Vandaag is het 45 jaar geleden dat het “Rock’n’roll”-album van John Lennon werd uitgebracht. Op YouTube kan je het in zijn geheel of elke track afzonderlijk wel tientallen keren vinden, maar de makers zijn erg lui geweest wat het toevoegen van beeldmateriaal betreft (telkens één foto van Lennon of van de hoes – voor- of keerzijde – en dat het hele filmpje lang). Daarom heb ik voor deze live-versie geopteerd, die niet gedateerd is, maar die volgens mij toch ongeveer uit dezelfde tijd moet stammen, want de versie wijkt weinig af van de studioversie op de plaat.

In oktober 1973 ging John Lennon opnieuw de platenstudio in (na “Let it be”) met Phil Spector als producer. De bedoeling was om een lp te maken met oude favorieten. Tijdens de opnamen zelf was de sfeer uitstekend, maar nadien nam Spector traditiegetrouw de banden mee naar huis om eraan te “prutsen”. Lennon had heel wat moeite om er weer aan te raken en toen het eenmaal zo ver was, stonden ze hem niet meer aan. Op vier nummers na, werden alle songs in oktober 1974 opnieuw overgedaan.
Nog was Lennon niet tevreden, maar toen een piraat, een zekere Morris Levy, op het Roots-label de plaat aankondigde, moest Apple wel een “officiële” versie uitbrengen (de zgn. “Rock’n’roll”-elpee). Toch is in bepaalde circuits nog altijd de Roots-editie te verkrijgen. Opmerkelijk daarbij is niet alleen dat het om afwijkende versies gaat, maar ook dat er twee nummers op staan die niet op “Rock’n’roll” staan, nl. “Be my baby” (van The Ronettes uiteraard) en “Angel Baby” (van Rosie & the Originals uit 1960).
Even lijkt er beterschap op komst. Tijdens het zogenaamde “lost weekend”, de periode ergens tussen 1973 en 1975 toen Yoko hem aan de deur zette (en hem haar Chinese secretaresse May Pang als “babysit” meegaf), groeide er opnieuw toenadering tussen John en Paul, die hem in New York kwam opzoeken. Maar van zodra Yoko Lennon weer in huis nam was het gedaan. En sedert 8 december 1980, toen Lennon voor de deur van zijn appartement werd neergeschoten door een geflipte fan, weten we met zekerheid dat het nooit meer zal gebeuren…
Of zoals Jan Leyers het formuleert: “Wat ik nu zeg, meen ik: had Mark Chapman (*) 60 centimeter opzij gemikt, dan was hij nu mijn held geweest. Na Yoko was niets nog hetzelfde: de vriendschap binnen de Beatles was kapot en Lennon ging ook vervélen. Hoor ik hem ‘oh Yoko I love you’ zingen, dan denk ik: ik ben blij voor u, maar verveel mij niet. Toen ik onlangs de autobiografie van Cynthia Lennon las, dacht ik: het was toch wel een foute klootzak. Hoe kan de man die nummers als ‘All you need is love’ geschreven heeft, zijn zoontje maanden op een telefoontje laten wachten?”


EPILOOG
“Wat ga je doen als je 64 bent?” was een vraag die vaak aan Lennon werd gesteld (ook al is het dan een typisch McCartney-nummer). Eén van zijn antwoorden daarop was: “Kinderboeken schrijven, denk ik. Het moet een enorme voldoening geven als ik op kinderen van later zoveel indruk zou maken als Het Schatteneiland of Alice in Wonderland op mij maakten!”
O.K., John Lennon heeft niet meer de kans gekregen om kinderboeken te schrijven. Maar wel “Working class hero” en “Strawberry fields forever” en “Girl” en “You’ve got to hide your love away” en “Nowhere man” en… en… Moet daaraan nog commentaar worden toegevoegd?

Referentie
Ronny De Schepper, Met John Lennon stierf een generatie, De Rode Vaan nr.51 van 1980
(fotomontage Erwin De Bie)

(*) De makers van de film “Chapter 27” (J.P.Schaefer, 2007) hebben wel een heel bizar soort humor. In deze film over de moord op Lennon wordt de rol van John vertolkt door niemand minder dan… Mark Chapman. Weliswaar Mark Lindsay Chapman, maar toch… De titel van de film is overigens een toespeling op “The catcher in the rye”, het boek van J.D.Salinger, waarmee Mark Chapman, de échte Mark Chapman dus, zich vereenzelvigde (of beter gezegd met het hoofdpersonage Holden Caulfield). Dat boek telt immes 26 hoofdstukken. Chapman schreef er, in zijn opvatting, met de moord op Lennon dus een 27ste bij. Vandaar “Chapter 27”.

Selectieve discografie
(d.w.z. eigenlijk is het een vollédige discografie, met dien verstande dat ik de eindeloze reeks compilaties niet heb meegeteld)
Met The Beatles:
Please please me (1963)
With the Beatles (1963)
A hard day’s night (1964)
Beatles for sale (1964)
Help (1965)
Rubber soul (1965)
Revolver (1966)
Sgt.Pepper’s lonely heartsclub band (1967)
Magical Mystery Tour (1967)
Het zogenaamde “dubbele witte” album (1968)
Abbey Road (1969)
Let it be (1970)
Met Yoko Ono en The Plastic Ono Band of solo:
Two virgins (1968)
Wedding album (1969)
Live peace in Toronto (1969)
Plastic Ono Band (1970)
Imagine (1971)
Some time in New York City (1972)
Mind games (1972)
Walls and bridges (1974)
Rock’n’roll (1975)
Double fantasy (1980)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.