STIL VERDRIET (Michael Lonsdale, 1931-2020)
Lukas DE VOS

Franse akteurs zijn alleen goed als ze doorslecht akteren. Een
Fransman is alleen te pruimen als hij een Spanjaard is, zoals Jean
Reno (Don Juan Moreno y Herrera Jimenez, geboren in Casablanca)
en Louis de Funès (Louis Germain David de Funes de Galarza). De
enige goede Fransman is een Brit. Michael Lonsdale was een Brit die
zijn jeugd doorbracht in Marokko, net als Michel Galabru die in Safi
geboren was. Het valt op: goeie akteurs hebben eerst de wereld
gezien. Dan doe ik wel Michel Serrault tekort, maar die was net als
Lonsdale diepgelovig, studeerde zelfs voor priester.
Voor Lonsdale mag dat verrassend klinken, gezien de spanwijdte
van zijn artistieke prestaties. Maar wie ooit zijn boekje gelezen
heeft, Petite Spiritualité des Fleurs (2017), begrijpt beter zijn diepe,
humane overtuiging. Hij beschrijft er de eenvoudige geneugten van
het leven in, die bloemen – echte of door hem geschilderde –
schenken, maar ook melancholische jeugdherinneringen en vooral
de liefde die hij voor vrouwen, al dan niet door hun geschriften,
had. Theresa van Lisieux, Marguerite Duras, bijbelse auteurs ook.
Melancholie was de uitdrukking van levenslang lijden, in de
kristelijke zin van het woord. In Le Dictionnaire de Ma Vie (2016)
onthult hij echte oorzaak: onbeantwoorde, onmogelijke liefde. “J’ai
vécu un grand chagrin d’amour (…) La personne que j’ai aimée
n’était pas libre … je n’ai jamais pu aimer quelqu’un d’autre. C’était
elle ou rien et voilà pourquoi, à 85 ans, je suis toujours célibataire.
Elle s’appelait Delphine Seyrig”.
Seyrig was getrouwd met Sami
Frey. Hoofs als hij was heeft hij geen enkele poging ondernomen
om tussen hen in te komen. Trouw aan onverbrekelijkheid, aan
aanvaarding, aan altruïsme, ook ten koste van zichzelf, je gaat op
een andere manier zijn rollen lezen.

Soms wordt het onmiskenbaar, wanneer hij als monnik (broeder
Luc, de dokter van de gemeenschap) optreedt in Des Hommes et
des Dieux
(Xavier Beauvois, 2010). Die film ging hem recht naar het
hart, een vrije interpretatie over acht kristelijke monniken, die
menslievend werk verrichten in de Magreb. Ze weigeren te
vertrekken als islamitische terroristen tijdens de Algerijnse
burgeroorlog een groep arbeiders in de buurt ombrengen, en zien
ook af van legerbescherming. Met alle gevolgen vandien, de
vernietiging van een harmonieus samenlevingsmodel. De film roept
het lot op van wat de monniken van Tibirine (Berbers voor ‘de
Tuinen’) in het Atlasgebergte overkwam in 1996. Zeven trappisten
werden in maart ontvoerd door een radikale militie, GIA (Groupe
Islamiste Armé). Zes weken later kondigde die hun terechtstelling
aan, eind mei werden zeven hoofden gevonden bij Medea. Alleen is
het nooit duidelijk geworden of het om pure terreur en
vreemdelingenhaat ging, dan wel om een cynisch komplot van de
regering zelf die de rebellen in diskrediet wou brengen. Zelfs de Franse justitie schoof de hypotese naar voren als zou de geheime dienst een dubbele rol hebben gespeeld.

Die rol was voor Lonsdale dé kans om openlijk getuigenis af te
leggen over zijn geloof en pacifisme. Hij was 22 toen hij zich liet
dopen, een keuze waaraan hij even onwrikbaar vasthield. In een
interview met Le Figaro (17/9/2016) kwam hij terug op islamitische
terreur. Alleen openlijk je geloof uitdragen helpt om geweldenaars
te overtuigen, zei hij, toen hij om een reactie werd gevraagd na de
moord op de katolieke priester Jacques Hamel in Saint-Etienne-du-
Rouvray. Een man die geweigerd had om legerofficier te worden
toen hij naar de Algerijnse opstand werd gezonden. Hij werd tijdens
de mis die hij opdroeg door twee IS-militanten de keel
overgesneden. “Cela a vraiment été un choc, un coup au cœur pour
moi”,
zei Lonsdale, natuurlijk is Hamel een martelaar. Vraagt Le
Figaro: “Dans un contexte aussi agressif où l’on tue au nom de Dieu,
la spiritualité est-elle devenue un luxe ?”
Lonsdale, beslist: “Il faut
au contraire témoigner fortement de notre foi ! Et surtout ne pas se
dire : ‘Mieux vaut ne pas en parler’”.
Onrust toonde hij niet, “c’était
un mystique. Un vrai, un pur”
, schreef Pierre Vavasseur in Le
Parisien.

Naar buiten toe liet hij vooral zijn improvisatie de vrije loop. Op zijn
rollen werkte hij amper, wel voerde hij uit wat regisseurs hem
vroegen. Begonnen als schilder en toneelakteur na zijn verhuis naar
Parijs (1949), piloteerden zijn vrienden Gérard Oury (La Main
Chaude
, 1959) en vooral François Truffaut (La Mariée Etait en Noir,
1967; Baisers Volés, 1968) en Jean-Pierre Mocky (liefst negen films
vanaf Snobs !, 1961) hem naar het witte scherm. Zijn enige
samenwerking met Louis de Funès in de rampzalige film Hibernatus
(1969) deed hij af als een misverstand. “Ik ben gerold maar een
handtekening is een handtekening, en ik moet toch eten”.
Maar zijn
verhouding met de komiek was uitstekend: “Il m’aimait bien parce
que je savais le suivre quand il improvisait”
.

Het zijn, helaas misschien, de grote internationale produkties die
het meeste bijblijven. In eerste instantie als Sir Hugo Drax, de door
en door slechte schurk en handelaar in ruimteveren in de James
Bond film Moonraker. Gek, want die heb ik voor het eerst in Dover
gezien, omdat ik toch moest wachten op de veerboot (en daarna
echte ‘lemon curry’ ben gaan eten in het stadje), en ik herinner me
alleen het onwaarschijnlijk gebrek aan ernst dat Roger Moore aan
de dag legt. Maar Lonsdale heeft de perfekte tronie, met zwarte
baard en diepliggende ogen, om een man met een missie te
vertolken, niet zoals hij in zijn eigen leven wil van harmonie, maar
van uitroeiing van de foutgelopen mensheid met zenuwgas vanuit de ruimte. Natuurlijk steekt Bond daar een stokje voor, Drax’
droom van een nieuw begin (dat akelig herinnert aan het
naziprogramma Lebensborn – in de oorspronkelijke roman van Ian
Fleming uit 1955 was Drax trouwens een nazi die een superras wou
kweken) loopt dood. Vooral voor hem, want een giftige pijl maakt
hem tot een doods pakje om de oneindige ruimte in te sturen.
In Eco’s De Naam van de Roos (1986) cast Jean-Jacques Annaud
Lonsdale in een rol die hem past als een catsuit: als abt (zie bovenstaande foto). Eerder al had hij kerkelijke taken gestalte gegeven, als kardinaal in Galileo (1974) of als pater Henri in een suggestief incestueus verhaal (Le
Souffle au Coeur
, 1971).

Hij had het redelijk moeilijk met deze rol, omdat hij verondersteld
werd een harde, gevoelloze geestelijke te zijn. Dat wrong met zijn
eigen zachtaardige inborst. Maar hij slaagde erin beide aspekten te
laten zien, want “c’était simplement un pauvre abbé consterné de
voir ses frères se faire tuer tous les jours”.
Na die film en na een
bijrolletje in Chariots of Fire (1981) en een ondersteunende rol als
Ernst Manfredi in de politieke thriller over een Duits generaal op
zoek naar verborgen nazischatten, The Holcroft Covenant (1985)
van John Frankenheimer, naast Michael Caine en Lili Palmer, koos
hij steeds meer voor inspreekrollen, het teater, radio-opnamen en het schrijven. Toch trad hij nog nadrukkelijk op in films van
Spielberg (Munich, 2006), Forman (Goya’s Ghosts, 2007) en
Amenábar (Agora, 2010). Zijn allerlaatste optreden moe(s)t komen
in de kortfilm van 20 minuten, Degas et Moi (Arnaud des Pallières,
2020), waarin hij zelf de schilder is.
Met Lonsdale verdwijnt een van de laatste monstres sacrés die de
zieltogende Franse film nog rijk was. Met hem verdwijnt ook één
van de weinige Franse akteurs die begrepen dat ze hun stem niet
moesten verheffen laat staan zich te overschreeuwen, om karakter
aan een rol te geven. Het is weinig anderen gegeven. Misschien de
onderkoelde Catherine Deneuve (zeker in Belle de Jour, 1967 en The
Hunger
, 1983) nog en Jean Reno. Lonsdale liet zich altijd dragen
door zijn humanistische instelling, zijn zelfbeheersing en zijn
arbeidsmoraal. Misschien heeft hij al in 1983 zijn testament
innerlijk gemaakt met de enige film die hij zelf geregisseerd heeft,
La Voix Humaine. Ik heb hem helaas nooit gezien, maar ik vermoed
dat het een filmische bewerking is van het gelijknamige stuk van
Jean Cocteau (1930) waarvoor hij vier jaar eerder de mise-en-scène
had gedaan in de Espace Carole van Créteil. Het stuk gaat over
scheiding en verwerking, vereenzaming en vergiffenis. Het is een
stuk voor één personage, een vrouw die na vergeefse pogingen
eindelijk haar geliefde (haar man ?) aan de telefoon krijgt. Een
verscheurd gesprek, want je hoort alleen één stem, duidelijk een
afwijzing of een breuk is aan de orde, en zij moet zich sterk houden.
Het is begrijpelijk dat Lonsdale zichzelf herkende in de monoloog
(innerlijk met zichzelf, uiterlijk door het zwijgen tegenover de
geliefde). Daar is een groots mens uit gegroeid. Vraag blijft of
zelfopoffering hem sterker of juist gevoeliger heeft gemaakt. Hij
heeft zijn hemel verdiend.
Zijn afscheid werd gevierd op 1 oktober in de Sint-Rochuskerk van
Parijs en rechtstreeks uitgezonden op de katolieke zender KTO.
Voorganger was bisschop Dominique Rey van Fréjus-Toulon, artiestenaalmoezenier Luc Reydel hield de afscheidrede. Lonsdale
werd 89 en trad op in meer dan 210 films.

Lukas De Vos

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.