In 1599 Robert Armin (1568-1612) joined the company of Shakespeare (Lord Chamberlain’s Men) to play the roles of fools, o.a. die van King Lear, zoals afgebeeld op bovenstaand schilderij van William Dyce. Robert Armin was de zoon van een succesvol kleermaker. In 1581 ging hij in de leer bij een goudsmid in Londen, waar hij bevriend raakte met de befaamde clown Richard Tarlton (1530-1588).

Zowel Koningin Elisabeth als William Shakespeare zelf waren grote fans van Tarlton, die o.a. de komische rollen speelde in de eerste stukken van Old Will. Hij mocht daarbij veelvuldig improviseren, eigen grappen toevoegen en commentaar op het stuk geven. Hij stond als het ware tussen de acteur en het publiek als “opwarmer”. Dat leverde hem in de geschiedenisboeken een vermelding op als de eerste clown. Maar kan hij niet met evenveel recht de eerste cabaretier worden genoemd?
Akkoord, een cabaretier wordt verondersteld kritische commentaren te spuien en het feit dat the virgin queen een fan van hem was, zou er dan kunnen op wijzen dat hij op dat vlak tekortschoot. Maar hadden de narren in het algemeen niet dergelijke functie en konden zij desondanks (meestal) niet van een rustige oude dag genieten? Misschien kon Lizzy best wel tegen een stootje. Alhoewel ze zeer kritisch tegenover zijn werk stond, heeft Elizabeth I toch altijd Shakespeare gesteund. Ze heeft hooguit twee tot drie scènes verboden.
Anderzijds sluit Tarlton ook duidelijk aan bij de traditie van de middeleeuwse jongleurs, die niet louter kunstenmakers waren, zoals het woord nu nog zegt, maar die ook rad van tong waren en daarmee de adel en de geestelijkheid op de korrel namen. Aangezien zij geen koninklijke bescherming genoten, liep het voor hen wel vaak slecht af, zoals we o.m. uit “Mistero buffo” konden leren.
Om aan mogelijke vervolging te ontkomen, leidden zij een zwervend bestaan en gingen als het ware geruisloos over in markt- en straatzangers, die niet alleen de Bavo Claesen uit voorbije eeuwen waren, maar die hun verslag van de moord in Zeveneken of het droeve bestaan van het kind van Napoleon de Grote nog altijd met de nodige maatschappijkritiek kruidden, denken we maar aan de Gentenaar Karel Waeri, zoals we die in het begin van de jaren zeventig leerden kennen dankzij Walter De Buck.
Tarlton herkende het talent van Armin en nam hem onder zijn hoede. Ergens in de jaren 1590 was Armin als acteur actief bij het gezelschap van Baron Chandos, waarover weinig bekend is, maar dat vermoedelijk door de provincie reisde. Ook gaf hij solo-voorstellingen. In 1599 sloot hij zich aan bij Shakespeares gezelschap, mogelijk als opvolger van Will Kempe, die immers enkele jaren later (men vermoedt in 1603) zou overlijden. Will Kempe was een volleerd danser en kende een enorm succes met zijn marathondans van honderd mijl tussen Londen en Norwich.
In het gezelschap van Shakespeare groeide Armin uit tot een van de belangrijkste komische acteurs van zijn tijd. Zo speelde hij Dogberry in “Much Ado About Nothing” en de rol van Touchstone in “As You Like It”; deze laatste rol lijkt speciaal voor hem geschreven te zijn, die van een nar die wijzer en scherper van geest is dan de hogergeplaatsten in het toneelstuk. Verder zijn dergelijke rollen van hem bekend in “King Lear”, “Othello”, “All’s Well That Ends Well” en “Hamlet”.
Armin schreef ook zelf. Hij droeg een belangrijk deel bij aan een stuk waar hij in speelde, “The History of the Two Maids of More-clacke”, dat in 1609 werd gepubliceerd met een tekening van Armin op het titelblad. Verder schreef hij het satirische prozawerk “Foole upon Foole, or, Six Sorts of Sottes”, dat verscheen in 1605 en dat later werd uitgebreid en in 1608 werd uitgegeven onder de titel “A Nest of Ninnies”. This history of court fools reveals that in the English courts during the 14th, 15th and 16th century these fools were ofter cripples or other miserables of low descent. They possessed, however, a great intelligence and a brilliant wit. While at court, they occupied an important position. Because of their organising talents, they could be considered as the economical masters at court. Also in reality the job of the fool was essentially an acting part. They had a great license, they are even allowed to criticize their lords. On the other hand, it seems sometimes as if only fools were the real confidents of the King’s secret. This is reflected in Shakespeare’s plays: they are in contact with what goes beyond the play, they know the deeper purpose that is not known to the other players. They really know what it’s all about.

Ronny De Schepper
(gebaseerd op nota’s uit de les van prof.Schrickx, maar mogelijkerwijs werd dié les echter gegeven door Jo De Vos, die zich dan vooral baseerde op het boek “Fool” van E.Welsford uit 1935, en op Wikipedia, die zelf zijn informatie haalde uit Michael Stapleton’s Cambridge Guide to English Literature uit 1983)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.