Het is vandaag al 75 jaar geleden dat de Britse auteur E.R.Eddison is overleden (foto George Beresford via Wikipedia).

Eric Rucker Eddison werd geboren in Leeds. Hij studeerde aan de Universiteit van Oxford Noordse mythologie studeerde. Hij sprak vloeiend Grieks, Latijn, Frans en IJslands, maar werkte uiteindelijk gewoon als ambtenaar bij het Britse ministerie van handel. Hij leefde zich echter uit in zijn schrijverscarrière. Zeker vanaf 1922, toen zijn high fantasy-avonturen boek De Worm Ouroboros uitkwam. Daarna schreef hij nog Styrbiorn the Strong (1926), dat gebaseerd was op de IJslandse Egil’s Saga van de IJslandse schrijver Snorri Sturluson. Ook vertaalde hij de originele Egil’s Saga in het Engels (1930). Hierna begon hij aan de Zimiamvian Trilogy, bestaande uit de boeken Mistress of Mistresses (1935), A Fish Dinner in Memison (1941) en The Mezentian Gate (onvoltooid, door zijn weduwe uitgegeven in 1958).
De Worm Ouroboros is zijn enige in het Nederlands vertaalde werk (door Helen Knopper voor uitgeverij Bert Bakker in 1976). Ongetwijfeld is dat omwille van het feit dat dit boek aan de oorsprong zou hebben gelegen van de bestseller “The lord of the rings” van J.R.R.Tolkien. Dat is ook de reden waarom ik het heb proberen te lezen, maar ik ben daar echt niet in geslaagd. Ik vond het echt vreselijk en dan helaas niet in de letterlijke betekenis van het woord, al had dat blijkbaar ook gekund.
Omdat elk hoofdstuk wordt ingeleid met een korte samenvatting, heb ik het boek wel op die manier helemaal doorgenomen om te zien wat die “Worm Ouroboros” nu eigenlijk was, maar… die komt in geen enkele van die samenvattingen voor! Dan toch maar het laatste hoofdstuk nog eens gelezen. En, jawel hoor, dààr had ik prijs. Maar veel wijzer werd ik er niet van. In dat laatste hoofdstuk vraagt het hoofdpersonage de heer Juss op zijn 33ste verjaardag (heeft u ‘m?) aan koningin Sophonisba of hij geen wens mag doen. Want “wij (…) zijn de regenboog voorbijgevlogen. En daar vonden we niet een sprookjesland, geen luilekkerland, maar gewoon wind en regen en steile bergwanden. En dat feit heeft onze harten verkild.” (p.400)
En wat willen hij en zijn kompanen dan? “Jong zijn voor eeuwig en een eeuwigdurende krijg, waarbij wij onvermoeibaar zijn en super geschoold. En dat wij dan felle en kloeke vijanden mogen hebben, die ons eeuwig zullen blijven bestoken.” (p.400)
En koningin Sophonisba, de lieveling der goden, zorgt er dus voor dat hun liefste wens in vervulling gaat. Zij ziet een koning en: “deze Koning (…) droeg, vanwege de ongerechtigheid van zijn goddeloze trots, aan zijn duim de gelijkenis van de worm Ouroboros, hetgeen zoveel wil zeggen als dat er aan zijn koninkrijk nooit een einde komt. Toch werd hij, toen zijn uur geslagen had, in de diepten van de Hel geworpen. En als hij daar nu uit is opgestaan, dan komt dat niet door zijn deugd, maar is dat geschied omwille van u, mijne heren, wien de goden liefhebben.” (p.405)
Het hele avontuur begint dus weer opnieuw als – net als in het openingshoofdstuk – een ambassadeur van Heksenland arriveert in Demonenland…
De titel van het boek verwijst dus naar Ouroboros, de slang die in zijn eigen staart bijt en de cyclische aard van de natuur symboliseert, het eeuwige terugkeren en de eenheid van alles. Het boek en de filmrechten werden in 2015 publiek domein omdat E.R. Eddison stierf in 1945, maar ik zou er als producent mijn geld niet instoppen…
Alhoewel… die Mistress of Mistresses , dat zal ik toch wel eens moeten lezen, vrees ik…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.