Mijn Nederlandse correspondent Theo Buiting heeft in deze corona-tijden weer een verhaaltje klaar. De titel luidt “Fonske en Timo”.

“En als ze een hongerklop krijgen kunnen ze zomaar een van de meer dan 400 winkels binnenstappen en gauw een Mars of Snickers naar binnen werken. Gratis”. Zo brengt de manager Plugge, afsluitend, de relatie tussen renner en sponsor terug tot hapklare brokken. Plaats delict: Perron 3, het sociaal-cultureel centrum van Rosmalen. Begin januari 2015. Bij de perspresentatie van de Team LottoNL-Jumbo wielerploeg.
Volle bak met de usual suspects van het journaille. Ook inmiddels vertrouwd is de nadrukkelijke synergielink naar de schaatsers. Voor alle zekerheid zijn van de schaatsploeg Laurine van Riessen en Stefan Groothuis uitgenodigd om die saamhorigheid vooraf nog eens uitdrukkelijk te onderstrepen. Ze hebben er best wel moeite mee. Want wie zijn toch al die frêle jongens die zo meteen het podium gaan opstappen. En eerlijk is eerlijk voor mij zijn er ook een aantal onbekende grootheden bij. Daarbij komt nog eens dat ik even moet zoeken om een schaatstoernooi te kunnen koppelen aan een rittenkoers als de Tour of de Giro. Maar er is over nagedacht en Richard Plugge, de man van de candybars, en Jacques Orie leggen het op een video nog een keertje haarfijn uit. Het zal dus wel. In ieder geval eten ze allemaal uit de welgevulde ruif die kortweg LottoNL-Jumbo heet.
Het patroon van de presentatie is redelijk traditioneel. De mannen worden een voor een voor een opgeroepen en zo weten Laurine, Stefan en ik zei de gek meteen wie wie is. Een kort interviewtje met de zes protagonisten van de ploeg over hun doelen voor het komende seizoen.
De ploegleiding krijgt nog een diploma van de Cruyff University. Ze hebben een cursus coaching gevolgd. Want zoals het orakel Johan zelf al ooit zei: “Je kunt pas coachen, als je jezelf kunt coachen”. Misschien toch een rijkelijk late
eyeopener voor gasten die al tig jaar achter het stuur zitten. Maar alla, je bent nooit te oud om te leren. Ze staan er wel relaxed bij met hun oorkonde. De boord los, strakke jeans. Niks geen humbug van stemmige pakken, zoals bij vorige voorstellingen.
Nog een laatste sneer van de moderator aan het adres van Sep Vanmarcke. Die had, oei toch, geskeelerd over de kasseien. Nooit meer doen, hoor Sep. “Och het was maar een geintje” zegt de matador van de stenen een beetje
verontschuldigend. Ik denk dat de maag van André Meganck, die daar ook rondbanjerde, omdraaide bij zoveel Hollandse betutteling. Gelukkig, eerste
schuifke gedaan moet hij gedacht hebben.
Naast mij klapt een jongeman zijn laptop dicht. “En?”. “Ja ik heb de Facebook-pagina van de ploeg bijgewerkt. Het staat er allemaal al op”. Ik kijk er met enige afgunst naar; de nieuwe tijd net wat u zegt zong Sonneveld al heel lang geleden wat weemoedig. “Jeetje, da’s fast and furious” zeg ik bewonderend. Vinden hij en zijn maat wel leuk: “Die houwen we erin”. Maar ja, ze zitten voorlopig wel vastgebakken aan het dorre credo # samenwinnen.
Na de Marsen en de Snickers voor de renners zijn wij aan de beurt. Bier en
bitterballen. Food for thought. De vedetten lopen inmiddels los in de foyer.
Camera’s erop, microfoons onder de neus, notitieblokjes in de aanslag. Een
aantal van die coureurs ken ik natuurlijk wel, maar die jongere gastjes eigenlijk helemaal niet. Ik kom ook zowat van een andere planeet. In ieder geval dik uit de vorige eeuw. Voor Fons de Bal uit Geel of Jan Zagers uit Brasschaat kun je me wakker maken. En voor Brabo’s als Pietje Damen, De Vleut, Huub Zilverberg, Bertje Oosterbosch. Noem ze maar op. Bij zo’n gelikte teampresentatie kachel ik vanzelf weer terug in de tijd. Naar mijn all-time favorite Alfons de Bal en zijn presentie bij de fotoshoot van de IJsboerke ploeg. Fonske, de allerkleinste, maar wel zowat de rapste van het hele peloton poseert voor een grote truck van de firma. Hij kan er zo onderdoor wandelen, hoeft zich maar een beetje te bukken. Ongeschoren
benen; ’t is toch pas januari zekers. En een fiets die hij bijna plat moet leggen om er boven uit te torenen. Een exemplaar waar iedereen mee op de foto moet. In de verste verte geen aangemeten Colnago. Heerlijke foto; eenvoud als kenmerk van het ware.

Nu we het er toch over hebben: Peter Winnen kreeg zijn eerste contract bij IJsboerke. Eerste koers in Duitsland. De ploeg vertrok met een touringcar
vanuit de Belgische Kempen. Ze kwamen sowieso over de E3 vlak langs Venray.
Peter moest – naar eigen zeggen – maar met fiets en tas boven op het viaduct
van de snelweg gaan staan. Dan zouden ze hem daar wel oppikken. Kon ie in de bus gelijk, en voor het eerst, even kennis maken met zijn ploeggenoten.
Maar we dwalen af. Terug naar de foyer. Zou ik Robert Gesink nog even
moeten influisteren dat hij die asshole van Pownews had moeten uitnodigen om eens in de Tour een col mee af te rijden. Niet op de fiets, da’s teveel gevraagd, maar in de auto bij Frans Maassen. Zeven kleuren stront zou hij dan hebben gescheten.
En Wilco Kelderman dan. Zou die gehoord hebben dat Bert Wagendorp voor hem een Tourzege in het verschiet ziet liggen. Een banvloek ook al ooit over Pieter Weening uitgesproken. Ik hoorde het op de radio. Op de radio?
Radio, dat is toch zo Theo Koomen, zo IJsboerke. Welnee, radio is hot, radio
anno nu is Gio Lippens. Hij knikt me vanachter zijn laptop heel bemoedigend toe. Ik schud nog even de hand van Bart Jungmann van de Volkskrant. Alsof ik one of the guys ben!
Vooruit, nog maar een Leffe Blond en een lauwe nasibal dan. Een beetje
achterin. Far from the madding crowd, zeg maar.
Ze zitten daar samen op een bankje. Een beetje verloren eigenlijk. Hij wel met een Lotto-Jumbo jack aan. Zij gewoon “in burger”. Het lijkt alsof hij zich wat heeft moeten plooien met zijn lange stelten. Echte backbenchers waarvoor de reporters geen belangstelling hebben. Mike Teunissen staat er ook nog bij. Ik vlij me ernaast in een leeg fauteuiltje. Even polsen. Ik zei het immers al: ik weet meer van De Rooien Bert dan van een Marc Goos of Brian Bulgac. Ik zoek even naar een opening: “Hé rij jij ook voor de Jumbo?” Ik meen een licht Tilburgse tongval te herkennen in zijn : “Zeker”. Met daarna een soort gevraagde bevestiging: “Klopt wel ongeveer, ik kom uit Goirle”. Tjeezus, Goirle, gewijde grond: De Paay, Huub Zilverberg, de betreurde Kees Evers, Gerben de Knegt, Ireen Wüst. We raken aan de praat.
Timo Roosen, voor mij een onbeschreven blad, neo in de ploeg. Samen met zijn vriendin Lobke, een jonge blom (zo heet ze ook nog eens ; zo’n cliché laat je dan niet liggen). Gesoigneerde atleet, hij heeft de trekken van een Eric van Lancker in zijn jonge jaren (zie bovenstaande foto).

Net zo min als ik benul had van Timo Roosen heeft hij een helder beeld van onzen Huub, de Reus van Goirle. Of van dorpsgenoot Cees Paymans, in ‘53 nog amateurkampioen van Nederland op Zandvoort. Hij kijkt hulpeloos naar zijn Lobke maar die haalt ook haar schouders op; geen spoor van herkenning. Geen rolmodellen op de fiets in eigen dorp. Zelfs zijn vader niet. Die ging pas op zijn vijfendertigste koersen. “Te laat om nog echt potten te kunnen breken”.
Timo is die vrijdag nog net eenentwintig. Twee dagen later viert hij zijn
verjaardag in een jumbojet op weg naar Australië. Voor zijn vuurdoop bij de beroeps in de Tour Down Under. Meer dan prachtig vindt hij het, zijn ogen twinkelen van ambitie. Van de andere kant is er wat verlegenheid. Een beetje bang om al te hoog van de toren te blazen. Het eerste jaar voorzichtig proeven aan het metier; zijn programma is nog ongewis. Hij vertelt het alsof het hem allemaal overkomt,vanzelf aangewaaid is.
Lobke zal straks haar verjaardagsfelicitaties en virtuele warme kussen op Facebook zetten. Effectief natuurlijk, want zodra die mannen van de fiets
stappen, openen ze hun smartphone of tablet. ’s Avonds een beetje skypen en twitteren, een filmpje scoren en dan te bed. Nee, hij schuwt die dikwijls zo doodsaaie hotelavonden niet. En ja, hij heeft weleens gehoord, dat renners in vroeger dagen uit pure verveling en balorigheid een vakkundige verbouwing van het hotel organiseerden. Meestal met een pilleke en glas teveel op. Achter de glimlach horen we hem denken: “Ik ben geen bouwvakker, maar profrenner in een World Tour team. Kom op zeg.”. We nemen afscheid van Timo Roosen en Lobke Blom. A fine young couple, klaar voor een beloftevolle toekomst.
Onderweg naar huis, in de auto, draai ik When you were young van The Killers.
Loeihard.
And sometimes you close your eyes
And see the place where you used to live
When you were young….
You sit there in your heartache
Waiting on some beautiful boy
To save you from your old ways
You play forgiveness
Watch him now here he comes

Theo Buiting (januari 2015)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.