De Nederlandse (opera-)zangeres Charlotte Margiono (foto YouTube) viert morgen haar 65ste verjaardag…

De Nederlandse laureate van de BRT‑belcantowedstrijd 1984, Charlotte Margiono (officiële naam: Charlotte Marie-Louise Heijdemann), mocht in 1993 in naam van Nikolaus Harnoncourt, diens prijs in ontvangst nemen die de Belgische Muziekcritici hadden gereserveerd voor zijn opname van de negen symfonieën van Beethoven met het Chamber Orchestra of Europe. Zij deed dit, omdat zij één van de solisten voor de negende symfonie was. Maar precies dààrom had ze eigenlijk ook de prijs in ontvangst kunnen nemen voor Harnoncourts opname van “Cosi fan tutte”, want ook hieraan verleende ze haar medewerking.
Charlotte Margiono was overigens erg ziek tijdens die opname. In een interview op de Nederlandse Radio 4 verklaarde ze: “Ik kon niks. Het was dan ook de eerste keer dat ik cortisone heb genomen. De volgende ochtend kon ik een hoge C zingen. Dat is gewoon niet normaal. Angstaanjagend. En nadien ben je kapot. Ik heb zelfs een toernee moeten afzeggen. Je gebruikt zoveel verkeerde energie. Je hebt dan een opname achter de rug en dan kom je ’s avonds thuis en dan ga je nog eventjes de vloer dweilen of zo. Je hypert gewoon maar door met die rotzooi.”
De maand daarvoor hernam ze in de Nederlandse Opera haar rol van Fiordiligi, die in 1990 haar doorbraak betekende. De regie was van Jürgen Flimm en hetzelfde trio (Flimm-Harnoncourt-Margiono) vonden we vanaf 7 mei 1993 ook terug in een nieuwe enscenering van “Le Nozze di Figaro”. Op 6 mei had in Amsterdam trouwens een colloquium plaats, waaraan de Vlaamse musicologe Greta Haenen haar medewerking verleent. Hiermee werd dan de Mozart/Da Ponte-cyclus afgesloten. Dan had Charlotte ook de drie grote sopraanrollen van Fiordiligi, Donna Elvira en Gravin Almaviva alle in haar geboortestad Amsterdam vertolkt, in twee gevallen zelfs als roldebuut.
Daarnaast schitterde ze ook reeds als Vitellia in “La Clemenza di Tito” (o.a. in Aix-en-Provence en Salzburg), als Arminda in “La finta Giardiniera” (in Parijs). Deze rol zingt ze ook op de CD, alweer met Harnoncourt, maar deze keer met het Concentus Musicus, uit 1992 met naast zich Edita Gruberova als Sandrina, Monica Bacelli als Ramiro, Dawn Upshaw als Serpetta, Uwe Heilmann als Belfiore, Anton Scharinger als Nardo en Thomas Moser als Podestà.
In “Die Zauberflöte” vertolkte ze zowel de Eerste Dame als Pamina (respectievelijk in Amsterdam en Aix-en-Provence en in Bordeaux). Naast deze Mozart-rollen werkte zij ook aan de uitbreiding van haar lyrisch repertoire: Mimi (La Bohème), Marie (Die verkaufte Braut), Agathe (Freischutz), Rusalka en de Gravin uit “Capriccio”.
Daarna debuteerde zij aan de Scala van Milaan en vertolkte zij nogmaals Fiordiligi zowel bij de Wiener Staatsoper als tijdens de Wiener Festwochen. En om haar veelzijdigheid te bevestigen nam ze er bovendien nog Freia uit “Das Rheingold” bij in Bordeaux!
Al die verplaatsingen doet ze met een “mobilhome”, waarin ze dan ook logeert: die Hollanders, nietwaar! Buiten de reeds genoemde Mozart- en Beethoven-opnames met Harnoncourt, nam ze ook nog de Missa Solemnis en Brahms’ Deutsches Requiem op met John Eliot Gardiner. Haar concert-repertoire omvat werken van Gluck, Mozart, Mendelssohn, Beethoven, Brahms, Strauss, Mahler, Ravel en Villa Lobos.
En zeggen dat Charlotte Margiono nooit de ambitie heeft gehad om te gaan zingen! Zij speelde eigenlijk blokfluit op het conservatorium van Arnhem, maar een bijvakdocent maakte haar attent op haar vocale capaciteiten. “Hij wilde dat ik hem wat dingen voorzong, maar ik wist toen helemaal nergens van. Ik heb b.v. de ‘Rejoice’-aria gezongen, kan je nagaan! Flap, zonder techniek, dat knalde er gewoon uit, met een heel hard tremelootje in mijn stem. Maar de mensen die daar toen naar luisterden, o.a. Aafje Heynis, waren toch wel erg onder de indruk en hebben me meteen in het derde jaar geplaatst. Zelf kon ik daar helemaal nog niet bij. Ik had zo een houding van: ‘men’ vindt dat ik een goede stem heb, maar zelf wist ik dat helemaal niet zeker. En dat is heel lang zo gebleven. Ik kwam weliswaar uit een artiestengezin met heel veel Bühne-ervaring, vooral op dans- en kabaretgebied, want mijn moeder en mijn zusje zijn danseressen. Mijn moeder was zelfs solodanseres in de operahuizen van Straatsburg en Keulen en dat soort steden. Toen ik een jaar of tien was heeft ze een Latijns-Amerikaanse groep opgericht en daar heb ik ook mijn hele jeugd in meegedaan. Dus wat dat zingen aanging, heb ik ooit letterlijk gezegd: ‘Nou goed, dan zal ik het maar doen, maar alleen maar oratorium, geen opera aan mijn hoela!’. En Aafje Heynis deed heel wijs alsof ze daaraan toegaf, maar het is natuurlijk heel anders uitgepakt. Ik heb eerst in Nederland twee jaar operastudio gedaan (o.a. ‘Simone Boccanegra’ en een opera van Zemlinski) en dan ben ik voor twee à drie jaar naar de Komische Oper van Oost-Berlijn getrokken. Op 1 januari 1988 heb ik in Bern mijn eerste Mozart-rol gezongen, namelijk de Contessa uit de Figaro. Ook hier heb ik eigenlijk niet om gevraagd. Het is gewoon zo gelopen. Ik voelde me daar eerst zelfs helemaal niet prettig bij want bij de Komische Oper had ik ‘La Bohème’ gezongen en ‘De verkochte bruid’ en ‘De lustige weduwe’, een heel ander vak. En dan moet je ineens naar Mozart. Dus die grote angst die iedere musicus dan heeft, was ook bij mij aanwezig. En bovendien is de Contessa niet de gemakkelijkste rol om mee te beginnen. Maar ik heb dan weer mazzel gehad want mijn tweede Mozart-dirigent was Armin Jordan en die is zo ongecompliceerd! Bij hem zong ik Vitellia. En dan kwam Harnoncourt daarbij en dat heeft tot een bijzonder diepgaande ontwikkeling geleid, zodat ik mij ontzettend verbonden voel met Mozart.”
Charlotte Margiono: “Ik voel mij ontzettend verbonden met Mozart. Ik wil ook nog wel andere dingen zingen, ik denk aan Rossini, enkele Verdi’s en Puccini’s en Strauss zal sowieso ook wel op mijn pad komen, maar soms denk ik wel eens: waarom eigenlijk? Mozart vult mij volkomen. Ik kan er eigenlijk niet genoeg van krijgen.”
Gevraagd naar haar favorieten zegt Charlotte: “Tijdens mijn studies, heb ik me steeds aangetrokken gevoeld tot specifiek de ‘Vier Letzte Lieder’ van Schwarzkopf. Als ik het niet meer zag zitten, dan draaide ik die plaat en dan voelde je gewoon dat je toch verder moest doen, als je hiervoor geroepen bent. Daarnaast ontdekte ik Jussi Björling. Ik had een hele oude mono-plaat met ‘highlights’, o.a. met ‘Butterfly’ samen met Victoria de los Angeles, en die plaat is de direkte aanleiding voor mij geweest om toch de opera in te duiken. En Björling is nog steeds mijn allerfavorietste zanger. Ik vind het een stem die heel puur is. Als je het onvriendelijk uitdrukt, zou je kunnen stellen dat de man nu niet direct één van de intelligentste zangers was, maar dat is juist wat me aantrekt. Dat hij zo puur is. Hij zingt zo op z’n instinkt. Het hart klopt in iedere noot die hij zingt. Ik vind het ook een stem die in de onderkant een tenorale klank heeft en naar boven een baritonale. En dat vind ik de ideale tenor. En dan is er ook nog Renata Tebaldi. Callas heb ik zelfs een tijd niet kunnen waarderen omdat ik in een fase was van geluid. Kom je echter in een fase van interpretatie, dan ga je natuurlijk naar Callas luisteren. Een aantal specifieke aria’s zoals ‘Casta diva’, die zijn gewoon onsterfelijk, die zal je nooit meer zo horen, denk ik. Maar Tebaldi is toch een stem die, in alle bescheidenheid, fysiek in mijn richting komt. En daardoor heb ik er meer affiniteit mee. Ik heb onlangs b.v. heel lang aan Desdemona gewerkt en als je bij haar alleen nog maar die eerste twee zinnen gaat analyseren, hoe zij dat charisma daarin krijgt, dat is zo ongelooflijk dat ik dolgraag met haar zou werken. Als ze voor een kursus naar Nederland zou komen, zou ik me ogenblikkelijk aanmelden. Net zoals die Schwarzkopf-cursus zijn dit gewoon levende legendes en daar moet je kunnen aan ruiken. En verder Christa Ludwig, omdat ik mij soms wel eens afvraag, ben ik wel een sopraan? Want je hoort een mezzo en dan denk je: dat kan ik ook. En in het geval van Christa Ludwig hou je het gewoon niet voor mogelijk wat die vrouw allemaal met haar stem heeft gedaan.”
En andere genres? “Ik zou heel graag opnieuw jazz willen zingen. Tijdens mijn studie heb ik dat immers nog gedaan. Sinds kort heb ik ook een synthesizer in huis en het is ontzettend leuk om daar dingen mee te doen. Ik heb een duet opgenomen met Henny Vrienten van Doe Maar b.v. en samen met mijn vriend componeer ik een kinderoperette. Alhoewel hij zelf niet in de muziek actief is, komt hij toch uit een heel muzikale familie, zodat we zelfs een eigen orkest hebben! In die context heeft men mij een jaar of acht geleden gedwongen de altviool ter hand te nemen, want die hadden ze nog niet. Ondertussen ben ik daar ook op verslingerd. Maar mijn man zat dus in de bosbouw. Toch voelde hij zich daar op een bepaald moment niet meer happy, zodat we heel bewust voor de uitbouw van mijn carrière hebben gekozen, omdat die juist in de lift zat. Anders had ik het misschien helemaal niet gedaan. Nu reizen wij met een camper van hot naar her en zo hebben we toch een vorm van familiaal leven.”
In maart 2010 schreef ik: “Alhoewel ik helemaal geen fan ben van Ernst Daniël Smid, ben ik toch een trouwe kijker van Una voce particolare. Ik geef toe dat ik ook naar programma’s als Idool of X-factor kijk, maar dat is dan enkel voor de audities. Met andere woorden, als ik echt mooie stemmen wil horen, dan geef ik toch de voorkeur aan Una voce. En dit seizoen heeft men een nieuwigheid geïntroduceerd die ik ten zeerste kan appreciëren. In plaats van musical, opera en operette door elkaar te mixen, neemt men telkens één werk, waaruit dan vijf aria’s of nummers (in het geval van musical) worden gebracht. Zo mocht ik dit jaar al naar Rossini’s barbier, Mozarts Toverfluit en “Les misérables” van Claude-Michel Schönberg kijken en luisteren. Tot mijn grootste genoegen moet ik zeggen, zelfs als Smid het niet kan nalaten telkens ook een hoofdrol voor zichzelf op te eisen. Volgende week is het trouwens “Un ballo in maschera” van Verdi: ik kijk er al naar uit. Maar wat ik vooral wou zeggen is dit: tot mijn grote verbazing wordt de jury voorgezeten door Charlotte Margiono. En als ik goed begrepen heb wat ze tussen jurycommentaren door over zichzelf kwijt wou, dan is dat dat ze haar carrière op een lager pitje heeft gezet. Ik viel bijna achterover, maar ja, de tijd staat niet stil, hé!”

2 gedachtes over “Charlotte Margiono wordt 65…

  1. Zeer geachte Heer,

    Sorry dat ik Uw dag verpest met mijn hoofdrol in deze reactie, maar ik ben verguld met Uw goedkeuring van onze nieuwe vorm… Tja soms moet je je erg aanstellen om iets op TV te krijgen en dan maar de zwarte Piet..geen probleem….als de passie van de kandidaten maar gehoord en gezien wordt… Soms is verwerpelijke aanwezigheid garantie voor mooie programma,s.. troost U hiermee..ik laaf me aan de geniën die altijd onder vuur lagen maar waarover we nu nog praten …Ik wens U veel plezier en maak U met bijzonder veel genoegen opmerkzaam op Un Ballo…ben erg benieuwd naar Uw genot of ergernis i.c.
    met oprechte excuses voor de opdringerigheid van deze reactie
    Ernst Daniel Smid

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.