Dit interview werd in de jaren tachtig afgenomen voor De Rode Vaan, maar de inleiding is blijkbaar eens aangepast in de jaren negentig, wellicht met het oog op een publicatie in het tijdschrift van de CSC. In de tekst zelf is dat echter niet consequent doorgevoerd en daar kan men nog altijd duidelijk zien dat het gesprek midden de jaren tachtig plaatshad. De epiloog met technische gegevens over de SCS komt dan weer wél uit de jaren negentig, toen ik voor de CSC werkte.

Heeft u er al eens bij stilgestaan dat minister Martens (*), alom geliefd bij theaterdirecteurs, vormingswerkers, jeugdmonitoren en tutti quanti, tevens de sport onder zijn bevoegdheid heeft? Dat het Olympisch Comité méér doet dan enkel maar atleten aanduiden voor de Olympische Spelen? Dat in het kader van de gewestvorming Frank Vandenbroucke en Johan Museeuw, om nog maar te zwijgen van Frankie Vercauteren en Jacky Munaron, eigenlijk tot een verschillende ploeg zouden moeten behoren? Dat er een hele filosofie aan de basis ligt als men topsporters wil kweken of integendeel de massa tot gezonde recreatie wil aanzetten? Heeft u er met andere woorden al eens bij stilgestaan dat sport eigenlijk óók politiek is?

We geven het toe, zelfs wij plegen dat te vergeten. Een prachtig doelpunt van Daniel Amokachi in de rechterwinkelhaak, een “dunk” van Michael Jordan, een splijtende demarrage van Johan Museeuw kunnen ons ook in een roes van vervoering brengen. Om nog maar te zwijgen van het feit dat we zelf ooit nog eens in staat zouden zijn zo’n doelpunt te scoren of zo’n demarrage te plaatsen. Wie de schoonheid van de sport nooit heeft ervaren, heeft maar half geleefd. Maar toch moeten we tevens met onze beide voeten op de grond blijven staan, zelfs als zouden we Eddy Annijs heten. Sport betekent ook: (infra)structuur, opleiding, opties nemen. Kortom, een beleid, geschraagd door een bepaalde ideologie.

16 pierre van thillo

En omdat wijzelf (**) geen uitgewerkte sportstructuren hebben en die van Praag of Moskou niet zo maar aan Antwerpen of Gent kunnen worden getransponeerd, gingen we praten met Pierre Van Thillo (links op de foto), algemeen secretaris zowel van de Vlaamse Arbeiderssportcentrale (VASC) als van de Socialistische Centrale voor Sportbeleid (SCS). Als dusdanig verheelt hij niet dat we hem bij de “think tank” van de SP moeten situeren. Anderzijds is hij niet blind voor beleidsfouten van die partij in het verleden en daarom kan het toch geen kwaad ons kritische oor even bij hem te luisteren te leggen, in afwachting van de andere tijden die ongetwijfeld nog zullen komen. Of niet soms, Bob?
– Een eerste vraag dringt zich als her ware vanzelf op: wat zijn VASC en SCS?
Pierre Van Thillo:
De VASC is de koepel van de arbeiderssportfederaties. De grootste federatie is daarbij ongetwijfeld de Socialistische Turnbond met een 25.000-tal leden. De Arbeidersvoetbalbond heeft er een 12.000-tal. De Arbeiderwatersportfederatie, beter gekend onder de benaming “De Vrije Zwemmers”, zit zo rond de 7.000. Dan is er nog de VAWAF, de Vlaamse Arbeiders Wandel en Atletiek Federatie, die rond de 6.000 leden draait. De FROS (Federatie voor Recreatie en Omnisport) is gegroeid uit MJA en ABVV-kadetten en heeft als hoofdbedoeling sedert haar oprichting in 1977 om de losstaande clubs bij elkaar te brengen, wat neerkomt op zo’n 10.000 leden. Ondertussen heeft deze federatie zich vooral gespecialiseerd in het inrichten van sportkampen (zie rv nummer 17).
Dan is er ook nog de BWF, de Belgische Wielerfederatie, voornamelijk actief in West-Vlaanderen, met nog niet ten volle 1.000 leden. Die doen aan competitiewielrennen en in mindere mate aan wielertoerisme, dat eigenlijk hoofdzakelijk bij de FROS zit. Verder is er dan nog de afdeling sport en openluchtrecreatie van de ATB-Natuurvrienden. Uiteraard hebben die bijna 15.000 leden omdat ze heel veel wandelaars hebben, daarnaast zijn er echter ook nog gespecialiseerde clubs zoals de Bergstijgers (alpinisme), de speleologen, de skiërs en de kayakkers. Dan is er nog een omnisportfederatie maar dan met een veel oudere structuur dan de FROS, met ook nogal wat wielertoerisme, die vooral recruteert uit het sociaal toerisme. En tenslotte is er de Arbeiders Volleybal Federatie, vooral actief in het Antwerpse en in het Waasland. In de provincie Limburg is er weinig of niets aan arbeiderssport. Dat is dus nog een ontwikkelingsgebied voor ons (lacht).
“ER IS GEEN VERSCHIL MEER TUSSEN EEN SOCIALISTISCHE SALTO EN EEN KATHOLIEKE”
P.V.T.: Kan men van de SCS zeggen dat het een onderafdeling is van de SP, dan is de VASC een orgaan dat enkel thuishoort in de socialistische “familie”. Of om het heel concreet te zeggen: je hoeft geen partijkaart in je zak te hebben om aan sport te mogen doen. De VASC en de SCS hebben wel hetzelfde bureau, omdat op die manier de theorie en de praktijk goed op elkaar kunnen aansluiten. De SCS is namelijk een studiedienst, zoals bijvoorbeeld ook het SEVI er een is, die beleidsvisies moet geven aan parlementairen of gewoon meningen moet verkondigen naar de buitenwereld, bijvoorbeeld naar het Olympisch Comité.
Zo heeft onder andere minister De Wulf ook het advies van het SCS ingewonnen wanneer hij zijn decreet over het wielrennen voor jongeren heeft opgesteld. Wij hebben toen positief geadviseerd wat een reglementering voor de jeugd betreft, maar we hadden wel bedenkingen bij het feit dat het enkel de wielersport betrof, terwijl men zich bijvoorbeeld toch kon afvragen of er ook bij het zwemmen geen misbruiken zijn. Uiteindelijk zijn we dan toch gezwicht omdat de wielerwereld wel een geval apart vormt wegens het feit dat de opleiders – of althans degenen die zich daarvoor laten doorgaan – totaal geen wetenschappelijke background hebben. Iemand die gekoerst heeft, een paar dikke billen heeft en dertig jaar is geworden, die zegt: nu ga ik opleider spelen. Dat is het niet, hé. Op die manier had De Wulf gelijk dat er iets moest veranderen. Eerst heeft hij het dan zeer drastisch veranderd, maar sedert het laatste decreet kunnen de min-vijftienjarigen uiteindelijk dan toch op de fiets zitten. Zij mogen zelfs onder zeer restrictieve vormen een wedstrijd rijden. Daar kunnen wij nu volledig achterstaan. Het is zelfs zo dat de Sportcentrale een eigen wielerschool heeft opgericht in het Leuvense, met de bedoeling een pedagogisch en wetenschappelijk verantwoorde opleiding te geven. Waar we echter niet op dezelfde golflengte zitten als De Wulf, dat is als hij stelt dat er één persoon verantwoordelijk moet zijn voor die opleiding en dat dit een licentiaat of een regent lichamelijke opvoeding moet zijn. Wij zeggen: en daarnaast een persoon die ervaring heeft in de wielrennerij. Een regent L.O. die nog nooit op een koersfiets heeft gezeten kan geen verantwoordelijke voor een wielerschool zijn! De Wulf heeft dat dan gedeeltelijk opgevangen door te stellen dat de opleider lesgevers mag aantrekken en daar zitten dan uiteraard wel ervaringrijke mensen bij. Maar we blijven er wel bij dat er ook aan andere sportdisciplines dient te worden gedacht.
– Ik wil toch nog even terugkomen op die eigen structuur van de VASC, want u zal er wel niet onderuit kunnen dat “verzuiling” een negatieve bijklank heeft, zodat die aparte structuur wel vragen oproept bij ons…
P.V.T.:
Ik vind verzuiling integendeel een positief begrip! De sporter, de man in de straat heeft op die manier de keuze: wens je aan heel intensief competitief zwemmen te doen om wereldkampioen te worden of zo, dan kan je beter bij de koninklijke federatie terecht, daar heeft men wat dat betreft meer mogelijkheden. Maar die bieden dan weer minder mogelijkheden op het zuiver recreatieve vlak.
Alles is hier nu eenmaal verzuild in België en zo hebben we ook in de sport een katholieke en een socialistische zuil, dat is historisch gegroeid. Daarvoor moeten we even teruggaan naar de turnwereld, de oudste sportfederatie in België. De koninklijke federatie is daarbij ontstaan uit de schermkringen in het Antwerpse en vlak daarop is de katholieke federatie ontstaan en de socialistische. We spreken nu over bijna honderd jaar geleden. Dat is gegroeid op verschillende manieren. In Gent probeerde men bijvoorbeeld meetings te houden en om de sprekers te beschermen richtte men een soort “veiligheidscomité” op. Om die mensen te herkennen deed men hen een wit hemd aan. Dat verklaart trouwens gedeeltelijk de witte kledij van de turners. Een andere kiem was dat men zag dat in Duitsland de gymnastiek geweldig in bloei was en dat dit bijna uitsluitend een aangelegenheid van het leger was. En daar wilde men een tegengewicht voor vormen. Op dit ogenblik is er echter geen verschil meer tussen een socialistische salto of een katholieke. De verzuiling is nu niet meer gericht naar het ideologische. Vroeger was dat wel degelijk zo. Als kleine turner heb ik ook nog eerst in de 1-meistoet moeten meelopen om dan te mogen gaan turnen. Maar die periode is voorbij. We zien uiteraard nog wel turners in 1-meistoeten mee opstappen, maar dat is dan uit vrije wil.
Wij doen nu éérst aan sport en als men weet bij welke structuur men thuishoort, is het al meer dan genoeg uiteindelijk. Zou men daar de term “Doorbraak” kunnen opplakken? Dat denk ik niet, zó sterk heeft dat nu eenmaal nooit gespeeld. Elke ideologie kan bij ons terecht, zolang men maar achter de filosofie van de arbeiderssport staat.
– En hoe zou u die filosofie dan omschrijven?
P.V.T.:
Die uit zich bijvoorbeeld in de manier van aanleren, de manier van in groep te werken. Bij onze federatie wordt bijvoorbeeld enorm de nadruk gelegd op het elkaar ondersteunen. Het sociale aspect is zeker zo belangrijk als het sportieve. Als we een titel zouden verspelen of een wedstrijd verliezen omdat we sociaal voelend hebben getraind, vinden we dat niet erg. Als de kameraadschap er maar is, dat is het voornaamste. Wij doen dus niet aan sport om topprestaties te leveren, maar wel voor de gezonde inspanning, lichamelijk en geestelijk.
Wat dan ook weer niet wil zeggen dat een goede sportman bij ons geen kans krijgt. Zo hebben we drie jaar geleden de Belgische kampioen in het turnen voortgebracht, Erik Smet van Hoboken. Die heeft heel veel faciliteiten gekregen om verantwoord te trainen. Wij wensen evenwel niet iemand zo te manipuleren dat hij in een keurslijf moet lopen en topprestaties moet neerzetten.
Maar over het algemeen zijn we dus meer naar het “Sport Voor Allen” gericht om die campagne van het BLOSO nog eens in herinnering te brengen.
“ZE ZIJN MET DRIE MAN, ZE GAAN EEN PINT PAKKEN IN HET CAFE EN ZE RICHTEN EEN FEDERATIE OP”
– Akkoord ikzelf ben bijvoorbeeld als wielertoerist aangesloten bij de BWB en daar heerst inderdaad een zekere ontevredenheid omdat deze bond als typische “elitaire” sportbond meer aandacht heeft voor de paar honderd beroepsrenners die er lid van zijn dan voor de duizenden wielertoeristen. Hier zou dus een bond met een andere “filosofie” zoals u dat noemt, zeker op zijn plaats zijn. Maar dan moet ik vaststellen dat ook bij uw wielerfederatie de nadruk ligt op de competitie, hoe valt dat dan te rijmen?
P.V.T.:
Daar heb je gelijk in. Dat is eigenlijk door omstandigheden dat wij zo’n federatie hebben. In de benaming vind je overigens niets van “arbeiderssport” terug. Het is dus eigenlijk puur toevallig dat de leidende figuren in die federatie socialistisch georiënteerd zijn en vandaar dus aansluiten bij onze koepel. Want dat moet ik er wel nog aan toevoegen, elk van die acht federaties zijn autonoom bij ons, in hun werking en in hun beslissingen. Men is alleen bij de VASC aangesloten om een algemene structuur te kunnen vormen naar het beleid toe. Want als je alles bij elkaar telt, dan zou je tot zo’n 65.000 aangesloten leden moeten komen. Als we dus een onderhoud vragen bij de minister die de sport onder zijn bevoegdheid heeft en je gaat met een gemeenschappelijk probleem daar naartoe dan kun je uit naam van die 65.000 spreken. Heeft iemand van die wielerfederatie een probleem, dan kan hij ook wel aan de deur kloppen, maar dat zal niet zo gemakkelijk gehoord worden als hij uit naam van zijn 1.000 leden spreekt, begrijp je?
Overigens vormt de wielersport in Vlaanderen voor het ogenblik een groot probleem. In Vlaanderen alleen al zijn er reeds twaalf federaties! Typisch voor ons landje natuurlijk. Ze zijn met drie man, ze gaan een pint pakken in het café en ze richten een federatie op. Op die manier moet men wel tot wanverhoudingen komen. Hier in Vlaanderen zijn er wel honderd federaties erkend door het BLOSO! Bij ADEPS iets minder, maar in het totaal zijn er toch meer dan 150 federaties in België! Terwijl er in de Duitse Bondsrepubliek slechts 64 zijn. Dat klopt dus niet. Vandaar dat het SCS zegt: die normen voor de erkenning van het decreet moeten herzien worden. Als je nu met 500 sporters bent en je hebt een werking in drie provincies, kan je betoelaagd worden. Dat is belachelijk. Vijfhonderd? Dat is een grote club, dat is alles.
Ik persoonlijk, maar dat is mijn persoonlijke mening, zou ook veel liever zien dat onze acht federaties zouden samensmelten tot één grote federatie. Maar je moet een kat een kat durven noemen: wat ga je doen met al die voorzitters en secretarissen? Maar in Oostenrijk kàn het. Daar is er één grote federatie van arbeiderssport, die zo sterk is dat de voorzitter van de arbeiderssportfederatie daar tevens de voorzitter van het Olympisch Comité is! In Zwitserland ongeveer hetzelfde: zeer sterk gestructureerd, met verschillende afdelingen die hun budget hebben en daarmee kunnen doen wat ze willen, zodat ze op die manier toch een zekere autonomie bewaren. Daar wil ik ook naartoe, maar daar is nog lang niet iedereen het erover eens.
– Ik wil toch nog eens terugkomen op die verzuiling, want ook daarover lopen de opvattingen nog steeds uiteen. Het zal u bijvoorbeeld allicht niet onbekend zijn dat het Olympisch Comité er met name in het turnen op aandringt dat er een betere verstandhouding zou zijn tussen de bonden, om nog niet te zeggen dat zij het liefst wellicht één overkoepelende bond tot stand zouden zien komen?
P.V.T.:
Het Olympisch Comité heeft dat vanaf 1977 inderdaad geprobeerd, ze heeft toen de bonden opnieuw bij elkaar gebracht na vroegere pogingen, maar een fusionering tot één grote bond is wel een utopie en dat heeft men ook dadelijk ingezien. Dat zou een verkrachting van de geschiedenis zijn. Er is toen wel een protocol geweest tussen de katholieke, de socialistische en de koninklijke federatie om samen te werken om de turntopsport beter te dienen. Het is ook zo dat Erik Smet eruit gekomen is, met gezamenlijk te trainen met de besten.
Maar 1977 is ook de periode van de splitsing van de sportfederaties. Er zijn er nu dus eigenlijk zes. Dat is een dubbel probleem. Als de Nederlandstaligen immers tot een akkoord kwamen, was dit bij de Franstaligen misschien niet het geval. Tussen haakjes: wij als sportfederatie wij zouden veel liever zien dat de sport en dan zeker de topsport nationaal zou zijn, want de sport is niet gediend met een opsplitsing. Als je naar het buitenland wil gaan met je topsporters moet dat nationaal gebeuren.
Maar om nu terug te keren op die turnfederaties: daar is dan een koude periode ingetreden tot vorig jaar eigenlijk. In die zin dat de koninklijke federatie dacht: die andere twee proberen ons monopolie te doorbreken. Zij zijn immers de vertegenwoordigers naar het buitenland toe. Maar toen heb ik als voorzitter van de turnbond – want dat ben ik ook nog – hen duidelijk gemaakt dat wij dat niet van plan waren, dat wij bijvoorbeeld hun stemrecht bij de internationale turnbond niet zouden trachten af te nemen, maar dat wij er wel voor zouden ijveren dat onze turners even goed in aanmerking zouden kunnen komen voor dergelijke wedstrijden dan die van hen. Als de kwaliteit daar is moet samenwerking mogelijk zijn. En dat begint nu te komen. Zo organiseert vanaf dit jaar de koninklijke federatie een interfederale wedstrijd, het zogenaamde “open kampioenschap van Vlaanderen”, en ik heb de indruk dat de problemen nu stilaan van de baan zijn, ook wat het uitzenden van turners naar het buitenland betreft.
“ZET VLAMINGEN EN FRANSTALIGEN BIJ ELKAAR EN HET ZULLEN DE FRANSTALIGEN ZIJN DIE HET WOORD VOEREN”
– Als overtuigd federalist – als ik dan ook eens in mijn persoonlijke naam mag spreken – huiver ik toch wel een beetje bij uw uitspraak dat de federalisering de sport niet ten goede komt. Ik ontken zeker niet dat er problemen zijn, maar in plaats van dan terug te grijpen naar de “goede, oude tijd” toen we allemaal nog één waren, vraag ik mij af of er nooit wordt gedacht aan een structuur zoals in Groot-Brittannië bijvoorbeeld, waar men in het voetbal en de cross-country aparte ploegen van Wales, Schotland, Engeland en Noord-Ierland afvaardigt?
P.V.T.:
Let op, ik ben er ook geen voorstander van dat de federaties opnieuw nationaal zouden worden! Tenslotte is onze eigen Sportcentrale toch ook gefederaliseerd sedert drie jaren? Je zit immers met een Franstalige mentaliteit en met een Vlaamse mentaliteit. Dat kun je niet ontkennen. Zet Vlamingen en Franstaligen bij elkaar in een vergaderng, het zullen de Franstaligen zijn die het woord voeren. Maar ga je naar het veld, dan zie je dat daar de Vlamingen actiever zijn, dat zijn meer werkers, uitvoerders. Maar het gaat toch niet op dat je bijvoorbeeld in de atletiek een toptrainer aantrekt, dat die uitsluitend de Vlamingen zou trainen? Of als we nog eens teruggaan naar het turnen: het ideale zou toch zijn dat men zoals in Nederland bijvoorbeeld een Russische trainer zou aantrekken. Maar dan kan je die toch moeilijk enkel voor die zes, zeven goede Vlaamse turners behouden? Dat is economisch niet verantwoord. Men zou mekaar dus moeten kunnen ontmoeten in een soort van topsportcommissie of wat dan ook om ervoor te zorgen dat de beste elementen van de beide landsdelen elkaar kunnen vinden om ze gecoördineerd naar het buitenland te sturen. Maar de rest, laten we dat a.u.b. gefederaliseerd houden, want anders gaan we aan de basis, dus juist wat de massasport betreft, achteruit.
– Ook de arbeiderssport heeft een internationale structuur?
P.V.T.:
Ja, de CSIT, Comité Sportif International du Travail. En daar zijn de VASC en onze Franstalige tegenhanger wél als twee afzonderlijke teams aanvaard. Maar dat is niet zo uitzonderlijk. Ook Frankrijk, Italië en Ierland hebben bijvoorbeeld twee federaties. In Italië en Frankrijk gaat dat terug op de communistische en de socialistische vakbond en in Ierland op de protestanten en de katholieken. En omdat die competities toch niet zó heel zwaar wegen, heb je er wel profijt bij want op die manier kan men dubbel zoveel Belgen afvaardigen. Als het echter over Olympische Spelen en zo gaat, mag je al blij zijn als je er één mag sturen.
– Als ik het goed begrijp, wordt er op de manifestaties van de CSIT dan toch ook aan competitiesport gedaan?
P.V.T.:
Ja, en we ontkennen ook niet dat er bijvoorbeeld in de atletiek een aantal mensen rondlopen met een dubbele aansluiting, omdat ze bij de VAL nooit een kans op een podiumplaats hebben, terwijl dat bij ons wél het geval is. En dat schept toch een zekere genoegdoening voor die atleten. Maar de grootste aandacht gaat ook hier naar de massasport. Wij zijn er fier op dat onze turnbond er als enige in België toch telkens weer in slaagt om 10.000 mensen tegelijkertijd te doen turnen. Dat is dan om de vier jaar op het grote internationale verbondsfeest, dat nog het best kan worden vergeleken met de Spartakiaden, waar wij overigens vaak naartoe zijn gegaan. In dat opzicht gaat 1987 een zeer belangrijk jaar worden voor de arbeiderssport, want dan is het vijftig jaar geleden dat de derde arbeidersolympiade in Antwerpen plaatshad, die na de fameuze Olympische Spelen van Berlijn in 1936 de vriendschap tussen de arbeiders heeft aangetoond en dat willen we dan ook groots herdenken in het Beerschot-stadion. Daarnaast zullen er ook nog andere sportmanifestaties zijn, waaraan hopelijk niet alleen alle landen van West-Europa, maar ook van Oost-Europa zullen deelnemen.
– U heeft het al gezegd: men hoeft geen SP-lidkaart op zak te hebben om aan arbeiderssport te kunnen doen. Anderzijds kan niet worden ontkend dat u wel degelijk onder de vleugels van de SP schuilgaat, al was het maar dat uw bureau, waar dit gesprek plaatsgrijpt, zich in het fameuze gebouw op de Keizerslaan te Brussel bevindt. Maar in Oost-Europa waar de arbeiderssport uiteraard ook zeer sterk uitgebouwd is, daar heeft men dan met een andere partij te maken, waarvan de benaming ons dan weer niet vreemd in de oren klinkt. Vinden die twee elkaar op internationaal vlak?
P.V.T.:
Helaas niet en daar zit de Tweede Wereldoorlog voor iets tussen. Voordien waren al die landen ook bij het CSIT – zij het dan onder een andere benaming – aangesloten. Er is op dit moment binnen het CSIT wel een discussie aan de gang of men de communistische landen opnieuw zal opnemen, maar de meningen liggen daarover ongeveer gelijkmatig verdeeld. Wat VASC betreft, wij hebben zeer goede connecties met die landen. Ter illustratie: in september van vorig jaar zijn wij met een turnploeg naar de Sovjet-Unie geweest voor een stage van veertien dagen, terwijl in april twaalf Russische turners naar België zijn gekomen. Maar dan wel om les te geven natuurlijk. Tegelijkertijd kunnen zij echter met onze structuren kennismaken, hoe we een sociaal-democratische structuur trachten uit te bouwen in een land dat helaas niet sociaal-democratisch is… Jaarlijks hebben wij ook twee uitwisselingen met Tsjechoslovakije, met Hongarije, met de DDR, wat dit laatste land betreft voornamelijk dan op het vlak van de atletiek. Met Joegoslavië zijn de contacten dan weer op zwemmen gericht. Dat heeft allemaal met bepaalde factoren te maken, maar globaal genomen kan men stellen dat de vriendschappelijke contacten toch tamelijk intens zijn.
De kampioenschappen van het CSIT, dat is natuurlijk wat anders. Die zijn beperkt tot West-Europa met als buitenbeentje Israël, waar ook de joodse gemeenschap van België wel voor iets tussenzit.
“HET OLYMPISCH COMITE OVERVLEUGELT STILAAN HET MINISTERIE”
– Hoe staat u tegenover sponsoring?
P.V.T.
: Tot voor een paar jaren was het woord “sponsoring” taboe bij ons en dat voor elke tak van de arbeiderssport. Door de economische crisis, jawel, hebben we wat dat betreft onze mening moeten herzien. Toch blijft voorlopig nog dit principe overeind: de sponsor, hoe klein of hoe groot ook, mag nooit een greep krijgen op die sport. Vandaar dat wij er bijvoorbeeld absoluut op tegen zijn dat de voetbalploegen die binnen een bepaald bedrijf ontstaan en aan onze competitie deelnemen, dat zouden doen onder de naam van de firma. Daar bestaat trouwens de bedrijfssportfederatie voor. We zien daarin een groot gevaar van het patronaat uit. Maar via de syndicale werking kunnen mensen gestimuleerd worden om aan sport te doen en dan wordt dat de ploeg “Culturele Centrale” of “ABVV-kadetten” van die of die gemeente.
– Van sponsoring naar Poma, het is maar een kleine stap…
P.V.T.:
Inderdaad, wat zien wij nu gebeuren met onze liberale minister? Dat de sport enorm geprivatiseerd wordt. Het Olympisch Comité is zich aan het uitbouwen en overvleugelt stilaan het ministerie, dus BLOSO. Het haalt stilaan alle macht naar zich toe. Het houdt zich bezig met opleiding, kadervorming, ja zelfs met schoolsport, denk aan de fameuze Lentespelen.
Dat is hun taak niet! Dat is de taak van de gemeenschap of van het ministerie. Het Olympisch Comité moet zich bezighouden met het voorbereiden van de topatleten. De elite kansen bieden om naar Europese en wereldkampioenschappen te gaan en uiteraard ook naar de Olympische Spelen zelf. Maar via sponsoring zijn zij nu alle macht naar zich toe aan het trekken. Via de Nationale Loterij en het bankwezen en dergelijke meer zijn zij zich aan het uitbouwen tot dé centrale macht. En deze liberale minister ondersteunt dat. BLOSO is-ie volledig aan het afbouwen. Daar zorgt hij er bijvoorbeeld niet voor dat de personeelsbezetting volledig zou zijn. Het is erbarmelijk hoeveel plaatsen daar nog open staan. Hijzelf heeft bijvoorbeeld recht op zes adviseurs en hij heeft er twee in dienst! Die andere vier plaatsen zijn nooit opgevuld. Ook niet door de CVP-SP-regering vroeger, dat moeten we ook durven zeggen.
Maar nu is het toch nog frappanter als we zien hoe die privatisering in de hand wordt gewerkt. Denk trouwens ook maar aan de machtige voetbal- en wielerbonden, aan wie het decreet tot federalisering ook is voorbij gepasseerd! Over al die zaken zijn we nu met de SCS een studie aan het maken om daarmee de parlementairen wakker te schudden en hen aan te manen daaraan iets te doen. Het geld dat naar die unitaire organisatie van het Olympisch Comité toestroomt, daar hebben ze totaal geen vat op. En als het zo verder gaat, zullen de federaties uiteindelijk uit de handen van het Olympisch Comité moeten eten. Terwijl dit toch de taak is van een openbaar bestuur, waarover men via de parlementaire weg wél controle kan uitoefenen.

SOCIALISTISCHE CENTRALE VOOR SPORTBELEID

Keizerslaan 13, 1000 Brussel
tel.02/548.34.44, fax.02/548.34.45

Voorzitter: André Van Nieuwkerke
Algemeen secretaris: Freddy Dupaix

HISTORIEK

De Socialistische Centrale voor Sportbeleid, kortweg SCS, werd opgericht in 1977 onder impuls van wijlen Louis Major. Toen werd namelijk de noodzaak aangevoeld om een coördinatie tot stand te brengen in het geheel van het sportbeleid en om een adviesorgaan te creëren dat de standpunten van de socialistische beweging zou voorbereiden inzake alles wat met sport te maken had.

DOELSTELLING

De SCS beoogt een studiedienst en een actief advies- en dienstencentrum te zijn op sportgebied voor de ganse SP-beweging.

WERKING

In het kader van haar opdracht rond het onderzoek, de opvolging, de begeleiding en de voorbereiding van het sportbeleid, ontplooit de SCS, een permanente algemene werking.

Hiertoe behoren:

a.het opvolgen van alle wetgevende initiatieven rond sport (Vlaams Parlement, Kamer en Senaat);
b.het uitwerken van eigen socialistische denkpistes en initiatieven rond het sportbeleid op de verschillende bestuursniveaus;
c.de ondersteuning van de SP-mandatarissen op federaal, Vlaams, provinciaal en gemeentelijk niveau via het verschaffen van inlichtingen en adviezen en het verrichten van opzoekingswerk e.d.;
d.van nabij volgen van de werkzaamheden rond sport in het Vlaams Parlement en de commissies en in de Vlaamse regering;
e.de coördinatie van de werkzaamheden van de SP-vertegenwoordigers in diverse organen;
f.de organisatie van studiedagen en een tweejaarlijks studiecongres rond sportproblemen. De thema’s worden gekozen in functie van de actualiteit;
g.de begeleiding en ondersteuning van de bij de beweging aanleunende sportfederaties.

Naast deze algemene, voornamelijk ondersteunende en coördinerende rol, kiest S.C.S. elk jaar een aantal thema’s die in de sportsector actueel zijn en nauw aanleunen bij de algemene politieke strategie van de SP. Hierrond wordt dan meer specifiek beleidsvoorbereidend werk geleverd.

TIJDSCHRIFT

SCS-Nieuwbrief.

VLAAMSE ARBEIDERSSPORTCENTRALE

Boomgaardstraat 22 bus 13, 2600 Berchem
tel.03/286.07.17, fax.03/286.07.34

Voorzitter: Marcel Colla
Secretaris: Pieter Verreydt
Verantwoordelijke: Marina Couwels

HISTORIEK

VASC werd opgericht op 27 juni 1980 als overkoepelend orgaan van de Nederlandstalige arbeiderssportfederaties in België.

DOELSTELLING

VASC heeft vooral tot doel de lichamelijke ontwikkeling te promoten en de sportbeoefening van alle amateurssporters te stimuleren. Op internationaal vlak wil ze de kameraadschap en solidariteit onder de verschillende volkeren bevorderen.

WERKING

VASC helpt bij de organisatie van activiteiten van haar federaties, die hun eigen volstrekte autonomie behouden, en van acties die de arbeiderssport bevorderen.

AANBOD

Meer dan 20 sporten kunnen wekelijks in georganiseerd verband beoefend worden.

De niet-georganiseerde sportbeoefenaar kan bij de arbeiderssport ook terecht voor sportkampen: deze worden georganiseerd tijdens de schoolvakanties in de verschillende disciplines. Iedereen die voldoet aan de gestelde voorwaarden kan deelnemen.

Daarnaast zijn er ook recreatieve tornooien: deze worden op regelmatige tijdstippen georganiseerd op verschillende plaatsen en voor verschillende sporttakken. Iedereen die wil kennis maken met een bepaalde sport kan hieraan deelnemen.

Verder zijn er natuurlijk bijscholingen. Om diverse colloquia over verschillende sporten en aspecten van de sport niet te vergeten.

VASC coördineert de uitwisselingen van internationale sportmanifestaties van de CSIT (Confédération Sportive Internationale du Travail). Deze internationale koepel kent een gestadige groei en telt ondertussen reeds 31 bonden uit 27 verschillende landen (België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Bulgarije, Cyprus, Estland, Letland, Litouwen, Rusland, Slovakije, Zwitserland, Algerije, Angola, Egypte, Israël, Marokko, Mexico, Senegal en Tunesië).

De voornaamste VASC-activiteiten waren de organisatie van de Arbeidersolympiade in 1987, diverse conferentiedagen voor trainers in uiteenlopende sporttakken en deelname aan verschillende CSIT-kampioenschappen.

TIJDSCHRIFT

VASC-News (driemaandelijks). Doelpubliek wordt gevormd door de federaties en haar clubs, mandatarissen, sportfunctionarissen en al wie belangstelling heeft in onze werking.

AANGESLOTEN FEDERATIES

-ASG, Federatie voor Algemene en Sportieve Gymnastiek
Boomgaardstraat 22 bus 50, 2600 Berchem
tel.03/286.07.57

-ATB, Sport en Openluchtleven
Provinciestraat 53, 2018 Antwerpen
tel.03/236.18.62

-AVB, Arbeiders Voetbalbond
Frans Baetenstraat 52, 2100 Deurne
tel.03/321.08.27

-AVBF, Arbeiders Volleybalfederatie
Halewijnlaan 45 E 9, 2050 Antwerpen
tel.03/219.27.99

-AWS, Amateurwatersportbond
Kalverenstraat 71, 2800 Mechelen
tel.015/55.74.32

-CC, Culturele Centrale
Hoogstraat 42, 1000 Brussel
tel.02/512.82.61

-Euro Budo, Vlaamse Vechtsport Associatie
Hulststraat 3, 3300 Kumtich
tel.016/81.65.79

-FROS, Federatie voor Recreatie en Omnisport
Boomgaardstraat 22 bus 35, 2600 Berchem
tel.03/286.07.60

-SCS, Socialistische Centrale voor Sportbeleid
Keizerslaan 13, 1000 Brussel
tel.02/548.34.44

-S-Sport, Senioren Sport
Sint-Jansstraat 32-38, 1000 Brussel
tel.02/515.02.41

-VASCO, Vlaamse Amateurssport Confederatie
Boomgaardstraat 22 bus 13, 2600 Berchem
tel.03/286.07.17

-VAWAF, Vlaamse Atletiek en Wandelfederatie
Perksestraat 31, 1800 Vilvoorde
tel.02/251.34.40

-VFSG, Vlaamse Federatie voor Gehandicapten Sport
Sint-Jansstraat 32-38, 1000 Brussel
tel.02/515.02.54

De VASC vertegenwoordigt 51.273 actieve Vlaamse sporters en een 1.000-tal clubs en sportverenigingen.

PROVINCIALE SECRETARIATEN

-Antwerpen: Boomgaardstraat 22 bus 13, 2600 Berchem
tel.03/286.07.17

-Oost-Vlaanderen: Boomgaardstraat 22 bus 13, 2600 Berchem
tel.03/286.07.17

-Vlaams-Brabant: Pater Damiaanstraat 10/8, 3000 Leuven
tel.016/22.20.39

-West-Vlaanderen: Korte Zilverstraat 5 bus 2, 8000 Brugge
tel.050/33.35.05

Referentie
Ronny De Schepper, Sport is óók politiek, De Rode Vaan nr.22 van 30 mei 1985

(*) Luc Martens als minister van cultuur én sport is een voorbeeld van die aanpassing naar de jaren negentig.
(**) Met “wijzelf” wordt dan de Communistische Partij van België bedoeld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.