Juli en augustus zijn verleden tijd, eindelijk voorbij. Oef! Waarom zo opgelucht? Wel, omdat een hard werkende, zwoegende gepensioneerde ’s avonds naar een beetje rust hunkert. Waar kan hij die beter vinden dan voor het lichtscherm. Hoopt hij.

Verstand een graadje lager (niet al teveel), de sloffen omhullen de likdoorns, vijf vingers graaien in de Crokyzak (Andaluse of Hula Hoops Bolognese). Meer moet dat niet zijn. Maar ziet wat de oppergoden van de beeldbuis weten te versieren? Herhalingen. En herhalingen van de herhalingen. Mocht u aan alzheimer lijden, dement zijn, geen nood, dan zorgen ze desnoods nog voor herhalingen van de herhalingen van de herhalingen. En dartelen Bieke, Doortje, Lili, Marleen en hun companen urenlang uw living binnen. Ter afwisseling is er eventueel Sara, die dat brilletje van Doortje voor de gelegenheid mocht lenen in de hoop er even dom en vertwijfeld uit te zien.

Het was allemaal niet aan deze knaap besteed. Geen nood. Er bestond, zo bleek, ook heel wat ander kijkvoer. Wat bleken ze origineel, de directeuren van de programmatie. Wat heb ik genoten van al die dierentuinen die ik mocht bezoeken, de wereld rond, van Chester Zoo in Engeland, via Taronga Zoo in Sydney, Australië, tot zelfs maar liefst in één reeks een hap van vier beestenparken in Nederland (elk apart werkelijk te saai om vijf minuten mee te vullen), tot ons onovertroffen Pairi Daiza, dé numero uno van Europa volgens de commentaar. Ik raakte niet uitgekeken op bevallende neushoorns, parende stokstaartjes, olifanten met een zwerende teen, dansende Tasmaanse duivels. Toen ik tot de conclusie kwam, na urenlang slapeloos filosoferend in bed doorgebracht te hebben en geholpen door het verzameld werk van Emmanuel Kant en Michel Vandenbosch, dat zo’n opgesloten natuur ook nadelen inhield, wat luid weersproken werd in al die filmpjes want die luxehotels dienen vooral voor de kweek van bijna uitgestorven soorten (helaas kon Gert Verhulst niet tijdig een koppel dodo’s vinden om voort te planten in zijn dure achtertuin), toen bleek men nog meer in zijn televisiemars te hebben.

Graaien in die onuitputtelijke koffer jongens, blaas het stof van die filmrollen. Wat hebben we in de aanbieding. Natuur dus. Hoe vaak ik het Amazonewoud bedreigd zag (onze minister van boomomkapperij was dadelijk tot tien ‘vruchtbare’ nota’s geïnspireerd), het Great Barrierrif tot de ondergang gedoemd, de ijskorst zag smelten, en mij (droog en wel) bevond tussen haaien, zeepaardjes, kwallen en zeekomkommers, dat alles zonder snorkel noch zuurstoffles – toegegeven, een besparing, en vervelend. Wel had ik geleerd dat onze aardbol opwarmde en dat we naar de verdommenis gingen met al dat plastic in het water – leuk nieuwtje voor een zomerse avond. Voor dit alles hoefde ik me niet eens te verplaatsen.
Welnee, er werd zelfs voor gezorgd dat ik me kon vergapen, of me kon amuseren met, het drukke gedoe op luchthavens. Deze in Australië, waar men zich focuste op de douane die allergisch bleek voor drugs en voor natuurlijke producten, iets mocht fauna en flora wel eens komen besmetten – een virusje is al vlug geïmporteerd. Of de drukste van Groot-Brittannië, vooral boeiend telkens er iets fout loopt – een passagier met een hartaanval, een vrouw die iets te vroeg bevalt… leuke dingen voor de mensen daar op Heathrow. Reizen deed ik niet maar ook dat werd gelukkig gecompenseerd. Men liet mij logeren op cruiseschepen, wat een fascinerend leven telkens gedurende vijfentwintig minuten, bar, restaurant, show, zwembad, zelfs een glimp achter de schermen en op de brug en al eens een heuse huwelijksplechtigheid aan boord; hoe verzinnen ze het – dat ik het nog mocht beleven!

En wat te zeggen over de mensen die het in hun hoofd haalden om in Frankrijk een vervallen kasteel te kopen en dat in te richten als b&b. Een reeks over die Nederlanders, Château Meiland, te gek gewoon die strapatsen. Nee dan het Britse echtpaar onder de noemer ‘Escape to the château’, Dick en Angela, die pakten het professioneler aan om er hun evenementen te organiseren. Onvoorstelbaar maar waar, nu zadelt men ons ook te lande op met zo’n idee, Château Planckaert in de Auvergne – komt dat zien. Indien ze de eer aan zich willen houden moet de familie Pfaff nu nodig een containerschip of een olietanker ombouwen tot cruiseschip en dan Sanne en Erik Van Neygen engageren als opvolgers van Nicole en Hugo.

Wie inspiratie nodig had om te renoveren kon dagelijks terecht bij ‘Help mijn man is een klusser’. Liever meteen op zoek naar een compleet nieuwe stek: aanschuiven voor dat boeiende ‘Huizenjagers’. Sta je er alleen voor, no problem, ‘First Dates’ hielp je uit de nood – randinformatie leerde dat de toevallige koppels slechts 20€ dienden neer te tellen voor hun driegangenmenu – goedkoper dan een diepvriesmaaltijd van Colruyt; daarvoor wil ik al eens een uurtje naar het gezeur van een mij opgedrongen schoonheid luisteren. Al is het in een tot bistro omgetoverde container. Over onecht gesproken: ooit vijf minuten van ‘De buurtpolitie’ getrotseerd? Zonder appelflauwte, depressie, roodvonk, tandverlies of haaruitval? Proficiat dan, u stamt wellicht uit een sterk geslacht. Toen werd het 31 augustus, en dan – jubelt en looft den Here – september. De fruitmaand. Niet dat ik iets met fruit heb. Evenmin met de naderende herfst of met vallende bladeren noch met de alom gekende weemoed der Vlaamse poëten. Welnee, ik zie in mijn programmablad hoe ze langzaam verdwijnen, hoe ze afdruipen, de staart tussen de benen. DDT gaat er vandoor, het schaamrood op de wangen, de beesten in de dierentuin houden op met tegen wil en dank te paren, het geronk van vliegtuigmotoren is nog uitsluitend boven mij in de lucht te horen, en de verwoestingen in de natuur spelen zich opnieuw ver van mijn bed af ergens in een onbereikbare onzichtbare ozonlaag. Joepie dus.

Tot… wat blijkt… Ik neem hét ter hand, het alom tegenwoordige en onvolprezen bakske. Een eenvoudig duwtje op het knopje. De verwachting kan niet groter zijn. Wat zal zich voor mijn gretige blik ontrollen? Welke verrassingen heeft men voor mij in petto. Verbijstering. Het eerste dat mijn oog vangt is een op en neer gaande stevige mannenkuit, glimmend en gespierd. Welk geluid slingert men de living binnen: een overenthousiaste mannenstem gilt een reeks mij onbekende veelal exotische namen toe begeleid door een achtergrond van enig gejoel dat mij meteen herinnert aan de bronstkreten uit de documentaire over Taronga Zoo. Wat moet dit beduiden? Lang blijf ik helaas niet in het ongewisse. Het wordt even later duidelijk wat de goden op mij loslaten. Waaraan heb ik het verdiend. Welke schuld heb ik op mij geladen. Leidde ik werkelijk zulk een zondig leven. Is dit mijn straf voor die kleine vergrijpen. Daar zijn ze, een ganse groep stuift over het scherm, mijn scherm!, voorbij. Renners, wielrenners, coureurs. De Tour. Het zal nog eventjes duren eer ik het ten volle besef maar ik bevind mij in een wekenlange wielermarathon. Want er zal niet alleen dagelijks die toeristische uitstap door Frankrijk zijn, oh nee, er wordt ook elders op twee wielen gereden. Met de bedoeling om als eerste te eindigen blijkbaar, zo onthield ik het toch uit de lessen chemie en godsdienst. Niet dat ik er verder iets van begreep – maar misschien was er ook verder niks te begrijpen. 
Oh wat prachtig toch. Vergezichten, bergen, bomen tal en verscheiden, ravijnen. Een beeld vanuit de lucht – ja een helikopter, kosten noch moeite werden gespaard. Een pittoresk dorp, ik zou warempel zin krijgen om op dat terras een pinot te drinken maar niet zo de renners… nee zij niet, zij jachten verder, op weg naar gele trui, groene trui… om het even vermoed ik, zo’n trui is hét begerenswaardig object na al die kilometers zwoegen en zweten. Door berg en dal. Ploeteren, afzien. Wat een genot. Word ik werkelijk veroordeeld hier urenlang naar te kijken? Wie oh wie zit momenteel starogend dit alles uur na uur te aanschouwen, vol spanning te volgen? De kijkcijfers zullen er niet over liegen. Velen. Ooit, ter gelegenheid van een groepsreis, kwam ik terecht op een befaamde col die steevast deel uitmaakt van de route van de Tour. Wat een euforie voor de zowat vijftig reisgezellen. Ongeveer 80% kreeg de hik van vreugde zich op de plaats te bevinden waar al die helden jaarlijks gedurende een seconde hun zweetdruppels lieten vallen. Nog eens 10% knielde, kuste het asfalt en kwam ter plaatse klaar. De overigen genoten van het betoverend uitzicht. Toeristisch is hij waardevol de Tour, kijk, de commentator attendeert ons zelfs terloops op de ruïne van een abdij, op de resten van een kasteel, op de wijngaard die ooit door Brigitte Bardot bezocht werd! Zo leren we nog iets bij, geschiedenis en cultuur – sport hoeft niet saai te zijn. Dat zal des te meer ’s avonds blijken. Want mocht ik al denken, en hopen, die jongens hebben slaap nodig, rust, die moeten morgen opnieuw kilometers vreten, dus naar bed en ik verlost van hun inspanningen… hoe dom en fout geredeneerd. Mochten de helden van de baan dan al in dromenland verkeren, hun alziende commentatoren waakten. En met hen een heel zootje BV’s dat graag opdraaft om een bijzonder verhelderende visie te geven op valpartijen – werkelijk het meest spannende onderdeel van het gebeuren – , om het over rijstijl te hebben, of over de filosofie van het snorgeluid en de psychologie van de eenzame rennersvrouw. Komt dat zien. En horen. Op elk kanaal. Vive le vélo. Sporza. De avondetappe. Sportjournaal. Studio Sport. Véloclub. Sportschau. Extra Time. Overal is wel een graantje mee te pikken.

Is de Tour gemolken, elders in de wereld zitten ook jongens en meisjes, amechtig hijgend elkaar achterna op zo’n marteltuig, in de hoop eveneens een trui van één of andere kleur te bemachtigen. Desnoods, iedereen van de fiets gestapt of het ravijn ingekukeld, rest er nog wel wat voetbalschandaal, boksers met gebroken neuzen, of een duur nieuw bondsgebouw. Sport altijd en overal. Nee, niks voor mij, dat begreep u al. Hoewel er twee sportevenementen zijn die mij een natte droom kunnen bezorgen. De seconde dat Yanina Whickmayer de kreet “Whoopee” uitstoot, en wanneer Martine Tanghe het journaal presenteert. Voeg daarbij de herinnering, noem mij dan gerust een ouwe zak want dat ben ik, aan Jan Wauters en Piet Theys, dat waren verslaggevers – toen kon sport nog een beetje taal en literatuur herbergen.
Is het dan allemaal kommer en kwel op de buis? Toch niet. Ons middagmaal kan opnieuw variëren, ‘Dagelijkse kost’ inspireert; we kunnen weer lachen want Ben lanceert opnieuw betere grapjes dan Geert Hoste in ‘Blokken’. En de meeste items in ‘Iedereen beroemd’ zijn te genieten – je moet wel snel schakelen om op het einde ‘Homo Universalis’ te ontwijken, dat onding met spelletjes die je een groepje mentaal gehandicapten in Oezbekistan nog niet zou durven voorschotelen – teveel respect voor die mensen al ken ik hen niet persoonlijk wat ik ook zo wil houden.

Het nieuws pik je ook wel eens mee. Om te weten hoeveel dagen we al op een regering wachten zonder haar te missen. Te vernemen dat de Sint-Romboutstoren niet scheef staat, dat prins Laurent toch niet de hoofdredacteur van Woef wordt en dat wat je dacht een avondlijk concert van brulkikkers te zijn blijkt volgens de beelden gewoon een congres van het Vlaams Belang te zijn. Gelukkig sluit het journaal steeds af met een boeiend sociaal fait divers en beleef ik een competitie ‘wie maakt de beste tiramisu’ in een Schots dorp, wat daar aanleiding was tot hevige schermutselingen.

Er dagen verduiveld zelfs, naast gouwe ouwe favorieten als ‘Thuis’ (of ‘Familie’ voor de minbedeelden) en ‘Home and away’ (voor de Shakespeare-kenners), nieuwe prullaria op. Enfin nieuw? Zo werd ‘Het rad van fortuin’ onder het puin der jaren vandaan gehaald; ‘van fortuin’ bleek onherroepelijk verloren, restte nog ‘Het rad’ als titel, en de draaimeisjes zijn vervangen door telkens een andere BV – ook geen win-win naar mijn gevoel en moreel inzicht. Wel is er Miguel Wiels van de K3-fabriek ter muzikale ondersteuning aan toegevoegd, of is het knuffelbeer Jef Neve… oh nee, het is zonder muziek, maar die twee duiken immers overal op, vergeef mijn verwarring.

Het viel me op dat Canvas een week lang geen enkele docu of wat dan ook uit de pet toverde over een of andere WO. Ik zit zodoende met een afkickverschijnsel. Dat moeilijk gecompenseerd wordt, zelfs indien men een komische serie over Che Guevara of een soap over paus Johannes XVII belooft – wat ze trouwens nog niet eens deden. Gelukkig blijft Arnout Hauben onvermoeibaar over mijn scherm stappen – ik ben gerustgesteld, hij vindt waar dan ook steeds een restant van een of andere oorlog, al was het een half uit de klei opgediept vingerkootje dat wellicht toebehoorde aan de neef van de echtgenote van de man die in 1917 ooggetuige was van het neerstorten van een vliegtuig tien kilometers voorbij hun hoeve. Droefenis alom.

Dus rest mij niks anders dan een pet te gaan kopen want het is huilen met de pet op. En dit net nu de solden voorbij zijn. Ik trek me terug in mijn zetel met het literair weekblad ‘Dag allemaal’. Daaruit leer ik dat de volledig uit Achillespees bestaande Helmut Lotti en de zingende honingbeer Koen Crucke samen de verzamelde opera’s van Wagner instuderen. Dat de poedel Selah Sue zwanger is van een drieling, het vaderschap zou worden toegekend aan Viktor Verhulst of aan James Cooke – die twee zullen dat uitvechten in een duel in de laatste aflevering van ‘Love Island’, live te volgen op uw scherm. Ook schokkende foto’s trekken mijn oog voorbij: Jani de helmboswuivende Kazaltzis gesignaleerd in bermuda, met witte sokken en t-shirt met rode hartjes.

Hier zit ik dus, het scherm is zwart. Ik nuttig een pudding merk Aldi, houdbaar tot 11 augustus – och het zou wat, mijn datum is ook reeds verstreken en kijk… Ik heb voor dadelijk nog een overjaarse snoepreep uit de Lidl en dan zijn de goede voornemens op. Dan kan ik nog telefoneren naar de zelfmoordlijn, of me laten opsporen door Alain Remue, of desnoods een wasmachine bestellen bij Cool Blue. Het staat nu wel vast voor mij, volgend jaar hebben ze mij niet meer! Juli en augustus, geen herhalingen meer voor mij, geen beestenfilms, geen oerwoud en geen uit het puin der tijden herrezen kastelen. Deze knaap trekt zich twee maanden terug in het zeepreventorium te De Haan alwaar hij luid toeterend op zijn vuvuzela alle liedjes van Niels Destadsbader zal instuderen en daarna veertien dagen oefenen met Showbizz Bart voor onze ongetwijfeld succesvolle deelname aan ‘Dancing with the Stars’ – tatoueer de uitzenddata alvast op een zichtbare plaats op uw edel lijf!    

Johan de Belie 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.