Het Nederlandse equivalent van “onze” Piet Van Aken is Piet Bakker (op bovenstaande foto zittend tweede van links), een Amsterdamse journalist van socialistische signatuur, die morgen zestig jaar geleden zal zijn overleden. De nuchtere zakelijkheid van de geharde verslaggever werd dan ook getemperd door zijn vertederende belangstelling voor wat zwak en hulpeloos is. In 1942 verscheen “Ciske de Rat”, gevolgd in 1944 door “Ciske groeit op” en in 1946 door “Cis de Man”.

Zoals elders reeds gezegd, heb ik op de schoolbanken nog de “Ciske de Rat”-trilogie besproken voor Anton van Wilderode. Maar, eveneens zoals gezegd, ben ik daar achteraf gezien niet meer zo fier over en mijn oorspronkelijke “opstellen” (laat ik ze zo maar noemen) heb ik dan ook niet meer in mijn bezit, tenzij dan het slot van “Ciske groeit op”, dat eindigt met “Het laatste deel ‘Cis de Man’ is al even grandioos en dat zal ik dan ook een volgende maal voor mijn rekening nemen.”

42 Ciske de Rat


Wellicht heb ik dat stukje bijgehouden omdat de kwotering van Van Wilderode er nog bij staat (8/10 en de vermelding “goed”), of misschien ook omdat ik op dezelfde bladzijde later de rolverdeling heb getikt van de eerste Ciske-verfilming uit 1955 door de Duitser Wolfgang Staudte. Daarom kan ik u ook melden dat men in het midden van de foto Dick van der Velde ziet als Ciske, met rechts Jenny van Maerlant als “de slechte moeder” en links Jan Teulings als haar minnaar. De ironie van het verhaal wil dat juist bij “Cis de Man” de schellen mij van de ogen vielen en dat die laatste bespreking dus helemaal niet “grandioos” was, zoals aangekondigd (met instemming van AvW trouwens, herinner ik mij). Toen ik dan later zelf les gaf, kozen Marc Hooftman, Marc Van Landeghem, Romain Wauman en Dirk Colijn eveneens voor “Ciske de Rat” als onderwerp van een boekbespreking, maar het is ook niet hùn tekst die hieronder volgt. Waar ik die dan weer heb opgeraapt, weet ik alweer niet meer…
“Ciske de Rat” is het verhaal van Franciscus Vrijmoeth, een klein, verschrikt kind dat door de geduldige pogingen van de begrijpende onderwijzer Bruis (niet toevallig de ik-figuur) wordt opgevangen en na veel moeite in het rechte spoor wordt geleid. De oorzaak is te zoeken bij het feit dat zijn vader een zeeman is, die hij dus amper te zien krijgt, en Cis wordt opgevoed door zijn moeder, die gescheiden is en wanhopig op zoek naar een nieuwe man om samen het café uit te baten, waar Cis reeds heel vroeg moet helpen. Als zijn vader thuis is, vindt Cis wel rust bij diens nieuwe vriendin, de zogenaamde Tante Jans. Op school krijgt Cis ook nogal tegenkanting (vooral van Jantje Verkerk), maar tegelijk vindt hij er ook vriendschap bij de gehandicapte Dorus, Sip en vooral Betje. De crisis bereikt trouwens haar hoogtepunt als Cis’ moeder een boek dat hij had geleend van Dorus verscheurt. In een opwelling grijpt hij een mes en gooit er haar mee dood. Dat moet ofwel een goed mes geweest zijn, ofwel een goede messenwerper, ofwel zelfs beide! (Dit is duidelijk een opmerking van mezelf.)
In “Ciske groeit op” moet hij hiervoor voor de kinderrechter verschijnen. Hij komt er eigenlijk goed vanaf, want hij wordt slechts veroordeeld tot drie maanden tuchtschool. Tijdens de uitzitting van zijn straf, blijft zijn vroegere onderwijzer Bruis contact met hem opnemen. Ook wekt Cis de belangstelling van de katholieke kapelaan De Goey. Hij hecht zich aan een Mariabeeldje dat deze hem schenkt (invloed van de naoorlogse katholieke renouveau? vraag ik me af). Even vreest Bruis dat Cis zijn vroegere lustige jongensleven heeft opgegeven en zich zal opsluiten in verbitterde eenzaamheid maar dit blijkt gelukkig niet waar te zijn. Wanneer hij weer vrij is, wordt hij opgenomen door Tante Jans, die even later met zijn vader huwt. Maar opdat alles geen rozegeur en maneschijn zou zijn, is er ook nog Jantje Verkerk, die ervoor zorgt dat Cis in de vaart terechtkomt en ternauwernood aan de dood ontsnapt. Net zoals bij de moord op zijn moeder wordt dit in flashback verteld (in dit geval door Sip die het heeft zien gebeuren).
“Cis de man” speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als bij wonder loopt iedereen elkaar weer tegen het lijf: Bruis, Cis (die ondertussen verloofd is met Betty), kapelaan De Goey maar ook Jantje Verkerk. Zijn streken nog steeds niet verleerd, pleegt hij verraad, maar hij wordt door toedoen van Cis gevangen gezet. Cis is natuurlijk een ware held en ook nu weer ontsnapt hij op het nippertje aan de dood als hij in zijn long wordt geraakt. Bimbam de klokken!
Ook dit is weer een psychologische roman geworden, ook al is de groei van Cis nu reeds min of meer voltooid. De schrijver zocht dus naar andere psychologische elementen en vond deze in overvloed bij het probleem “oorlog”. Toch verlaat hij de Rat niet helemaal: ook de verhouding tussen Cis en Betty gaat onder het ontleedmes. Eigenlijk zijn ze tegenstrijdig maar juist daardoor vinden ze elkaar. Betty is het dwaze maar vlijtige Betje uit de vorige boeken gebleven. Cis echter is door de vele moeilijkheden die hij tijdens zijn leven heeft gekend uitgegroeid tot een echte Man (bemerk het subtiele rollenpatroon). Net als zijn vader is hij stuurman geworden en zit dus meer op zee dan bij zijn lief. Daarom ook weigert hij eerst met haar te trouwen, maar onnodig te zeggen dat na zijn doodstrijd hij wel bijgedraaid is.
De rol van pater De Goey blijft nog altijd in mysterie gehuld. Zou het kunnen dat hij een personificatie is van een soort van godheid, die af en toe in het leven van Cis ingrijpt om hem weer “op het juist pad” te zetten?
Alleszins begin ik sterk te twijfelen aan dat “socialisme” van Bakker. En met zijn standpunten over oorlog verbetert er dat niet op. Alhoewel hij er diverse aan bod laat komen, is het duidelijk dat Cis het “enige, juiste” naar voren brengt. En dat blijkt dan zo’n simplisme te zijn in de trant van “wij zijn Nederlanders, de Duitsers vallen ons vaderland aan, dus wij laten er ons voor ombrengen, terwijl we trachten zoveel mogelijk vijanden te vermoorden.” Onnodig te zeggen dat Bruis (na een moment van vertwijfeling) ook deze mening aankleeft. Dergelijke naïviteit en simplisme vinden we ook terug in andere omstandigheden, zodat men zich wel de bedenking kan maken dat het boek weliswaar “Cis de man” heet, maar dat Cis eigenlijk toch een kind is gebleven.
De andere meningen komen aan bod via de personages van Spaan, Van Zijtveldt en Roelofs. Spaan is pacifist en men kan duidelijk tussen de lijnen lezen dat de schrijver hem als een symbool ziet voor àlle pacifisten. Verdergaande op de stelling van Cis kan men dan ook reeds voorspellen dat hij Spaan zal afbeelden als een bangerik.
Met Roelofs typeert de schrijver wel alle soldaten in oorlogstijd, denk ik, want Roelofs is bang, doodsbang. Maar dat was duidelijk niet zijn bedoeling. Steen, Leenders, Spijkie, dàt zijn soldaten! Die spreken een dieventaaltje en, als het maar even kan, bedrinken ze zich en hangen de held uit. Citaat: “Konden we toch maar zien hoeveel moffen we neerknalden, dan zou de vreugde nog groter zijn.”
Dit alles illustreert ook het grenzeloze egocentrisme van de schrijver. Eigenlijk moest deze zelfgenoegzaamheid me ook al zijn opgevallen in de vorige boeken, want zijn liefde voor Cis is voor een groot deel eigenlijk het strelen van zijn eigen ijdelheid, omdat hij het is die hem op het rechte pad heeft gebracht. Oorlog vindt hij dan ook fijn wanneer hij met Cis zes Duitsers in een hinderlaag kan lokken en ze allemaal afmaken. Hij vindt het ook helemaal niet erg wanneer Roelofs een kogel door zijn kop krijgt of wanneer communist Bouma een been dient te worden afgezet (“En hij was al zo zuur”). Maar dan verkeert Cis plots in levensgevaar: “Oh vreselijke oorlog!” (Dit blijkt dan toch een passage te zijn uit mijn opstel, want ik herinner mij dat AvW dit fragment had aangestipt als “heel goed”.)
In mijn ogen is de best getekende figuur Van Zijtveldt. Deze is levensmoe en trekt welgemutst naar de oorlog om er hopelijk te sterven. “Dat noemen ze dan heldenmoed!” merkt de schrijver op.
Men zou kunnen beweren dat dit boek los staat van de twee vorige, maar dat is in feite niet zo, want in gesprekken schetst de schrijver de inhoud van de vorige delen. Trouwens, voor vele feiten is het noodzakelijk de psychologie van de jeugd van Cis te kennen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.