Begin deze week heeft Fons Mariën een opiniebijdrage geschreven, als reactie op een opinie verschenen op de site van het weekblad Knack (https://www.knack.be/nieuws/belgie/waarom-ik-een-witte-man-ben-en-zo-genoemd-mag-worden/article-opinion-1632403.html). 

MO (*)-hoofdredacteur Jago Kosolosky reageert in een opiniebijdrage op Walter Pauli’s artikel “Waarom ik geen witte man ben (en niet zo genoemd wil worden)” (Knack, 19 augustus jl.). Deze thematiek houdt mij al langer bezig en ik was blij dat eindelijk iemand van het kaliber Walter Pauli eens een duidelijk standpunt inneemt. Waarom ik het niet eens ben met Kosolosky’s repliek maak ik in deze bijdrage duidelijk.

De eerste woorden van Pauli’s artikel luiden “Eindelijk – eindelijk – is er een internationale golf van afkeer en protest tegen racisme”. Het woord “eindelijk” komt eveneens herhaaldelijk voor in het stuk van Jago Kosolosky. Ik ben het met het gebruik van dat woord niet eens. Blijkbaar zijn beide mannen vergeten dat er in de jaren ’60 in de VS grote manifestaties waren tegen racisme en discriminatie van zwarten in de samenleving. Ze kijken de rol van leiders als Martin Luther King en
Malcolm X over het hoofd. Ze zijn vergeten dat naast vele duizenden zwarten ook blanke mensen aan die protesten deel namen. Ze vergeten ook de vele protestacties tegen de apartheid in Zuid-Afrika. De burgerrechtenbeweging in de VS en de strijd tegen apartheid kregen ook veel steun en sympathie van blanke westerlingen.
Kunnen we dit allemaal zomaar onder mat vegen als we het momenteel hebben over racisme en anti-racisme in onze streken heden ten dage? Het woord “eindelijk” is meer op zijn plaats nu zwarte activisten het woord nemen in de media en het publieke debat. Ik denk dan aan namen als Gloria Wekker, Anousha Nzume, Sabrine Ingabire (die Jago Kosolosky ook vernoemt), Dalilla Hermans, Reni Eddo-Lodge en anderen. Op zich is dat feit toe te juichen.
Wat ik minder toe te juichen noem, is de manier waarop deze anti-racisme-activisten en hun sympathisanten (zoals Jago Kosolosky blijkbaar) dat doen. Ik volg dit debat al enkele jaren en enkele zaken vallen me op. Ten eerste is het gebruik van de term ‘wit’ in plaats van ‘blank’ niet zo neutraal. Meermaals heb ik in interviews met activisten gelezen dat de term blank enkel positieve associaties heeft en dat wit neutraler zou zijn. Niets van dit alles is waar. Wit heeft evengoed positieve connotaties (het witte bruidskleed dat onschuld symboliseert, wittebroodsweken, “Wit is altijd schoon”) en blank heeft evengoed negatieve connotaties (de straten staan blank, een blanke sabel). Gelukkig hanteert Jago Kosolosky niet deze kromredenering. Ik ben het met hem eens wanneer hij schrijft dat ‘wit’ een constructie is en geen loutere beschrijving van een huidskleur. Dat is blank of zwart of rood of geel evenmin.
Waarom wordt de voorbije jaren door sommigen nu plots over ‘witte mensen’ gesproken, terwijl blank de sinds eeuwen ingeburgerde term is in onze taal? De wijziging naar de term ‘wit’ heeft duidelijk een politieke bedoeling en wordt vooral in de mond genomen door linkse activisten, die een beschuldigende vinger uitsteken naar die ‘witte mensen’ en ‘witte mannen’ in het bijzonder. Een aantal media die politiek correct willen zijn – zoals NOS en de Volkskrant in Nederland – volgen dit gebruik. De term ‘witte man’ wordt vaak – al dan niet expliciet – gebruikt op een beschuldigende manier. In die zin ben ik het eens met Walter Pauli: de term ‘wit’ verwijst steevast naar de onvervreemdbare schuld van mannen met een westers-Europese achtergrond. Niet zelden wordt daarbij verwezen naar kolonialisme en slavernij.
Welnu, en dat is mijn tweede punt, die beschuldigende term ‘wit’ en alles wat daarbij hoort, wordt gekenmerkt door veralgemeningen, simplismen en een totaal gebrek aan nuanceringen. Wat moet ik anders denken wanneer ik kort geleden een interview met Sabrine Ingabire lees (De Morgen, 25/07/2020)? Daarin bestaat ze het de meest hemeltergende uitspraken te doen: ze heeft het over “racistische witte journalisten”, “de media zijn, net als de rest van de maatschappij, gebouwd op witheid”, “kijk, alle witte mensen zijn racistisch. (…) Dat is gewoon zo. Jullie maken
deel uit en profiteren van een wit systeem”, “als zwarte vrouw date ik niet met witte mannen” .
In zijn artikel schrijft Jago Kosolosky over “radicale identitaire denkers die, naar mijn mening, te ver gaan. “Natuurlijk en gelukkig maar”, voegt hij eraan toe.
Mogelijk verwijst hij met die zin op het interview met Ingabire. Maar waarom dat “en gelukkig maar”? Ik zie geen redenen om gelukkig te zijn als ik als zogenaamde ‘witte man’ over dezelfde kam gescheerd wordt als mensen als Tom Van Grieken of Dries Van Langenhove. Volgens mij zijn veralgemeningen en vooroordelen het voorgeborchte van racisme. Als een blanke man als Geert Wilders op dezelfde veralgemenende en bevooroordeelde manier spreekt over een bevolkingsgroep als Marokkanen, dan wordt er – terecht – moord en brand geschreeuwd. Maar een 24-jarige zwarte activiste krijgt de kans om uitgebreid haar ongenuanceerde mening te geven in een krant en komt hiermee zo goed als weg.
Veralgemeningen zijn gevaarlijk omdat ze samengaan met gebrek aan nuances. De werkelijkheid wordt gesimplifieerd. En geloof me: ik heb de boeken van Gloria Wekker, Anousha Nzume, Dalilla Hermans en Reni Eddo-Lodge ook gelezen. Jago Kosolosky schrijft in dit verband: ”Maar het gemak waarmee Walter Pauli de analyse van iemand als Gloria Wekker in verband met de term ‘blank’ en het gewicht ervan binnen het westerse superioriteitsdenken van tafel veegt, is me te eenvoudig”. Ik
veronderstel dat hij hier verwijst naar Wekkers bekendste boek , ‘Witte onschuld’ (2017). Haar boek wordt echter gekenmerkt door veel subjectiviteit (waaronder persoonlijke ervaringen), veralgemeningen, cirkelredeneringen en veel anekdotisch “bewijs”. Nergens in haar boek doet de auteur een ernstige poging om via een ruimere enquête of cijfermatige analyse te onderzoeken of structureel racisme of ‘wit privilege’ bestaan. Neen, ze vertrekt van subjectieve ervaringen en ziet in enkele van zulke voorvallen een bewijs van structureel racisme. In een recent interview in De Standaard (1 augustus 2020) zegt ze hierover: “Op verschillende manieren analyseer ik de Nederlandse werkelijkheid. Laat iemand anders maar de cijfers noemen. Ik vind ze niet overtuigender dan een grondige analyse van ervaringen.” Maar hoe grondig of degelijk is haar analyse? Dat persoonlijke ervaringen per definitie subjectief zijn, toont de zwakheid (op wetenschappelijk vlak) van haar onderzoek aan. Ze kunnen illustratief zijn, maar men kan er geen algemene conclusies uit afleiden. Bovendien hanteert ze begrippen zoals “cultureel archief” of ”witte privileges” zonder die duidelijk te definiëren of zonder duidelijk bewijs. Als academica heeft Gloria Wekker een zeker wetenschappelijk gezag, maar uit haar boek en uit het interview blijkt dat we daar vragen kunnen bij stellen.
Het gebruik van een begrip als “witte privileges” is nogmaals een voorbeeld van gebrek aan nuancering. Precies de obsessie met huidskleur en ras die deze hedendaagse activisten vertonen, sluit hun ogen voor andere belangrijke factoren die een bepalende rol in het leven van mensen (kunnen) spelen: sociale afkomst en status, opvoeding en opleiding, persoonlijke levenskeuzes (op vlak van studie, relatie, beroep…), overtuigingen en levensbeschouwing. In de zienswijze van de
antiwit-activisten wordt de witte bedrijfsleider als het ware in dezelfde zak (het “witte privilege”) gestoken als de witte ongeschoolde arbeider.
Bovendien hanteren ze een ongenuanceerd beeld van de geschiedenis. Zo
bijvoorbeeld beweert publiciste Nigussie (van Ethiopische afkomst) in een
dubbelinterview met Tom Naegels in De Standaard (28 december 2019): “Nochtans maak ik een historische analyse. Slavernij begon in de 16de eeuw, en 500 jaar later hebben we het nog over hetzelfde.” Dat is een grove veralgemening; wie het boek ‘De geschiedenis van de slavernij. Van Mesopotamië tot de moderne mensenhandel’ (2019) van Dick Harrison leest, krijgt een veel ruimer en genuanceerder beeld. In de 16de eeuw begon de Transatlantische slavenhandel, die inderdaad wreed en
onmenselijk was en tot in de negentiende eeuw bleef bestaan. Het klopt dus dat zwarte Afrikanen het slachtoffer werden van slavenhandel en slavernij door blanke mensen, wat aanleiding gaf tot vreselijk racisme in de Amerika’s. Maar er bestond ook al eeuwenlang slavenhandel door Arabieren (“mensen van kleur” in de activistische newspeak) waarvan zwarte Afrikanen het slachtoffer waren. Die handel bleef doorgaan tot in de twintigste eeuw. Er bestond ook eeuwenlang (van 1500 tot 1830) een slavenhandel door Barbarijse piraten die opereerden vanuit Noord-Afrika (steden als Algiers en Tripoli) en waarvan blanke Europeanen het slachtoffer waren.
Het Ottomaanse rijk onderdrukte eeuwenlang de landen van de Balkan en handelde ook in blanke slaven en slavinnen. Zelden of nooit lezen we verwijzingen naar deze historische realiteit, die een ernstige nuancering vormt bij het overheersende activismediscours.
Ten derde : dit alles draagt bij tot de mythe dat alleen de ‘witte man’ (en bij
uitbreiding vrouw) racistisch is. Dit is ook een vorm van ongenuanceerd denken.
Elma Drayer wijst er in haar boek ‘Witte schuld’ (2019, een antwoord op o.m. ‘Witte onschuld’ van Gloria Wekker, e.d.) op dat er niet alleen racisme bestaat van blanke mensen waarbij zwarten en mensen van kleur steeds het slachtoffer zijn. Zij geeft enkele voorbeelden. Het boek ‘Race and Slavery in the Middle East. An historical Enquiry’ (1990) van de Brits-Amerikaanse historicus Bernard Lewis toont aan dat in de islamitische wereld (zowel de Arabische wereld als in het Ottomaanse rijk) er sprake was van racisme t.o.v. zwarte Afrikanen. Het verhaal dat de Arabische wereld zijn slaven goed behandelde en dat de islamitische maatschappij geen racisme op basis van huidskleur kende, is een mythe die in de negentiende eeuw ontstond, zo verduidelijkt Lewis.
Bovendien is het abolitionisme dat eind 18de-begin 19de eeuw eerst zijn opgang maakte in vooral Groot-Brittannië, eveneens een beweging van blanke (‘witte’) mensen. Binnen die blanke wereld ontstond er een voortschrijdend inzicht dat op lange termijn een einde zou maken aan slavernij. Het is niet omdat je nadenkt over zwart en wit, dat je moet vervallen in zwart-witdenken.
Ten vierde en ten laatste: deze hedendaagse activisten voeren een nieuwe erfzonde in. Elma Drayer in haar reeds genoemde boek: “Dit concept betekent de terugkeer van de erfzondeleer, nu gehuld in een identiteitspolitieke jas. (…) In het calvinistische universum gaat niemand vrijuit, in het identiteitspolitieke universum dragen uitsluitend witte mensenkinderen schuld.” Het gaat in deze boeken en artikels steeds over huidskleur en ras. Op deze manier wordt gepolemiseerd en gepolariseerd. Op grond van biologische kenmerken wordt een onderscheid tussen mensen gemaakt. Witte mensen worden in deze zienswijze het meest belast: ze zijn onvermijdelijk erfgenamen van voorgangers die zich onledig hielden met kolonialisme en slavenhandel. Als witte mens kan je niet aan deze beschuldiging ontkomen, zelfs als je voorouders niet rechtstreeks bij kolonialisme of slavernij betrokken waren. Precies deze denkwijze is in wezen een racistische kijk op mensen, ze worden als het ware gereduceerd tot hun huidskleur en ras. Dit activisme is dan ook gericht op conflicten, belast mensen met schuldgevoelens omwille van kenmerken waar ze zelf niet voor gekozen hebben. Gloria Wekker en co verdedigen zich dan door te stellen dat het niet om individueel schuldgevoel gaat, maar om structureel racisme. Nochtans dragen al dergelijke publicaties bij tot een schuldgevoel, waarvoor ze verder hun handen in onschuld wassen. In zijn meest extreme uitingen kan je spreken van een vorm van racisme: zwarten die relaties met blanken per definitie verdacht vinden, die zwarte mensen met maatschappelijk succes (in politiek, media, cultuur.. ) beschouwen als ‘bounties’ (zogenaamd ‘zwart van buiten, wit van binnen’), zwarten die alleen nog met mensen uit dezelfde identitaire groep willen omgaan.
Ja maar, hoor ik u denken, u bent een ‘witte man’ en levert kritiek op zwarte activisten die racisme bestrijden. Zij menen het toch goed. Oké, maar goede bedoelingen alleen volstaan niet. Als dat wel zo zijn, spraken we nu allemaal Esperanto. Dat was toch ook goed bedoeld, om de communicatie tussen de volkeren te verbeteren. Wie van mening is dat een ‘witte man’ in deze moet zwijgen, kan ik ook verwijzen naar het opiniestuk van Assita Kanko in De Standaard (4/8/2020). Zij is een Belgische afkomstig van Burkina Fasso en Europarlementslid voor N-VA. Als kleurlinge heeft zij, volgens sommigen, meer recht van spreken. (Alhoewel ze ook vaak de racistische term ‘bounty’ naar haar hoofd geslingerd krijgt). Zij schrijft onder meer: “Zij die toeteren ‘alle blanke mensen zijn racist’, suggereren dus dat alle blanken crimineel zijn. En alle mensen van kleur weerloos en machteloos. Mooi wereldbeeld is dat. Polariserend en fatalistisch”. Assita Kanko ergert zich vooral aan het polariserende van het activistische discours. Zelf meen ik dat polariseren op zich niet fout is, als het tenminste gaat over ideeën. Maar polariseren op basis van huidskleur kunnen we missen als kiespijn. Dan word je als mens de gevangene van een gegeven dat van ‘moeder natuur’ is. Een huidskleur heb je en kies je niet, in tegenstelling tot ideeën. Deze vorm van polariseren leidt tot segregatie, ofwel apartheid om een ander beladen woord te gebruiken. Is het dat wat we willen bereiken?

Fons Mariën
Auteur van het non-fictieboek ‘De slaap van de rede brengt monsters voort’ (2019) en de novelle ‘April’ (2020). Medewerker van de blog Kwintessens van het Humanistisch Verbond.

(*) MO* is een soort derdewereld blad en verschijnt driemaandelijks als bijlage bij Knack, maar kan ook apart gekocht worden. Jago Kosolosky is daarvan de hoofdredacteur sinds 1 augustus. Hij volgt Gie Goris (met pensioen) op.

Een gedachte over “Tribune (2): over de erfzonde van witte man te zijn

Laat een reactie achter op Jan Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.