Toneel, het theater, mijn ganse leven zo’n beetje mijn stokpaardje, een rode draad. Maar waar kwam die fascinatie vandaan?

Met de genen meegegeven? Zou best kunnen, mijn vader droeg het mee. Over hem en zijn tribulaties op de planken, en later achter de schermen van toneelkring Sint-Genesius had ik het al vaker. Dus het gezegde en cliché ‘het bloed kruipt…’… Maar toch, twijfels, want die genen, als ik dan dieper graaf is er niks te bespeuren, zijn ouders noch grootouders, geen spoor van enig theatertalent noch ambitie in die richting. Niet dus? In reïncarnatie geloof ik ook niet bepaald, hoe leuk het ook zou zijn om me te herinneren dat ik ooit een middeleeuwse potsenmaker op een marktplein was, of een hofnar aan de voeten van een fraai uitgedoste prinses. Nee, dat dus evenmin, laat ik het maar bij mijn nuchtere actuele zelf houden. Misschien mijn prille jeugd, of nog iets eerder? De moederschoot? Ooit schreef ik immers een essai over ‘Het kosmisch bewustzijn van de foetus’, wie weet wat zich daar reeds afspeelde… Daar moet ik het ooit mogelijk eens over hebben, in een ‘Hoekje’, over dat kosmisch bewustzijn van die worm, best leuk en intrigerend, later… Maar nee, wat ik me werkelijk herinner: een soortement doos als cinemascherm met boterpapier waarachter je uitgeknipte figuren, zwart geschilderd, sjablonen, manipuleerde in tegenlicht – een primitief poppenspel. Later kreeg ik een heuse grote (even hoog als ikzelf toen) houten poppenkast, twee decors bevatte die, met uiteraard de nodige poppen: enkele, mijn trots, bezaten een houten hoofd, ze vormden de kern. Een prinses, een koning, een Jan Klaassen, een schrikwekkende duivel (vuurrode kop, puilende ogen, neus als een snavel), in later stadium aangevuld met goedkopere exemplaren uit plastiek. Begon het toen? Verhalen en dialogen verzinnen, intriges, drama’s, rudimentaire psychologie? Daarnaast, als inspiratiebron, dook er ook het flikkeren van filmbeelden op. Mijn veel oudere broer bezat een filmprojector en wat kreeg ik daar vooral en hoofdzakelijk te zien: korte slapstickfilmpjes van en met het ‘Zwart Manneke’, een knaapje dat hilarische stoute dingen uithaalde. In een tijd dat je nog ongestraft ‘zwart manneke’ tegen de gekleurde medemens kon zeggen. Net als je de man die op kermissen en andere evenementen zijn even gekleurde snoep verkocht probleemloos ‘Zwarte Jef’ mocht noemen, hij wàs nu eenmaal heel erg zwart, niks aan te doen. Schaduwbeelden, poppenkast, het zwart manneke, Laurel en Hardy (de Dikke en de Dunne, geen taboe om hen zo aan te duiden, wellicht kende ik als 6-jarige niet eens hun namen)… waren dat mijn vroege inspiratiebronnen, mijn eerste gidsen op het glibberige pad van de bühne? Wie zal het zeggen. Of raakte ik begeesterd toen ik mijn broer zag evolueren in enkele zangspektakels op school waar hij de hoofdrol vertolkte – ik heb er geen herinnering meer aan behalve enkele foto’s en een partituur. Maar wie weet, on(der)bewust.
Bewust, concreet, daar duiken twee elementen op. Enerzijds de literatuur. Anderzijds mijn vader, zonder genen dan, in levende lijve. Welke kronkelpaden hebben ons verdere leven bepaald, via welke grillige wegen arriveerden we waar we ooit terecht kwamen. Het is een bizarre zoektocht, een gissen is het. Veel meer dan een blind graven blijkt het niet te zijn. Was het inderdaad het schimmenspel, de tronie van de duivelspop, waren het de houterige bewegingen van het zwarte manneke… Was het later de kennismaking met theaterteksten zoals ‘A Midsummer Night’s Dream’ van Shakespeare, eerst in vertaling maar daarna zelfs in een Londens theater. En deze van Hugo Claus die ik vol begeestering las, ‘Suiker’ en ‘Mama, kijk, zonder handen’, maar vooral ‘Een bruid in de morgen’, wat had ik graag ooit de rol van Thomas vertolkt naast zijn zus Andrea, of liever nog dit psychologisch drama zelf geregisseerd. Het lezen van de dialogen van Samuel Beckett (‘En attendant Godot’, de monoloog ‘Krapp’s last tape’ die ik inderdaad jaren later zou regisseren), Harold Pinter (o.m. ‘The caretaker’), Eugène Ionesco met zijn heerlijk-absurde teksten als ‘La leçon’, ‘Les chaises’ (ook later een regie) en ‘Le roi se meurt’. En uiteraard Arthur Miller, ‘Death of al Salesman’, ‘A View from the Bridge’, en gekoesterd door mij en daarom zo’n twintig jaar later op de planken gezet het beklijvende ‘All my sons’. Ook Edward Albee zette ik neer tussen de coulissen met ‘Zoo Story’, helaas niet met zijn meesterwerk ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’. Het was uitgeverij Manteau die deze teksten ontsloot in grote pockets, waarin telkens meerdere stukken opgenomen waren. Laat ik ook niet vergeten: Wedekind die met ‘Frühlings Erwachen’ indruk op me maakte. Overwegend psychologie dus. Maar toen ik kennis maakte met het fenomeen ‘The Living Theatre’ verruimde zich mijn blik. En toen waren er de boeken van (en over) Gorden Craig ‘On the Art of the Theatre’ en Antonin Artaud (‘Le théâtre et son double’). Maakte ik kennis met de Verfremdung van Bertolt Brecht. Maar vooral de theorieën van de Actors Studio van Elia Kazan en Lee Strasberg die terug gingen op deze van Stanislavski zouden mijn inzichten op het terrein van de regie blijvend bepalen. Een literair duwtje werd bovendien gegeven, ere wie ere toekomt, door mijn leraar Nederlands, Anton van Wilderode… Goed, de aanzet was er, uiteraard liep dat alles wat door elkaar maar ik belandde in de academie, uitspraaklessen, voordracht, toneel. Daarna meerdere conservatoria, het RITCS, acteren, regie, om tenslotte terecht te komen… niet in het beroep maar naast een job om den brode dan toch regisserend bij talloze amateurgezelschappen in het Waasland en rond Antwerpen. Amateurs, nee op die benaming rust een taboe…
Liefhebbers zijn het. En het zijn er veel. Wat drijft hen. Wat motiveert hen. Het blijft een raar fenomeen, wat jaagt al die mensen zoveel avonden het huis uit. Wat dwingt hen om al die brokken tekst in te studeren. Waarom dwalen ze, na tientallen, soms honderden uren repetitie, over een podium, te kijk voor een publiek; en dat gedurende misschien drie voorstellingen. Wat een inspanning. Hoe liepen ze ooit in de val… Meestal meegesleept door familie, vriend(in), buur. Soms ook wel na oorspronkelijk onschuldig als publiek aanwezig te zijn geweest, een ongezonde belangstelling beginnen koesteren. Ach ja hoe raakt men verstrikt in iets dat uiteindelijk een flink deel van je leven zal bepalen. Dat zich als een virus in je lijf en ziel zal nestelen, dat als een kwaadaardige zwam zal groeien, als een schimmel zal woekeren, een drug, een verslaving. Wat betekent dat zogenaamd liefhebberstoneel voor die duizenden die jaarlijks twee- of driemaal per jaar met zweethandjes tussen de coulissen wachten op hun cue om voor het voetlicht te komen. Er is de samenhorigheid, het gezamenlijk aan iets werken, naar iets – een min of meer waardevol en toonbaar eindproduct – streven. Dit samen beleven beperkt zich niet tot repetities en voorstellingen, vast niet – essentieel voor velen is de ‘afterparty’! De ruimte waar men zich in het zweet werkt is vrijwel steeds geannexeerd aan een dranklokaal, zeg maar café. En het is uitermate nuttig de keel na al die geforceerde inspanning duchtig te smeren, zodoende worden hier onder het nuttigen van enige hectoliters en het wisselen van intimiteiten of grappen en grollen de banden verder gesmeed. Overigens, dit alles geldt ook voor de mensen op het achterplan – even onmisbaar – deze die instaan voor decor, de technische ploeg, het bestuur, de souffleur (meestal souffleuse). Het hoeft geen betoog dat na afloop van de werkelijke voorstellingen – de spanning valt plots weg, de euforie is totaal en overweldigend, wat een succes alweer! – men elkaar letterlijk in de armen valt, juicht en jubelt en ei zo nauw eeuwige trouw zweert. Goed, toegegeven er duiken in de loop van het productieproces wel eens spanningen op. Mevrouw X had begerig gelonkt naar de rol die juffrouw Y kreeg omdat die tien jaar jonger oogde. En de heer A kende na acht repetities nog geen drie zinnen tekst, wat mijnheer B hem woest naar het hoofd slingerde. Terwijl binnen het bestuur bijna geknokt werd of men nu eens niet een psychologisch drama zou brengen i.p.v. die eeuwige blijspelen: “ja maar dan verliezen we ons publiek, de mensen verwachten dat van ons, een lach…” “we moeten ooit iets anders durven, we moeten vooruit, verder, hogerop…” enfin de eeuwige ‘artistieke’ discussie. Succes, ja het applaus, de toejuichingen. Ook dat is zo’n blijvende stimulans, iets om verslaafd aan te worden. Al die klappende handen op het einde wanneer je staat te buigen, te groeten met een trots hart. Oh, en telkens er in het verloop van het stuk een lach opklinkt, op het geschikte moment uiteraard, of zelfs een open doekje. Of als de zaal verstilt op een dramatisch, geladen moment. De respons. Het contact met al die mensen, dat veelkoppige publiek dat jou, alleen jou ademloos aanstaart vanuit dat zwarte gat, voor wie jij gedurende twee uren dé persoon bent die hun aandacht waard bent. Het streelt het ego, de eigenwaarde. Je betekent iets in de maatschappij. Hier profileer jij je. Goed je hebt een dagelijkse job, de waardering is klein, het moet om den brode; maar hier… Zelfs de dagen na de voorstellingen zal men er nog over spreken, je nog feliciteren, jou nog herkennen als personage, bij de bakker, bij de slager jou een woordje toevoegen “hoe goed het wel was” en jij zal minzaam en bescheiden de lof oogsten. Terwijl je je een god mocht wanen, daar op de scène. 
 Enkele bezitten meer ambitie, zij lonken met één, of twee ogen, naar het beroepstheater. Helaas velen zijn geroepen… Oké, soms doet men een beroep op een gezelschap om te komen figureren bij film of televisie. En ook gebeurt het dat een individu wordt gevraagd als figurant, ja zelfs als edelfigurant. Geen te grote illusie beste liefhebber. Wees tevreden indien je een nog ademend lijk bij ‘Witse’ mag spelen. En juich en jubel mocht je het ooit zover schoppen dat je in ‘Thuis’ over het scherm defileert als pierewaaier in Bar Madam als daar nog eens een verkleedfeestje georganiseerd wordt, jij dan uiteraard onherkenbaar met een masker en bij uitzending tegen familie en vrienden trots zeggend: “die, die met zijn narrenpak, dat ben ik, zie je het niet?”. Nee een springplank is het zelden, de uitzonderingen… Natuurlijk is het ook een hobby. Weg uit de sleur. Ontsnappen uit de routine, uit de huiselijke kring indien die er is, of uit de eenzaamheid. Het alledaagse ontvluchten. Iets anders verrichten dan de routine, andere mensen ontmoeten. Een bezigheid, een amusement zoals al die anderen met hun postzegels of hun kaartersclub, maar… op welk hoger niveau! Nee dan is de liefhebber-toneelspeler toch anders bezig. Artistiek! Voor zichzelf en voor zijn publiek. Hij neemt een plaats in in het culturele leven. Hijzelf beseft dat hij, mét iedere productie, telkens in de huid van een ander personage kruipt. Dat hij zich een individu, of type, moet eigen maken, zich alles moet toe-eigenen, om het even of het een humoristische figuur dan wel een dramatisch karakter betreft. Het is een psychologisch spel, nee een opgave, een opdracht, die afhangt van het stuk, de rol, de dialoog, de regie, en waaraan hij, de acteur tenslotte gestalte zal moeten geven. Hoe fascinerend, louterend, bevrijdend kan dit zijn, tot welke vaak verrassende inzichten weet dit hem te voeren… Doet hij het ook hiervoor, onze amateurtoneelspeler? Wie weet. In ieder geval blijft hij avond na avond opdraven naar de repetities, blijft hij urenlang over een brochure gebogen om die brokken tekst in het hoofd te stampen, teistert hij huisgenoten met de vraag om – zijn geheugen testend – uit het tekstboekje hem alle rollen voor te lezen zodat hij kan invallen op de gepaste plaats, trotseert hij klamme handjes en knikkende knieën voor iedere voorstelling… Dan is er het applaus, heel even de euforie, en tenslotte… wachten of er in de volgende productie een fraaie rol voor haar/hem is voorzien. Zodat het doek opnieuw voor hem kan opgaan, en dan… applaus!

Johan de Belie    

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.