

Georges Wildemeersch

Alle inlichtingen kunnen worden verstrekt via het mailadres hubertwolfs.info@gmail.com.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.