Het is vandaag tien jaar geleden dat de Italiaanse filmregisseur Luigi Scattini is overleden. Scattini graduated in law, then he began his career as a journalist and a film critic for several weekly magazines such as Gente and Oggi. In the 1960s he entered the cinema industry as a director of ephemeral films and mondo documentaries. He also directed several feature films, including the comedy War Italian Style with Buster Keaton. He was also active as a producer, a film editor and a dubbing director. He was the father of the actress Monica Scattini. In mijn studententijd zag ik zijn “Angeli Bianci Angeli Negri” en schreef hierover een bijdrage in ons studentenblad Germaniak. [Wikipedia]
Deze bespreking van het werk van journaliste June Johns (verschenen bij Nel-paperbacks in mei 1971) is enigszins bedoeld als rechtzetting bij de documentaire film van Luigi Scattini “Toverij, magie … en zwarte missen” (oorspronkelijke titel: “Angeli Bianci Angeli Negri”) die op dit moment in cinema Savoy gedraaid wordt. Het zal blijken dat Scattini in feite veel misbaar maakt over de seksuele praktijken, die hij gefilmd heeft, maar dat deze eigenlijk slechts de aanloop zijn voor de werkelijke beestachtigheden, die volgen. We kunnen begrijpen dat men zoiets niet kon filmen, maar hij zou op zijn minst toch een “hint” naar wat volgt kunnen gegeven hebben. Nu lijkt het nogal gek de zwarte magie als duivels te beschouwen, gewoon omdat een paar mensen in hun blootje rond de tafel dansen!
Wij willen geen commentaar geven op zijn ruime afbakening van het gegeven, maar er Hare Krishna Temple bij betrekken is toch wat overdreven. Ook niet terzake doende, maar informatief wel belangrijk vonden wij de excessen van heiligenverering in Zuid-Amerika en Italië, de Zweedse religieuze sekte, die weigert geneesmiddelen te proberen bij ziekte maar enkel bidt, en de bijdrage over het invriezen van doden, met de bedoeling ze later weer tot leven te wekken.
De eerste drie hoofdstukken van Miss Johns’ verslag van haar belevenissen (want om dit boek te kunnen schrijven heeft zij zich laten inlijven bij verscheidene occulte genootschappen, die in Engeland zeer talrijk zijn) kunnen wij laten vallen, want dat is slechts een korte weergave van wat men in meer gespecialiseerde werken beter kan vinden, namelijk “What is magic?”, “Magic versus Religion” en “Black and White”. Haar hoofdaandacht gaat echter naar de “Sexual aspects of Magic” (hoofdstuk 4) met haar beschrijving van de “Hidden Temples” (hoofdstuk 5) en wat er gebeurt “After the Ball is over” (hoofdstuk 6). Ze eindigt tenslotte in moralistische zin (“Dangers of Magic”) en met een korte psychologische benadering (“Psychological Aspects”). Als toemaatje dan nog een aantal krantenknipsels en een beknopte bibliografie.
We zullen ons beperken tot de hoofdstukken 4 tot en met 6, vooral omdat deze een flagrante tegenstelling vormen met de “brave” film van Scattini.
Ten overstaan van de seks vinden wij in de magie twee richtingen terug die ongeveer overeenkomen met het verschil tussen witte en zwarte magie (*). De eerste is een verering van de maagdelijkheid (cfr. primitieve gemeenschappen, de Vestaalse maagden en het katholicisme); de tweede is de overtuiging dat God gemeenschapsbetrekkingen onderhoudt met mensen, dieren en geesten. De tweede richting is degene die ons het meest interesseert (uit wetenschappelijk oogpunt natuurlijk). De volgorde, die bij zulke “erediensten” het meest gebruikelijk is, is de volgende:
1) Vooraf: overdadig eten en drinken. Vooral dit laatste (alcoholhoudende dranken wel te verstaan). Sedert de jaren zestig is het gebruik van verdovende middelen sterk toegenomen, vooral LSD wegens de uitwerking die dit zou hebben op ons “derde” oog. De overgeërfde resten van dit oog zouden bij alle zoogdieren terug te vinden zijn. Dat van de mens ligt tussen onze wenkbrauwen. Het kan geactiveerd worden door helle lichteffecten en drugs, cfr. de visioenen van toenmalige heiligen en hippies.
2) De eigenlijke ceremonie begint met een aanroeping van de duivel, waarbij de aanwezigen zich systematisch van hun klederen ontdoen. De ceremonie grijpt plaats in een verduisterde zaal met psychedelische lichteffecten. Bij voorkeur in een kerk, maar dit is niet gemakkelijk, tenzij men de pastoor omkoopt, die dan bovendien meestal nog hogepriester van de sekte is. Als men het illegaal toch doet – in een kerk of op een kerkhof, rond een geopend graf – moet alles in versneld tempo gaan. Indische of dito-muziek (de componist voor Scattini’s film had brutaal Iron Butterfly geplagieerd!), wierook en magische tekens (onder andere de swastika, dat oorspronkelijk – maar dan wel in spiegelbeeld – een Sanskriet teken is dat betekent “alles is goed” en de vier windstreken en de vier seizoenen symboliseert) zijn ook een must.
3) Men brengt offers aan de duivel: bijvoorbeeld het slachten van een dier, elkanders bloed drinken of seksuele offers (groepsseks, homoseksuele betrekkingen of sadomasochisme). De climax is meestal een algemene, gelijktijdige coïtus, terwijl ondertussen de hogepriester (die zich bij al dat gedoe afzijdig moet houden) een betovering uitspreekt: deze moet voorkomen dat er uit de geslachtsgemeenschappen kinderen voortkomen, maar wellicht zullen de meeste deelnemers wel het zekere boven het onzekere nemen. (Iets gelijkaardigs bestaat ook bij witte magie, maar daar heeft de betovering juist tot doel dat er kinderen zouden uit voortkomen, want men gelooft dat de godheid er dan ook voor iets tussen zit: zo wordt dit procédé nu nog steeds in primitieve gemeenschappen toegepast, wanneer een vrouw onvruchtbaar is.)Sommigen geloven werkelijk in deze betovering, bijvoorbeeld omdat ze dan wél en normaal met zijn tweetjes in bed niét tot orgasme komen. De wetenschap heeft echter uitgemaakt dat het aanschouwen van andere coïterende paren stimulerend werkt.
4) Tweede climax. Nu echter is het niet meer aanvaardbaar voor een “normaal” mens. Bijvoorbeeld een koningin van de dageraad wordt verkozen en alle mannen van de sekte wedijveren onder elkaar om haar passies op te wekken; mannen masturberen in de mond van vrouwen (overblijfsel uit de primitieve tijden, waarin men geloofde dat men op die manier kinderen met bovennatuurlijk gaven kon verwekken, en dat vooral in de Middeleeuwen populair is geworden wegens het gebruik van de kuisheidsgordels); een gehuurde prostituée masturbeert op het altaar met behulp van flagellatie; coïteren met het offerdier; incest; ontmaagding met een houten fallus, symbool van de godheid… Aan al deze activiteiten wordt door de deelnemers op dat moment zelf vrijwillig deelgenomen, voor het geval echter dat iemand van gedacht zou veranderen en het zou willen gaan uitbazuinen, wordt alles gefilmd met een verborgen camera, en deze film wordt dan later als chantagemiddel aangewend.
De “echte” magiër is bij dit alles onbewogen gebleven en is tevreden met de gedachte dat hij heeft bijgedragen tot de vruchtbaarheidscultus. Aan seksuele voldoening denkt hij niet. (Meestal zijn zij op een ceremonie voorbereid door 48 uren vasten en seksuele onthouding en een ritueel koud stortbad vóór de eredienst.) De “slechte” hogepriester echter eist zijn deel van de “pret”, wanneer de mannen reeds pompaf zijn, maar de vrouwen op hun hoogtepunt. Dan neemt hij ze allemaal na elkaar of tot hij vermoeid is. Indien hij afwijkingen vertoont in zijn seksueel gedragspatroon, wordt hieraan voldaan (zo vertelt Miss Johns van die magiër die enkel maar tot orgasme komt, terwijl hij zijn ingewanden ledigt).
Dat dit alles nefaste gevolgen heeft voor de seks in het huwelijksleven van de deelnemers, hoeft geen betoog. Nog gevaarlijker echter is het feit dat echte “duivelvereerders” er reeds heel vlug hun kinderen bijhalen (soms amper 10 jaar oud), zodanig dat deze gedoemd zijn om seksueel geperverteerd te worden.
De meeste deelnemers zijn uit de hoge burgerij, want deze erediensten zijn heel duur: men moet een speciale zaal inrichten – meestal in landelijke villa’s -, de spijzen, drank, drugs, gouden en zilveren kelken, en dergelijke.
Miss Johns verdeelt ze in vijf categorieën:
1) Jongeren, die onervaren zijn.
2) Seksueel afwijkenden.
3) Psychisch of neurotisch gestoorden.
4) Eenzamen.
5) Carrière-zoekers.
Dit laatste verdient wel even een nadere toelichting: voor velen, die zich geroepen voelen zo hoog mogelijk op de maatschappelijke ladder op te klimmen, biedt het beoefenen van magische praktijken hen de volgende kansen:
a) Effectief: hun baas is “hogepriester” en zoekt “dienaars” (dit komt uiteraard meestal neer op “seksuele partners”) en belooft hun promotie, indien zij naar zijn zwarte missen komen.
b) Louter psychologische triomf: sommigen onder hen zijn reeds voldaan wanneer zij tijdens de zwarte missen geslachtsgemeenschap hebben met de vrouw van hun baas.
c) Een soort chantage: door zich in te schakelen in een magische sekte, waarin hun baas ook zit, “dwingen” zij hem als het ware promotie af in ruil voor hun stilzwijgen.
Een ander middel tot chantage is abortus plegen (zolang dit nog illegaal moest gebeuren). Het is namelijk zo dat als een meisje haar voorzorgen niet heeft genomen, de betovering meestal weinig uitwerking heeft en zij zwanger wordt. Dan staat er een privé-chirurg klaar of betaalt de hogepriester de kosten van de ingreep. Weer worden van alles de nodige documenten bewaard, zodanig dat wanneer het meisje de groep wil verlaten, men dreigt het gerecht op haar af te sturen.
Sociologisch zouden wij kunnen zeggen dat zwarte magie niet inherent met een bepaalde maatschappijvorm verbonden is: een “Victoriaanse” maatschappij werkt uiteraard de seksuele excessen in de hand, maar ook een “libertijnse”, want hierin zijn er steeds individuen aanwezig die seksualiteit toch nog altijd beschouwen als iets “duister” en zich dus liever onder een mysterieuze sluier verstoppen.
We zullen met hetzelfde krantenfragment eindigen als dat waarmee het boek zelf eindigt. Het komt uit de Sunday Times van 30 augustus 1970 en het verhaalt over een hippie, die een lift kreeg van een sociaal assistent, hem onderweg doodde, zijn hart opat en er met zijn auto vandoor ging om zijn vriend op te pikken. Toen de politie de beweegreden tot de moord trachtte te achterhalen, antwoordde hij: “I have a problem, I am a cannibal.” Blijkbaar wil Miss Johns hiermee nog een vermanende vinger opsteken en op onheilspellende toon ons aanraden: neem nooit een liftende, harige en hongerige hippie mee, want hij zou u wel eens kunnen opeten. Smakelijk.
En nu maar knus in jullie warme nestjes en denk eraan: oogjes dicht en snaveltjes toe!

Ronny De Schepper

(*) “Ach, zei hij, in de wereld van de occulte wetenschappen is de grens tussen Goed en Slecht tamelijk vaag, en wat Goed is voor de een is Slecht voor de ander. Ook in oude vertellingen lees je soms dat het verschil tussen een fee en een heks alleen een kwestie is van leeftijd en lieftalligheid.” (Umberto Eco, De begraafplaats van Praag, p.360)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.