Vandaag is het al vijftig jaar geleden dat de film “Midnight Cowboy” de grote winnaar werd bij de Oscars. Dit wil zeggen: hij kreeg de Oscar voor beste film en ook voor beste regisseur (John Schlesinger). Merkwaardig genoeg pakten hoofdvertolkers Jon Voight (links) en Dustin Hoffman (rechts) naast het beeldje voor beste acteur en beste bijrol, die ging respectievelijk naar John Wayne voor “True Grit” en Gig Young voor “They shoot horses don’t they?”. Twee opkomende talenten werden dus naar de wachtkamer verwezen, ten voordele van twee ouwe knarren.

Als ik me goed herinner, was dit ook mijn eerste kennismaking met Dustin Hoffman, tenzij het in “Little Big Man” was, als Faye Dunaway de zeep gaat zoeken in zijn bad. Of misschien was het wel in “The Graduate” waarin hij ontmaagd wordt door Mrs.Robinson. Al deze films dateren immers uit het eind van de jaren zestig. De exacte volgorde van draaien kan ik natuurlijk opzoeken op de Internet Movie Database, maar dat wil daarom niet zeggen dat ik ze ook in die orde heb gezien. Want als ik het goed heb, heb ik alle drie deze films op de legendarische harde banken van Studio Skoop gezien en daarom kan ik ook niet meer precies zeggen in welke volgorde.
Maar goed, wat ik toen niet wist, was dat Dustin Hoffman in dat jaar (1969 dus) samen met Sidney Poitier, Harry Belafonte, Paul Newman, Steve McQueen en Barbra Streisand (de zogenaamde “progressieven” van Hollywood) de productiemaatschappij First Artist had opgericht om tegen de traditionele Hollywoodstudio’s in te gaan.
Hoffman kwam toen pas uit Lee Strasbergs “Actor’s Studio”, waar hij het fameuze “method acting” onder de knie had gekregen. Men kan “the method” samenvatten als: de emotie moet waarachtig zijn, niet voorgewend. Dat lijkt een goed uitgangspunt voor authentiek theater, maar niet iedereen denkt er zo over en dan wordt vaak het voorbeeld van Dustin Hoffman in “Marathon Man” aangehaald. Zoals de titel reeds aangeeft, moet Hoffman daarin nogal wat aflopen en een bepaalde scène met Laurence Olivier moest hij dan ook “buiten adem” vertolken. Goed, zei Hoffman, ik zal eens het blokje om lopen. Waarop Olivier, die uit de gedegen Engelse theatertraditie stamde, geërgerd zei: “Maar actéér dan toch dat je buiten adem bent, man!” Vele jaren later heeft Hoffman in een BBC-interview zijn versie van de feiten gegeven: hij zat op dat moment in een echtscheiding en wou nog eens de “stag” uithangen. Daarom had hij drie nachten in de fameuze Studio 54 rondgehangen onder het mom dat het hem van pas kwam voor zijn rol. Olivier zou daarop die uitspraak al lachend hebben gedaan.
Vele jaren later zou Dustin Hoffman zich bij diegenen voegen die de film “Natural born killers” van Oliver Stone een “fascistoïde film” noemden. Dustin Hoffman vindt namelijk dat er wél een verband is tussen film en realiteit, met name in het feit dat jongeren zonder inkomens en zonder toekomstperspectieven wel degelijk door filmvoorbeelden kunnen worden geïnspireerd. Hij verwijst daarbij naar de bloedbaden in Dunblane en in Tasmanië (1996). Actrice Holly Hunter reageerde daarop verontwaardigd: “Wanneer ik Dustin Hoffman op een persconferentie hoor klagen over het geweld in films, weet ik echt niet wat ik hoor. Hij is toch de acteur uit Marathon Man? Is dit de zoveelste toegeving aan political correctness?
Persoonlijk vind ik dit een slag onder de gordel. Dustin Hoffman lijkt mij wel degelijk écht begaan met de problemen van de moderne maatschappij. Zo heeft hij ook een bezoek gebracht aan een aids-afdeling, waar hij werd getroffen door de vele bezoekers daar, vandaar zijn uitspraak dat in de homo-gemeenschap “the real heroes” te vinden zijn. Hiermee alludeerde hij op de film “Hero” die hij toen pas had gedraaid in een regie van de Engelsman Stephen Frears. Dustin Hoffman speelt hierin de rol van een gepatenteerde misantroop, die getuige is van een vliegtuig-crash en ondanks alles zijn leven riskeert om 54 passagiers te redden. Hij wil echter liever niet beroemd worden en daarom geeft een dakloze, gespeeld door Andy Garcia, zich uit als de heroïsche redder. Als er echter ook een prijsticket aan vastkleeft, komt Hoffman tot andere ideeën. Geena Davis is in deze film een TV-journaliste die ook werd gered en tracht uit te vissen wat er werkelijk is gebeurd. Het scenario is van D.W.Peoples (cfr.“Unforgiven” van Clint Eastwood) vormt op die manier een (mild)komische parodie op de Amerikaanse behoefte aan helden en de manier waarop de media aan die behoefte voldoen. Vooral als blijkt dat de “slechte” het geld heeft gebruikt voor goede doeleinden (zijn collega-daklozen). Vandaar trouwens dat de oorspronkelijke titel “Hero” wegens marketing-doeleinden in “Accidental hero” moest worden gewijzigd en dat men een ander slot moest draaien. Het hielp niet: de film flopte in Amerika. Men lacht daar niet straffeloos met helden.
Persoonlijk was ik eveneens niet erg onder de indruk van deze film en ook andere recentere films met Dustin Hoffman die ik heb gezien, vond ik misschien wel aangenaam om naar te kijken (vooral de manier waarop hij Captain Hook gestalte geeft in de gelijknamige film van Steven Spielberg of de geloofwaardige vrouw die hij neerzet in “Tootsie”, maar ook de slapstick “Meet the Fockers” of de actiefilm “Outbreak”), maar zeker niet zo memorabel dan de films uit zijn beginperiode. Maar dat wil dan anderzijds weer niet zeggen dat er geen pareltjes tussen zaten. Ik denk dan vooral aan “Rain man” van Barry Levinson. De scène in het bad, wanneer hij met Tom Cruise “I saw her standing there” van The Beatles zingt en Cruise zich realiseert dat Raymond (Hoffman) de “rain man” is, waarover hij het steeds had en, meer nog, dat het onvrijwillig zijn schuld is dat Raymond naar een instelling moest verdwijnen, is één van de ontroerendste scènes die ik ooit heb gezien. (Het personage van Raymond was overigens gebaseerd op een bestaande persoon, namelijk Kim Peek, 1951-2009).
Acht jaar later, in 1996 dus, zal Barry Levinson opnieuw een beroep doen op Dustin Hoffman voor een “klein maar fijn” rolletje in zijn rechtbankdrama “Sleepers”, waarin vier jonge delinquenten wraak nemen op de bewakers die hen destijds in een zogenaamd “heropvoedingsgesticht” hebben misbruikt. Voor hun plan hebben ze een advocaat nodig die zelf geen ambitie heeft om te schitteren, maar enkel doet wat hem wordt opgedragen. Een pareltje dus voor Dustin Hoffman die een alcoholieker neerzet die op alle momenten uit zijn rol dreigt te vallen.
In 2002 was er “Moonlight mile” van Brad Silberling, waarin Dustin Hoffman de echtgenoot speelt van Susan Sarandon. Zij reageren beiden verschillend op de dood van hun dochter als “collateral damage” in een passionele moordaanslag. Vooral hun houding tegenover wat hun “schoonzoon” zou worden (uitstekende vertolking van een jonge Jake Gyllenhaal) is hierin doorslaggevend, zoals zal blijken.
En dan maken we een sprong naar 2008, wanneer Dustin Hoffman een film op zijn maat krijgt aangeleverd door Joel Hopkins (ook scenarist). In “Last chance Harvey” speelt hij een gescheiden vader die zozeer van zijn dochter is vervreemd dat hij een nauwelijks getolereerde gast is op haar huwelijk (een herkenbaar gegeven!). Ook zijn carrière als componist van jingles kan hij op zijn buik schrijven. Maar dan ontmoet hij Emma Thompson en ondanks het leeftijdsverschil voel je met je ellebogen aan dat het gaat klikken tussen die twee, want het is tenslotte een “feelgood movie”. Dat gebeurt dan ook, maar niet zonder de nodige hindernissen en misverstanden. Het beste van de film zit dan ook in het eerste deel, waarin de desolaatheid van het bestaan tastbaar is, zowel dat van hem als dat van haar. Maar juist dàt doet een mens dan snakken naar een “happy end”, dus niet zaniken!
In 2010 is er voor Dustin Hoffman een mooie bijrol weggelegd als de ex-politieagent, tevens vader van Barney (Paul Giamatti) uit “Barney’s version” van Richard J.Lewis, naar de roman van Mordecai Richler.
Wat ik mij tot slot afvraag: op een privé-feest van Siemens was Dustin Hoffman zo gecharmeerd door de muziek van “onze” Dirk Brossé dat hij hem uitnodigde een celloconcerto te schrijven voor zijn volgende film, die zou handelen over een jonge, zieke maar briljante celliste en haar vader; maar dat is nu al enkele jaren geleden en ik heb daar sindsdien niets meer van vernomen. Dus Dirk, als je dit mocht lezen, graag een woordje uitleg. Ik hoop alleszins dat dit project niet dezelfde weg is opgegaan als de film die Dustin Hoffman destijds over de Ronde van Frankrijk wou maken…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.