Gedurende de maand maart 1985 stond programmatie in het Gentse Arcatheater volledig in het teken van drie soloproducties van dit gezelschap, die nu nog ongetwijfeld een lange carrière « on the road » tegemoet gaan.

Sommigen zullen enige vraagtekens plaatsen bij het feit dat wij het Beckett-programma eveneens bij « soloproducties » rekenen, aangezien in « Catastrofe » ook een aantal jonge acteurs mogen figureren. Het zal echter geen enkele toeschouwer ontgaan zijn dat deze mensen door regisseur Jo Gevers enkel worden aangewend om Luc Philips beter in evidentie te plaatsen. Bovendien werd dit toch wel zéér zwakke stuk van Beckett er enkel bij genomen omdat « Krapps laatste band » (regie Walter Tillemans) wat te kort uitviel. Laten we dit onderdeel dan ook maar vlug met de mantel der liefde bedekken, want over « Krapp » zelf valt ook al niet veel lovends te vertellen. Deze veel geprezen dialoog, van een bejaarde man met zijn jongere zelf door middel van oude bandopnamen heeft immers buiten de « vondst » zelf niet veel te bieden. We hebben het reeds eerder geschreven : Beckett herhaalt zichzelf tot in den treure. Bij al deze sombere bedenkingen staat echter wel het talent van Luc Philips buiten kijf.
Het talent van Hugo Claus ook en toch werden wij door « De verzoeking » niet beroerd. Lag het aan de vertolking van Doris van Caneghem (foto) die in een regie van Jacques Commandeur een West-Vlaamse non pathetisch hoog-Nederlands laat praten ? Vraag die niet zo triviaal is als ze lijkt na het dispuut rond het Gents in Blindeman. Alleszins, het is niet enkel door haar met kussens opgevulde lijf dat van Caneghem niet geloofwaardig overkomt. Op papier (als novelle en ook nog ingewerkt in « Het verdriet van België ») of als luisterspel (Dora van der Groen op de BRT) heb je geen moeite om zelf een oude, blinde, incontinente, vuile, godsdienstwaanzinnige non voor de geest te halen en je dus volledig op de tekst te concentreren, maar bij een opvoering die deze illusie niet kan waarmaken word je gehinderd om door te dringen tot de kern en gaan b.v. die taalaspecten irriterend werken. Paradoxaal genoeg, geloven wij eerder in de interpretatie die Commandeur zelf een paar jaar geleden van de non heeft gegeven (maar die we niet hebben gezien), omdat de geslachtsverwisseling de grensoverschrijding precies makkelijker maakt.
Bovendien tracht men ook een zeker « realisme » na te streven door van Caneghem ook andere nonnen te laten typeren, wat in dit geval natuurlijk onmogelijk is, maar toch zijn dit de aantrekkelijkste theatermomenten. Daaruit blijkt dat de onbevangen toeschouwer nog steeds graag in de ban komt van een acteur die eens « alle schuifkes opentrekt ». Jo Decaluwe speelt daar ook op in, zodanig zelfs dat een tamelijk triviale tekst van Cyriel Buysse, « De Raadsheren van Nevele », toch weet te boeien, al is amuseren een beter woord. Ook hier vinden we Jo Gevers weer als regisseur en ook hij gooit het op de amusementstoer en hij laat Decaluwe dan ook lustig cabotineren, waarbij het reeds aawezige karikaturale element nog meer in de verf wordt gezet. Een vertolking die een beetje strakker wordt gehouden zou het stuk ten goede komen, maar al bij al was dit een aangename verrassing.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.