Dankzij de medewerking van een aantal bereidwillige leraren hielden wij over theaterbezoek een tamelijk grootscheeps onderzoek in het hoger secundair onderwijs en in het niet-universitair hoger onderwijs. Daarbij droegen wij er zorg voor om leerlingen en studenten uit diverse studierichtingen te raadplegen. Zo o.m. de hotelschool, de afdelingen marketing, secretariaat en confectie, de oude humaniora en de normaalschool, en dat zowel in Gent als in Antwerpen, laten we zeggen de twee voornaamste Vlaamse theatersteden. Bovendien ontvingen we van de Brusselse Beursschouwburg de bevindingen van een eigen onderzoek, zodat ook kwa regionale spreiding we een vrij volledig beeld krijgen.

De eerste vraag was hoeveel keer per jaar men uit eigen beweging naar het theater gaat. Die vraag stond in tegenstelling met een tweede, waarbij we wilden weten hoeveel keer per jaar men verplicht was te gaan, m.a.w. in schoolverband. De antwoorden op deze tweede vraag waren niet relevant genoeg om ze te verwerken, het is alleen opmerkelijk dat men in de middelbare school voldoende gaat, zelfs tot vier à vijf maal per jaar, maar in het hoger onderwijs nooit meer.
Maar goed, hoeveel keer uit eigen beweging dus. Vier uitzonderlijke theaterliefhebbers gingen zo maar eventjes vijftien maal per jaar. Het betrof hier drie meisjes en één jongen, de leeftijd schommelde tussen 17 en 22 jaar en ook de richtingen waren allemaal verschillend. Het was dus duidelijk dat het hier uitzonderingen betrof, die niet onder één hoedje te vangen waren. Toch is het interessant de voorkeur van deze “fans” even te schetsen: Blauwe Maandag, STAN, Dirk Tanghe, PACT, Ronny Waterschoot, Bert van Tichelen, Els Dottermans, NTG, Arca, Nieuwpoorttheater en Jozef van den Berg.
Scoren ook nog hoog: één met acht keer, twee met zeven en vier met zes. Heel opvallend: van deze zeven is er ook hier maar één jongen bij. Dat maakt in totaal reeds een verhouding van twee jongens tegenover tien meisjes! De gast die antwoordde: “Ik ga alleen maar als ik een lief heb”, zit er dus nog niet zo ver naast. Een goede raad aan onze Don Juans in spe: gaan meisjes ongetwijfeld graag dansen (wellicht zelfs liever dan jongens), dan kun je toch meer indruk maken door ze uit te nodigen naar het theater dan door op café pinten te zitten hijsen en stoere verhalen te vertellen!
Maar we gaan verder: 22 gaan vijf maal en eveneens 22 gaan vier maal per jaar. Hierbij moeten we wel opmerken dat het aantal amateurgezelschappen de overhand begint te nemen. Toch is dit op zich niet slecht. Niet àlle amateurs voeren “Slisse en Cesar” op. Er zijn zelfs gezelschappen die echt hun best doen om “het betere werk” te brengen. En zelfs al gaat men dan omdat een familielid, een kennis of een leraar erin meespeelt, dan is dat nog beter dan helemaal niet te gaan natuurlijk.
Stilaan komen we nu bij de meerderheid die theater helemaal niet ziet zitten: 42 gaan drie maal per jaar; 91 twee maal; 147 slechts één maal en… 280 jongeren gaan NOOIT naar toneel.
Toch mochten deze laatste (net zoals alle anderen uiteraard) ook hun voorkeur laten kennen wat acteur, actrice, regisseur en theatergezelschap betrof. Ik was immers benieuwd welke rol de televisie hier zou spelen… en ik kwam niet bedrogen uit! Nemen we om te beginnen nog maar de geliefkoosde actrices, dan blijkt dat Ann Petersen aan het vreselijke “Ramona” toch 46 voorkeurstemmen kan overhouden. Gelukkig vinden we op de tweede plaats Lieve Moorthamer die dankzij “Rosalie Niemand” 24 stemmen behaalt. En verder: Ingrid De Vos 16; Chris Lomme en Janine Bisschops 14; Dora Van der Groen, Ann Swartenbroeckx en Ann Nelissen 13; Bea Van der Maat 10 en Hilde Van Mieghem 7. Jenny Tanghe haalt 5 stemmen (net als Linda De Ridder) maar aangezien nieuwslezeres Martine Tanghe ook 2 stemmen haalt, nemen we aan dat dit in totaal eigenlijk ook 7 maakt. Daarna komen nog Els Dottermans en Francesca van Thielen met 4 en Wendy Van Wanten haalt evenveel stemmen als Nora Tilley, Mieke Boeve en Ivonne Lex (3).
Bij de jongeren is het echter de briljante acteur Jacques Vermeire, die met 66 stemmen de oscar wegkaapt voor de neus van Jo De Meyere (54). Ook de toneelprestaties van Urbanus worden hoog aangeslagen (24), al zal hij net als Jean-Claude Van Damme of Ruud De Ridder (20) nog niet zo heel veel Shakespeare hebben gespeeld. Frank De Gruyter is blijkbaar een abonnee van de schoolvoorstellingen want met acht stemmen gaat hij toch nog tal van bekende namen vooraf, waaruit we o.a. de gebroeders Verreth (6), Johnny Voners (6), Josse De Pauw (5), Tom Lanoye (5), Koentje Wauters (3), Bompa Philips (3), Julien Schoenaerts (3), Jef Demedts (3) en Kamagurka (2) onthouden.
Bij deze enquête stellen we een zeer merkwaardig overwicht van het NTG (foto Visit Gent) vast (95). Aangezien ook de tweede plaats wordt ingenomen door Arca (31) kan men vaststellen dat Gent blijkbaar iets meer doorwoog dan Antwerpen in het onderzoek. Dat belet echter niet dat Walter Tillemans, die in het seizoen 1991-92 als nieuwe directeur van de KNS aan de slag gaat, voor een grote opgave staat. Want als de Antwerpse jongeren dan al voor eigen gezelschappen stemmen, dan is dat op de eerste plaats het Echt Aantwaarps Theater (!) met 20 stemmen, terwijl de KNS slechts 3 stemmen krijgt, precies evenveel als het KJT. Tillemans’ eigen Raamtheater haalt ook maar 4 stemmen, wat nog altijd minder is dan het MMT (12), Antigone (8), de musicalafdeling van het Ballet van Vlaanderen (6), de KVS (5), Eva Bals Speeltheater (5) en vooral Blauwe Maandag dat met 15 stemmen toch als een belangrijke nieuwkomer mag worden aanzien.
Alhoewel Dirk Tanghe met 51 stemmen duidelijk de meest geliefde regisseur is bij de jongeren, is het toch opvallend dat filmregisseurs meer kans maken. Het kan immers onmogelijk omwille van hun eenmalig geflopt toneelstuk zijn dat Robbe De Hert (28), Dominique Deruddere (8) en Stijn Coninx (6) zo populair zijn (resp. “De indringer” in NTG, “They shoot horses” in KVS en “Tarzan” in KJT). Deze laatste twee worden nog voorafgegaan door Ruud De Ridder (11), terwijl verder nog Jan De Corte (5) en Hugo Claus (3) opvallen. Afwezig is Marc Didden, de enige filmregisseur die toch al iets meer in het theater heeft gewerkt. Maar ja, “Geestige geesten” in het NTG was niet zo denderend en “Viktor of de kinderen aan de macht” met Raymond van het Groenewoud in de hoofdrol (Beursschouwburg, 1978) ligt al te lang achter de rug.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.