Vandaag is het al 25 jaar geleden dat “Le nozze di Figaro” in de Vlaamse Opera in première ging.

91 boje skovhus

Dat was in het kader van de reeks Da Ponte-opera’s van Mozart met Guy Joosten als regisseur. Het decor was opnieuw van Johannes Leiacker en het orkest werd geleid door de jonge Peter Erckens. Die kon Joosten beter naar zijn hand zetten dan Silvio Varviso, waarmee hij vorig jaar een ruzie uitvocht, zoals we konden zien in een documentaire op Canvas. De Deense bariton Boje Skovhus maakte zijn debuut in de Vlaamse Opera als Almaviva en daarom greep de firma Polygram deze gelegenheid aan om hun nieuwe versie van deze opera voor te stellen, omdat Skovhus hier dezelfde rol vertolkte.

cover326x326

Het was de eerste Mozart-opera op CD opgenomen door Claudio Abbado en ook de verdere rolverdeling was impressionant, al bleven Cheryl Studer en vooral Cecilia Bartoli (als de ondeugende Cherubino!) een beetje onder de verwachtingen.
Skovhus was tijdens een informele babbel in de balzaal van de opera zo eerlijk om toe te geven dat hij puur toevallig in deze productie was beland. Samuel Ramey kwam namelijk niet opdagen en aangezien Skovhus in Wenen was voor een “Don Giovanni”-productie werd hij op staande voet ingeschakeld. “We namen onmiddellijk de finale van het tweede bedrijf op,” aldus de grote blonde Deen, “en tegen zes uur sprong ik op mijn fiets om net op tijd in de opera te arriveren om mij om te kleden voor de rol van Don Giovanni.”
Zijn vorige opname was “Die lustige Witwe” met John Eliot Gardiner, een heel andere manier van werken dan met Abbado, zo wist hij ook nog te vertellen. “Op de scène laat Abbado de zangers veel vrijheid, maar voor opnames is hij een Pietje Precies. Toch is het niet zo erg als werken met Riccardo Muti. Die moesten we altijd met maestro aanspreken. Als we dat bij Abbado deden, zei hij: zeg maar Claudio.”
De Nozze die Skovhus in Wenen op scène heeft gebracht, was in een regie van Jonathan Miller en die legde vooral de nadruk op het komische. Skovhus vindt dat dit ook in deze opname te horen is, al vind ik van niet, moet ik eerlijkheidshalve zeggen.
Hij heeft er geen moeite mee om zichzelf weg te cijferen voor een productie zei hij ook nog. In zijn opvatting is een zanger gewoon een instrument in handen van zowel de regisseur als de dirigent. Toch verschilt hij van mening met Peter Erckens, de dirigent van de Nozze in de Vlaamse Opera, over de tempi van de recitatieven van Mozart omdat hij met Charles Mackerras kort daarvoor een “Don Giovanni” had opgenomen met een heel nieuwe visie op deze tempi. “En Mackerras heeft gelijk,” aldus Skovhus, “en dat zal ik hem nog doen inzien.” Blijkbaar dus toch niet zo kneedbaar!
Net als alle bekende Denen (Marianne Rörholm en Lund Flemming b.v.) heeft Skovhus een opleiding gehad bij een 85-jarige naar New York uitgeweken Deen die zingen als een natuurlijke verlenging van de spreekstem ziet. “Ondanks het feit dat Deens een net zo onzingbare taal is als het Nederlands – in tegenstelling tot het Zweeds b.v. – hebben wij op die manier tal van goede zangers. Maar het komt vooral onze koren ten goede. Aangezien wij immers slechts anderhalve opera hebben (die van Kopenhagen, waar nota bene ook tenminste evenveel ballet en gesproken toneel wordt gegeven, en die van Aarhus, die slechts een half jaar rondtoert), komen deze mensen niet aan de bak en worden zij noodgedwongen lid van het radiokoor of zo.”
Skovhus zelf ging dan maar in Wenen wonen en brak er in 1988 door met “Don Giovanni” in de Volksoper. Dat zou ook zijn lievelingsrol blijven. “Omdat ik dan veel moet zingen. Men zegt wel eens dat operazangers opera eigenlijk vervelend vinden als ze zelf niet moeten zingen, maar dat is niet helemaal waar, want persoonlijk vind ik Cosi mooier dan Don Giovanni. Maar Guglielmo heeft daarin een vreselijke rol. Altijd tesamen met de tenor.”
Zit er in zijn Almaviva ook een stukje Don Giovanni, wilde iemand weten. “In iederéén zit een stukje Don Giovanni,” antwoordde Skovhus. “Iedereen wil flirten, wil verleiden, wil zien hoe ver hij kan gaan.”
In Wenen werd hij ook door Alexander Rahbari ontdekt die hem zijn eerste opname liet maken: “I Pagliacci” met Miriam Gauci.
Hij lag twee jaar vast onder contract bij de Volksoper en zo kwam het dat hij te horen was in een Duitse versie van “Hamlet” van Ambroise Thomas, wat hij na zijn passage in de Vlaamse Opera in het Frans in Kopenhagen ging brengen. Het was voor het eerst sinds lange tijd dat hij nog eens in zijn vaderland was (en gezien zijn belangstelling voor het Deense voetbal is hij er blijkbaar toch nog aan verknocht) en dan nog bovendien met een stuk dat over “the great Dane” handelt!
In de “Nozze” van de Vlaamse Opera werd hij omringd door bekende namen: Gabriele Rossmanith, Alison Browner, Mireille Capelle, Marie-Noëlle de Callataÿ, Jozsef Gregor en Piet Vansichen.
Buiten de begeleiding van de recitatieven op een gewone piano was dit vrijwel de perfecte opera. Als gezongen toneel dan wel te verstaan, het was doelbewust geen belcanto omdat het “mooi zingen” aan het toneelspelen werd opgeofferd. Wat anderzijds nu ook weer niet wil zeggen dat er niet goed gezongen werd.
Over het (prachtige) decor met de serre met vals perspectief werd eindeloos gediscussieerd. Is het een “tunnel of love” of eerder een “fuik van het huwelijk”, zoals Kasper Jansen in NRC-Handelsblad schrijft? Of is het de bedoeling dat het een “open huis” is waar iedereen kan binnenkijken? Die indruk heeft men bij het slot als het licht aangaat in de zaal en de zangers naar het publiek kijken. Zijzelf worden echter bekeken door het koor dat er bijloopt als in “Novecento”, wat dan weer een andere fantasierijke Hollander (Roland de Beer in “De Volkskrant”) deed schrijven: “Deprimerender dan de escapades van Almaviva is het puritanisme van zijn rancuneuze slachtoffers – is hier kennelijk het motto van Joosten.”
Maar wie heeft weer de beste visie? Stephan Moens natuurlijk. Die merkt op dat we eigenlijk niet steeds naar achteren maar naar voren gaan: “Het decor stelt een lange, afgeleefde wintertuin voor, waarvan we in het eerste bedrijf alleen het achterste gedeelte zien (dat wordt dus na hun huwelijk de kamer van Figaro en Susanna), in het tweede ook een stuk daarvoor (de kamer van de gravin) enz. (…) In die broeikas gaat het er heet aan toe…”

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.