Morgen is het weer eens een schrikkeldag. Trouwe lezers weten het al: dan gelden mijn “normale” regels voor verjaardagen niet. Dan durf ik al eens buiten de lijntjes kleuren. Dat is b.v. het geval met de Belgische sopraan Fanny Heldy, die destijds blijkbaar zo beroemd was dat ze kon eisen dat Maria Callas haar loge niet mocht gebruiken. Rivale Renata Tebaldi en Joan Sutherland mochten dat dan weer wel. Op bovenstaande foto uit 1937 bij de première van L’Aiglon, is ze te zien (zittend) samen met o.a. Arthur Honneger (derde van links) en Jacques Ibert (tweede van rechts).

Fanny Heldy was de artiestennaam van de Belgische lyrische sopraan Marguerite Virginie Emma Clémentine Deceuninck (Aat29 februari 1888 – Neuilly-sur-Seine13 december 1973). Fanny Heldy ging in 1908 studeren aan het koninklijk conservatorium van Luik, waar ze in 1910 de eerste prijs in zang behaalde. In datzelfde jaar maakte ze haar debuut in de Koninklijke Muntschouwburg van Brussel (als plaatsvervangende zangeres) in Ivan le Terrible, de opera van Raoul Gunsbourg die daar in wereldpremière ging. Haar eerste grote rol kreeg ze er in december van datzelfde jaar in Quo Vadis van Jean Nouguès. Ze bleef tot het seizoen 1913-14 verbonden aan de Muntschouwburg. Ze zong er onder meer Le Chant de la Cloche van Vincent d’Indy en Roma van Jules Massenet.

In de Eerste Wereldoorlog ontvluchtte ze België, eerst naar Engeland en daarna naar Frankrijk, waar ze haar latere echtgenoot ontmoette, de textielmagnaat en renpaardenfokker Marcel Boussac. Na de oorlog wou Fanny zelf als jockey aan paardenrennen deelnemen, maar de Franse “Société d’Encouragement” wilde geen vrouwelijke jockeys toelaten.

In Frankrijk zong ze eerst in de Opéra de Monte-Carlo. Ze maakte haar Parijse debuut op 12 februari 1917 aan de Opéra-Comique in La Traviata. Vanaf 1920 tot 1939 zong ze aan de Opéra Garnier. In 1921 zong ze er de rol van Alba in de première van Antar, de opera van de in 1914 overleden Gabriel Dupont. Het Parijse theater- en muziekblad La Scène plaatste haar naar aanleiding daarvan op de voorpagina.

In 1923 zong ze Manon in de eerste integrale plaatopname van deze opera van Jules Massenet, onder leiding van Henri Büsser, voor het label Pathé. Deze opname is tweemaal op CD heruitgebracht (het origineel omvatte 24 78-toeren-platen). In 1928 zong ze Naïk in de première van La Tour de Feu van Sylvio Lazzari in de Parijse opera. De Nederlandse correspondent van De Telegraaf vond haar “in één woord voortreffelijk”.

Haar laatste creatie was l’Aiglon van Jacques Ibert en Arthur Honegger naar het toneelstuk van Edmond Rostand in 1937. Ze beëindigde haar carrière in 1938, en het jaar daarna huwde ze met de steenrijke Marcel Boussac. Ze is begraven op het kerkhof van Père Lachaise.[Wikipedia]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.