Het is vandaag al 55 jaar geleden dat Little Richard in de J & M Studio van New Orleans “Tutti Frutti” heeft opgenomen. Het zal op 14 september worden uitgebracht en het zal Little Richard’s eerste nummer één worden en de echte start van zijn carrière.

Hoewel Little Richard Penniman reeds platen had opgenomen voor RCA en Peacock Records sinds 1951, waren ze zo goed als onopgemerkt gebleven en hadden ze niet geleid tot het commerciële succes waarop zijn producenten hadden gehoopt. In februari 1955 stuurde hij een demo van “Tutti Frutti” naar Specialty Records , die door Art Rupe, de eigenaar van Specialty, werd gehoord. Rupe regelde een opnamesessie voor Little Richard bij Cosimo Matassa’s J & M Studio in New Orleans met Fats Domino’s begeleidingsband en Robert “Bumps” Blackwell als producent. De band bestond uit Lee Allen en Alvin “Red” Tyler op saxofoonHuey Smith op piano (dus niet Little Richard zelf?), Frank Fields op contrabas , Justin Adams op gitaar en Earl Palmer op drums .

Met de openingskreet “A-wop-bop-a-loo-mop-a-lop-bam-boom!” (een mondelinge weergave van een drumpatroon dat Little Richard had voorgesteld) werd “Tutti Frutti” niet alleen een model voor vele toekomstige Little Richard-nummers, maar ook een model voor rock’n’roll zelf. In 2007 werd het door een panel van gerenommeerde critici uitgeroepen tot ‘het geluid van de geboorte van rock’n’roll‘. Het werd ook de titel voor een van de eerste boeken over de ontwikkeling van de rock’n’roll en popmuziek uit de jaren 1950, namelijk Nik Cohn‘s ‘Awopbopaloobop Alopbamboom’  uit 1969.

Blackwell wist dat het lied een ​​hit zou worden, maar vond dat de tekst, met hun “seksuele humor”, moest worden herzien. Daarom nam hij contact op met de lokale songwriter Dorothy LaBostrie om de teksten, weliswaar in Little Richard’s karakteristieke stijl, te herzien. Zij beweert dat de titel van haar afkomstig is en dat het gewoon een soort van ijsje is, maar over het algemeen wordt aangenomen dat de titel wel degelijk afkomstig is van Little Richard en dat hij daarmee alludeerde op homoseksuele activiteiten.

Na Pat Boone succes met “Ain’t That a Shame” van Fats Domino werd zijn volgende single “Tutti Frutti”, aanzienlijk afgezwakt van de reeds herwerkte Blackwell-versie uiteraard. Boone’s versie raakte op nummer 12 op de nationale pop chart, terwijl Little Richard strandde op nummer 17. Toch is het via Pat Boone dat blanke jongeren uiteindelijk Little Richard zouden ontdekken. Ook Elvis Presley nam het nummer op op zijn eerste elpee. The Beatles (met name Paul McCartney) zongen het tijdens hun periode in Hamburg, maar ze hebben het nummer nooit op plaat opgenomen. Er bestaat wel een veel latere, niet-geautoriseerde versie op de bootleg “Soundcheck songs”. Deze CD bevat songs die McCartney bij live-optredens als soundcheck speelde, maar die dienden eigenlijk ook uitsluitend daarvoor en zijn geen weergave van hoe een nummer eigenlijk dient te worden gespeeld. Queen speelt het nummer op hun “Live in Wembley”-CD (1986). Het wordt ook gebruikt in de hilarische “Top Secret”-film met Val Kilmer en… in een film over de smurfen (door Buckwheat Zydeco).

Naast Penniman en LaBostrie werd nog een derde naam (Lubin) gecrediteerd als co-auteur. Sommige bronnen beschouwen dit als een pseudoniem gebruikt door Specialty labelbaas Art Rupe om aanspraak te kunnen maken op de royalties van een aantal van songs van zijn label, maar anderen verwijzen naar songwriter Joe Lubin.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.