Of hoe een artikel soms tot stand komt. Ter gelegenheid van de vijfde verjaardag van de Sfinks (vijf jaar) togen wij naar de Heuvelstraat in Boechout eigenlijk met de bedoeling er een pagina aan te wijden voor onze rubriek « jeugd ». Wat wij er evenwel aantroffen, overtrof onze stoutste verwachtingen. Ook het gesprek met Frank Thiels, stafmedewerker, was veel omvattender dan onze oorspronkelijke « doelstelling » (een woord dat hijzelf ontzettend veel gebruikt). Daar het wel en het wee van de Sfinks ons illustratief leek voor de problemen van de andere vormingscentra in Vlaanderen en daar we af en toe ook verzeild geraakten in een gesprek over de problemen van vorming tout court, leek het ons interessant dit boeiende gesprek aan onze lezers in de vorm van een interview voor te schotelen. Smakelijk !

60 john massis

HOE HET GROEIDE
Hoe Sfinks ontstaan en gegroeid is, doet op dit ogenblik misschien nog slechts weinig terzake. Een aantal mensen hebben op een zeker ogenblik de kriebel gevoeld om ook in Boechout met « iets » te beginnen. Dat « iets » werd dan Sfinks : « vereniging voor kunstambachten, informatie en cultuur ». Later werd het « sociaal-cultureel animatiecentrum », en nog later « sociaal-cultureel vormings- en animatiecentrum ».
Woordspelerij ? Niet helemaal : de nadruk van de werking verschuift inderdaad langzaam maar zeker van de zuivere animatie naar het vormingswerk. Wat alvast buiten discussie staat, is de wijde uitstraling en bekendheid die Sfinks heeft verworven; de cursussen worden gevolgd door mensen uit heel de provincie Antwerpen, en zelfs tot een heel eind in Limburg, Oost-Vlaanderen en Brabant.
Sedert een klein jaar zit Sfinks echter in een stroomversnelling. O.m. door een sterke toename van het aantal voltijdse medewerkers, is er een spectaculaire groei te merken van het activiteitenpakket in het grote witte huis aan de Heuvelstraat. Momenteel werken er een 15-tal mensen, waarvan 6 Spitaelisten, 3 gewetensbezwaarden, 4 stagiairs van sociale scholen en 2 vrijgestelden van stempelcontrole. Daarnaast is er een groep van zowat 70 vrijwillige medewerkers actief.
GESPREK MET FRANK THIELS
— Ik hoop dat de bijgevoegde foto’s voor zich spreken, maar indien ze dat niet zouden doen, tracht dan eens met woorden te schetsen hoe het er hier uitziet.
Frank
: Het is een zeer oude villa, uit het begin van deze eeuw, van een toenmalige architect die dit heeft gebouwd als buitenverblijf. Dat was toen 10 ha groot en het specifieke van dit gebouw is eigenlijk het park, omdat het helemaal symmetrisch gemaakt is. Wij proberen dat dan ook zo goed mogelijk te onderhouden. Wat het huis zelf betreft, toen wij daar vijf jaar ge!eden in kwamen was dat een ruïne. Wij hebben daar dan met vrijwilligers drie maanden keihard in gewerkt. Specifiek voor dit huis is ook de vorm, met de toren van voren en de grote aangename ruimtes die wij zo functioneel mogelijk hebben trachten in te richten. ’t Is een huis dat eigenlijk op zichzelf aantrekkelijk is en wij ontkennen dan ook niet dat het succes van wat wij doen gedeeltelijk ook voortkomt uit de attractiviteit van het huis zelf.
Op het gelijkvloers hebben wij een ontmoetingsplaats ingericht die wij bewust nog altijd « praatcafé » noemen. Daarvan zou je iets kunnen maken waaruit je veel winst kunt halen — want al zijn we dan nu erkend door het ministerie, de subsidies sijpelen maar heel sporadisch binnen – maar dan moet je, keiharde muziek draaien, popgroepen uitnodigen enz. Nu, dat is niet onze bedoeling. Wij zien dat café ais een soort draaischijf van het huis. Iedereen, zowel jong als oud moet zich daar kunnen thuisvoelen.
Daarnaast hebben we de zaal, die eigenlijk veel te klein is. In principe kunnen er slechts een 60-tal mensen in en ze zit dan ook meestal vrij vol. Daar gebeurt vanalles : film, toneel, tentoonstellingen, voordrachten…
Op de eerste verdieping hebben we de leeszaai, nu een bijkomend secretariaat omdat we hier met zoveel mensen werken, dan nog het hoofdsecretariaat en vier ateliers : fotografie, batik en twee weefateliers.
Op de tweede verdieping is er nu een zaal waar vooral cursussen en voordrachten plaats hebben. Dan is er nog een keuken, waar wij ’s middags samen eten en waar ’s maandags eten gemaakt wordt voor de mensen van de derde leeftiid. Dan nog mijn kantoor en nog een atelier waar een pers staat en zo.
DE KLEINE BERG
Frank : Op de hoek van deze straat hebben we nog een huis, dat voor de helft gedelegeerd is naar « de kleine berg », een werkgroep van Sfinks, die zich bezighoudt met kinderopvang, maar concreet is het een speelgroep met ouderparticipatie. Die betalen de helft van de huur omdat het een groep is die zichzelf bedruipt, daar de ouders bijdragen betalen. Deze werkgroep is een duideliike reactie op de kinderkribben waar men z’n kinderen eigenlijk alleen maar naartoe doet en komt halen – en liefst nou zo laat mogelijk – omdat de beide ouders gaan werken.
Kinderkribben zijn bijna enkel gericht op hygiëne. Dat is uiteraard wel belangrijk, maar wij plaatsen ook nog een aantal andere zaken voorop zoals het stimuleran van creativiteit, het leren spelen van kinderen — samen spelen is misschien al een te verre doelstelling omdat het hele kleine kinderen zijn — maar er dus actief mee bezig zijn. Daarom is er steeds een Spitaelist aanwezig en een van de ouders. Een andere restrictie is dat er nooit meer dan acht mogen zijn. Die groep functioneert zeer goed. Zo zoeken die ouders nu samen b.v. naar een school voor de kinderen die drie jaar worden en naar de kleuterschool gaan. Dat vind ik nu juist het boeiende : dat zij en bloc naar een school zoeken die aan hun eisen voldoet. Die eisen zijn b.v. naar willekeur de klas mogen binnenkomen, ook eisen met betrekking tot leerkrachten en directie. Zij hebben duidelijk een aantal ideeën, een aantal opvoedingsdoeleinden, die zij niet verknoeid willen zien door één of andere school. Vandaar hun voorkeur voor een klein wijkschooltje, wat echter niet zo gemakkelijk is want die directies zijn daar meestal niet erg scheutig op. Dat is meteen het verhaal van één van onze werkgroepen en zo hebben we er een stuk of acht.
WAAROM NAAR EEN VORMINGSCENTRUM?
Frank : Boven die kinderopvang is er een atelier poppen maken en op de gezellig ingerichte zolder gaan er allerlei cursussen door zoals klusjes in huis voor vrouwen. Dit laatste is er gekomen op vraag van de vrouwen zelf. Op zekere dag komen die hierbinnen en zeggen : « Zeg, mijne man die kan niets en wij kunnen het ook niet, zodat wij voor de minste kleinigheid een loodgieter moeten laten komen, dat is toch niet serieus ? » Nu, wij willen daar best op inpikken maar dan moeten zij helpen bij de programmatie, dit houdt dus in dat zij zeggen waar juist hun grootste noden liggen. Vandaar dat dit over de meest uiteenlopende zaken gaat : automechaniek, tapis-plein leggen… Op die zolder gaat ook creatieve expressie door en literaire avonden.
Hierop zou ik even willen inhaken. Kijk, een cursus fotografie geven b.v. is heus niet zo moeilijk. Het volstaat dat je een goede fotograaf hebt die het ook goed kan uitleggen en op een half jaar vorm je semi-professionele fotografen. Maar dan gingen wij ons hierover vragen stellen. Heeft dat wel zin ? Wat doen de mensen daar dan mee ? Waarom komen ze überhaupt naar zo’n cursus ? En dan blijkt dat hierop de meest uiteenlopende antwoorden volgen : gaande van zinvolle vrijetijdsbesteding tot mensen die zich thuis eigenlijk niet zo goed voelen en andere mensen willen ontmoeten. Wij willen daarom verder gaan dan gewoon maar fotografie aanleren. We willen de mensen een aantal ontmoetingskansen, een aantal vormingskannen geven. Na afloop van de cursus fotografie kun je b.v. aansluiten bij het creatief atelier fotografie, waarbij men om de maand samenkomt om verslag uit de brengen en werk te tonen, dat dan onderling bekritiseerd wordt. En stilaan wordt dat een hechte groep, die er samen op uittrekt en zo. En dát is wat wij stimuleren. Vandaar ook die literaire avonden, waarop men kan discussiëren over boeken die men heeft gelezen e.d. En daar wordt dan op vrijwillige basis aan meegewerkt door germanisten die misschien binnen hun schoolsituatie ook niet helemaal tevreden zijn.
NIEUW PROJECT
Frank : Dan hebben we nog een groot atelier in de Frans Seghersstraat. Hier vinden cursussen met zwaar materiaal plaats, zoals boekbinden, zeefdruk en pottendraaien.
Vroeger hadden we ook nog een winkel maar die hebben we van de hand gedaan omdat dit een hoop moeilijkheden met zich meebracht. Want weliswaar is dit een v.z.w., maar hoe je het ook bekijkt, een winkel is een commerciële aangelegenheid en dat is moeilijk te verantwoorden, daarom zijn we er ook mee gestopt.
Ons nieuw project is de huur van een huis gelijkaardig aan dit, in dezelfde straat, en dat wordt ons cursushuis. Wij hebben dus een evolutie doorgemaakt van kunstambachten geven naar vormingswerk toe, waar dus een stuk engagement insteekt. En daarvoor hebben we hier niet genoeg ruimte. Binnen een paar maanden hopen we dat huis klaar te hebben als volwaardig cursushuis met een 26-tal slaapplaatsen, een zaal voor 100 personen, een keuken enz. Een huis waar zowel schoolse groepen als andere naartoe kunnen komen. Ik kan echter niet zeggen « groepen uit bedrijven » want die spreken we nog niet zozeer aan.
Ik bedoel dan « kadergroepen », alhoewel sommigen daar wel brood in zien want die schijnen goed te betalen… Maar wij proberen nog altijd de basis te bereiken en we denken niet dat dit op die manier kan.
WIE WORDT BEREIKT EN WAARVOOR?
Frank : Dat is trouwens het grote probleem van het vormingswerk op dit moment : wie wordt bereikt en waarvoor ? Dan vraag je je af : zijn we eigenlijk niet in een vicieuze cirkel bezig, altijd dezelfde mensen, altijd hetzelfde publiek ? Om dat te overbruggen hebben wij een ander systeem dan de meeste vormingscentra. Deze geven meestal cursussen en daarmee basta. Maar wij zijn tegelijkertijd een café, enz. Onze werving gebeurt dus ook vaak gewoon via een bezoek aan ons café. Op die manier krijgen we ook mensen die er misschien anders nooit zouden over denken van naar een cursus te gaan.
– Jullie hebben ook een tijdschrift. Hoe wordt dat verspreid ?
Frank
: Dat gaat naar de leden, dat zijn er op het ogenblik om en bij de duizend denk ik. Dat ging vroeger in alle bussen van Boechout, maar daar zijn we mee gestopt omdat we besparingen moesten gaan doen op een gegeven moment. Voor de rest gaat het naar geïnteresseerden, pers, jeugdhuizen en mensen die ooit cursussen hebben gevolgd. De oplage varieert op die manier van 2.000 naar 6.000 exemplaren.
VOOROORDELEN
— Waar recruteren jullie in feite ? Boechout is eigenlijk toch maar een kleine gemeente ?
Frank
: Wij hebben geen duidelijke lokale functie en wij hebben ook die optie niet. Wij zijn een regionaal centrum voor culturele volksontwikkeling, als dusdanig zijn we ook erkend. Wij hebben ook niet zoveel cursisten uit Boechout zelf omdat wij daar nogal op wat vooroordelen stuiten. Men is nooit sant in eigen land, hé ?
— Jawel, maar waarom precies ?
Frank
: Toen wij vijf jaar geleden zijn gestart zaten we nog een beetje in de sfeer van flower power, het nazinderen ook van mei ’68 en men noemde ons dan « langharig werkschuw tuig ». Hierboven woonden bovendien een paar mensen, dat werd dan onmiddellijk « een commune » genoemd. Achteraf zijn er nog vooroordelen bijgekomen door ons festival. Dat is wel een folkfestival, maar daar wordt toch met versterkers gewerkt want daar komt zo’n 3.000 man naartoe, met als gevolg dat heel Boechout dat zowat kan horen. Dat is niet prettig voor die mensen. Maar wij doen dat voor een stuk uit noodzaak. Dat brengt wel wat op en op die manier kunnen wij blijven bestaan. Er is hier nu wel nog nooit iets gebeurd zoals in Bilzen b.v. waar men koeien molesteert, want een dergelijk publiek bereik je niet met een folkfestival.

Over het festival zelf laten we even samensteller Paul Schyvens aan het woord: « Iemand die een festival programmeert, zoals ik doe voor het Sfinksfestival in Boechout b.v., die houdt toch wel een klein beetje rekening met z’n eigen voorkeur. Zo was Sfinks vroeger vooral een folkfestival in de traditionele zin van het woord, maar door mijn reizen in het buitenland ben ik in contact gekomen met andere culturen, met name dus vooral de Afrikaanse, en heb ik die muziek dan ook op ons festival gebracht nog lang voor er sprake was van een echte rage. Misschien hebben wij daar wel toe bijgedragen dat het een rage werd, maar het is zeker niet zo dat wij op dat treintje gesprongen zijn toen het al aan het rijden was. Wel is het waar dat we ons nu niet langer beperken tot puur etnische groepen, wij brengen m.a.w. ook Afrikaanse rockgroepen. Zij ondergaan daar nu eenmaal heel sterk de invloed van de westerse maatschappij en eigenlijk is het juist interessant na te gaan hoe zij die elementen uit de rockmuziek verweven met hun eigen cultuur. En als u mij nu vraagt om één plaat te noemen die de hele Afrikaanse muziek zou moeten samenvatten, dan kan je net zo goed de hele Europese muziek trachten samen te vatten met één plaat. Afrika is zelfs nog veel groter dan Europa en platen zijn daar — in tegenstelling tot wat men hier misschien denkt — in een ontzettende hoeveelheid te krijgen. Het is zeker geen luxeartikel en zelfs buiten de steden danst men ongetwijfeld op de tonen van jukeboxen of discjockeys. Maar als u dan toch aandringt: ikzelf draai, wat pop betreft, nogal wat Franco uit Zaïre, naast Abdullah Ibrahim — voorheen Dollar Brand — de Zuid-Afrikaanse jazzmusicus en voor de meer etnische groepen zou ik Francis Bebey citeren uit Kameroen. En onlangs heb ik nog een zeer goede Nigeriaanse groep gezien in Amsterdam, Ghetto Blaster, met ex-muzikanten van Fela Kuti en die zal waarschijnlijk op het komende Sfinksfestival te zien zijn ».

BUURTWERK

Frank: Daar komt dan nog bij dat, ondanks het feit dat we er niet bij betrokken zijn, wij toch een idee hebben over wat gemeentepolitiek moet zijn. Een concreet voorbeeld is de culturele raad in Boechout waar wij zelf de aanzet toe hebben gegeven. Maar wij wensten dan ook dat die pluralistisch zou zijn, dat die samenwerkingen tussen verschillende verenigingen zou stimuleren, dat die zou wérken, kortom. Die raad zou ook eisen moeten kunnen stellen tegenover het schepencollege. Wij zagen cultuur ook heel ruim. Wij wilden a.h.w. een stuk participatiedemocratie inbouwen via die culturele raad. Maar in de meeste gemeenten is die culturele raad totaal verpolitiseerd en heeft geen enkele bedoeling meer.
Wij hebben ook een stuk buurtwerk proberen te starten maar die is nooit van de grond gekomen omdat Boechout nu eenmaal geen kansarme gemeente is. 65 a 70 % van de inwoners van Boechout heeft een eigen huis en de rest bestaat uit de verouderde dorpskern. Men redeneert hier dus in de zin van « een goede buur is één die je niet hoort ».
Wel is hier nog een werkgroep gemeentebeleid die niet van ons is, maar die hier wel vergadert en zo. Zij geven een blad uit dat « De Gangmaker » heet en dat vergelijkbaar is met andere actiekranten in steden. En die hebben de burgemeester al eens voor de rechtbank doen verschijnen en zo; kortom die hebben al wat stof doen opwaaien. En wij worden daarmee dus geïdentificeerd, vandaar… Trouwens, wij weten uit zeer goed ingelichte bron dat indien het aan de burgemeester zou liggen dat wij morgen dan zouden gesloten zijn. Hij heeft al contacten gehad met het provinciebestuur om ons te sluiten op basis van de brandveiligheid van dancings.
HAALT DE SFINKS 1984?
— Hebben jullie een huurcontract of zo ?
Frank
: Inderdaad, een 3-6-9 en in ’81 zal de tweede termijn verlopen. Onze huisbazen zijn eigenlijk broeders uit Liedekerke. Nu verdenken wij de overheid ervan na die historie van die culturele raad contact te hebben opgenomen met die broeders want plots kregen wij die hier op bezoek en die zeiden dat wij hier niet langer konden blijven. Nu bleek dat die hun licht hadden opgestoken in het dorp en natuurlijk waren zij er zo over geïnformeerd geraakt dat wij « linksen » waren, dat wij « communisten » waren, dat wij gesteund werden door Moskou…
— Indien niet door Moskou, dan toch door Peking, veronderstel ik ? Je zegt immers daarnet dat je nog steeds geen subsidies hebt ontvangen maar een dergelijk huis dat moet toch een bom duiten kosten ?
Frank
: Dat is niet waar. Wij huren dat voor een prikje. Zesduizend frank, zodus… Die informatie, om nu verder te gaan, kwam natuurlijk van mensen die hier nooit geweest zijn, die dus eigenlijk niet weten wat wij doen. Dan zijn er een paar vergaderingen geweest waarop wij gezegd hebben : inhoudelijk willen wij geen enkele toegeving doen, een huisbaas heeft zich daarmee trouwens niet te bemoeien, maar we zullen wel een aantal verbeteringen aanbrengen aan het huis o.a. in verband met de brandveiligheid. Onder die voorwaarden heeft hij ons op papier beloofd dat we het hier tot 1984 zullen kunnen uithouden.
– Je zou dus de vraag kunnen stellen : haalt Sfinks 1984 ?
Frank
: Wij halen alleszins 1984, want wij hebben nu een ander huis, dus wat dat betreft is er geen enkel probleem. Maar dat blijft een cursushuis, daar komt geen café, niks.
PLURALISME
– Komen er veel jongeren op uw cursussen af ?
Frank
: Niet meer of niet minder dan andere leeftijdsgroepen. De cursussen zijn toegankelijk vanaf 16 jaar en soms wordt er zelfs eens een uitzondering gemaakt naar beneden toe, dus zij krijgen wel de kans. Maar wij spreken hen niet specifiek aan, wij spreken eigenlijk de totaliteit aan. Dat is trouwens één van onze doelstellingen : integratie op alle terreinen. Blijkbaar is dat niet mogelijk in onze samenleving, maar hier is dat wel mogelijk. Idem voor de werkgroep mindervaliden die wij hier hebben. Dat is trouwens één van die draaischijffuncties van het café : integratie op alle vlakken, zowel qua leeftijd als qua marginaliteiten e.d.
– Vele jeugdclubs die ik heb bezocht zijn doelbewust afgestapt van de notie pluralisme omdat er op die basis niet viel te werken. Jullie doen dat zeer duidelijk niet. Toch stel ik vast dat jullie een goede werking ontplooien. Wat is hiervan het geheim ?
Frank
: Wij hebben een doelstelling, de doelstelling van vormingswerk, en dat is de mensen kansen geven. Dat is mogelijk vanuit verschillende hoeken. Bij onze medewerkers zijn er van een christelijke opvatting en van een humanistische opvatting, maar, ik zou niet zeggen van rechts en van links, want laten we zeggen dat ze allemaal een progressief standpunt innemen. Toch zitten daar nogal wat verschillen in. Wij vinden echter dat dit allemaal mogelijk moet zijn, maar dan wel met enkele restricties. Wij hebben namelijk een bepaalde maatschappijvisie. Wij onderschrijven b.v. de doelstellingen zoals die geformuleerd zijn in de beginselverklaring van de Bond voor Ontwikkelingsorganisaties, dat is de zogenaamde vijfde koepel, de pluralistische (de vier andere zijn twee katholieke, een liberale en een socialistische). Wij streven dus eigenlijk naar een betere maatschappij, naar een socialisering van de maatschappij en wij doen dat met onze middelen, dus langs vormingscursussen, langs animatie enz. En wij zijn van oordeel dat je aan deze doelstelling kunt werken vanuit verschillende ideologieën.
ACTIE?
– Je legt sterk de nadruk op ontmoetingskansen en zo, maar zou je desondanks niet kunnen stellen dat vormingswerk zoals jullie dat beoefenen nogal individualiserend werkt, terwijl meer linksgerichte organisaties meer actie voeren en zo, want dààr heb ik je nog niet over horen praten.
Frank
: Wat is actie ? Wij proberen acties te ondersteunen, maar actie voeren van hieruit hou ik niet zo dadelijk voor mogelijk, ook al omdat wij daarvoor niet de geschikte middelen hebben. Wij hebben wel leden maar dat zijn geen leden op een ideologische basis. Wij doen wel acties als je een groot integratiefeest voor gastarbeiders actie noemt. Wij hebben in dat verband ook al moeilijkheden gehad niet extreem-rechtse groeperingen die hier de boel wilden kapotslaan en zo. Met het cursuswerk doen wij niet direct aan actie, maar we proberen wel lokale groepen te ondersteunen. Een voorbeeld : een aantal ouders wensen wel aan ouderparticipatie te gaan doen, maar zij hebben hiervoor niet de nodige opleiding. Dan geven wij hen de middelen om daar concreet wat aan te doen. Dat heeft allemaal politieke consequenties. Ook als wij b.v. de lay-out van het tijdschrift van een jeugdclub helpen verzorgen, want dan kunnen zij een grotere impact krijgen. Maar directe acties als dusdanig niet, inderdaad. Er zijn natuurlijk wel mensen van ons actief binnen groeperingen en zo. Maar wij zelf proberen enkel aanzetten te geven en een aantal dingen open te trekken. Maar zelfs dat wordt ons uiteraard niet steeds in dank afgenomen.

Referentie
Ronny De Schepper, Geen raadsels rond de Sfinks, De Rode Vaan (zomer 1980)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.