Elk jaar moest ik rond zes december een artikel over speelgoed schrijven in De Rode Vaan. Dat kwam omdat commercieel directeur René Lampaert dan publiciteit probeerde binnen te rijven uit de sector. Dat wilde overigens niet zo goed lukken, omdat wij met De Rode Vaan natuurlijk kritisch stonden tegenover heel die sector. Maar goed, de aanhouder wint, moet René gedacht hebben en dus was het elk jaar weer van dat. Maar ik kan al die artikels natuurlijk moeilijk allemaal tesamen rond die datum publiceren. Daarom ben ik blij dat ik voor mijn artikel uit 1981 kan terugvallen op een andere datum: op 25 juli 1980 was er immers een wet gestemd die de veiligheid van elektrisch speelgoed moest garanderen.

Zes december nadert. Kindergezichten fleuren op. Die van speelgoedhandels nog meer. Want er is niet enkel Sinterklaas, ook Kerstmis en Nieuwjaar staan reeds te dringen. En dan zijn het natuurlijk hoogdagen voor de branche. Gepaard gaande met een overvloedige en rijk geïllustreerde publiciteitscampagne wordt er werkelijk agressie gepleegd op de gretige kinderogen om via hun intense smeekbeden de ouders te vermurwen. Televisiereclame doet het zo mogelijk nog beter. En nog duurder. Wat dan weer wordt doorberekend in de prijs, maar geen nood, de crisis laat zich in deze sector niet ge­voelen. Welke ouder is im­mers zo harteloos dat hij zich niet het brood uit de mond spaart om zoon- of doch­terlief eens goed te verwennen?

EEN VERZORGD OIVO-DOSSIER
De verzorgde publicatie van het OIVO (Onderzoek- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties), die de sobere titel « Speelgoed » mee­kreeg, komt dan ook op z’n tijd. Zonder in oeverloos gemoraliseer te vervallen wordt hier immers een waarschuwende vinger opgestoken, bedoeld voor al te kooplustige ouders die een aantal veiligheids- en andere normen over het hoofd zien. Want, helaas, wij leven in een land waarin de mensen nog te­gen zichzelf in bescherming dienen te worden genomen omdat de overheid het vertikt om zelf in te grijpen. Maar hierover later meer.
Het dossier valt uiteen in vier grote delen. In de inleiding worden enkele psychologische aspecten in verband met spel en speelgoed behandeld en zoals het hoort worden daarop enkele praktische wenken geënt. Uiteraard wordt er gewerkt aan de hand van ver­schillende leeftijdscategorieën.
Een tweede deel laat een aantal cul­turele en ideologische aspecten de re­vue passeren. Speelgoed als pedago­gisch instrument, maar ook als middel tot conditionering. Hier komen natuur­lijk het rolpatroon, oorlogsspeelgoed en andere Monopoly-spelletjes aan bod.
Het derde hoofdstuk is gewijd aan promotie en marketing in de speel­goedsector. De duidelijke tekortkomingen inzake informatie en de mani­feste leugenachtige voorstellingen (denken we maar aan elektrische treintjes die in een heus landschap worden voorgesteld of de « bewegen­de » Big Jims en andere Barbies in de televisiereclame) worden hier aan de kaak gesteld. Maar al deze aspecten zijn reeds aan bod gekomen in vroege­re artikels in « de rode vaan » zodat we hier — ook al wegens plaatsgebrek — fluks over heen stappen om ons op het politieke terrein te begeven.
GEEN WETGEVING
Want inderdaad, een op het eerste gezicht zo’n onschuldig iets als speel­goed heeft ook een politiek staartje. Of zelfs een heuse staart !
Het laatste hoofdstuk van het OIVO-dossier is immers gewijd aan het belangrijke probleem van de veiligheid van speelgoed. Valpartijen, ver­stikkingen, oogletsels en verbrandingen blijken de meest voorkomende ongevallen te zijn als gevolg van slecht of slecht gebruikt speelgoed. Dit laatste onderscheid is noodzakelijk en, aldus de brochure en wij sluiten ons daar uiteraard bij aan, zou ook moeten worden voorzien. Een autootje dient b.v. niet om mee te gooien en nog minder om op te vallen, maar dat dit kan gebeuren is een voorspelbaar gegeven.
Daarom : scherpe hoeken en kanten vermijden b.v. Kleine kinderen hebben de neiging onderdelen van speelgoed (b.v. poppenogen) loste peuteren en in te slikken of in neus of oren te duwen. Een sterke aanhechting is dus noodzakelijk. In scheikundedozen zouden geen stoffen mogen zitten die in een verkeerde vermenging een ontploffing kunnen veroorzaken enz.
Nu is het in ons land zeer droevig gesteld met de wetgeving terzake. Enkel de veiligheid van elektrisch speelgoed (niet meer dan 24 volt) is bij wet (25 juli 1980) geregeld. Een koninklijk besluit over toxiciteit (vergiftigingsgraad) blijft om onduidelijke redenen in de schuif liggen. Daar in de ons omringende landen wél strengere normen gelden, wordt ons land stilaan een vuilnisbak voor al het onveilige speelgoed dat in de rest van Europa wordt geweigerd en toch een afzetmarkt moet vinden.
EUROPEES NIVEAU
Nochtans is België geen speelgoed-producerend land. De tewerkstelling kan bijgevolg niet worden geschaad door een strengere reglementering (er wordt enkel ingevoerd). Wat staat er dan wel in de weg ? Niets eigenlijk. Alleen heeft geen enkele politieke partij interesse voor het probleem. Een woordvoerder van het OIVO verklaarde op de persconferentie die midden in de verkiezingsstrijd viel dat een voorstel in die zin in geen enkel partijprogramma voorkwam. Omdat kinderen belangrijk zijn…
Daarom heeft het OIVO nu meer z’n hoop gesteld op een wetgeving op Europees vlak. Daar wordt namelijk aan gewerkt op basis van de gegevens van het Comité Européen de Normalisation (CEN). Vooraf dient aangestipt dat dit Comité eigenlijk is gegroeid vanuit fabrikantenmiddens om tot een uniformisatie te komen van producten als bakstenen, stekkers en bouten b.v. Pas later is men gaan beseffen dat ook veiligheidsnormen van belang zijn. Maar hoe dan ook, al komen in de CEN nog geen normen ter sprake als vergiftiging en besmetting en zijn ze zeker onvoldoende op het gebied van ontvlambaarheid en elektrocutie, toch zou het een stap vooruit zijn.
Maar ook hier zijn er kapers op de kust. Vooral vanuit Denemarken tracht men elke wetgeving terzake te verhinderen of op z’n minst te vertragen. Denemarken is, in tegenstelling tot België, wél een speelgoed-producerend land…
Het dossier wordt afgesloten met een beknopte bibliografie, informatie over audiovisueel materiaal, tentoonsteilingen en speel-o-teken. In totaal zo’n dertig bladzijden op « rode vaan »-formaat, zeer mooi geïllustreerd zodat het werkelijk een lust is voor het oog.

Referentie
Ronny De Schepper, België: vuilnisbak voor onveilig speelgoed, De Rode Vaan nr.48 van 1981

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.