Het is vandaag al vijf jaar geleden dat schrijver Jos Vandeloo (foto Rob Bogaerts via Wikipedia) is overleden. Hij werd negentig jaar.

De verhalen ‘De Muur’ en de romans ‘Het Gevaar’ en ‘De Vijand’, die respectievelijk in 1958, 1960 en 1962 werden gepubliceerd, bezorgden Vandeloo een literaire doorbraak. Alhoewel het geen verplichte lectuur was bij Anton van Wilderode, heb ik deze werkjes toch gelezen in die tijd, omdat zowat élke middelbare scholier die toen las. Helaas heb ik daar in die tijd geen nota’s over neergeschreven (ik herinner mij er ook bitter weinig van, dan nog eerder een kortverhaal uit Humo dat “Sneeuw” heette en één in Snoecks dat de titel “De Muggen” meekreeg, maar ik kan me vergissen), zodat het enige wat ik over Jos Vandeloo kan terugvinden op mijn blog een stukje is in het kader van Vlaamse romans over wielrennen…

In 1990 legde Jos Vandeloo er in een gesprek met Gazet van Antwerpen de nadruk op dat hij met “De beklimming van de Mont Ventoux” (Manteau, 1990) de eerste Vlaamse roman schreef die geheel aan de wielersport is gewijd. “Hij hield kennelijk geen rekening met Kampioen in een doodlopende straat van Robin Hannelore (De Roerdomp, 1973), een biografische roman over Ward Sels, of met Parijs–Tours van Willy De Bleser (De Roerdomp, 1983), het tragische verhaal van de eeuwige tweede (*),” zo schrijft Henri-Floris Jespers n.a.v. de dood van deze laatste.
En Jespers gaat verder: “De in Vlaanderen jammer genoeg zo goed als onbekende Brusselse surrealist Louis Scutenaire (1905-1987), vriend van Magritte, vertrouwde de niet bepaald sympathieke maar niet minder erudiete Herwig Leus (1940-2003) toe: ‘Wat mij in het wielrennen aantrekt is het heroïsche individualisme, de solitaire inspanning’.” Schrijvers zijn daar inderdaad gevoelig voor, vraag het maar aan Wim van Rooy (**).
In “Getande raadsels” vertelt Patrick Conrad (°1945) hoezeer Hugo Claus gefascineerd was door de Ronde van Frankrijk. “Dan werd er drie weken lang ’s namiddags niet geschreven. Een bergrit in zijn aanwezigheid mee volgen was een homerische belevenis”, waarbij hij “met een soort wagneriaans elan, zijn lyrische commentaar” op “de bovenmenselijke wilskracht van de renners” gaf… (***)

“De beklimming van de Mont Ventoux” is immers een boek dat merkwaardig genoeg over een Noord-Franse renner gaat, die gespecialiseerd is in de Vlaamse kasseienklassiekers, waartoe ook Parijs-Roubaix behoort, ook al speelt deze zich af op Frans grondgebied. De Mont Ventoux daarentegen was te hoog gegrepen voor de nochtans beloftevolle renner. Merkwaardig genoeg geeft die titel het verrassende einde van het boek een beetje weg. Zonder zelf spelbreker te spelen, kan ik voor insiders misschien verklappen dat het vergelijkbaar is met het lot van Joaquim Agostinho. Desondanks ontbreekt er iets aan dat slotakkoord om het echt magistraal te maken.
Toch werkt de vergelijking met de Mont Ventoux ook relativerend voor de verhouding tussen kunst en sport in die zin dat Monika Van Paemel op een schrijverscongres in die buurt zich liet ontvallen “dat Tom Simpson hier gestorven was”. Consternatie alom. “Iemand vroeg wat die had geschreven. Toen ik zei dat het om een wielrenner ging, had je ze moeten zien kijken.”

86 jos vandeloo

Waar is de tijd dat bij poëziedagen en andere artistiekerige manifestaties ook een wielercriterium hoorde, en dat Nic van Bruggen (1938-1991), Paul Snoek (1933-1981) of Jan Vanriet (°1948) met de grootste ernst trainden? De Flandriens maken nu eenmaal deel uit van onze collectieve mythologie – en dat is niet alleen aan Karel van Wijnendaele (1882-1961) te danken. Denk maar aan Jan Emiel Daele (1942-1978) die over “Strijd in de wielersport” (De Steenbok,1970) publiceerde, of Willie Verhegghe (°1947), die een 65-tal erg goede ‘wielergedichten’ bundelde onder de titel “Peyresourde” (Poëziecentrum, 1987).”

Ronny De Schepper

(*) En Jespers vergeet zelf ook nog een roman van Abraham Hans, die volgens mij de échte eerste was. Of zou hij Hans als een “Hollander” beschouwen en hem daarom, net als “De renner” van Tim Krabbé, buiten beschouwing laten?
(**) Die toevallig pas een nieuw wielerwoordenboek uit heeft.
(***) Klopt. Ook ik heb met Claus ooit een fijne babbel over de wielersport gehad. Voornamelijk dan over het WK in Waregem, waar hij samen met Cees Nooteboom naartoe was gegaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.