De in Gent geboren actrice Karlijn Sileghem viert vandaag ook al haar 55ste verjaardag! (Mijn god, waar gaat dat eindigen?)

Ik ken Karlijn nog van in de tijd dat ik nog theaterrecensent was. Het was wel in de periode dat ik als journalist wat op de dool was, zodat ik mijn recensies niet altijd kwijt kon aan een krant of een weekblad. Vandaar dat er niet echt een lijn te trekken valt in wat ik uit die tijd aan nota’s heb overgehouden.
LOOK BACK IN ANGER
Op 24/8/91 werd het nieuwe seizoen van Arca geopend met een nieuwe montering van “Look back in anger”, deze keer in een regie van Annelies Lafleur en een decor van Arno Bremers. Met Karlijn Sileghem (Alison), Rudy Morren (Jimmy Porter), Vera Puts (Helena) en Mark Stroobants (Cliff). De rol van kolonel Redfern, vader van Alison, werd geschrapt, waardoor het sociaal-politieke element helemaal uit het stuk was verdwenen. Dit “monument” uit de jaren vijftig werd immers duchtig afgestoft door de Nederlandse Annelies Lafleur. Ze doet dat door verwijzingen naar de Golfoorlog en naar videospelletjes, door discomuziek en zelfs door een vals gezongen versie van Raymonds “Meisjes”. Het is allemaal hopeloos en je kan je afvragen of het stuk uiteindelijk niet vreselijk gedateerd is, al herkennen we in Jimmy het prototype van de “angry young man”, die 35 jaar later een punk zou kunnen zijn of een hooligan of weet ik veel welke ontevreden jongeling die zijn frustraties afreageert in zinloze agressie. Maar dat komt alvast door die ingrepen niet tot uiting. Daardoor blijft het stuk dus haperen en kon het net zo goed in de originele versie zijn opgevoerd (ik geloof zelfs dat Hugo Claus het nog als “Wrok om gisteren” heeft vertaald), die dicht bij het huiskamer-realisme ligt dat ook Achiel Van Malderen heeft beoogd in Harold Pinters “The Homecoming”. Juist op dàt gebied zijn er trouwens een paar vondsten (de bonbon-inkleding van Arno Bremers, de draaistoelen…) die de moeite waard zijn. Dat neemt niet weg dat de acteurs, net zoals in “De thuiskomst”, worstelen met de rol die hen wordt opgedrongen. Rudy Morren en Karlijn Sileghem, die ik reeds kende van bij Het Gebroed, doen weliswaar hun best als het ruziënde koppel Jimmy en Alison, maar het wil toch niet echt lukken. Vera Puts van haar kant moet als Helena het cliché uitbeelden van de oude vrijster die zich plotseling ontpopt als een vurige verleidster en ze doet het beter dan men zou verwachten. Mark Stroobants tenslotte heeft als de sympathieke Cliff de toeschouwers onmiddellijk op de hand. Hij buit dat een beetje te veel uit, wat in de hand wordt gewerkt door het feit dat “Look back in anger” op het theaterzoldertje van Arca wordt gespeeld en je dus werkelijk bij de acteurs op schoot zit.
WANJA! WANJA!
Op 4 september 1993 zag ik eindelijk ook “Wanja, Wanja!” door Theater Teater in een regie van Jappe Claes en een decor van Allel El-Berkani & Hugo Moens. Met Karlijn Sileghem (Sonja), Guy Segers (Wanja), Carina Van der Sande (Jelena), Axel Doumen (Astrov), Rosine Segers (Njanja), Patrick Jacobs (Telegin), Cin Scheers (Maman), Leo Segers (Serbrakov) en Lucia Bertrand (iemand die Dr.Astrov komt halen voor een spoedgeval). Dit is geen reprise van de voorstelling die acht jaar geleden te zien was in de Usine-à-Vapeur, maar een her-denken ervan, o.m. door een paar monologen opnieuw toe te voegen, die er in de eerste versie waren uitgewipt.
Dramaturg Pol Dehert wil vooral beklemtonen dat Tsjechov het stuk een komedie doopte (de eerste versie, “De bosgeest” uit 1889, kreeg expliciet die vermelding mee, ook al pleegde het hoofdpersonage daar nog zelfmoord; de misvatting van Tsjechov als melancholicus komt vooral door de ensceneringen van Stanislavski) en zo wordt het dan ook gespeeld. Met een globaal positief resultaat als gevolg. De maniertjes van Carina Van der Sande b.v. als oogverblindende schoonheid, die de verveling van het plattelandsbestaan komt doorbreken, staan haaks op de sérieux van haar aanbidder, Dr.Astrov, maar het wérkt. Net als de zuippartij met zijn “concurrent” Wanja trouwens.
Ik weet niet of het aan de bewerking ligt of aan Tsjechov zelf, maar alleszins werd in deze opvoering Astrov centraal geplaatst in zijn verhouding tot Jelena, waarvoor hij zelfs zijn heilige roeping als natuurbeschermer avant la lettre vergeet, en pas daarna Wanja, op dezelfde hoogte trouwens als de dochter van zijn overleden zus, Sonja. De interpretatie van deze rol is veel meer aanvechtbaar. Omdat Karlijn Sileghem (overigens de enige rolwisseling t.o.v. vijf jaar geleden) per se een “lelijk” meisje moet spelen (een haast even onmogelijke opdracht voor haar als voor Chris Thys destijds), gedraagt ze zich min of meer als een mentaal gehandicapte, wat niet klopt met de tekst, waarin ze zelfs als verstandig wordt afgedaan.
De andere personages hebben veel minder belang, ook de professor (Serebrakov), waarrond het eigenlijk allemaal draait, aangezien hij als weduwnaar van Wanja’s zuster nu is hertrouwd met Jelena en bovendien het landgoed van Wanja vanonder zijn gat wil verkopen, ondanks het feit dat Wanja zich destijds het brood uit de mond had gespaard om mijnheer te laten studeren. Maar zoals gezegd, dit dramatische aspect wordt meer naar de achtergrond verschoven, zodanig dat in die rollen de “amateurs” van het gezelschap nog een kans krijgen. Op die manier kan zowat de hele familie Segers opdraven en ook ene Patrick Jacobs die alleen maar de toeschouwers moet begroeten bij het binnen- en buitengaan en voor de rest van de voorstelling voornamelijk zalig snurkend kan doorbrengen.
DE KETEN DER VERNEDERINGEN
Gelukkig was er in het Arcatheater als afsluiter van een rampzalig seizoen op 6/4/1994, het enig mooie “Keten der vernederingen” naar de roman “Het congres” van Botho Strauss (1989). Terecht werd op locatie in het Pand gespeeld, want op die manier werd het koele, afstandelijke karakter van een theaterzaal vermeden en werden de toeschouwers dichter bij de actie, of veeleer: het erotische spel, betrokken (zie foto). De roman is immers in zekere zin een soort van moderne Decamerone. Op een congres van eventualisten ontmoeten een jonge en een oude professor elkaar. De oude Albin Scherrer (Rudi Van Vlaenderen) heeft de vader van de jonge Friedrich Aminghaus (Dirk Buyse) nog gekend en heeft hem gevraagd hem een boek over het toeval terug te bezorgen dat hij hem destijds heeft gegeven. Daarbij ontmoet Friedrich Hermetia (Karlijn Sileghem), de jonge vrouw van de professor. Scherrer wordt Tithonos genoemd, een bijnaam, die refereert aan de mythe van Eos die voor haar minnaar Tithonos bij Zeus het eeuwige leven afsmeekte, maar er wel tegelijk de eeuwige jeugd vergat bij te vragen…
Friedrich wordt meteen stapelverliefd op de mooie en verleidelijke Ermetia en zij blijkbaar ook op hem. Ze bekennen hun liefde aan Tithonos, die om bedenktijd vraagt. Terwijl hij op de binnenkoer van het Pand loopt te ijsberen, moet zijn beste vriend Czech (Albert van Tichelen) de twee een beetje in de gaten houden dat ze niet te veel aan elkaar zitten. Zo is de toestand als het “stuk”, dit “bedenktijd-congres”, begint.
Om aan deze ondraaglijke lichtheid van zo’n bestaan te ontsnappen, stelt Ermetia voor ophitsende verhalen te vertellen, zodat hun wederzijdse passie via die verhalen nog meer wordt opgezweept. Als leidraad kiest zij “de keten der vernederingen”, omdat zij ervan uitgaat dat in een relatie er altijd een dominant en een onderdanige is en dat die onderdanige, die vernederde daaruit dan lessen trekt om in een volgende verhouding de dominant te worden. Friedrich hecht hieraan geen geloof. Volgens hem zijn mensen voorbestemd om onderdanig of dominant te zijn en dan wel in àlle situaties. Toch zal hij om haar te plezieren verhalen vertellen waarin hij de vernederde is.
De verhalen worden steeds explicieter (en de kleren gaan navenant ook steeds meer uit), maar de verhalen die Ermetia vertelt kennen ook een steeds slechtere afloop. Dat geldt ook voor het ene verhaal dat Czech er eens tussengooit. Op een bepaald moment wordt hij weggeroepen en laat hij zich in zijn functie van waakhond vervangen door de volkse concierge (Tony Van Eeghem), die tot dan toe in een belendende kamer naar “Silence of the lambs” heeft zitten kijken. Deze mengt zich overigens ook in de verhalen met een volkse vertelling, zowaar over een waakhond (maar dan een echte) die op de duur verliefd wordt op de nymfomane dame die hij moet bewaken, zodat hij ook haar jaloerse minnaar haar niet meer laat benaderen.
Wanneer de verhalen dermate ophitsend zijn geworden dat Friedrich en Ermetia zich niet langer kunnen bedwingen, komt Czech terug binnen met de mededeling dat Tithonos een besluit heeft bereikt. Daarna verdwijnt hij met Ermetia. In afwachting van de komst van Tithonos bladert Friedrich in het boek dat Ermetia heeft achtergelaten: daarin staat dit hele verhaal te lezen alsof het al was gebeurd. Ook het slot natuurlijk, dat dan wordt voorgelezen door Tithonos. Het blijkt dat Friedrich voorbestemd was om vernederd te worden, want aangezien hij het verbod niet heeft doorbroken, heeft Tithonos een afspraak met Czech verloren, die erin bestaat dat het deze laatste is die Ermetia in dat geval mocht hebben. Zijzelf stemde daarmee in omdat zij van geen enkele van de drie houdt.
Tegelijk is Friedrich echter ook de Lezer en Ermetia de Boekfee en daarom eindigt het verhaal met een parabel die zegt dat Ermetia een vergeetachtig, opgewekt iemand zoekt, aan wie ze een groot geheim kwijt wil, dat die dan meteen ook maar moet vergeten, want anders wordt-ie erg ongelukkig. Er is niemand bij de hand die aan de beschrijving voldoet (want het mag geen kind zijn) en daarom stelt de menigte die ze toespreekt voor dat ze het gewoon aan elkaar zullen doorzeggen, zonder erover na te denken. En op die manier klinkt het als een brandende lont: ik hou van je, ik hou van je, ik hou van je…
Ondanks de ongeloofwaardige wending (niets in de houding van Czech, en zeker niet in de vertolking van Bert Van Tichelen, laat vermoeden dat hij ook maar enige belangstelling heeft voor Ermetia) is dit toch een prachtig stuk. Zoals ik in muziek van crescendo’s hou, is ook dit een urenlang aanzwellen (c’est le cas de le dire), zowat een voorspel voor het Guiness Book of Records. Er is geen echte regisseur (buiten de acteurs staat ook Dominique Mys vermeld, terwijl Chris Vanneste voor de productieleiding tekent, maar het lijkt me dat vooral Buyse hierin de hand heeft gehad), geen echt decor (wel een kunstwerk van Hans Weyers en schilderijen van Pierre Klossowski), eigenlijk zelfs geen echt stuk, maar toch is dit briljant. De barokke taal van Strauss, uitstekend gediend door een knappe vertaling van Gerda Meijerinck, heeft daar zeker ook mee te maken.
NAPELS
Nadien gingen we naar Napels. Maar om in Napels te geraken gaan we naar Nieuwpoort en toch blijven we in Gent! Nieuwpoort is niet echt een raadsel, dat geef ik toe: het betreft natuurlijk het Nieuwpoorttheater waar op 23/5/1997 opnieuw het stuk “Napels” van Arne Sierens en Johan Dehollander te bekijken viel. Maar hoe kun je nu naar Napels gaan en toch in Gent blijven? Omdat de verhalen van dit duo zo herkenbaar zijn, ook al zijn ze gesitueerd in Napels, in Parijs of zelfs tijdens het Laatste Oordeel. Let vooral op het schitterend acteerwerk van een jonge cast.
Het werd dus opnieuw verteltheater, gebaseerd op authentieke verhalen, zowel van assisentoeristen als van auteurs als Belcampo (over het Laatste Oordeel). Goele Derick, Koen De Sutter, Ann Miller, Karlijn Sileghem en Bart Voet brengen hun verhalen na en door elkaar. Kortom, verteltheater met een sociale dimensie. Het decor bestaat uit 50 vensters in aluminium die het gezelschap zich heeft aangeschaft bij een afbraak.
Ook bij “Napels” verwijs ik graag naar de uitspraak van Arne Sierens dat voor hem de Brugse Poort, de arbeidersbuurt waar hij opgroeide, hetzelfde betekent “als Rimini voor Fellini of Little Italy voor Scorsese: een plek waar de condition humaine zichtbaar wordt. Er wonen geen goden, maar sukkelaars; je ziet er geen tragedies, maar melodrama.” Hugo Claus zou zeggen: “Je moet de universaliteit in je eigen straat zoeken.”
TELEVISIE
Toen ik stopte met theaterrecensies, stopte ik meteen ook met theaterbezoek tout court, zodat ik Karlijn nadien enkel nog op het kleine scherm kon bewonderen. Dat was achtereenvolgens (op basis van de Internet Movie Database) in Heterdaad, Het Peulengaleis en Nefast voor de feestvreugde (al kan ik mij dit allemaal niet meer herinneren). Naar Recht op Recht en Sedes & Belli heb ik niet gekeken (buiten de gebruikelijke eerste aflevering die ik uit nieuwsgierigheid toch altijd wil zien), maar Katarakt herinner ik me nog heel goed (al was het maar omwille van de titel natuurlijk!).
Tussendoor was ze ook te zien in afzonderlijke afleveringen van politiefeuilletons (Flikken, Witse, Aspe…), maar ook b.v. in Tegen de sterren op, wat ik mij alweer totaal niet kan herinneren (“maar grootmoeder, uw geheugen!”). Zelfs Deadline 14/10 is voor mij in mist gehuld (ook weer alleen de openingsaflevering, neem ik aan). Maar haar rol in Tom & Harry staat mij (gelukkig) natuurlijk nog goed voor de geest!

Een gedachte over “Karlijn Sileghem wordt 55…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.