Morgen zal het ook al 215 jaar geleden zijn dat in Madrid de Italiaanse cellist en componist Luigi Boccherini is overleden.

Luigi Boccherini werd geboren in Lucca als zoon van een contrabassist, van wie hij zijn eerste muzieklessen kreeg. In 1757 stuurde zijn vader hem naar Rome voor verder muziekonderricht. Na zijn terugkeer in Lucca speelde hij cello in het plaatselijke theaterorkest.

Tot 1764 was hij in hoofdzaak actief in Italië, hoewel hij ook jarenlang in Wenen verbleef, waar hij een tijdelijke aanstelling had als cellist aan het hoforkest. In 1765 kwam hij in contact met een van de toonaangevende componisten van de instrumentale muziek, de Milanese musicus Giovanni Battista Sammartini, met wie hij enige jaren samenwerkte.

Hij maakte uitgebreide tournees met de violist Filippo Manfredi in Oostenrijk en Frankrijk en oogstte veel succes in Parijs waar hij zijn eerste kamermuziek publiceerde. Toch leverde dit aanvankelijke succes geen vast werk op, zodat Boccherini en Manfredi de uitnodiging van de Spaanse ambassadeur in Parijs aanvaardden om naar Madrid te komen.

In 1769 vestigde hij zich in Madrid. In 1778 werd hij aangenomen in het privéorkest van Don Luis (de broer van koning Karel III van Spanje) als componist en kenner van kamermuziek. Nadat deze in 1785 overleed, werd hij benaderd door Frederik Willem II, koning van Pruisen, die hem in 1786 aanstelde op basis van een vast jaarlijks inkomen, met als tegenprestatie exclusief voor hem periodiek een serie kamermuziekwerken te componeren. In datzelfde jaar kwam hij in aanraking met de hertog van Benavente Ossuna die een privéorkest bezat, waar de succesvolste werken van die tijd op de talrijke muzikale soirees werden uitgevoerd. Speciaal voor zo’n soiree componeerde hij zijn enige opera, La Clementina (1786), eigenlijk een zarzuela, op het libretto van de dichter Ramon de la Cruz (1734-1794). Maar het bekendst is zijn ‘Menuet’ uit het strijkkwintet op.11 nr.5 (G.275) voor strijkers.

Hij componeerde een grote hoeveelheid kamermuziek, inclusief ruim honderd strijkkwintetten voor twee violenviola en twee celli (met als klassiek voorbeeld op.30 nr.6 (G.324), La musica notturna delle strade di Madrid), bijna honderd kwartetten voor strijkers en een aantal trio’s voor strijkers, en sonates. Zijn composities voor orkest bevatten onder andere symfonieën en celloconcerten.

Toch overleed hij in armoede op 62-jarige leeftijd in Madrid, maar waarom dat zo was, daar laat de Nederlandstalige Wikipedia ons in de steek. Daarom moet ik het slotwoord aan de Engelstalige versie laten: Boccherini fell on hard times following the deaths of his Spanish patron (1785), his two wives (1785 and 1805), and his four daughters (1796, 1802 and 1804). He died in Madrid in 1805, survived by two sons. His bloodline continues to this day in Spain. His body lay buried in the Pontifical Basilica of St. Michael in Madrid until 1927, when Benito Mussolini had his remains repatriated and buried in the church of San Francesco in his native Lucca.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.