De nieuwe winkel « Het peperboekenhuisje », Bogaardenstraat 79, 3000 Leuven, werd op 14 mei 1980 geopend. Daar kan u terecht tussen 9.30 – 12.30 en 13.30 – 18.00 voor het betere kinder- en jeugdboek.

Toen ik meer dan tien jaar geleden aan mijn prof van Engels vroeg of ik mijn eindverhandeling mocht maken over « Winnie the Pooh », het kinderboek van Alan Alexander Milne waarvan sinds het verschijnen in de jaren twintig miljoenen exemplaren zijn verkocht, dan kreeg ik een nul op het rekwest. Maar ik mocht wél een werk maken over ’s mans toneeloeuvre, sinds jaar en dag (terecht) vergeten…

Als het maar over echtscheiding gaat
Deze anekdote illustreert duidelijk welke de houding van de « literatuurwetenschappers » was in die tijd tegenover jeugdliteratuur. Nu is daar wel verandering in gekomen. Aan de KUL kreeg Rita Ghesquire zelfs de kans om een boek te wijden aan « Het verschijnsel jeugdliteratuur ».
Niet dat er verder zoveel veranderd is, helaas. De meeste mensen stappen immers meestal nog steeds een boekenwinkel binnen en vragen « een » boek voor « een » kind. Of liever : uit onderzoeken blijkt dat ze zich eerder naar grootwarenhuizen richten. Het spreekt vanzelf dat er daar geen enkele begeleiding is bij het kiezen van een geschikt boek en bovendien staan de dure, mooi uitziende maar inhoudelijk meestal waardeloze boeken op de beste plaatsen.
Versta me nu niet verkeerd. Ik vind niet dat een kinderboek op stencil mag worden uitgegeven als het maar over echtscheidingen, gehandicapten of homofielen gaat ! Neen, het is zelfs essentieel dat een kinderboek — ook al is het « alternatief » — er leuk uitziet. Bovendien mogen we ons ook stilaan afvragen of het niet aantikken van vele « alternatieve » boeken precies niet te maken heeft met het over het hoofd zien van essentiële kenmerken voor een kinderboek, zoals daar zijn humor en spanning.
Nu kan echtscheiding knap spannend zijn en met gehandicapten en homofielen wordt er nogal wat afgelachen, maar dat zal wel niet de bedoeling zijn, vrees ik. Of zoals Rindert Kromhout schrijft in een voor de rest nogal sjagrijnig stuk in « De Volkskrant » : « Het is schattig om te lezen dat buitenlanders, homoseksuelen, gescheiden ouders en bejaarden met één been óók mensen zijn, maar van een roman van driehonderd bladzijden verwacht ik iets meer dan dit alleen ».
Waar blijft de « literatuur » ?
Kromhout steekt zijn jeremiade vooral af omdat hij zich afvraagt waar het aandeel van de « literatuur » eigenlijk blijft in jeugdliteratuur. Zowel recensenten als schrijvers, zegt hij, zijn eerder bekommerd om het verhaaltje, welke morele implicaties het heeft, de verstaanbaarheid ervan enz., maar niemand bekommert zich om literaire normen.
Dat is dan buiten de waard gerekend en die waard heet Clara Hasaert. Van 16 tot 28 november wordt immers de twaalfde Vlaamse kinderboekenweek gehouden (hou voor activiteiten in dit kader de rubriek « activaria » in het oog) en bij de toelichting van het initiatief legde zij er de nadruk op dat « literaire kwaliteiten moeten doorwegen ».
Immers, zoals ik reeds zei, de « makers » (schrijvers, uitgevers, illustratoren en al wat ermee samenhangt) hebben wellicht ook gedeeltelijk zelf schuld aan het « ineenstorten » van de markt. Goed, enerzijds heb je de « brave » jeugdboeken die traditioneel (via de scholen b.v. en dan jammer genoeg nog niet eens uitsluitend de katholieke scholen !) het grootste gedeelte van die markt blijven afschuimen. Door hun ostentatieve gebrek aan kwaliteiten moeten zij noodzakelijkerwijze wel stagneren, zoniet achteruitgaan, maar men kan niet beweren dat dit ten voordele van de « progressieven » gaat.
Infodok mag dan nog beweren dat in Vlaanderen die neergaande trend zich nog niet heeft ingezet, in « De Morgen » is woordvoerder Selle De Vos tenminste zo eerlijk om toe te geven « dat het niet moeilijk is als je van niets komt ». Want wat doe je anders met de failliete uitgeverij Lotus die nochtans een interessant jeugdfonds had ?
Goede jeugdboeken bij Infodok
Infodok is een v.z.w. (gegroeid uit de jeugdbeweging KSA-VKSJ Brabant), die boeken verspreidt voor kinderen van vier tot zestien jaar. De boeken worden geselecteerd door een drietal regionale leesgroepen. Elk boek wordt daar op de (vragen) rooster gelegd van een aantal jonge mensen uit onderwijs, jeugd- en ander vormingswerk. En zo zijn ze tot een selectie van 200 « goeie » kinder- en jeugdboeken gekomen.
Voor Infodok is een kinder- en jeugdboek dàn geslaagd wanneer het de zekerheden van kinderen wat relativeert (« er zullen altijd rijken en armen zijn ») hen uitlokt tot het stellen van vragen (“waarom moeten wij heel de dag zwijgen in de klas?”), hen helpt in het uiten van gevoelens (“ik zie grootvader graag“).
Ook : laten zien hoe en waarom momenteel een aantal onwaarden en schrijnende onmenselijke structuren de meerderheid van de mensen onvrij maken en hoe je daar — op het niveau van de jonge lezer uiteraard — kan op reageren.
Dit staat tegenover de vanzelfsprekendheid waarmee in heel wat boeken de man-vrouw-rol, het comfort, de ongelijkheid tussen mensen… als normaal en behorend tot de « betere wereld » tentoon gespreid wordt. Kinderboeken die deze therna’s (aan)raken vinden ze — hoe dan ook — een belangrijke stap in de « goede » richting.
Welke die richting is, blijkt uit de manier waarop ze zichzelf voorstellen: « Het bestaande maatschappijmodel waarin we opgroeien en leven en werken kunnen we niet toejuichen. De mens vervreemdt van zichzelf, van de anderen, van de politiek en de gemeenschappelijke belangen, van de natuur… Er worden onrechtvaardige en onmenselijke toestanden in stand gehouden op allerlei vlak. De macht van het geld, het recht van de sterkste, vormen nog altijd een grote peiler van onze samenlevingsverbanden.
Gelukkig zijn er tekenen dat het anders kan. Er zijn historische tendenzen, groepen en mensen die een andere richting uitwillen. Daaraan werken we mee. Niet aan eender welke richting (om maar iets te zeggen : ook de VMO wenst een grondige verandering van het systeem). We willen werken aan een samenleving waar ieder op voet van gelijkheid aan zijn trekken komt en waar alle onderschikking geweerd wordt. Waar bezit en rijkdom gemeenschappelijke aangelegenheden zijn, waar iedereen meebeslist over dingen waarmee hij te maken heeft.
Actief aan verandering werken betekent :
— veranderingen op menselijk vlak : bewustwording ontwikkelen van een gemeenschapsgevoel, leren opkomen voor zichzelf… Kortom : mensen uit de greep van bestaande beknellende systemen helpen en aansporen anders te gaan leven;
– veranderingen op structureel vlak : bedrijfsleven, scholen, internationale verhoudingen… moeten grondig hervormd worden. Politieke en economische macht en bezit moeten verdeeld worden over de hele bevolking.
Die verandering kan ook niet van bovenuit komen, maar van de mensen zelf. Groepen, wijken, raden… moeten zich organiseren en zelf hun situatie in handen nemen, concreet gestalte geven aan een andere vorm van samenleven.
We zien Infodok dan ook vooral als een materiële steunpilaar voor de werking van een kritische en geëngageerde jeugdbeweging, onderwijsvernieuwing, vormingswerk. Doel en activiteiten van Infodok zien we als een goede aanvulling en zelfs als actief onderdeel van de bestaande jeugdwerk-methodiek. »
Problematieken waarrond wordt gewerkt, zijn :
— bezinning, inspiratie, evangelie en kerk;
— opvoeding, onderwijs, sociale actie, vormingswerk;
— oorlog, geweld, vrede;
— werelddelen en landen;
— algemene derdewereldproblematiek en ontwikkelingshulp;
— problemen bij ons milieu, natuur, wonen, marginaler, instellingen, arbeid, werkloosheid, emancipatie, jeugd, gezin…;
— kapitalisme, economie en arbeidersbeweging ;
– creativiteit, hobby, spel en speelgoed;
— eigen uitgaven en direct begeleidingsmateriaal.
Zoals in de visie gezegd, stelt Infodok vele leemtes vast in de informatie en documentatie, in de handel verkrijgbaar, vooral naar jongeren toe, en bruikbaar in onderwijs of vormingswerk. Ook is er nood aan begeleidingsmateriaal bij jeugd- en kinderboeken, en aan goede kinderboeken zelf.
Daarom geven ze zelf uit. Bovendien betekent dat een bron van inkomsten om de verspreiding van geselecteerd materiaal financieel haalbaar te maken.
Indien KSA-VKSJ het wenst, zetten ze ook hun beste beentje voor om hun uitgaven over ruime banen te verspreiden.
Alle besprekingen van de kinder- en jeugdboeken zijn gebundeld in twee boekjes (« Kies een goed kinder- en jeugdboek » Deel 1 en Deel 2), die bijzonder geschikt zijn voor ’t onderwijs. In die besprekingen staat ook vermeld of een boek geschikt is om gebruikt te worden in klas- of jeugdgroep.
Met de Nederlandse uitgave van de boeken van “Le sourire qui mord”, wil Infodok de bedoelingen van deze kleine Franse uitgeverij ondersteunen omdat het ook de hunne zijn. Ze willen kinderen de gelegenheid geven om dàt uit te spreken, waarvoor ze meestal te klein geacht worden. Daarom deze boeken: kinderen kunnen zich erin herkennen, met hun dromen en verlangens, vreugde en twijfels, problemen en angsten…
Elk boek uit deze reeks is een heel project. Een gans jaar door, wordt het thema aan honderden kinderen voorgelegd: in klassen, bibliotheken, lees-ateliers… Samen met de kinderen gaan de auteurs na of het verhaal aanspreekt, of het hen diep raakt, zowel naar inhoud als naar vorm (wisselwerking tekst-illustratie). Vele ouders en onderwijskrachten zijn betrokken bij deze projecten.
“Julie of de geschiedenis van het meisje met de jongensschaduw” was het eerste ervan dat in Nederlandse vertaling verschijnt. Het verhaaltje is voorspelbaar: Julie beantwoordt niet aan de normen die traditioneel van een klein meisje worden gesteld, krijgt hierdoor schuldgevoelens opgedrongen, die pas wijken als ze een jongetje ontmoet dat zich “meisjesachtig” gedraagt (dat is verdomd exact hetzelfde als wat wij net hebben gelezen in “De Roos”, je weet wel die geromantiseerde biografie van zangeres Janis Joplin).
De tekeningen zijn prachtig, maar de begeleidende tekst is zwak. Ligt het aan de vertaling van Liva Willems? Dat kan je natuurlijk enkel maar weten als je ook de originele versie hebt gelezen.
Na “Het verdriet van België” schotelt Infodok ons nu ook “Tienerverdriet” voor en die tiener is Marijke, een meisje zoals er wel veel zijn in België. Eigenlijk is Marijkes verdriet ook een beetje het verdriet van (jong) België.
Marijke is vijftien en dus “geen katje om zonder handschoenen aan te pakken” zoals haar moeder (pagina 10), maar ook zijzelf (pagina 57) schrijft. Maar een echt “probleemboek” waarin de abortussen zich opstapelen is het ook niet. Marijke loopt wel weg van huis, maar dankzij een priester en een oma komt het allemaal weer goed. Schrijfster Denise De Veylder (1923) heeft haar vorige werk dan ook bij het Davidsfonds en Altoria gepubliceerd … Alles bij elkaar schenkt deze niet geforceerde aanpak toch bevrediging. Matige aanrader voor braaf rebellerende meisjes.
Huilen wordt er ook in overvloed gedaan in “Tranen met tuiten”, een nieuwe vertaling uit de reeks “Le sourire qui mord”. Een tegenvaller. Misschien omdat er nu tekst bij afgedrukt is, wat in de vorige niet het geval was (behalve dan in het ook al niet zo geslaagde “Julie”), de tekeningen zijn immers nog steeds even mooi. Maar die tekst … nee, daar zijn toch te veel opmerkingen over te maken.
Het gaat dus over wenen. Maar dan blijkt dat zowel over een fysiologische reactie te gaan (uien schillen, stofje in het oog…) als over een psychische. En dat op dezelfde hoogte. Bovendien blijft het rollenpatroon gehandhaafd (ook al wordt er tegenin gegaan): “mama’s” wenen als “papa’s” niet naar huis komen en “papa’s” wenen hoegenaamd niet. Nu, de “mama’s” en de “papa’s” die Infodok-uitgaven in huis halen, die beantwoorden alvast niet aan dat patroon, waarom dus vasthouden aan die stereotiepen?
Ook over de taal valt wat te zeggen. De inleiding is daarvoor typisch. Door het gebruik van elliptische zinnen wordt er van het kind toch wel erg veel doorzettingsvermogen gevraagd om zich door het verhaaltje heen te bijten. Om nog te zwijgen van de tot tweemaal toe herhaalde fout “wenen doet je niet alleen” (pagina 12 en 46). Ook toch nog een opmerking over de tekeningen: waarom worden de Franse metronamen behouden, daar waar de Franse vlag wèl (onhandig) in een Belgische wordt omgetoverd?
Een andere reeks van dezelfde makers bevalt ons dan ook meer, want dit zijn “histoires sans paroles”. De eerste “vertaling”, als je dat zo mag noemen, “Kriebels”, is enorm bevallen, maar de twee nieuwe deeltjes die telkens rond het thema “dromen” draaien, stemmen ons minder enthousiast. Dromen kan soms lekker zijn (“Lekker dromen”), maar ook griezelig (“Griezeldoolhof”). Alhoewel er in “Lekker dromen” heerlijke tekeningen staan als het in het bad plassen of het in huis rondpeddelen, staan ze toch te zeer op zichzelf. Een “band” (geen “verhaal”) is er wel in “Griezeldoolhof” (zelfs een knappe cirkelsymboliek), maar deze doolhof is anderzijds toch wel bijzonder griezelig!
Begin 1995 verscheen dan (bij het Davidsfonds nog wel, maar wel nadat ze Infodok hadden overgenomen) “Beeld van een meisje” van Wim Daems, waarin de tiener Evelien haar eerste erotische ervaringen opdoet in het atelier van haar vader-beeldhouwer en nadien bij een charmezanger die ze bewondert. Het verhaal maakte echter vooral ophef omdat het zonder tegenwoord het revisionisme aan bod laat komen (het ontkennen van het bestaan van de gaskamers).
Voetballen is zoveel gezonder…
Maar naast al het voorafgaande en zelfs naast het voor de hand liggende feit dat jeugdboeken (zoals alles heden ten dage eigenlijk) te duur zijn, is één van de voornaamste factoren die remmend werken op de verkoop het ongelooflijke feit dat ongeveer 40 % van de ouders hun kinderen afmoedigen boeken te lezen ! Voetballen is immers zoveel gezonder…
Maar zelfs wie liever speelt dan leest, kan misschien terecht bij het vierde activiteitenboek van Infodok « In Spelen Op ». Al staan er naast bosspelen e.d., vooral « discussiespelen » in (rond verrechtsing, vrouwenproblematiek, kernenergie, enz.). 179 blz., 375 fr.
De studie van Rita Ghesquire is uitgegeven door Acco-Leuven, telt 200 blz. en kost 380 fr.
Bij Infodok zelf is « Een vreemd gevoel in m’n buik… » verschenen van Betty Elias (illustraties Kris Nauwelaerts). Het is in de « eenvoudige » stijl geschreven die door Kromhout wordt gecontesteerd als zijnde a-literair. 85 blz., 295 fr.
Bij Kritak tenslotte is het tweede deel van « Een tocht naar het geluk » van Bernard Benson verschenen, een alternatief maar toch « braaf » boek. Té braaf. 211 blz., 465 fr.
Laten we tot slot er nog op wijzen dat ieder die geïnteresseerd is in jeugd- en kinderliteratuur terecht kan bij een gespecialiseerd tweemaandelijks tijdschrift “Pluizer”, uitgegeven door de Pluralistische Organisatie voor Bibliotheekwerk in samenwerking met Infodok. Of men kan zich ook rechtstreeks abonneren op « De Boekenboot » (75 fr voor 4 nrs.), p/a Bogaardenstraat 79, 3000 Leuven.
Op uitzondering van de studie van Ghesquire zijn al deze boeken overigens te verkrijgen in de VPU-winkel.

Referenties
Ronny De Schepper, « Dank u, ik heb al een kinderboek », De Rode Vaan nr.45 van 1983
Ronny De Schepper, “Joost, Meesje, Sofietje, Marijke, Birgit en de anderen: hoe droef het is kind te zijn”, De Rode Vaan nr.18 van 1984

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.