Mijn Nederlandse correspondent Theo Buiting heeft in deze corona-tijden weer een verhaaltje klaar. De titel luidt “Toedie froedie, ouwe loedie”…

Heb net nieuwe hoorapparaten. Phonak. Met bluetooth en een app op de telefoon! Elke morgen als ik ze in doe, moet ik denken aan die arme Floyd. Nee niet aan George, daar gaan nu andere gremia over. Phonak en Floyd, dan hebben we het natuurlijk over Landis. Finaal weggereden en dan op drie glazen whisky toch nog de Tour winnen. En gij geleufd dae zegge ze dan in Brabant. Als het zo gemakkelijk was had ik de ronde van Steensel gewonnen op een geklopt eitje met cognac (lees: vieux).
En het blijft maar duren voor Floydje. Pas nog kreeg hij flink onder uit de zak van Lance Armstrong. Die nooit te beroerd is om deze of gene nog even pootje te lappen. Floyd is zowat aan de bedelstaf geraakt door alle gerechtelijke soesa met het zoeken naar genoegdoening. Hij runt nu een wat siepig legaal handeltje in cannabis producten in amish-country: “Floyd’s Fine Cannabis”. Ik had eerder verwacht, dat hij zich van de weeromstuit, én zijn achtergrond in de professionele fietserij, ontpopt zou hebben als een soort Heisenberg. Dat hij een kookstudiootje voor crystal meth zou hebben opgezet. Maar nee, niks geen Pretty Boy Floyd The Outlaw dus.
Even het geweer van schouder veranderen. Even schakelen van de ochtend naar de latere avond. Als ik een flesje Côtes du Ventoux ontkurk. Bij elk slokje zie ik die arme Tommy Simpson weer over de weg zwalken. If ten would kille me, I’ll take nine, was zijn adagium. Het was al ruim voor Chalet Renard dat hij de tel was kwijt geraakt. Lege buisjes Tonedron, meth-amfetamine toen nog ongekristalliseerd, waren de stille getuigen van zijn misrekening. Poor bastard. Hij moest zich gaan melden aan Gene Zijde.

De man met de zeis waart permanent rond. En dezer dagen zeker niet te flauw. Zo moest ook Richard Penniman aka Little Richard zich aan de hemelpoort gaan vervoegen. Geen probleem om binnen te komen met zijn vrijkaartje, want hij had al lang het licht gezien. “Jezus loves you” orakelde hij vanaf de kansel in zijn nieuwe stiel als preacherman. Tutti Frutti was al lang verleden tijd. Toedie froedie ouwe loedie zongen wij in die dagen meer dan strikt fonetisch mee.

Op krek dezelfde dag als Richard mocht Jan Aling zijn rugnummer voor het Criterium Éternel gaan afhalen. Jan wie? Jan Aling, de Beer van Bunne (of Bunnerveen daar mag ik even van af wezen). Loeisterke mannetjesputter. Uit Drenthe. “Uit turf, jenever en achterdocht heeft Onze Lieve Heer de Drent gewrocht”. In dit speciale geval dus Jan Aling. Als nieuweling al kampioen van Nederland en bij de amateurs top of the bill. Bij de beroeps kon hij niet echt potten breken. Kwam soms ook in de verkeerde ploegen terecht . Zoals bijvoorbeeld de fake equipe Alsaver onder leiding van de heilige Lomme Driessens en goochemerd Ton Vissers. Alsaver werd gepresenteerd als een anti-kater middel met een gouden toekomst. Maar bleek uiteindelijk nog minder dan de wonderkruiden van kruidendokter Willem van de Moosdijk. Fake dus, complete nep. Ook de financiën van de ploeg waren van hetzelfde gehalte. En de renners stonden na drie maanden met een geweldige kater en met lege handen op straat. Daar hielp nog geen volle container Alsaver aan.
Maar terug naar Jan, al decennialang woonachtig in het Brabantse. Met een nieuw lief was hij nog pas nog  neergestreken in Liempde. Helaas mocht het niet lang duren. Jan kreeg een hartstilstand en werd maar 70 jaar. God hebbe zijn ziel.

Toedie froedie ouwe loedie, zo schalde het in onze oren uit de koffergrammofoon. Het plaatjes repertoire bij ons thuis was niet geheel stijlvast in die jaren. Want naast tal van  rockers stonden ook Karl Schriebl en Leni & Ludwig ( van de monsterhit Schön ist die Jugend; 11 maanden in de hitparade ! ) in hoog aanzien. Zelfs het duet uit de Parelvissers van Bizet was er op 45 toeren zomaar tussen geslopen. Voor elk wat wils zogezegd. In het zuiden, waar het labeur hard en de dorst groot was. Waar in doorgaande straten om de honderd meter een lichtbak aan de gevel hing. En de jukeboxen ook zo rijkelijk divers gevuld waren.

Schön ist die Jugend bei frohen Zeiten,
schön ist die Jugend, sie kommt nicht mehr.
Bald wirst du müde durchs Leben schreiten,
um dich wird’s einsam sein, im Herzen leer.*

Helemaal grijs gedraaid, die levensles in ‘58 bezongen door Leni & Ludwig en geperst op  een Philips Minigroove stukje vinyl. Op de typische klanken van die begeleidende citer hoor je ook meteen Orson Welles als The Third Man weer binnenkomen. Maar dat als een soort bonus.

Als een Ouwe Loedie mijmer je nog weleens over die vervlogen jaren. Dat je nog elk weekend naar de koers in Bels toog. In het Fiatje 600 van Willem B. of de VW kever van Willy van der Heijden. Willy, de ome van A.F.Th., die zelfverklaarde heremiet annex pilaarheilige.
Sterker nog, soms gaat het van reflectie naar actie. Eigenlijk moest het niet gekker worden, maar toch. Je haalt overmoedig een rugnummer voor de Koers van de Verzopen talenten te Sint Lenaarts in de Belgische Kempen. Het land van Rik I en II en nog zoveel andere coryfeeën.

De Koers van de Verzopen Talenten 2019. Vorig jaar, in het precovidium. Veel volk op de been. Volop “coureurs” aan het vertrek. Ambiance te over.
Zomaar een keertje meedoen op m’n rooie Gazelle van ‘68, in een authentieke wollen trui van Lako Radio TV Weert.
En maar hopen dat het droog blijft. Want ’t remt sowieso voor geen meter.
In de teenhaken komen is geen probleem. Ik sta achterin en hou me, de riemkes al aangetrokken, vast aan de nadar. Klaar dus. Geen garantie om snel weg te komen want er staan er nog 100 voor me waarvan een behoorlijk deel wel moeite heeft met de clips.

Ik sla nog een praatje met een oudere toeschouwer, direct naast me aan de andere kant van het hek. “Daar aan de overkant staat mijn kleinzoon van 28 klaar voor de start. Kampioen van België geweest”, sprak hij. ”Ja op die leeftijd koerste ik ook nog wel. Maar dat is 45 jaar geleden. Hier doe ik mee voor de fun, voor spek en bonen”, zeg ik manmoedig.

Dan zijn we vertrokken. Zij veel harder dan ik. Volle bak vliegen ze erin. Retrokoers stond op het affiche. Een criterium, rondje van 2 kilometer met 8 bochten. Ja opa-tje: the whole enchilada !  Binnen de kortste keren ben ik  gedubbeld. In de bochten vliegen ze voorbij, onder- en bovenlangs. Niet te beroerd om je te snijden. Koers zekers. Straks na de koers is er levende-muziek als “The Wurlitzer Five” op die platte jurywagen losbarsten. “Time is on my side” van de Stones zal teveel van het goede zijn.

Een klein groepke achtervolgers van de koplopers maant ons luid schreeuwend om aan de kant te gaan, terwijl ze nog meer dan een halve baan ruimte hebben. Adrenaline zullen we maar zeggen. Een lokale held, althans naar de reclame op zijn trui te oordelen, roept nog terug dat hij ook een tientje inschrijfgeld heeft betaald. Best geestig. Maar ze horen het al niet meer.

Dan begint het te plenzen. Mijn bril beslaat en die verrekte remmen………. Geen belemmering voor de kop en alles wat daarbij wil horen. Roekeloos de natte bochten in met als garantie dat er een heel stel onderuit gaan. Ineen s-bocht aan de achterkant van het parcours kruipen er een stel uit een maïsveld. Koers is koers, toch.

Het begint weer op te drogen en wat nog beter van pas komt, is dat ik me hebben kunnen nestelen binnen een gruppo sportivo onder aanvoering van mijn broer. En wel meer specifiek in het wiel van een goed geproportioneerde dame op een witte Gazelle. Soort zoekt soort zullen we maar zeggen.

Als gedubbelde renners worden we afgevlagd; einde koers. Terwijl we onze natte plunje in de auto kieperen, klapt er voor onze neus nog een dappere krijger in zijn laatste ronde met veel geraas vol tegen de nadar. In de bocht bij de smoutebollenkraam. Ja, het is kermis.

Afijn, wij als verzopen talenten verzilveren ieder onze twee consumptiebonnen (inclusief bij de inschrijving) voor heerlijke pintjes. En daarna degusteren we in restaurant de Taverne een voortreffelijke portie mossels/friet, besproeid met een enkel glaasje witte wijn. Meer moet dat niet zijn !

Vergang’ne Zeiten kehr’n niemals wieder,
drum Brüder lachet, scherzt und singt.
Doch wenn die Alten das Glas erheben, dann kehrt noch einmal
die Jugend zurück *

Die blonde dame komen we  ook nog tegen met haar partner die zelfs nog een fles drank als premie heeft gescoord. “Gade gullie volgende zondag ook naar Booischot”. “Nee veel te ver voor ons”. Voorbij Sint Leenarts/Brecht houdt de wereld voor ons op. Sint Lenaarts, the limit forever !

*songteksten uit “Schön ist die Jugend”

Theo Buiting, 26/7/2020

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.