Bij het nog niet zo lang opgerichte Immediate-label slaagt manager Lou Reizner erin om Rod Stewart te overhalen dan toch een eerste solo-elpee te riskeren. Dat zou “An old raincoat won’t ever let you down” worden en het is morgen vijftig jaar geleden dat de plaat werd uitgebracht.

Alhoewel Rod steeds beweert dat hij het contract enkel uit geldnood heeft getekend, lijkt het er eerder op dat hij zijn werkloze vrienden aan een job heeft willen helpen (*). Naast Martin Pugh (leadguitar) vinden we op “An old raincoat” immers Ron Wood en Micky Waller terug en dan nog twee anderen die we van dan af op alle solo-elpees (tot “Atlantic crossing”) zullen weerzien: Martin Quittenton (akoestische gitaar) en Ian McLagan van The Small Faces (orgel). Pugh en Quittenton waren overigens afkomstig uit “Steamhammer” (de andere leden waren Kieran White, Steve Davy en Michael Rushton), een groep die zich duidelijk als erfgenaam zag van Steampacket.
De enige klassieker uit dit album is alweer (na “Little Miss Understood”) een ander d’Abo-nummer, “Handbags and gladrags”, al zijn ook “Man of constant sorrow” en “Dirty old town” zeker niet te versmaden. Er staat echter ook een versie op van “Street fighting man”, waardoor Rod Stewart totaal ten onrechte even voor “links” (**) of voor een rebel doorgaat. In het reeds geciteerde interview in “Rolling Stone” zegt hij hierover: “It was like I was trying to lead the revolution over here or something. Really, now! That had nothing to do with it at all. I recorded it because it was a funky old number, and because somebody had to hear those incredible lyrics.”
Toch heeft ook Rod Stewart zo zijn mening over protest in rock: “De rock heeft de wereld niet veranderd door zijn sociaal bewogen teksten; hij heeft de wereld veranderd omdat de tieners iets wilden om zich aan op te trekken en de rock diende zich toevallig op het juiste moment aan. Het was geen revolutie in die zin dat wij allemaal de straat oprenden om de regering omver te werpen. Ik denk niet dat om het even welke auteur zoiets heeft kunnen losmaken. Bob Dylan misschien een beetje en Bruce Springsteen. Maar ze hebben niks veranderd. Ze hebben ons gewoon bewust gemaakt van wat er zich rondom ons afspeelt. Wat rock’n’roll kan doen is commentaar geven op wat er gebeurt en hopen dat het verandert. Ik denk niet dat deze planeet nog een lang leven beschoren is. En ja, ik ben het ermee eens dat wij de handen in elkaar moeten slaan om er iets aan te doen, omdat de rock zo’n machtig medium is. We moeten de mensen ervan bewust maken dat deze planeet naar de verdoemenis gaat – en niet eens in zo’n traag tempo.” (Uit Humo nummer 2206).
Deze elpee leverde genoeg positieve kritieken op, maar Stewart zelf was niet volledig tevreden (en ik ook niet). Hij verwijt zichzelf vooral dat hij teveel op “riffs” heeft gecomponeerd en er dan zo maar een tekst opgekleefd, een fout die volgens mij wel meer van zijn composities ontsiert. Toch waren de verkoopscijfers van die aard dat een volgende elpee werd gelanceerd (***), de reeds genoemde “Gasoline alley“.

Ronny De Schepper

(*) In het kader van zijn “street credibility” vertelt Rod vaak dergelijke verhalen. Nochtans heeft hij nooit “honger en ellende” gekend. Zijn ouders waren redelijk welstellend (zij baatten een krantenwinkel uit, annex enkele nevenactiviteiten zoals snoep en sigaretten) en als benjamin werd hij altijd in de watten gelegd. Zijn buskersperiode was eigenlijk een zelf-opgelegde armoedige periode, die overigens van heel korte duur was. Daarna heeft hij altijd goed de kost verdiend, vooral bij Long John Baldry, maar daarnaast had hij ook altijd goed betaalde solocontracten.
(**) Uit één (overigens niet erg betrouwbare) bron heb ik vernomen dat Rod Stewart op het eind van de jaren zeventig een concert zou hebben gegeven in de Sovjet-Unie, waarbij hij “halsstarrig” zou geweigerd hebben “zijn decadente, strak gespannen broek en dito tijgertruitje uit te trekken.” “Zo of geen concert,” zou Stewart “gebruld” hebben. Toen hij zijn zin kreeg, heeft hij “in ruil daarvoor wat minder met zijn heupen gedraaid”. Diezelfde bron weet overigens ook te melden dat Stewart ooit een optreden in het Witte Huis heeft afgeslagen, omdat het aanbod kwam van Susan Ford, de dochter van de toenmalige president Gerald Ford. Nee, je hoeft alweer niet naar politieke motieven te zoeken: Susan was op dat moment amper 17 en smoorverliefd op Rod, “and he just wanted to stay out of jail”… En nog in diezelfde stijl: Stewart zou zowaar zelfs de CIA een proces hebben aangedaan omdat die nummers van hem zou gebruiken om gecodeerde berichten te sturen naar haar agenten onder de codenaam “Hot legs”. Si non e vero…
(***) Rod Stewart haalt in interviews graag het feit aan dat hij enthousiast zijn moeder opbelde, toen er enkele duizenden exemplaren waren verkocht. Er waren dus zoveel mensen die van hem hielden! Terwijl er later nog zoveel meer zouden volgen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.