Vandaag viert voordrachtkunstenares Anita Daldini haar 75ste verjaardag…

Anita Daldini werd geboren in Kortrijk. Het is dan ook daar dat zij op het conservatorium voordracht en toneel volgt bij Wim Van Hove en Antoon Vanderplaetse. Daarna steekt ze de grens over om bij Louis-Max Charlier van de Comédie Française zich in de Franse voordracht te bekwamen. Tenslotte komt ze op het conservatorium in Gent terecht bij Ast Fonteyne (voordracht) en Frans Roggen (toneel). Ze studeert af in 1969, maar heeft het jaar voordien reeds bij Malpertuis gespeeld. Na haar studies gaat ze eerst een jaartje aan de slag bij de workshop van het NTG o.l.v. Franz Marijnen en Tone Brulin, maar nadien kiest ze dan toch maar voor een free-lance bestaan. Zo zie ik haar voor het eerst in Arca in een bewerking van de Odysseia door Paul Burge. Vanaf 1973 kiest ze voor het onderwijs.
In mei 1978 maak ik voor het eerst persoonlijk kennis met Anita Daldini. Voor een poëzieprogramma in het gemeentehuis van Temse, heeft ze aan Wouter Vloebergh gevraagd of ik de recensent mocht zijn, juist omdat ze mijn stoute pen waardeerde. Het programma van haar leerlingen van de Muziekakademie van Temse, “Maar kind toch, wat zeg je nu!”, doorstaat de test. Dat vindt de recensent van “Het Vrije Waasland” ook. Mijn eigen recensie vind je hier, maar bij hem leren we o.a. dat ene Karl Meersman “een revelatie” was. Deze Karl Meersman zal zich later ontpoppen als cartoonist, vooral van sportcartoons in “Sportmagazine”, waarmee Mark Uytterhoeven dan een boek samenstelde. Eric De Bruyne begeleidde op slagwerk. De andere leerlingen heetten Hilde Rombaut, Els van Raemdonck en Tania Opdebeeck. Dat het blijkbaar niet Johan de Belie was, die recenseerde (ik vermoed eerder mijn “vriend” Van Schelderode of hoe heet hij ook alweer) mag blijken uit de slotparagraaf: “Waarom moest het nu weer enkel in de USA en in andere landen van ons westen zijn dat aan kindermishandeling wordt gedaan? Gebeurt dat dan ook niet aan de andere zijde van het ‘IJzeren Gordijn’ en in andere werelddelen? Waarom toch altijd en overal die kritiek op ons gelukkig nog vrije Westen?”
In 1983 zie ik haar weer in een sfeervol recital gebaseerd op de « Canto General » van Pablo Neruda. Ludo Abicht maakte een uitstekende selectie uit de vijf grote delen van het werk (grosso modo samen te vatten als de Indiaanse cultuur, het Spaanse en daarna het Noord-Amerikaanse imperialisme, het volksverzet en de hoop) en Anita Daldini brengt deze gedichten op een ingetogen wijze. Vooral wat de geëngageerde stukken betreft kan men deze interpretatie aanvechten, maar persoonlijk houden wij ook niet van poëzie-met-het-vuistje-omhoog, voor ons is dit dus o.k. De grootste openbaring was echter de sensueel-erotische kracht van Neruda’s poëzie. Hier is Daldini op haar best. De muzikanten Roberto Cordova en André Duschesne leveren uitstekend werk af zowel wat het « illustreren » van de gedichten betreft als het oproepen van de typisch Zuid-Amerikaanse sfeer (De Rode Vaan nr.13 van 1983)

74 anita daldini

Aangezien iedere goede marxist weet wat de hoeksteen van onze maatschappij is, hoef ik niet te verklaren waarover het programma « Tussen lip en vinger aan de hoeksteen peuteren » gaat, dat eind 1985 volgt. Anita Daldini stelde een poëzieprogramma samen over huwelijk en echtscheiding en breit de gedichten aan elkaar door ongenegeerd over haar eigen leven te praten. Ze doet dit met een spontaneïteit die net iets te bestudeerd is. Toch willen we haar dit niet te erg tegen kwade duiden omdat ze wat dat betreft tamelijk behoorlijk danst op de slappe koord tussen persoonlijke betrokkenheid en universeel aanvoelen. Net zoals ze ook tussen de gedichten zelf balanceert, nu eens ze meer kracht bijzettend (Van Hattum en Neruda b.v.), dan weer ze op een manier interpreterend waar we echt niet kunnen achterstaan (Claus en De Coninck liggen haar duidelijk niet — ze is te emotioneel voor deze koele kikkers die, indien goed gekust, toch in warmbloedige prinsen veranderen). Bij het « Boek Alfa » van Ivo Michiels voel je het zelfs per regel : nu heeft ze het, nu zit ze ernaast enz.
Nee, dat heeft ons niet, of slechts in geringe mate gestoord. Indien er dan toch een soort onvoldaanheid achterbleef, dan was het eerder precies omwille van die « hoeksteen ». Ondanks al haar (scherpe) kritiek neemt Daldini het huwelijk niet onder vuur als burgerlijke instelling (een niet geslaagde aanval op een paar slogans van een bank uitgezonderd), maar als liefdesband. Het lijkt er soms op dat zij ondanks alles toch alle liefdesrelaties op de een of andere manier in een huwelijk ziet uitmonden. Haar kennende kan dit nooit de bedoeling geweest zijn en dit zou dus nog in het programma zelf kunnen worden genuanceerd. Misschien is ook hiervoor de hand van een regisseur niet onnuttig… (De Rode Vaan nr.47 van 1985)
Op 16 februari 1990 zie ik “Verlangwoorden”, een praatprogramma van leerlingen uit de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans te Sint-Niklaas o.l.v. Anita Daldini. Had plaats in de refter van het S.S.K.I. in de Rodelijvekensstraat, waar Anita op dat moment ook les gaf.
Op 11 april 1990 ga ik samen met John en Marleen alweer naar Anita. Deze keer in de Gentse Sint-Pietersabdij, samen met Bogumila Gizbert-Studnicka en Dirk De Caluwé in het programma “Mozart en andere vogels”. “
“Waarom Mozart er zo nodig bijsleuren?” vroeg Frank Pauwels zich af in “De Gentenaar”. “De verwijzing naar de 200 jaar dat hij binnenkort overleden zou zijn, kwam me nu al de oren uit. Dat hij muziek gemaakt heeft die een associatie met het gezang van vogels kan doorstaan betwijfel ik niet, maar daarin staat hij als componist niet alleen. Het zal ook wel een toeval zijn dat juist de Mozart-werkjes minder overtuigend in de vingers lagen. Vooral die grillige frazeringen, de tempoverschuivingen en rubati hadden eerder een stokkend effect dan dat een gewenste muzikale spanning nazinderde.”

Op 7 januari 1993 zag ik haar Federico Garcia-Lorca’s “Bodas de Sangre” regisseren bij het Gentse amateurgezelschap Klokke Roeland. Anita had me uitgenodigd op de generale repetitie om eventueel een paar tips te geven. Maar de enige echte tip die ik haar had kunnen geven was: zet het uit je hoofd, dit wordt niks. Twee dagen voor de première was dit een regelrechte ramp. Dat acteren vaak de laatste motivatie is om aan amateurtoneel te gaan doen, werd hier nog eens ten overvloede bewezen. Voor degenen die toch een poging deden, bestond het er voornamelijk in iedere zin (hoe onbeduidend soms ook) te gaan beklemtonen. Het werd dus een opeenvolging van luid roepen en nog luider schreeuwen. Met tussendoor een paar gemompelde zinnen die even onverstaanbaar waren. Een ander typisch amateur-verschijnsel is dat van de vrouwen die weigeren zich “lelijk” of “oud” te maken. Met het gevolg dat bij de openingsscène de zoon ouder lijkt (is?) dan de moeder. Of het “ongerepte” meisje dat een half geopende doorkijkbloes draagt (met een moderne beha zichtbaar). Anderzijds zijn er de grappenmakers die zich in de kijker willen spelen. Zo barst b.v. de rol van de meid uit haar voegen. Zeker als op een bepaald moment een trapje blijkt te ontbreken… Of er is diegene die na de dramatische opsomming dat het huwelijk “één man en één vrouw is en een dikke muur om de buitenwereld tegen te houden” zegt: “Meer moet dat toch niet zijn?” Anita liet dit eerst passeren omdat ze niet doorhad dat dit een typisch Urbanus-gezegde is. En natuurlijk zijn er ook de houthakkers die in dit stuk dat zich afspeelt in het zuiden van Spanje, als trappers van Alaska zijn aangetroeteld. Bovendien komen ze met hun bijl over hun schouders en hun pinnemuts op, al zingend van “Hi ho, hi ho”. Of nee, dat laatste is niet waar, maar het hàd gekund. Want Anita gaat toch ook niet helemaal vrijuit. Geeft ze zelf ootmoedig toe dat ze met dit stuk te hoog heeft gegrepen (de volgende keer opnieuw “Slisse en Cesar”?), dan zijn er toch ook een aantal regie-ingrepen die het in deze omstandigheden echt niet doen. De decorwisselingen met open doek b.v., terwijl een dia die meer op een “poester” (zie Kamagurka) lijkt voor de enige verlichting zorgt. Dan maar vlug de gitarist wat laten opdraven om de storende stilte op te vullen. Maar hoe weet hij wanneer de anderen “klaargekomen” zijn? Hilariteit. Ook de liederen die dienen te worden gezongen, zijn veel te moeilijk voor deze mensen. Daardoor zijn ze totaal onverstaanbaar, terwijl ze toch een eeuwigheid duren (b.v. het lied van de predestinatie). En het flamenco-dansen in het café tijdens het huwelijksfeest is ook alleen maar op papier een goede vondst, zelfs al is het dan Elise De Vliegere die danst. Trouwens, ook hier gaat alles veel te trààg. Als de meid roept: “Ze zijn daar”, blijkt ze zich te vergissen, maar zelfs als ze daarna nog eens roept: “Nu zijn ze daar écht!”, duurt het nog eeuwen vooraleer de “feestelingen” gearriveerd zijn. “Ik heb er soms slapeloze nachten van,” zegt Anita. Terecht.
In juni 1996 deed ze opnieuw een regie bij Klokke Roeland, deze keer “De dans van de reiger” van Hugo Claus. Ik ben niet meer (durven) gaan kijken, maar heb gewacht tot 27 maart 1998 toen ze in het foyer van de stadsschouwburg van Sint-Niklaas de première bracht van het poëzieprogramma “Fabel van fonteinen” op tekst van… Garcia-Lorca (jawel) en met gitaarmuziek van Raphaëlla Smits, die haar door haar collega Lena Lootens was aangepraat. En naast wie blijk ik die avond te zitten? Jawel, naast Elise De Vliegere.
Ondertussen was in 1997 “Wieske van Tereken” in première gegaan. Het verhaal van Wieske van Tereken is het levensverhaal van een eenvoudige arbeidersvrouw, geboren in 1896 op Tereken. Tereken is een volkswijk van Sint-Niklaas “waar iedereen in die tijd zwart van armoe en miserie en grauw van de honger was”. Als twaalfjarige moet Wieske reeds gaan werken “in de fabrieken van Tinchant bij de sigarenpinnen”. Op bedevaart leert ze Kamiel kennen en – bedevaart of geen bedevaart – van ’t een komt al snel ’t ander, zodat ze “moet trouwen met de stillen trommel, want ze is azo”… Marcella Piessens tourt in de winter van 1998 met deze monoloog naar het boek van André Van der Veken en geregisseerd door Anita Daldini. Deze laatste presenteerde zelf in februari ’99 een Gezelle-programma. “Gezelle uit de boeken halen en toegankelijk maken voor een groot publiek. Dat is wat ik wil,” zegt Anita. Naar aanleiding van de honderdste verjaardag van het overlijden van Guido Gezelle bokste zij een woord‑ en muziekwenteling in elkaar. Anita Daldini heeft een eigen kijk op het werk van de grote Vlaamse dichter. “Guido Gezelle is vaak geprezen en dikwijls verguisd. Oma’s citeren hem feilloos, maar jongeren trekken hun schouders op”, stelt de woordkunstenares vast. “Vandaag Gezelle zeggen is waardevolle woorden van gisteren bewaren. Gezelle beleven is weer durven openstaan voor spontane emoties.”Als titel voor wat ze dus zelf een woord‑ en muziekwenteling noemt, koos Daldini Eene andere eeuwe naakt. Ze ontleende het vers aan Nihil uit 1897.
“We leven aan de rand van de volgende eeuw, waar ik Guido Gezelle graag mee naartoe neem. Om de jongeren aan te spreken, worden de gedichten geacteerd en loodst muziek hen naar het woord”, legt Anita Daldini uit. Eene andere eeuwe naakt schetst een beeld van Gezelle als filosoof, taaltovenaar, gevleugelde leraar, gezant van de vogels, spreekbuis van de bloemen en milieuactivist avant la lettre. Toegankelijkheid, populariteit en aantrekkelijkheid bepaalden de keuze van de gedichten. Voor de muzikale begeleiding doet Anita Daldini een beroep op twee collega’s van de Sint‑Niklase Academie voor Muziek, Woord en Dans. Het zijn dwarsfluitiste Mieke Dumoutin en accordeonist Eddy Flecijn. Zij spelen bestaande composities op het werk van Gezelle. Dankzij collega‑woordkunstenares Leen Vermeiren uit Hamme kon de première van de ode aan Gezelle in het cultureel centrum Jan Tervaert plaatsvinden. Vermeiren had daar haar redenen voor. “Voor Gezelle moet je bij Daldini zijn. Niemand anders kan die West‑Vlaamse taal zo brengen”, vindt Vermeiren. Die uitspraak doet Anita Daldini glunderen. “Mijn liefde voor Gezelle geeft een gevoel van weer thuiskomen. Bij de Mandelbeek in West‑Vlaanderen liggen mijn roots. Het doet nu al deugd te weten dat ik op 15 oktober dat programma ook in mijn geboortedorp Moorsele kan brengen”, zegt Anita Daldini.

Een gedachte over “Anita Daldini wordt 75…

  1. hallo Anita, ik kom hier toevallig op deze site en lees het hele verhaal over je werk en leven als voordrachtkunstenaar. Zie nu ook dat je intussen 72 bent! Hopelijk gaat alles goed en wel met jou. Zelf breng ik op 16 november om 14u30 in de Ridderzaal van het Egmontkasteel in Zottegem, De Zoete Oorlog van het Minnen’, samen met twee muzikanten. Mocht het je interesseren, laat maar weten. Veel groetjes, Agnes Bruneel uit Moorsele.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.