Op 23 april 1775 vindt de première plaats van “Il re pastore” (KV.208) in Salzburg. Mozart is dan goed twintig jaar oud.

Dit libretto van Metastasio was reeds door verscheidene componisten getoonzet, o.a. door Gluck. Mozart had de opdracht gekregen om het bezoek van aartshertog Maximiliaan, de jongste zoon van Maria Theresia, te vieren. Aangezien Salzburg over geen theater beschikte is de opera hoogst waarschijnlijk in concertante vorm uitgevoerd (het reisdagboek van de aartshertog spreekt trouwens van een “cantate”). Het onderwerp is een prins (Aminta) die te vondeling is gelegd en zozeer door het pastorale leven is gecharmeerd dat hij met tegenzin zijn ambt aanvaardt, als men hem ontdekt.
In de ouverture, die weer als symfonie wordt geteld door Christopher Hogwood, is zijn eerste aria verwerkt, waarbij zijn castratenstem vervangen is door een hobo, en ze eindigt heel toepasselijk met een “country dance”. Ongeveer tegelijkertijd schreef Mozart de concertaria “Si mostra la sorte” (KV.209) voor een rondreizend Italiaans gezelschap, maar men weet niet meer voor welke opera ze bedoeld was.
De symfonie in D (KV.213A of 204) van 5 augustus is ook alweer een deel van een serenade (de 1ste, 5de, 6de en 7de beweging), wellicht geschreven t.g.v. het einde van het academisch jaar. De finale heeft een experimentele structuur, die Mozart zal hernemen voor de finale van het vioolconcerto KV.218 dat hij twee maanden later zal componeren. (Op een CD uit 2008 met het Polish Chamber Orchestra speelt Nigel Kennedy de cadenza’s van dit concerto samen met een contrabassist, Michal Baranski.)
Samen met Michael Haydn wordt Wolfgang in 1775 vice-kapelmeester benoemd bij het Salzburgse orkest, waar ook zijn vader nog steeds vice-kapelmeester is, ook al zou hij reeds lang moeten bevorderd zijn (Luigi Gatti was kapelmeester, dat verklaart misschien ook de “eigen volk eerst” reactie van Mozart t.o.v. Salieri b.v.). Ten voordele van Colloredo moet men echter zeggen dat Leopold inderdààd meer met zijn zoon dan met het orkest bezig was.
Op 16 november opent de aartsbisschop een nieuw theater, maar toch levert Wolfgang geen nieuwe symfonieën af. Hij is het er wellicht reeds meer dan beu. Van zijn vader mag hij niet omgaan met “schorem” en door de hogere klassen wordt hij niet aanvaard.
Januari 1776, Salzburg: klavierconcerto nr.6 in B, KV.238. Net zoals bij het vijfde staat erbij dat het voor “cembalo” is bedoeld. Dat wil echter nog niet zeggen dat het voor een klavecimbel (een plectrum tokkelt de snaar) is geschreven, want de terminologie stond in die tijd niet vast. Het kan dus ook best voor een pianoforte (een hamer slaat de snaar) bedoeld zijn, net zoals alle latere.
Zijn volgende compositie (KV.239) is zijn zesde serenade (in D), ook wel “serenata notturna” genoemd. Eigenlijk is het een werk voor twee kleine orkestjes. Het eerste bestaat eigenlijk uit solisten (eerste en tweede viool, altviool, bas en… pauken), terwijl het tweede als “concerto grosso” fungeert.
April 1776: klavierconcerto nr.8 in C, KV.246, het zgn. “Lützow-concerto” omdat het besteld was door gravin Lützow. Het klavierconcerto nr.7 wordt in de integrale van Derek Han niet meegeteld, omdat het tegelijk ook het concerto voor twee klavieren is.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.