Uit het raam van een klein huis in het centrum van Gent komen luide stemmen. Vanuit ditzelfde raam vliegen witte porseleinen borden om je oren. Als toevallige voorbijganger krijg je het idee getuige te zijn van een vechtend echtpaar en geeft de stapel scherven op straat het gevoel dat deze ruzie al weken aan de gang is. In werkelijkheid gaat het hier echter om een werk van de Franse kunstenaar Patrick Lebret, één van de vijfenvijftig kunstenaars van de tentoonstelling “Over the Edges”…

Het begon allemaal met een happening op 1 april en het duurde nog tot en met 30 juni 2000. Aan de happening werd deelgenomen door het Ensemble SPECTRA (B) vanop de Belforttoren, terwijl MICHEL MASSOT nog niet klaar was met zijn jazzimprovisaties op trombone en tuba. Na de toespraken vanop het zogenaamde Chantoir van Thierry De Cordier, schreeuwde Andrew WK (US) van de groep FISCHERSPOONER op het NTG‑balcon de tentoonstelling, terwijl de Duitse “engelen” EVA & ADELE heel erg rond waarden. Toen was ook ERNST REIJSEGER (NL) al aanwezig, al zou hij pas veel later enkele jazz improvaties ten gehore geven op het Chantoir.
Toen Jan Hoet een aantal jaren eerder werd gevraagd om een hedendaags luik binnen de Keizer Karel activiteiten te organiseren kreeg het idee voor een tentoonstelling in en over het centrum van Gent vorm. De kunstenaar zou volgens conservator Jan Hoet en co‑curator Giacinto Di Pietrantonio als geen ander in staat zijn om de structuur en de rijkdom van een stad te onderstrepen. Chambre d’Amis was in 1986 een extra‑muros tentoonstelling die bestond uit een hele reeks interventies van internationale kunstenaars in privé‑huizen in de stad Gent. Een expositie die zich als een gigantische slang doorheen de stad slingerde en hier en daar al dan niet tastbare sporen naliet. Sindsdien heeft het SMAK geregeld kunstmanifestaties buiten het eigenlijke museumgebouw opgezet maar Chambre d’Amis behoudt in vele opzichten een voorbeeldfunctie, het blijft een soort ijkpunt. Dit impliceert geenszins dat het basisconcept niet voor verandering en uitbreiding vatbaar is. Het tegendeel wordt bewezen met Over the Edges, een project dat in wezen een verderzetting en een expansie is van het idee dat ten grondslag lag aan Chambre d’Amis. Met dit wezenlijke verschil: de misschien wel te intense gefixeerdheid op de private ruimte wordt weggewerkt. Het accent ligt niet langer op wat zich binnenshuis afspeelt, op kunst die in de woonkamer, traphal of keuken infiltreert en daar een eigen plaats verwerft. De nadruk ligt deze keer op de openbare ruimte die met en door meer dan vijftig locatiegebonden werken een nieuwe injectie van vitaliteit krijgt. Die nieuwe dynamiek vertrekt vanuit de hoeken van de stad. Hoeken die tegelijkertijd opening en transitiezone zijn, een overgang markeren, een oponthoud veroorzaken en duidelijke gearticuleerde referentiepunten voor oriëntatie zijn.
En Keizer Karel dan“, vraagt u zich ongetwijfeld af. “Wat heeft deze historische figuur met dit alles te maken?” Een antwoord op deze vraag is meerledig en misschien wel ambigu. Karel V was voor de organisatoren zowel vertrekpunt als open vraag, aanleiding en alibi om de stad van vandaag, en niet die van gisteren, in de kijker te plaatsen. De historische werkelijkheid vormt immers het substratum van de actuele realiteit. De stad zoals ze nu is, draagt de imprint van de stad zoals ze vroeger was, heden en verleden interageren onophoudelijk. Er werd niet gekozen voor mythe en geschiedenis maar wel voor verandering en metamorfose. Niet voor een kijktentoonstelling waarbij de figuur van Karel omstandig gecelebreerd wordt en waarbij beelden en informatie vanuit punt A naar punt B worden gestuurd maar wel voor een interactief gebeuren dat de dialoog tussen kunstenaar en bewoner, de stad en het geïntegreerde kunstwerk, het nu en de geschiedenis versterkt.
Zo zet de Amerikaanse kunstenaar Brian Tolle een gevel aan de Korenlei opnieuw in de kijker. Voor de bestaande 16e eeuwse façade is een wand geïnstalleerd. Deze wand geeft de zeer gedetailleerde weerspiegeling van de gevel in het water weer. Evenzo geven op drie hoeken verspreid doorheen het centrum zeer realistisch ogende kunststof blinde geleide honden van de Amerikaanse kunstenaar Tony Matelli de richting aan. Tussen het S.M.A.K. en de stad reed een taxi van de Thaise kunstenaar Navin Rawanchaikul.

46 de cycloop

Van Marco Boggio Sella is de cycloop op het Sint-Michielsplein, die ondertussen een vaste rustplaats heeft gevonden bij vorkheftruckbedrijf H&M International in Waregem nadat hij eind september 2012 was vernield na een brand, die aangestoken werd door onbekenden.
Fotograaf Dirk Braeckman liet de gevel van de Gentse academie vernissen, Maurizio Cattelan maakte iemand die een boom omhelst in het Citadelpark, Wim Delvoye vervaardigde een glasraam met de röntgenfoto’s van een parend paar, Honoré d’O hing drie knikkers aan het Galgenhuisje. Belu-Simion Fainaru toonde verkeerslichten voor paarden en Cai Guo Qiang een visbak op de hoek van de Kortedagsteeg, waarin bij de opening en de sluiting, de 25-jarige docente kunstgeschiedenis Sarah Eyckerman naakt had plaatsgenomen. David Hammons heeft gewoon de stoep aan de gouverneurswoning opgebroken. Michelangelo Pistoletto vervaardigde vier standbeelden op de hoek van Sofitel, stadhuis, Sint-Jorishof en vroeger commissariaat, Pipilotti Rist liet een naakte man op een videoscherm in de Sint-Michielsparking lopen. Sislej Xhafa, de Kosovaarse kunstenaar, heeft het voormalige politiekantoor omgetoverd tot een gezellig salon, waar politieke vluchtelingen een whisky krijgen voorgeschoteld en Huang Yong Ping liet schildpadden aan de Nederpolder met verkeersborden aan de haal gaan. Vandalen gingen echter vlug met hun koppen aan de haal en ondanks vele beloften werden ze nooit hersteld. En misschien vind ik ook nog wel eens de naam terug van de kunstenaar die in het huis op de hoek tegenover het conservatorium een beeldje plaatste dat als het ware tegen het raam ademde. Hiervoor moest dan wel de verzameling zwepen van Yolande Van de Velde, vriendin van televisieregisseur Koen Pannier, wijken.
Peter De Cupere werkt vooral rond geuren. Geuren fascineren hem omdat ze in het geheugen blijven hangen en beelden, herinneringen en verhalen vasthouden. Voor de tentoonstelling Over the Edges maakte hij een beeldje van urinoirblokjes dat hij in een nis plaatste. Blootgesteld aan weer en wind losten de wc‑blokjes op en verdween het beeldje. Het werk van Peter De Cupere is veranderlijk en vergankelijk, maar geuren zijn dat ook.
Maar uiteraard was het Jan Fabre, die met zijn Aulazuilen van Gandaham voor het meeste ophef zorgde, waarbij ik als commentaar merkwaardig genoeg nog eens wil terugkomen op de belangstelling, waarop Sarah Eyckerman in haar aquarium kon rekenen. Dat is namelijk tekenend voor het verlangen van de mens om “iets moois” te zien. Dat werd vroeger vaak verward met cultuur. Alle duivels van Jeroen Bosch ten spijt werd iets cultureel geapprecieerd naarmate het “mooi” was. Dat was vooral in de muziek zo, maar ook in andere kunsten, al weten we sinds Jan Hoet dat dit voor de plastische kunst hoegenaamd geen criterium meer is. Ik zou zelfs bijna durven beweren: integendeel. Toch – en dat is nu het punt waar ik naartoe wou – werd juist naar het esthetische criterium teruggegrepen in de beruchte “hamdiscussie” ter gelegenheid van “Over the edges”. Akkoord, het was “smossen” met eten. Akkoord, het zou niet mogen met al die honger in de wereld. Maar… vanop een afstand bekeken was het alsof die zuilen van de aula daardoor “gemarmerd” waren. En dat was toch zo… mooi!

67 de ham aan de aula

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.