Het is vandaag al vijftig jaar geleden dat de Amerikaanse schrijver John Dos Passos (foto Wikipedia) is overleden.

Zoals gewoonlijk heb ik in mei 2020 mijn “willekeurige woordgenerator” laten beslissen welk mijn volgend boek wordt en dat is “Manhattan Transfer” van John Dos Passos geworden. Eindelijk dus nog eens een echte klassieker. Merkwaardig is wel dat ik vaststel dat mijn vrouw het boek reeds in november 2009 heeft gelezen. Waarom heb ik het dan toen niet onmiddellijk van haar overgenomen, zoals we gewoonlijk doen?

Misschien kwam het antwoord 64 pagina’s later. Toen heb ik het boek immers voor bekeken gehouden. Dat heb ik in 2009 wellicht ook al gedaan. Veel te miserabilistisch. Ik heb er nog eens met mijn vrouw over gesproken en zij heeft het wellicht ook niet uitgelezen, ze heeft er enkel maar haar naam in geschreven om er niet per ongeluk nog eens aan te beginnen… Daarom heb ik deze keer het boek dus niet in onze bibliotheek in Dendermonde terug gezet (met het risico om het er over tien jaar nog eens uit te halen en nogmaals te proberen), maar aan Johan de Belie gegeven. Die kan er allicht wel weg mee.

Komt daar nog bij dat de Nederlandse Wikipedia-pagina die aan Dos Passos is gewijd verschrikkelijk lang is. Dat dit met de Amerikaanse pagina het geval zou zijn, daar zou ik nog kunnen inkomen, maar de Nederlandse??? Enfin, dan zal ik me maar beperken tot de eerste paragraaf…

John Roderigo Dos Passos (Chicago14 januari 1896 – Baltimore28 september 1970), was een Amerikaans romanschrijver, dichter, toneelschrijver, politiek activist en beeldend kunstenaar. In zijn bittere, impressionistische (*) romans viel hij de hypocrisie en het materialisme van de Verenigde Staten in de jaren 1920 en 1930 aan. De U.S.A.-trilogie (1930-1936, Manhattan Transfer uit 1925 behoort hier dus niet toe) wordt als zijn hoofdwerk beschouwd. Na de publicatie van deze roman zwakte Dos Passos zijn radicale filosofie af en werd steeds conservatiever. Tegelijkertijd werd zijn schrijven minder gepassioneerd en werd zijn stijl meer direct en eenvoudig. Hij zou echter nooit meer zo succesrijk worden als in de jaren twintig en dertig.

Dos Passos zette zijn literair talent in om de turbulente gebeurtenissen van de 20e eeuw te commentariëren, waardoor hij in de VS de reputatie kreeg een harde criticus te zijn van de Amerikaanse politiek en levensstijl. Precies doordat hij zichzelf in de eerste plaats zag als de chroniqueur van zijn eigen tijd, laat zijn schrijven zich niet makkelijk in een traditionele categorie – fictie of non-fictie – vangen. Dat bleek reeds uit zijn eerste experimentele roman, Manhattan Transfer uit 1925, waarin hij in een heel eigen stijl fictie en non-fictie vermengt. In november 1925 gepubliceerd door Harper & Brothers, kreeg Dos Passos weer te maken met een uitgever die hem verplichtte te “godslasterlijke gedeelten” te schrappen. Ondanks deze ingrepen vond een aantal critici de schrijfstijl nog steeds te ‘smerig’ en de personages te onfatsoenlijk. Anderen, zoals de schrijvers D.H. Lawrence en F. Scott Fitzgerald, waren dan weer heel enthousiast over het boek. Sinclair Lewis voorspelde zelfs dat Dos Passos met dit werk de aanzet had gegeven voor een geheel nieuwe school van Amerikaanse schrijvers.

Eind jaren twintig vergrootte Dos Passos’ politiek engagement nog. Zo schreef hij tijdens het voorjaar van 1926 voor het communistische tijdschrift The New Masses een ooggetuigenverslag van een textielstaking in Passaic, New Jersey, waarin hij zei zich als toeschouwer geschaamd te hebben omdat hij daar als bevoorrechte middenklasser stond toe te kijken. En in het pamflet Facing the Chair (elektrische stoel) nam hij het op voor de naar de VS geëmigreerde Italiaanse anarchisten Sacco en Vanzetti die riskeerden te worden geëxecuteerd. Hij begon in deze periode ook aan de trilogie USA, waarmee hij wilde aantonen wat er met de democratie in Amerika was misgelopen. Ondanks zijn communistisch activisme tussen 1926 en 1934 werd Dos Passos nooit lid van de communistische partij.

Dos Passos was een van de Lost Generation-schrijvers, expatriates zoals Ernest Hemingway en F. Scott Fitzgerald die na de Eerste Wereldoorlog verkozen in Parijs te blijven (**). Gedurende zijn lange en succesvolle carrière schreef Dos Passos tweeënveertig romans, maar ook gedichtenessays en toneelstukken, en daarnaast creëerde hij meer dan 400 beeldende kunstwerken. Hoewel hij in de jaren twintig en dertig communistische sympathieën koesterde, veranderde hij van koers toen een van zijn beste vrienden door de communisten werd terechtgesteld in de Spaanse Burgeroorlog. Vanaf de jaren vijftig voerde hij in de VS zelfs campagne voor republikeinse presidentskandidaten. In 1967 werd hij uitgenodigd naar Rome om de prestigieuze Antonio Feltrinelli Prijs voor internationale onderscheiding in de literatuur in ontvangst te nemen (***). Hij overleed op 28 september 1970, als een schrijver die in het buitenland meer geëerd werd dan in zijn eigen land. De John Dos Passos Prize, een Amerikaanse literatuurprijs die jaarlijks georganiseerd en uitgereikt wordt door het Departement van Engels en moderne talen aan de Longwood University, is naar hem vernoemd.

(*) Tiens, ik heb altijd geleerd dat hij een voorbeeld was van expressionistische literatuur… Nou ja, “potato potahto, tomato tomayto”… 

(**) Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in juli 1917, werd Dos Passos vrijwilliger voor het Norton-Harjes Ambulance Corps, samen met zijn vrienden, de dichters E.E. Cummings en Robert Hillyer. Hij werkte als ziekenwagenbestuurder in Parijs en in noordelijk Midden-Italië. Na de zomer van 1918 was hij klaar met het ontwerp van zijn eerste roman, maar op dat ogenblik werd hij opgeroepen voor actieve dienst in het Amerikaanse Army Medical Corps in Camp Crane in Pennsylvania. Aan het eind van de oorlog werd hij gestationeerd in Parijs, waar hij van de legeroverheid toestemming kreeg om aan de Sorbonne antropologie te gaan studeren. Later zou hij deze ervaringen in het naoorlogse Parijs verwerken in zijn U.S.A- trilogie.

(***) Antonio Feltrinelli (18871942) was een Italiaanse ondernemer uit Milaan. Bij zijn dood liet hij een groot erfgoed achter aan de Accademia d’Italia. Na de oorlog was het de Accademia dei Lincei die met die fondsen de Feltrinelli-prijs instelde 

Een gedachte over “John Dos Passos (1896-1970)

  1. Ik heb maar een boek van hem gelezen: 1919, het tweede deel van USA. Het is meer dan 40 jaar geleden. Ik weet er dus niet heel veel meer van. Wel dat hij toen nog een linkse rakker was. Volgens prof. Bolckmans zaliger werd hij tot het expressionisme in de roman gerekend, maar dat vond ik ook niet zo vanzelfsprekend

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.