Op 8 september 1940 hoeft Marcel Ravidat (1923-1995) niet te werken en gaat daarom met drie vrienden naar het bos op de heuvel van Lascaux. Er is daar enige tijd geleden een dennenboom omgewaaid en ze weten dat er daardoor een gat is blootgelegd dat overgroeid is door braamstruiken.

Ze maken het gat iets groter en vinden een verticale schacht. Marcel kruipt door het gat en verliest zijn houvast. Hij schuift door tot het einde van de gang en roept dan zijn vrienden. Samen, en met behulp van een kleine olielamp, staan ze in een grot van 20 bij 8 met een hoogte van 7 meter. Ze zien op de wanden afbeeldingen in rode, gele, bruine en zwarte kleuren. Ze beseffen dat ze een ontdekking hebben gedaan en komen de dag erna terug met sterkere lampen en vinden nog een schacht. Uiteindelijk verwittigen ze na drie dagen de onderwijzer Laval. Het nieuws verspreidt zich snel en de grot wordt uitgerust om bezoekers te kunnen ontvangen.
Tot zover het verhaal op Wikipedia. De NRC van 4 november 2006 vertelt echter een heel ander verhaal: “In 1940 duurden in Frankrijk, in verband met Duitse inval, de schoolvakanties wat langer dan normaal. Om de tijd te doden wandelden op 12 september van dat jaar vier jongens met een hond door het bos. Op een bepaald moment was de hond spoorloos verdwenen. Hij bleek in een spleet te zijn gevallen, die ontstaan was doordat een herfststorm een grote den ontworteld had. Het baasje liet zich door het wat groter gemaakte hol ruim zeven meter naar beneden glijden. Zijn vrienden volgden hem naar de aardedonkere grot. Met enkele lucifers werd wat licht gemaakt en tot hun verbazing zagen ze zich omringd door op de wand geschilderde paarden, herten en stieren. Vier dagen lang wisten zij hun ontdekking van de 17.000 jaar oude grotschilderingen geheim te houden. Op verzoek van hun onderwijzer kwam dé expert van dat moment, Abbé Henri Breuil (derde van rechts op de foto), een kijkje nemen. Deze was verrukt en doopte een van de zalen in het U-vormige grottencomplex meteen om tot ‘de Sixtijnse kapel van de prehistorie’.”
De schilderingen hebben vooral dieren als onderwerp: bizons, herten, neushoorns, runderen, paarden, rendieren en stieren. De tekeningen en de (aard)kleuren zijn goed bewaard gebleven. Veel “schilderingen” hebben geheel gekleurde vlakken, andere zijn uitgevoerd als krachtige lijntekeningen en gravures.
De grot wordt echter bedreigd. Wetenschappers hebben schimmels ontdekt op de bodem en de zijwanden. Het is niet de eerste keer dat er zich problemen voordoen. In 1963 moest men het publiek al de toegang ontzeggen, omdat er vorming was van groene algen en schimmels, die te wijten waren aan een onophoudelijke toeloop.
Sindsdien is de grot niet meer voor publiek toegankelijk; in de onmiddellijke nabijheid is echter een replica (Lascaux II) gemaakt die wél voor het publiek toegankelijk is. Deze replica is beter geschikt voor de ontvangst van grote stromen bezoekers. De bouw startte in 1972 op 200 meter van de grot en was in 1984 gereed.
Men noemt de prehistorische periode in de kunst van 25.000 – 10.000 v.Chr. (in het laat-paleolithische tijdperk) de Magdaléniencultuur, naar de grot van La Madeleine, eveneens in de Dordogne.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.