Ik heb het al eerder gezegd: ik hou niet van whodunits. Ik heb daar elders een grote theorie over (hoe in dat soort boeken en films iedereen een potentiële misdadiger is enz.), maar het kan ook om een simpele reden zijn: ik zit er meestal mijlenver naast. Vooral bij films of televisieseries is dat vervelend: op het moment dat mijn vrouw al kan zeggen wie de dader is, ben ik nog aan het proberen om de juiste naam op het juiste gezicht te kleven. Ter verschoning kan ik uiteraard mijn slechte ogen inroepen, maar ik moet het toegeven: ik kan me gewoon niet genoeg concentreren op de intrige.

Maar wat dan gezegd van een boek dat reeds na dertig pagina’s het aantal kandidaten uitdunt tot drie? Dat is dus het geval met “Poppenspel” van Jorun Thørring. Ze laat daar de moordenaar (onder een pseudoniem weliswaar) immers bedenkingen formuleren over een onderzoek waaraan slechts vijf personen hebben deel genomen. Twee van die personen zijn dan nog de speurder (de Saam – we mogen niet meer Eskimo zeggen – Aslak Eira) en zijn sidekick (Berger). Dat ik er dan nog in slaag het hele boek de verkeerde dader in het vizier te hebben, zegt meer over mezelf dan over dit boek.
Dat onderzoek hield verband met iets gynecologisch en dat is niet echt verwonderlijk, want Jorun Thørring is zelf gynecologe. Een groot deel van het boek baadt dan ook in een medische sfeer. Dat is logisch, aangezien ze daar dus heel wat van af weet. Maar ze had ook op andere punten wat beter mogen opletten. Zo bindt de moordenaar een meisje spread-eagled vast aan een bed en probeert daarna haar broek uit te krijgen. Uiteraard lukt dit niet en komt er een schaar aan te pas, maar de auteur had toch beter moeten weten en hem gewoonweg niet aan zo’n onderneming laten beginnen! Trouwens, aangezien hij zijn slachtoffers verdooft, had hij het meisje toch kunnen uitkleden vóór hij haar vastbond?
“Poppenspel” (de originele titel luidt “Glasdukkene”; ik ken geen Noors, maar ik vind het sowieso al een veel betere titel) is ook zo’n boek dat als “literaire thriller” wordt aangeprezen. Nog zoiets waarvan ik de kriebels krijg, want wat is dan in godsnaam een “niet-literaire thriller”? De zinnen staan op hun poten, enfin in de vertaling (van Maaike Lahaise) toch, de paragrafen vormen een afgerond geheel, de korte hoofdstukken maken het lezen makkelijk. Maar is dit voldoende om het adjectief “literair” te hanteren? Als ik het begrip “literaire thriller” dan toch al zou hanteren, dan zou dat om een meerwaarde, een surplus bovenop het detectiveverhaaltje gaan. In dit geval zou het bijvoorbeeld de beschrijving van gewoonten en gebruiken van de Samische gemeenschap kunnen zijn, maar dan vind ik dat o.a. Peter Hoeg daar meer aanspraak kan op maken met “Smilla’s gevoel voor sneeuw”. Om nog te zwijgen over de cajungemeenschap bij James Lee Burke b.v.
Voor mezelf was het dus eerder een aanleiding om nu eens een tijdje geen detectives of thrillers meer te lezen, maar mijn vrouw heeft er daarentegen van genoten. Daarom ga ik eindigen met fragment uit het boek, met name waarin de titel wordt verklaard, zodat je zelf kunt beslissen wat je ervan vindt…
“‘Zo zie ik je het liefst.’
Die stem. Hij klonk bijna sympathiek. Praatte zachtjes, als tegen kind dat behoefte had aan troost.
‘Zo is het beter. Zo kun je je aan mij overgeven. Dat is beter dan je onbereikbaar op te stellen. Foto’s die zeggen “Kom, pak me dan”.’ Hij zong de woorden zoals kinderen doen als ze spelen. ‘En als we komen,’ vervolgde hij, ‘dan gniffelen jullie alleen maar, is het niet?’ Zijn lach rolde door het donker. ‘Jullie zijn als poppen in een etalage. Mooie siervoorwerpen die wij moeten bewonderen, maar van op een afstand. Want jullie zijn onbereikbaar. On-be-reik-baar.’ Het was alsof hij van het woord proefde, het in zijn mond liet liggen, er met zijn tong over likte en het daarna weer uitspuugde. ‘Wat een idiote gedachte. Jullie zijn namelijk broos. Breekbaar.’ Zijn hand, die over haar hele lichaam had gekropen, gleed naar haar nek en bleef liggen.
Angst week voor haat en verachting en ze hoopte dat het van haar gezicht te lezen was. Hij drukte haar hoofd hard tegen de onderlaag en zat ineens boven op haar. ‘Bereikbaar. Namelijk. Nu weet je alles over vernedering en onderwerping. Die les heb je geleerd.'”
(p.231)

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.