Het ontbijt is al decennia lang een vluchtige herinnering geworden. Tientallen jarenlang beperkte het zich tot het genot van ettelijke koppen koffie (‘het ruikt hier naar D.E.‘) en een gelijkelijk aantal met evenveel culinair genot gesmaakte sigaretten (minder trouw wat het merk betreft, van de heavy stuf als Gitanes en Gauloises over naar lichte brol als Belga tot eindelijk Peter Stuyvesant). Wat ligt het alles ver in het verleden!

De boterham, het witte brood rijkelijk besmeerd (of besmeurd) met chocopasta (Kwatta) of vooral in koude wintermaanden – zo heerlijk – met gesmolten chocolade, in een pannetje met boter en suiker net van het vuur, nog warm en knisperend (die Tiense geraffineerde!) op tong en verhemelte. Feest was dat. Nee koffiekoeken, pistolets… dat hoorde er nooit bij. Wel cornflakes in een later stadium, dat moet dan wel de periode van de lagere school geweest zijn. Confituur, allicht, zelf gefabriekte, homemade. Of van Materne indien de voorraad uitgeput was.

Zalige tijd toen er nog geen vragen gesteld werden of zo’n start van de dag ook gezond diende te zijn. Er moesten nog geen vruchten of noten verorberd worden, geen smoothies geknutseld, geen yoghurt geslobberd, niet op de darmflora gelet, de vitaminen niet geteld, en niet gecijferd of ik mij met voldoende proteïnen op de been zou houden de rest van de dag. Een sneetje met een reep chocola, zo’n ‘Koetjesreep’, of een ‘Perrette’ van Meurisse, waarom niet. Luidde de slogan niet ‘Chocolade is voedzaam en lekker’! Een beschuit met bruine suiker, of muizenstrontjes. Hagelslag, melk of fondant, slimme verkooptactiek wist zelfs een mengeling van beide in de doos te stoppen, voegde er later nog witte strontjes aan toe en dan oh mirakel verschenen er nog roze op onze boterham; die bleken niet zo’n succes vermoedelijk want ze overleefden me dunkt niet lang.

En toen verdween al dat lekkers plots uit mijn bestaan, waarom? Tijdsdruk, de ochtend was te jachtig, of waren de vervangende genotmiddelen de boosdoener… Hoe dan ook, ontbijten werd iets exclusief voor vakantie, of beter, voor reizen. Wie laat in een hotel of in een B&B nu het ontbijt aan zijn neus voorbij gaan? Je hebt er voor betaald, dat ook. Maar vooral: er is tijd en je staat oog in oog met (meestal) een rijkelijk voorzien buffet. Waar zich bovendien soms spijzen etaleren die jou niet zo vertrouwd voorkomen en dus intrigeren, het avontuur der smaakpapillen! Aanschuiven en aanvallen.
Mij meest dierbaar maar spijtig genoeg ook zeldzaam wegens niet haalbaar in de praktijk is het typisch Engels ontbijt. Ik maakte er kennis mee gedurende mijn eerste buitenlandse reis alleen, in Dover, logerend in een pub. Nee ik zie het mij niet knutselen in alle vroegte, spiegeleieren, spek, warme tomaten, witte bonen in tomatensaus, worstjes, toast met echte Engelse jam. Te bewerkelijk. Soms kreeg ik het nog wel eens voorgeschoteld, heel zelden, maar verder bleef het een vijfsterren-droom.

Het ontbijt… Zo’n twee jaren geleden pikte ik de draad weer op. De aanleiding was ongezonder dan het resultaat: een verblijf in het ziekenhuis. En de lichte dwang van de diëtiste daar en mijn te geringe gewicht. Dus gecapituleerd en mij begeven aan havermout met bessen en noten, cornflakes (alles inclusief melk), met – de duivel waakt – wekelijks twee zijsprongen met croissants. Dit alles overgoten met het onvermijdelijke sausje van ettelijke koppen D.E. en het smeulen van meerdere Peter S.’en, het moet tenslotte niet te gek worden met het wijzigen van slechte gewoonten.

Verandering, ja, maar niet alleen voor mij, in de loop der jaren was er heel wat gewijzigd. Gek dat het eerste ‘Hoekje van opa…’ handelde over gezonde voeding! Geen mens zou zestig jaar geleden geschreven hebben over quinoa denk ik, of over hummus. Geen idee op welk tijdstip een spoor van een vreemde keuken binnendrong in de woning en meer bepaald in de kookpotten van mijn ouders. Wellicht toen ik reeds de puberende jaren had bereikt. In welke vorm? Lange slierten vooreerst, in een kartonnen doos. En dan hun broertjes, het dikke formaat. Soubry, Anco. Ondersteund en populair gemaakt via de strandspelen aan onze kust; reeds beroemd door hun ‘lettertjes’ voor in de soep en hun eetbaar ‘engelenhaar’.

Spaghetti soms inclusief de rode saus, tomaten dus… En macaroni, opgediend met kaassaus en versnipperde hesp, nog steeds een favoriet. Maar die werd ook gebruikt in de zoetemelkpap, daartoe wel tot kleine hapklare stukjes herleid. Uit zijn compagnon, de botermelkpap, werd hij geweerd; die kreeg in ieder bord een streep mierzoete donkere stroop uit de ook kartonnen doos met die onbestemde vorm; raar iets, dat pak van de stroop waar je een hoekje van diende af te knippen eer het schenken kon beginnen en dat steevast na gebruik een spoor op de doos achterliet, heerlijk om je vinger er over te laten glijden en die restant behaaglijk op je tong te deponeren! Met die dikke vloeistof werden op het pap-oppervlak wel eens artistieke neigingen botgevierd: barista avant la lettre! (foto Wikipedia)

Niet dat de twee variaties van dit melkproduct mij zo vaak voorgeschoteld werden, meestal stond er soep op het menu. 
Verse soep was het meestal. Vader rekende het tot zijn eer die te produceren, bij voorkeur op zaterdag en dan voor meerdere dagen. De soepen van moeder droegen gewoonlijk, naast namen als tomatensoep met balletjes, kervelsoep en aspergeroomsoep, de overkoepelende titel Marie Thumas. De groenten die zij op ons bord toverde bleken trouwens ook vaak hun weg naar ons gevonden te hebben via een fabriek. Helaas voor haar was er nog geen microgolfoven, geen bereide gerechten in de supermarkt. Dus was zij wel nog aangewezen op het ordinaire patatten jassen, en moest zij haar toevlucht zoeken bij de slager en de visboer.

Het eten was de ordinaire alledaagse kost, geen liflafjes. Geen buitensporigheden. Zelfs wat vader meebracht van zijn rooftochten, zijnde de restanten van de trouw- en andere feesten waar hij als kelner ging helpen in de zaal van zijn zus, verdienden nooit het predicaat extraordinair, ook daar waren orde en voorspelbaarheid nog troef. Net als op zon- en feestdagen: gebraad, erwtjes en worteltjes, kroketten. Heel soms werd het vlees vervangen door een ordinaire kip! Feestelijker: frikandon, vleesbrood dus, met kriekjes in eigen nat – een tamelijk dikke saus bij voorkeur warm opgediend.
Ik mocht mij misschien gelukkig prijzen dat er nog geen sprake was van het fenomeen minuutsoep. Anders ware ik vaak geconfronteerd met zo’n kop dampende weinig smaakvolle substantie. Hoewel, dan hadden we elk onze individuele voorkeur kunnen laten gelden natuurlijk, ieder zijn smaak! We hebben die spullen, drie of vier zakjes in een doos, eerlijk gezegd nu ook in huis, als avondsnack soms voor een klein hongertje.

Wat een tijden, toen er nog geen afhaal- of breng-Chinees bestond, noch een pizzakoerier. Toen er nog geen dozen waren met ingrediënten waarmee je zelf een maaltijd kan knutselen, een soort bouwdoos als Lego maar dan met groenten, bizar. Het ging er toen heel ambachtelijk aan toe, zelf gaan kopen, zelf bereiden.

En wat er zoal ter tafel verscheen… Na de soep vormden de aardappelen het middelpunt van het festijn, meestal gekookt, soms in geplette vorm, gebakken, of in de vorm van frietjes (nog in de friteuse die op gas verhit werd, zo’n praktische die je in het stopcontact aansluit, nee, of zo eentje zonder olie of vet, of frietjes in de oven, voorgebakken en uit de diepvries – nee hoor, heerlijk ongezonde vette frieten in varkensvet gebakken, met homemade mayonaise al bestond Devos-Lemmens wel, maar vader rekende het tot zijn plicht als pater familias daar persoonlijk in te voorzien!). Deze grondstof ging vergezeld van groenten, deels seizoensgebonden en gehaald bij de kruidenier annex groetenwinkel op de hoek, deels uit potjes/blikjes (zie hoger). En om het geheel te completeren en substantiëler te maken toverde moeder er ook nog vlees of vis bij. Volgens inspiratie en aanbod en gril. Biefstuk, carbonnade, schnitzel, worsten; of het fenomeen ‘hamburger’ al doorgedrongen was tot onze kleinsteedse slagerij weet ik niet, ik bewaar er geen herinnering aan.

Uit het zeewater werd naar mijn bord opgediept: kabeljauw, stokvis, schelvis die mij steeds te glazig oogde om lekker te zijn, rog opgelegd in een dikke zure saus die blubberde op het bord zodat je hem kon laten schommelen rond zijn dikke graten. Het was het tijdperk dat vrijdag nog dé visdag bij uitstek was, katholieke verplichting, hoewel veeleer traditie vermoed ik al kwam mijn vader wel uit een heel rooms nest. Paling kreeg ik nooit voorgeschoteld, niet in het groen noch in welke kleur of op welke wijze ook bereid; de confrontatie met die beesten, levend en lustig kronkelend in hun ton op de donderdagse markt bleek voldoende om hen uit onze levensmiddelenlijst te schrappen, niet alleen voor mij, ook voor moeder. Mijn verwekker evenwel zag ik soms arriveren met een pakje van de visboer: hij smikkelde dan met enige boterhammen zo’n modderwroeters, zo’n lijketers inclusief de groene saus smakelijk naar binnen. Net zoals hij kon genieten, in zijn eentje en naar de keuken verbannen wegens de stank, van een stuk Herve-kaas, bij voorkeur heel rot en zodoende des te meer geur verspreidend.

Pensen kwamen ook ter tafel, zwarte meestal, met appelmoes (in dialect appeltrut), ook wel witte. Al dienden die soms voor bij de boterham. Dubbel gebruik, net als de pekelharing: bij de aardappelen gesavoureerd met ajuinsaus, maar bij brood… nee ik heb pas later die toch gezonde beestjes leren appreciëren. Telkens ze ter tafel kwamen beperkte ik mij dus tot het onderdompelen van mijn beboterde boterham in de azijn waar ze hun laatste dagen (weliswaar reeds als lijk) in hadden doorgebracht, en het oppeuzelen van de ringen ajuin die hen tot gezelschap gediend hadden.

Bijna vergat ik van ons à la carte-restaurant dit op het keuzemenu: patatjes met zoete melksaus en een zachtgekookt ei. Die saus was niet zoet, zij werd zo genoemd om haar te onderscheiden van deze bereid met karnemelk. Melk, bloem, boter, muskaatnoot, peper en zout… dagelijkse kost! Dit over de gekookte aardappelen, daar een zachtgekookt ei overheen duwen zodat de dooier zich smeuïg over het geheel kon verspreiden, en je had de lekkerste smeerboel die je je kon indenken!  
Avond ten huize van… we zijn hiermee bij de broodmaaltijd beland. Het beleg lag nog niet voorverpakt in de supermarkten, de slager of de kruidenier was de leverancier van de ‘mag-het-iets-meer-zijn’ en als kind ging je dolgraag mee want er werd altijd wel een ‘vleesje’ (opgerold) of een balletje gehakt in jouw handje gedeponeerd – zelden kon dat dode beest zo lekker zijn, vers uit de bloederige knuist van de beenhouwer!

En dan al dat lekkers fluks tussen twee sneetjes brood, wit of grof. Nee, al die oergezonde variëteiten waarmee ze ons nu bij de bakker belagen bestonden nog niet. Boerenbrood misschien wel. En op zon- en feestdagen bezondigde de meelbestuifde zich aan pistolets, sandwiches en stokbrood. En taartjes natuurlijk.

Wat peuzelde ik zoal op samen met mijn rijkelijk met ‘goede boter’ geplaveide stutjes (margarine werd geweerd)? De ordinaire dingen, hesp, salami, boulogne (hier gekend als spie), leverworst. Die hesp werd toen gesneden uit het corpus van onze oergezonde Vlaamse koebeesten en kwam niet uit Spanje of Italië, de chorizo waar ik inmiddels verzot op ben, die bengelde nog niet aan de haak bij de lokale dierenbeul. Ook het inmiddels nog weinig populaire uier werd door mijn tandjes vermalen, bestrooid met wat zout want anders was dat inderdaad een nogal smakeloze grijze substantie.

Al die liflafjes die je nu gepresenteerd worden als salades, tonijn, zalm, kip-curry, champignon à la grecque, Rubenssalade, in potjes die het milieu kelderen, daar zou je toen vruchteloos naar zoeken. Americain préparé van de chef niet verwaarlozen; waarbij ik me al mijn ganse leven de hersens beschadig met de vraag wie dan wel de gewone préparé mixt, is dat de echtgenote van de chef, of zijn vijfjarig neefje misschien… dat rundsgehakt kneden met eigeel, kruiden, kappertjes, worchestersaus… daartoe hoef je het woord niet eens te kunnen uitspreken toch.

Kaas in tegendeel vond ook zijn weg naar mijn gretige mondholte. Let op: jonge of oude; geen sprake van honderd variëteiten, geen netel- noch mosterdkaas, en al die ‘kazen van bij ons’? Vergeet het – Gouda, Edammer… Geen Brugge d’Or, of Chimay Grand Cru, Keiems Bloempje noch Wittekop, zo frivool ging het er bij ons avondmaal niet aan toe. De enige uitspatting bij het eten voor het slapengaan was soms dat het ultieme sneetje voorzien werd van een zoet ingrediënt, choco, confituur, hagelslag… En chips zittend voor het tv-scherm… toen bedroeg mijn schoenmaat reeds 42 denk ik.
Dan nog de drank. Bier zag ik niet verschijnen, dat moet gereserveerd zijn (in ruime mate) voor café en dan vooral aan de toog. Tenzij je het flutjesbier, het tafelbier – donker of licht – toch dat predicaat van het edele vocht durft mee te geven. Dat verscheen wel bij het noenmaal. Geleverd aan huis. Trouwens, zo werd er nog veel van het dagelijks rantsoen aan de deur bezorgd. Niet alleen door slager of vismarchand, iedere week reed ook een heuse kruidenier de straat in. Een grote wagen die alles bevatte dat de modale huisvrouw kon dromen, vers, in blik, in glas. De mobiele middenstand!

Drinken, ik genoot vooral van, naast melk, limonade (Fanta) of cola (echte, en nog geen nep zoals ‘zero’ of met citroen). Er waren ook dranken die meer hartverwarmend waren, Elixir d’Anvers met zijn ongezonde gele kleur; en die mayonaise met alcohol, advocaat… Tot mijn moeder de ontdekking van de eeuw deed, van hààr eeuw. De shaker. En meteen de whisky. Die zij combineerde met ijsblokjes en nog enkele mysterieuze ingrediënten. Daar voegde zij in de avonduren aan toe: onze huisdokter (zeer geziene gast) en later de superior van mijn college… twee mannen die na de dagtaak stoom kwamen aflaten bij een gezellige alcoholische babbel. Shaken maar. En dat alles in een glas met een besuikerde rand, ah ja, de hype van die jaren – ongeacht wat de inhoud van het glas was, het mocht vloeken met de inhoud, er diende gesuikerd te worden. Stijl primeerde.

Rest nog een culinair hoogtepunt te vermelden, voorbehouden aan de koude wintermaanden. Toen kon je op zondagnamiddag door de straat een stem horen schallen “Kreeeekelen, warme krekelen…”. En dat woord dekte de lading. Even later zaten we elk met een naald te peuteren in die kleine zwarte bolletjes om eerst het beschermend vlies te verwijderen en daarna het glibberige, gekronkelde wormpje er voorzichtig – niet breken – uit te peuteren. Om het warme, zilte ding vervolgens genotvol op onze tong te laten glijden, en zo langzaam verder richting keelholte te laten verdwijnen. Wat een degustatie. De oester van de kleine man.    

Onze eetcultuur is drastisch gewijzigd sinds de oertijden. We hoeven niet meer met een steen een of ander ondier de hersens in te slaan, noch met pijl en boog achter een voorhistorisch monster aan te jagen. Alles ligt fraai verpakt klaar in de rekken. Of we kunnen aanschuiven, veilig onder de hoede van de sterren van Michelin of de koksmutsen van Gaultmillau (nu ja ik niet, zo riant is mijn pensioen nu ook niet). En willen we zelf min of meer creatief zijn, er blijken voldoende gidsen om ons wegwijs te maken, de ene al wat angstaanjagend gezonder dan de andere: op Njam vinder we er, of kijk naar Peppe’s Pasta, naar Bekkari, volg ‘Dagelijkse kost’ of leer hoe zot van koken Loïc wel is…

Voilà, ik heb vanochtend mijn kom havermout met gedroogde vruchten en een keur aan nootjes versierd, met sojamelk uiteraard, daarna een oergezonde smoothie genoten. Inmiddels is het tijd om een Thaïse diepvriesschotel in de microwave te schuiven. Vanavond richt ik – helaas louter in coronagedachten – mijn stappen naar het geliefde restaurant waar in buffetvorm een wereldkeuken aangeboden wordt (Keizerskroon, Ankerstraat te Sint-Niklaas), oervlaamse kost, Aziatische en Afrikaanse smaken en geuren en kleuren… daar verzamelt de familie wel vaker – eten is ook een beetje reizen geworden! Een en ander… tot nader order!     

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.