Het is vandaag 435 jaar geleden dat Antwerpen na meer dan een jaar van belegering door de Spaanse veldheer Alexander Farnese werd ingenomen. Meestal gebruikt men deze datum als beginpunt voor de definitieve scheiding tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden.

In 1985 werd de vierhonderdste verjaardag van de val van Antwerpen “gevierd”. Alhoewel, dat is niet het juiste woord natuurlijk, want de brain drain die uit Vlaanderen naar Nederland vloeide, omdat hier te lande de inquisitie het had gehaald op de reformatie, was allerminst iets om blij over te zijn. Bovendien zorgde het ook voor de splitsing tussen Vlaanderen en Nederland, iets wat vele flaminganten tot vorige eeuw toe hebben betreurd. Ondertussen hebben de media (met name de komst van VTM, die de Nederlandse zenders uit de Vlaamse huiskamers bande) er evenwel voor gezorgd dat deze kloof nooit meer zal te dichten zijn. Maar goed, de verjaardag hebben wij in De Rode Vaan zeker niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Ikzelf ging Cor Kennis interviewen van de Protestantse Omroep over het calvinisme, terwijl medewerker Piet Loose een gesprek had met auteur Jan Christiaens die n.a.v. deze verjaardag een stuk had geschreven voor de KNS. (Op bovenstaande foto wordt Jan Christiaens geflankeerd door de twee assistenten van de regisseur, Paul Celis links en Leo Madder rechts. De regisseur zelf, Dom De Gruyter dus, staat uiterst rechts.
Jan Christiaens (°Antwerpen, 1929) ontmoeten we in het riante kantoor van de Dienst Informatie van de stad Antwerpen. Hij genoot een opleiding in de bestuurswetenschappen en is nu werkzaam als stadsambtenaar. Daarnaast is Christiaens vooral bekend als toneelauteur die nu al een twintigtal stukken op zijn naam schreef. Sinds 1956 werkt hij ook geregeld voor radio en televisie. Voor de Koninklijke Nederlandse Schouwburg vertaalde hij werken van Sean O’Casey, Pavel Kohout en Arthur Miller. Verder schreef hij drie kinderboeken waarvoor hem de Provinciale Prijs voor het Kinderboek werd toegekend. Kortom, te veel om op te noemen. Uit al deze activiteiten verschijnt Christiaens als een bedrijvig en integer man, een rustig man ook met veel wijsheid en mensenkennis. Rusten in de betekenis van « niksen » is hem echter volkomen vreemd, zoals uit volgend gesprek overvloedig zal blijken.
“Sympathie voor de underdog”
— Wie zit hier voor me ? Een niet geslaagd toneelauteur die om den brode stadsambtenaar werd of een stadsambtenaar die zijn vrije tijd vult met het schrijven van toneelstukken ?
Jan Christiaens :
Uw tweede veronderstelling is correct. Ik ben een bijzonder rusteloos iemand, die moe zou worden mocht hij zich verplicht zien een tijdlang te niksen. Ik werk dan ook iedere avond, ook tijdens de weekends of de vakantie.
— « De Parochie van Miserie » (1971), « De Droom van Zotte Rik » (1977) en « De Minerva » (1981) om de bekendste titels te noemen, zijn allemaal stukken die hun wortels hebben in de Antwerpse volkscultuur. Volgend seizoen sluit de K.N.S. met « De Vogelmarkt ». Blijkbaar heeft wat u inspireert heel wat te maken met de passie van een rasechte Sinjoor voor zijn verleden.
J.C. :
Toch is dit nu juist niet het geval. Alles is begonnen toen Jeanne Brabants al jaren rondliep met het idee om rond de « Parochie van Miserie » naar het boek van J. Willems een totaalspektakel te brengen met grote balletten en daar dan met een circustent mee rond te trekken, aan mij vroeg om daarvoor een scenario te schrijven, maar dat idee is geleidelijk aan verwaterd. Walter Tillemans heeft er dan later zijn schouders onder gezet en heeft die stukken, die eigenlijk in elkaars verlengde liggen, opgezet. « De Vogelmarkt » gaat over het marktleven en ligt in dezelfde lijn. Het gaat over een rijke marktkramer die de markten doet met zijn uitschuif- en uitklapbare salonwagens en naast hem staat dan een man met een krakkemikkig kraam of gewoon onder een paraplu zijn waar te verkopen. En vooral zijn daar dan de « rapers » die bij het einde van de markt het plein afschuimen op zoek naar allerlei restjes en afval.
— U heeft blijkbaar een sterke interesse voor de mens als individu geconfronteerd met zijn omgeving. Zo schreef u o.a. voor het cafétheater Multatuli « Hoerenleed » (deze titel spreekt voor zichzelf) en « Madame Germaine », een stuk over een WC-madam. Theater over enkelingen waarmee van café tot fabrieksrefter naar het publiek wordt gegaan.
J.C. :
Jazeker, marginalen fascineren me geweldig. Maar wat heet marginalen ? Kleine bedienden zijn dat m.i. ook. Mensen aan de zelfkant van de maatschappij wekken steeds mijn medelijden op. Dat komt natuurlijk omdat ik mezelf ook altijd zo heb gevoeld en dat heeft dan weer te maken met mijn jeugd omdat ik grotendeels door pleegouders ben grootgebracht. Het zou ons echter te ver leiden hierop in te gaan (*). Maar je kan wel stellen dat ik op die manier steeds een zekere sympathie heb gekoesterd voor de underdog, ja.
— In 1983 bracht u « De Vrede » in een regie van Walter Tillemans. Hiermee actualiseerde u de bittere komedie tegen de oorlog waarmee de Griek Aristofanes (446-385 v. Chr.) in zijn tijd al furore maakte. In verband hiermee is er trouwens een rel geweest in de Antwerpse gemeenteraad toen enkele moraalridders ten strijde trokken omdat er enig naakt op de Bühne van de K.N.S. werd vertoond. Vertel daar eens iets meer over ?
J.C. :
Met dit stuk hebben we een link willen leggen met de waanzinnige bewapeningswedloop die we vandaag-de-dag meemaken. Maar spijtig is er met dit stuk een en ander misgelopen, zodat daar ook niet zo bijster veel volk is gaan naar kijken. Wat nu de rel rond dat naakt betreft, we staan hier eens te meer voor een staaltje onversneden negentiendeëeuwse onverdraagzaamheid. Maar ikzelf heb daar geen last van gehad. Ze doen maar.
“Dit land is op alle vlakken blijven stagneren”
« 1585 » schreef Jan Christiaens in opdracht van de K.N.S. Op 17 augustus is het precies vierhonderd jaar geleden dat Antwerpen het verdrag moest ondertekenen waarbij de stad werd overgedragen aan Alexander Farnese, veldheer van de Spaanse koning Filips II. Deze verjaardag van de val van Antwerpen was een unieke gelegenheid om een oude droom van K.N.S.-directeur Dom de Gruyter in vervulling te laten gaan, namelijk het publiek confronteren met een stuk uit de Antwerps-Spaanse periode. Ten gevolge van een nijpend gebrek aan regisseurs heeft De Gruyter dan maar besloten het stuk zelf te regisseren. Dat de auteur de zaken groots gezien heeft, bewijst ook het feit dat hij meer dan twintig sprekende rollen ten tonele voert, plus daarbij nog een flinke schare figuranten. Het stuk gaat precies op 17 augustus in première en wel in aanwezigheid van de Amsterdamse burgemeester en enkele wethouders. Hoewel het eerst niet bestemd was voorde abonneevoorstellingen heeft de K.N.S. nu toch (en gelukkig maar) besloten het nieuwe seizoen met « 1585 » te openen. In afwachting van al deze gelukkige gebeurtenissen wilden wij Jan Christiaens vragen of « 1585 » een stuk is om deze verjaardag te vieren of te herdenken ?
J.C. : Nou, van vieren kan er geen sprake zijn, dacht ik. Ik zie het zelfs eerder als een rouwplechtigheid. Door onze nederlaag tegen Spanje werden we voor eeuwen in een quasi volledig obscurantisme gedreven, en de last en de druk van die onvrijheid ondervinden we tot op vandaag-de-dag. Dit land is op alle vlakken blijven stagneren. Weliswaar stellen sommigen dat b.v. in de tijd van Rubens de economie zich toch herpakt heeft, maar ik geloof dat het gewone volk, « het gemein » zoals men het toen noemde, daar maar weinig aan gehad heeft.
— Geen historicus zijnde, hoe ben je met die stof beginnen werken ?
J.C. :
Ik beschikte over geen enkel gegeven, maar ik heb spoedig een heel goed contact weten te leggen met ere-stadsarchivaris Jan Van Roey, die voor die periode als een autoriteit geldt. Ook kreeg ik de hulp van de educatieve dienst van de musea die me o.m. een heel pak uitgebreide literatuurlijsten bezorgden. Verder heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de vele historische naslagwerken uit de stadsbibliotheek. Als ongeschoolde ben ik dat allemaal beginnen lezen en heb ik getracht er mijn visie van het gebeuren uit te halen.
— Is deze historische — en noodlottige — gebeurtenis blijven leven in het geheugen van de Antwerpenaars ?
J.C. :
Helemaal niet. De meesten weten niet eens waarover het eigenlijk gaat. Ze denken zelfs dat het hier over de Spaanse Furie gaat, of over Willem van Oranje, die toen al een jaar dood was. Men herinnert zich nog vaag iets uit de schoolboekjes, Farnese zegt hen wel iets, maar wat er toen precies is gebeurd kunnen ze niet of nauwelijks situeren.
“Holland en Zeeland hebben niet het volle pond gegeven om ons te helpen”
— Twee spilfiguren treden in de loop van het conflict op de voorgrond, Alexander Farnese en de toenmalige burgemeester van Antwerpen Marnix van St-Aldegonde. Hoe kijk je tegen deze twee aan ?
J.C. :
Wel, naarmate ik in mijn lectuur vorderde werd het allemaal steeds moeilijker. De figuur van Farnese zie ik zeer duidelijk voor mij. Een man van hoge adel, absolutistisch ingesteld maar anderzijds toch erudiet en tot op een zekere hoogte zelfs tolerant. Hij ging in elk geval geheel anders te werk dan de Hertog van Alva, die eerst koppen liet rollen en dan pas ging praten. Farnese trad de mensen die zich overgaven op een geheel andere en heel wat genuanceerder manier tegemoet. Hij heeft niemand terechtgesteld en liet de overwonnenen zelfs de keuze tussen terugkeren naar de katholieke staatsgodsdienst of uitwijken. Wie wilde uitwijken kreeg daar de tijd voor en kon zijn goederen en bezittingen meenemen. Farnese komt dus te voorschijn als iemand met veel begrip, maar hij moest natuurlijk wel rekening houden met zijn achterban, met de fanatieke koning Filips II en met de Paus. Maar alles bij mekaar geloof ik toch dat hij een faire gast was.
— U verdenkt Marnix van St-Aldegonde van verraad, maar toch kiest u zijn zijde, weze het dan met enig voorbehoud en kritiek.
J.C. :
Ik kom daar niet helemaal uit. De figuur van Marnix van St-Aldegonde komt zeer troebel over. Herhaaldelijk krijg je de indruk dat hij het met Farnese op een akkoordje heeft gegooid. Alhoewel ik denk dat hij dit pas deed nadat hij geen kans meer zag om er nog uit te komen. Marnix is nooit een militant geweest, maar een bereisd diplomaat die in de gemeenteraad moest rekening houden met de verschillende standen. Ook had hij steeds in de schaduw van Willem van Oranje geleefd, toen hij plots de leiding kreeg over een enorme militaire operatie, met tegenover zich een meer dan geduchte tegenstander. Na de val van Antwerpen is hij vrij snel naar het Noorden uitgeweken. Later heeft hij er om zich te verdedigen zijn apologie geschreven, beschuldigd van verraad is hij immers voor de rechtbank moeten verschijnen. Hij heeft zich later ook nooit meer met staatszaken mogen bemoeien, men heeft hem op een zijspoor gezet. Wel is men op hem beroep blijven doen als codebreker. Reeds onder Willem van Oranje was het zijn grote specialiteit om onderschepte, in code gestelde brieven uit Spanje te decoderen. Overigens heb ik het vermoeden dat Holland en Zeeland niet het volle pond hebben gegeven om ons te helpen. Ik denk daarbij aan de mislukte poging om de Kouwensteine Dijk te doorbreken om doorgang te verlenen aan de Hollandse graanvloot, wat een oplossing zou hebben gebracht voor de hongersnood in het belegerde Antwerpen.
— Blijkbaar hebben hier dus andere belangen gespeeld dan louter politieke.
J.C. :
Het is zo dat de Hollanders in de meest letterlijke zin van het woord niet over de brug zijn gekomen. Toen Gianbelli, de Italiaanse ingenieur die in Antwerpen woonde, de brug van Farnese had opgeblazen vielen er op slag honderden doden en in zijn kamp heersten chaos en paniek. Farnese zelf was bovendien nauwelijks aan de dood ontsnapt en zwaar gewond. Op zo’n ogenblik hadden de Hollanders best met hun vloot kunnen doorsteken. Een ander voorbeeld vond ik in een briefwisseling van handelaars die toen al een zeer kwalijke rol speelden. Het blijkt dat ze zeer dubbelzinnig en uitsluitend in functie van eigen gewin optraden. Het gaat om twee graanhandelaars, twee broers, waarvan de ene in Antwerpen zat en de andere in Delft. De ene schrijft, ik lig met mijn graanschepen in Lillo in afwachting dat er een doorbraak geforceerd wordt (via het opblazen van de brug) en ik Antwerpen kan bevoorraden. Wanneer blijkt dat de operatie niet helemaal gelukt is en het graan dreigt te rotten, schrijft zijn broer hem dan : probeer via Engeland en met andere papieren het graan naar Zuid-Spanje te brengen, want ik verneem dat er daar hongersnood heerst. In een volgende brief vertelt de Antwerpse handelaar dat het gelukt is en dat ze voor het graan een zeer goede prijs hebben gekregen. Het was dus de vijand die zij voor klinkende munt bevoorraadden.
“Alles wordt geregeld in functie van de handelaars”
– Is 1585 een praatstuk of een actiestuk ?
J.C. :
Het is duidelijk een praatstuk. Met licht en klank worden wel een aantal dingen gesuggereerd, zoals b.v. het opblazen van de brug van Farnese. Maar echte gevechtsscènes op het toneel brengen, dat kan niet, daarvoor is onze figuratie te beperkt.
— Zou je kunnen stellen dat Antwerpen, dat sinds enkele decennia een overwegend socialistisch gemeentebestuur heeft, met 1585 kan terugkijken en een link leggen tussen de krachtsverhoudingen van toen en nu ?
J.C. :
Die krachtsverhoudingen blijken grosso modo identiek. Burgemeester Cools heeft een en ander eens laten uitrekenen en ook beschikken we over statistieken van de Burgerwacht uit 1585, waarin achter elke naam een p of een + staat, naargelang de betrokkene protestant of katholiek was. Die lijsten bestaan voor de bevolking, tenminste voor diegenen die op de een of andere manier iets vertegenwoordigden. Daaruit blijkt dat die verhoudingen nog steeds kloppen, in zoverre dan dat we de tegenstelling socialist-katholiek vergelijken met de tegenstelling protestant-katholiek. De Wederdopers zou je dan als een soort communisten kunnen zien. M.a.w. we leven in dezelfde stad van toen. Het gaat er zeer tolerant aan toe, maar alles wordt wel zo’n beetje geregeld in functie van de handelaars.
— Als ik u zo hoor is er in vierhonderd jaar weinig of niets veranderd. Is Jan Christiaens een pessimist ?
J.C. :
Ja, ik kijk héél pessimistisch tegen de toekomst aan. Men is bezig meer te verloederen dan men voor mogelijk houdt. Natuurlijk blijf ook ik op de jongeren hopen. Maar wat kunnen ze uiteindelijk doen tegen de machtsblokken die op alle niveau’s alles in handen hebben, die het hele leven van de mens beheersen ?
— Dat pessimisme zit ook in uw stuk verankerd ?
J.C. :
Oh ja, de slotzin vind ik in dat verband nogal geslaagd, als u mij deze zelfvleierij niet kwalijk neemt. De dochter van Marnix van Sint-Aldegonde blijft hier in Antwerpen achter en omdat het tevens nacht wordt, wenst zij hem bij het afscheid « goedenacht ». En Marnix antwoordt daarop : « Ook goedenacht, Marie, een nacht die eeuwen zal duren… ».
Inderdaad, zelfs een Henriëtte Roland-Holst is er nog niet in geslaagd ons uit deze nacht te doen “ontwaken”…

Referentie
Piet Loose, “Een nacht die eeuwen zal duren”, De Rode Vaan nr.33 van 1985

(*) Het hàd echter – bij een andere gelegenheid weliswaar – wel gekund. Is Jan zijn echte vader immers niet Marcel Christiaens, gedurende jaren de “beheerder” van De Rode Vaan?

5 gedachtes over “435 jaar geleden: “Een nacht die eeuwen zal duren”

  1. Klik, klik, klik… Ik heb genoten van deze tekst over de details van de val van Antwerpen en kwam hier door te beginnen bij uitleg over Piet Lampaert.
    O ja, zoals al lang geleden besproken, werken nog altijd enkele binnenlinken niet meer, maar door de woorden te kopieplakken in het zoekvak vond ik dan toch de bedoelde artikelen.

    Geliked door 1 persoon

    1. Ja, Robin, die linken dat is nog altijd een probleem en dat zal helaas een probleem blijven. Door een artikel te updaten (meestal om de vijf jaar) verandert het “adres” in de link, aangezien de datum deel uitmaakt van de link. Ik heb al van alles geprobeerd (eerst i.s.m. Jan Mariën, de “geestelijke vader” van mijn blog, ondertussen helaas overleden) om dat probleem te omzeilen, maar het is blijkbaar onmogelijk. De enige oplossing die ik zie, is dagelijks een nieuwe pagina aanmaken met dan een verwijzing naar: “vijf jaar geleden op deze dag”, “tien jaar geleden”, “vijftien jaar geleden” enz. Maar dat is erg saai en zou volgens mij de lezers afschrikken. Ik ben blij dat je de zoekfunctie hebt gevonden, die lost natuurlijk alle problemen op, maar als het toch niet zou lukken, mag je me altijd op de link in kwestie wijzigen en dan breng ik het wel in orde. Bedankt voor je volgehouden belangstelling!

      Like

  2. Over de wet van Murphy gesproken! Exact vandaag slaag ik er niet meer in de datum van een artikel te veranderen. Ik zal dus wel noodgedwongen moeten overschakelen op dat “saaie” systeem!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.