Het is al vijf jaar geleden dat de Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink is overleden. Hij stierf in een vliegtuig dat op weg was van Amsterdam naar Kaapstad. Brink werd 79 jaar. Brink was eerder die week in Leuven om een eredoctoraat te ontvangen aan de UCL. Hij sprak ook met lezers in BOZAR.

André Brink publiceerde meer dan twintig romans. Zijn ganse oeuvre werd in het Nederlands vertaald. Hij was ook een belangrijk essayist en schreef zijn memoires in 2009. Naast dit eigen werk verzorgde hij ook de vertalingen van meer dan veertig werken uit de wereldliteratuur, van Shakespeare over Oscar Wilde tot Hendrik Ibsen, Michel de Ghelderode en Marguerite Duras. Brink was professor Engels aan de universiteit van Kaapstad. Zijn engagement tegen de apartheid zorgde er voor dat zijn werk een tijdlang verboden werd en hij zich zelfs genoodzaakt zag een poos in Frankrijk te wonen, in 1967 en 1968.

De schrijver was in de jaren zestig samen met Ingrid Jonker en Breyten Breytenbach een van de belangrijkste figuren van de Zuid-Afrikaanse literatuur. Zij ageerden tegen de apartheid. Brink schreef zowel in het Afrikaans als het Engels. Met de Afrikaanse taal wilde hij het racistische bewind aan de kaak stellen. Een aantal van zijn boeken werd verboden onder het apartheidsregime, waaronder “Kennis van die aand” (1973, “Looking on darkness”, aand = avond). Die censuur deed hem ook overschakelen op de Engelse taal en een eigen uitgeverij oprichten. Zijn grootste succes kende hij met het boek “’n Droë wit seisoen”, dat werd verfilmd als “A dry white season” (1989) met acteurs Donald Sutherland, Marlon Brando en Susan Sarandon en gerecenseerd door Johan de Belie in De Rode Vaan…

EEN DROOG WIT SEIZOEN

Voor « Een droog wit seizoen » ontving André Brink de Martin Luther King Memorial Prize. De roman werd in Zuid-Afrika een tijdlang op de lijst der verboden boeken geplaatst omdat het verhaal teveel overeenkomst vertoonde met het gebeuren rond de moord op Steve Biko. Het is een sterke roman die de wortels van de apartheid blootlegt, die weet te duiden hoe apartheid functioneert en die praktijken van de Zuid-Afrikaanse veiligheidspolitie (gedekt door politiek en economie) zonder meer aanklaagt.
Boeiend is het feit dat je hier, omdat een blanke Zuid-Afrikaner zich gaat bemoeien met de zwarte leefwereld, een dubbele optiek krijgt. André Brink toont hoe vanzelfsprekend het begrip apartheid is voor de blanke én in wezen ook voor de zwarte. En hoe de revolte in beide kringen ontstaat en werkt: verschillen en overeenkomsten. Om te besluiten dat het probleem van de apartheid, het probleem van macht en onderdrukking is, niks meer en niks minder. Een proces dat zowel psychologisch als economisch en politiek dient geïnterpreteerd en dus ook aangepakt te worden.
« Een droog wit seizoen » is het verhaal van de blanke onderwijzer Ben Du Toit die op zoek gaat naar de ware toedracht van de dood van de zwarte schoonmaker op zijn school, Gordon Ngubeni. Oorspronkelijk oordeelt Ben : « Ik geloof dat je meer bereikt als je, in plaats van te proberen de wereld stormenderhand te veroveren, in je eigen kleine hoekje rustig doet wat je hand vindt om te doen ». Hij zal al snel ervaren dat men hem dat « rustig doen » zeer kwalijk gaat nemen en dat zijn daden andere betekenissen en andere gevolgen krijgen in een wereld die door machtsmisbruik getekend is.
Brink slaagt erin de evolutie in het denken van zowel Ben als van de zwarte Gordon, duidelijk te schetsen. Waarbij blijkt hoezeer het gebeuren rond hen, hen tot bijna extreem-revolutionairen bombardeert. De situatie vormt hen, beide zeer rustige mensen, tot individuen die persoonlijk hun inzet tot het uiterste zullen doordrijven. Ongeacht of zij daaraan politieke (partijpolitieke) consequenties vastknopen.
Gordon Ngubeni zelf noemt in eerste instantie de belangstelling van zijn oudste zoon Jonathan voor ANC en Black Power « een ernstige ziekte ». Pas wanneer die zoon de dood vindt, officieel bij een rel in Soweto in 1976, maar in werkelijkheid na foltering, zal het bewustwordingsproces van zijn onderdrukking op gang komen. En hij zal trachten de ware doodsoorzaak van zijn zoon te bewijzen. Zijn vrees dat de « ziekte » van Jonathan « de andere kinderen in mijn huis zal aansteken » verandert geleidelijk in het besef dat de maatschappij verziekt is.
Op zijn beurt wordt Gordon gearresteerd en mét hem verdwijnen enkele getuigenverklaringen. De reacties op zijn aanhouding variëren: desinteresse, agressie, moedeloosheid vanwege de blanken die hem kenden als een integer man. Woede en verdriet van zijn familie, vrienden en andere zwarten. Ben du Toit gaat op zoek en krijgt zelfs in dat eerste stadium reeds last met de schooldirectie en met zijn vrouw en twee dochters. Ook al ziet hij Gordon nog als een individueel geval en wil hij het als dusdanig aanpakken. Een collega-leraar plaatst het gebeuren rond de Ngubeni’s in zijn contekst en maakt duidelijk hoe het symptomatisch is voor de Zuid-Afrikaanse politiek. Hij waarschuwt daarbij voor verdere excessen en geweld.
De zelfmoord van Gordon in de cel wordt in het verhaal en in het bewustzijn van Ben een keerpunt. De introductie van de zwarte chauffeur Stanley hanteert de auteur om enerzijds via het verhaal van parallelle jeugdherinneringen met Ben aan te duiden hoe irreëel het scheidingsprincipe tussen de rassen is, anderzijds om Ben verder te introduceren in de zwarte wereld en ons de blik van binnenuit op Soweto geven. Als tegenpool, niet in denken maar in milieu, wordt de jonge journaliste Melanie Bruwer opgevoerd, die naast de Zuid-Afrikaanse ook de Britse nationaliteit bezit: zij zal de andere zijde belichten.
Er komt een proces om de enscenering van de zelfmoord van Gordon te ontmaskeren. Was het zoeken naar bewijsmateraal zowel een thrillerachtig gegeven als een mogelijkheid om ons verder te introduceren in de leefwijze en de denkwereld van blank en zwart, dan is het proces een staaltje van verwrongen rechtspraak. Ergst lijkt de bedreiging van het ontnemen van elke privacy (huiszoeking, brieven openen, telefoon afluisteren). Hij gaat zijn taak, die hem dwingt zich met talloze andere problemen bezig te houden, in zijn juiste maatschappelijke contekst zien en het voor zichzelf ook ervaren als het persoonlijk probleem dat hij zijn verantwoordelijkheid dient op te nemen. « Omdat het voor te veel mensen een beetje te gemakkelijk is geworden om er zich schouderophalend van af te maken. »
De zekerheden waarop het blanke bestaan gebaseerd zijn en die in schril contrast staan met de constante onzekerheid van het zwarte bestaan dat daardoor verplicht is zich steeds vaker te manifesteren in geweld, vallen voor Ben weg: « Je zekerheden zijn ontmaskerde leugens. » Ook rond Ben valt iedereen weg. De journaliste Melanie met wie hij een liefdesrelatie had opgebouwd, wordt de toegang tot het land ontzegd. Zijn vrouw en kinderen laten hem in de steek. Hij moet ontslag nemen door de voortdurende intimidatie van de veiligheidspolitie… Geïsoleerd wordt zijn strijd steeds verbetener en hopelozer. Hij wordt tenslotte door een auto overreden; de chauffeur zal niet bekend raken…
In de figuur van Stanley zit wellicht de boodschap van hoop: hij smeekte Ben du Toit niet op te houden met zijn strijd omdat het strijden zelf zo belangrijk is. Ook als we niet kunnen winnen nu, moeten we toch laten voelen dat we er zijn, dat we vechten voor een generatie na ons, zegt Stanley. En dat Ben als enkeling toch zo’n grote bedreiging blijkt te vormen voor het systeem, is de tweede glimp van hoop die André Brink in zijn roman stopte.
Spannend, aangrijpend, in het verhaal de structuur van de apartheid revelerend, de mechanismen én de verweermiddelen aanduidend: een uniek boek over Zuid-Afrika.

STATES OF EMERGENCY

Vele jaren later las Johan ook “States of Emergency”.

De roman ‘States of Emergency’ (1988) (‘Noodtoestand’, vert. Rob van der Veer, Meulenhoff, 1988) bevat zowat alles wat we in het omvangrijke oeuvre van Brink kunnen terugvinden. We vinden hier in een zeer complexe structuur drie verhalen die door elkaar verweven zijn, en ook voortdurend met elkaar verbonden, naar elkaar verwijzen, in elkaar vervloeien soms. Daar is, centraal, de verteller, de schrijver die een manuscript ontvangt van een jonge vrouw, Jane Ferguson. Een banaal liefdesverhaal maar zo mooi geschreven dat hij zich voor de publicatie wil inzetten – wat na ettelijke pogingen blijft mislukken. Twee jaren later leest hij in de krant dat de vrouw zelfmoord pleegde. Hij bezit haar tekst nog, neemt contact op met haar vader… zal zo hij van deze haar dagboek krijgen. 

Zelf schrijft hij een roman, die qua thematiek gelijkt op het manuscript van de vrouw: een jonge vrouw verliefd op een oudere man. Zijn personages: de vijftigjarige professor Philip en diens twintigjarige assistente Melissa. Terwijl hij aan deze roman sleutelt laat hij de lezer kennis maken met het wordingsproces. Telkens aarzelt hij over het verdere verloop van het verhaal, onderzoekt meerdere opties, schrijft soms drie, zelfs eens vier versies uit eer een besluit te nemen over het vervolg. Het is ook een taalkundige (hij speelt in voetnoten vaak met de etymologische betekenis van woorden, van namen) en filosofische tocht, en een grasduinen in de literaire geschiedenis. Is zijn romance over een gehuwde oudere man een idylle die zich over een vrij lange periode ontwikkelt, deze in het leven van Jane Ferguson kon slechts enkele dagen kon duren. Zij ontmoette in het (vervallen) hotel van familie (een locatie die ook in de roman van de schrijver een centrale plaats krijgt!) een man die gezocht wordt door de politie. Een onstuimige relatie met deze activist, terwijl we enerzijds haar leven en achtergrond leren kennen, anderzijds zijn motivatie als blanke om zich actief te engageren in de strijd tegen apartheid. Dat is wat zij onthult in haar dagboek, één der drie luiken van ‘States of Emergency’. Brink kan hier laten zien hoe hij ook poëzie en symboliek in zijn proza weet te verweven. 

Wat ons bij een ander facet brengt van deze roman, van een groot deel van het oeuvre van Brink, van de persoon van Brink zelf: zijn visie op en strijd tegen de apartheid. In de loop van dit werk ontvouwt hij de historische evolutie van de bittere strijd die zich begon te ontwikkelen. Hoe die zich eerst manifesteerde als een verre rode gloed, een brandhaard in de township, branden die volgende dagen frequenter, heviger werden. Hoe het oproer zich uitbreidde, de onverantwoord harde, misdadige aanpak van politie en leger, van de overheid. Het geweld. Hoe begrafenissen van de kleurlingen resulteerden in moordpartijen door de ‘veiligheidsdiensten’. De huiszoekingen. Hoe er uiteindelijk een regime van geweld en terreur heerste, niemand nog veilig was, iedereen een verklikker kon zijn. André Brink legt de link, hierbij verwijzend naar het fenomeen ‘geweld’, met wat hij zag gebeuren toen hij in mei 1968 in Parijs verbleef. Al was de aanleiding totaal anders, en de gruwel minder, toch diende hij ook hier te zien hoe repressie functioneerde.

Tenslotte is er de roman van Janet Ferguson zelf, geënt op haar belevenissen met de activist. Als gezegd haakt de roman van de schrijver die we, lezend, moeizaam zien ontstaan, voortdurend in bij deze van Janet en vooral in de realia van haar dagboek. Ook voor zijn personages wordt het familiehotel een cruciaal punt, zullen ze eenzelfde plekje in een bos tot het hunne maken, naar dezelfde muziek luisteren, parallel emoties doorworstelen…

Een gelaagd boek, een puzzel lijkt het soms, een labyrint waarin de lezer nooit verdwaalt – er blijven telkens voldoende ijkpunten. Op de structuur en de motieven van het Nibelungenlied, met Wagners ‘Götterdämmerung’ op de achtergrond als gruwelijk symbool voor wat die jaren gebeurde in Zuid-Afrika. Een strijd die via een aantal nevenpersonages in deze roman heel beklemmend getoond wordt. Wat hem meteen tot een vuist tegen racisme, onverdraagzaamheid en iedere vorm van geweld maakte. Legt Brink een stukje bittere geschiedenis bloot dan heeft de achterliggende boodschap nog niet aan actuele waarde ingeboet…

Johan de Belie     

Referenties
Johan de Belie, Een uniek boek over Zuid-Afrika, De Rode Vaan nr.27 van 1988
André Brink, Een droog wit seizoen, De Prom, Amsterdam, 1987, 256 blz., 590 fr.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.