De Duitse actrice Gudrun Landgrebe viert morgen haar zeventigste verjaardag. Ik ken haar vooral uit de film “Die Flambierte Frau”.

Halverwege een stijf etentje, laat een sierlijke bourgeoisvrouw (Gudrun Landgrebe) haar huwelijk in plan en zoekt ze een toevlucht in het wereldje van luxeprostitutie. Provocerende, ijskoele satire van de welvarende Duitse middle class door Robert Van Ackeren. Met Matthieu Carrière als de gigolo die de nieuwe minnaar wordt van de seksueel geëmancipeerde burgertrut.
Het echtpaar, de man/vrouw-relatie in een zich wijzigende maatschappij, is een constant thema in het filmoeuvre van Robert Van Ackeren. Deze West-Duitse cineast hanteert de camera als een socioloog, die de huwelijksgedragingen van de moderne burgerman en -vrouw registreert. Zijn meest succesrijke film tot op heden, Die Flambierte Frau (1983), vertrekt van een sociologische vaststelling: Van Ackeren merkte op dat tien op twintig prostituées uit de gegoede burgerij komen; elf van hen hebben een ander hoofdberoep, tien van hen bezochten de middelbare school en vijf legden hun eindexamen af en lopen hogeschool. De weg naar de prostitutie vloeit niet voort uit sociale ellende, concludeert de filmmaker.
Welke motieven een moderne vrouw wel kan hebben om prostituée te worden, werkt hij in Die Flambierte Frau uit. Eva (Gudrun Langrebe) verlaat haar man en geeft haar studies op. Ze wil een punt zetten achter haar saai leventje met een vast ingebed verwachtingspatroon en haar financiële afhankelijkheid. Ze wil naar haar zuivere gevoelskern, waar liefde op zichzelf kan bestaan en niet opgenomen is in een ruimer gezinskader. Daarom zal ze overdag haar lichaam « verkopen » en ’s avonds de zuivere liefde beleven. Werk en plezier worden in haar optiek mijlenver gescheiden. Met mode-ontwerper Chris (Mathieu Carrière) bouwt ze zo’n relatie op, waarbinnen de liefde op twee duidelijk gescheiden niveaus zal bedreven worden: professioneel en privé-vlak worden duidelijk afgebakend. Eva «ontvangt» op de eerste verdieping, Chris
op het gelijkvloers; ’s avonds gebruiken ze hun duplex om gezamenlijk lief te hebben.
Van Ackeren voert de scheiding tussen seks en liefde zo extreem mogelijk door: Eva en Chris leven schizofreen met een dubbele gevoelswereld en een dubbele dagindeling, waarin ze altijd met hetzelfde lichaam dubbel actief zijn. Eva ontdekt aanvankelijk in zich een nieuwe zelfstandigheid: jarenlang voelde ze zich gedomineerd door mannen, nu kan ze haar sadomasochistische klanten zelf domineren. Maar haar relatie met Chris loopt spaak naarmate Eva’s zelfstandigheid toeneemt. Het ideale koppel dat ze dachten te vormen, is in feite slechts een doordruk van Eva’s vroegere relatie. Ze heeft een man in de steek gelaten en hem vervangen door een andere, zonder aan de man-vrouw relatie wezenlijk iets te veranderen. Het thema van de onderlinge verwisselbaarheid van de partners dat Van Ackeren al in Das Andere Lächeln (1978) behandeld heeft, duikt in Die Flambierte Frau opnieuw op. Wat oorspronkelijk « exotisch » leek, blijkt naderhand burgerlijk en gewoon. Chris beseft dat de terugkeer naar het burgerlijke zijn enige redding is en wil met het verdiende geld een restaurant beginnen. Hij beseft dat de scheiding tussen seks en liefde in feite al burgerlijk is. Maar Eva bekijkt het vanuit een andere invalshoek: ze heeft zich niet in haar emancipatieproces geworpen om opnieuw in een huiselijk bestaan te belanden…
Van Ackeren toont mensen die hun leven intellectueel plannen en uitdokteren wat ideaal zou kunnen zijn. Maar tot een eerlijke relatie komen Chris en Eva nooit. Chris voelt dat Eva hem ontsnapt en wordt jaloers en agressief; Eva voelt zich in haar werk overdag beter dan in haar vrije tijd ’s avonds. In het traditionele denkpatroon van de man is een vrouw die hem ontsnapt een heks die moet verbrand worden: het beeld van de geflambeerde Eva hanteert Van Ackeren dan ook als de meest extreme uiting van de mannelijke eer. Maar tegelijkertijd is Die Flambierte Frau ook een melodrama over de illusie van de alternatieve levenswijze.

Referenties
Dirk Michiels, De illusie van het alternatief, Film & Televisie (inleiding: Patrick Duynslaegher in Knack)
Regie: Robert Van Ackeren / Scenario: R. Van Ackeren en Catharina Zwerenc / Fotografie: Jürgen Jürges, kleuren / Muziek: Peer Raben / Montage: Tanja Schmidbauer / Vertolking: Gudrun Langrebe (Eva), Mathieu Carrière (Chris), Hanns Zischler (Kurt), Gabriele Lafari (Yvonne), Magdalena Montezuma, Samomé, Catharina Zwerenc, e.a. / Productie: Robert Van Ackeren Filmproduktion, Dieter Geissler Filmproduktion, Pik 7 en Filmverlag der Autoren / 106 minuten / BRD, 1983 / Verhuurder: Excelsior.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.