Vandaag is het precies zestig jaar geleden dat de Amerikaanse bariton Lawrence Tibbett in New York is overleden.

Geboren in Bakersfield, California, op 16/11/1896 was de bariton Lawrence Tibbett ongetwijfeld de populairste Amerikaanse zanger van de eerste helft van de 20ste eeuw. Held van de opera’s van New York, Chicago en San Francisco, maar ook van Hollywood! Dat kwam gedeeltelijk omdat zijn vader nog zo’n goeie ouwe sheriff was, die neergeknald werd door een bandiet. Het gevolg was wel dat Tibbett door zijn moeder (een pianiste) in bittere armoede werd grootgebracht in Los Angeles. Hij volgde zowel een theater- als een zangopleiding en dus lag het een beetje voor de hand dat hij uiteindelijk voor de opera koos. Zo debuteerde hij dankzij de bemiddeling van de gekende manager Frank La Forge in 1923 in de Metropolitan. Het was op 2 januari 1925 toen hij in “Falstaff” de beroemde Antonio Scotti, die de titelrol vertolkte, van de planken zong dat zijn carrière écht begon. In 1937 was hij ook te horen in de “Contes d’Hoffmann”, de bij mijn weten enige CD waarop onze eigen Vina Bovy is te horen. Mijn bespreking van die CD heeft aanleiding gegeven tot een discussie, waaruit ik de volgende passage (van mezelf) haal: “Deze CD heeft helaas uitsluitend een historische waarde. Om heel concreet te zijn: toen ik hoorde dat er nog een CD-opname van Vina Bovy beschikbaar was, moest ik die natuurlijk hebben. Ik ben thuis gekomen en heb ze meteen gedraaid… en dat was ook de eerste en de laatste keer dat ik dit heb gedaan. De digitalisering heeft immers de verouderde opnamekwaliteit niet kunnen ongedaan maken of zelfs maar draaglijk maken. Ik heb zelfs de indruk dat de makers totaal geen inspanning hebben gedaan op dat vlak. Of een andere mogelijkheid is dat de digitalisering die oude opnametechniek juist beklemtoont. Daarmee bedoel ik: ik heb van Lawrence Tibbett ook een audio-cassette en die is veel beter te beluisteren dan deze CD, die uit ongeveer dezelfde periode stamt.”
Van de tracks op die cassette heeft Tibbett de rollen van Figaro (Barbier) en Renato (Gemaskerd Bal) nooit op de scène vertolkt. De Figaro-aria geeft wel aan hoe onzorgvuldig hij met zijn stem omsprong (een “nutteloze” hoge A wordt er zo maar tussengelast), zoals dat vóór hem b.v. ook het geval was met Enrico Caruso en later met Mario Lanza. In 1950 stopte hij met zingen om enkel nog te acteren. Door een drankprobleem werd het echter een regelrechte afgang tot en met zijn dood, die veroorzaakt werd doordat hij in zijn appartement met zijn zatte botten beneden de trap gedonderd was.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.