Omdat jonge mensen 32 % vormen van alle in een ongeval om het leven gekomen en zwaar gewonde bestuurders van een auto, terwijl ze slechts 17 % uitmaken van de bevolking die de leeftijd heeft, vereist voor het besturen van een wagen, heeft de Hoge Raad voor de Verkeersveiligheid een speciaal dossier samengesteld over « De jeugdige automobilist en de verkeersongevallen ». In dit dossier kwamen tal van schokkende cijfers naar voren zodat ook De Rode Vaan niet aarzelde om er even enkele bedenkingen bij te maken. Daarbij volgden we de indeling van Via Secura vrij getrouw, afgewisseld met fragmenten uit gesprekken die we hadden met een paar jonge mensen : Linda (20 j., werkloos), Ronan (22 j., automecanicien), Marc (20 j., student), Kristina (25 j., bediende), Benny (25 j., schrijnwerker) en Sonia (25 j., huishoudster).

Het verschijnsel auto
Opvallend is dat, alhoewel deze mensen zuiver toevallig werden gekozen (*), zij allen in het bezit zijn van een rijbewijs, op uitzondering van Linda, die zegt nog geen tijd te hebben gehad om rijlessen e.d. te volgen, maar het zeker zo vlug mogelijk zal doen.
Dat bevestigt meteen wat ook al uit de enquête van Via Secura bleek, namelijk dat een auto erg belangrijk is in het leven van de Belgen en zeker van de jonge Belgen. Omdat Via Secura een vergelijking maakt met het aantal badkamers in België (« de Belg geeft meer om zijn auto dan om zijn hygiëne : er zijn er veel meer dan badkamers »), vroegen ook wij aan deze jongeren om een vergelijking te maken. Een paar van de antwoorden :
Benny : « Onmisbaar als een vrouw. »
Kristina : « Even belangrijk als een woning. »
Marc : « Zo belangrijk als een stereo : je kan ze beide missen maar toch heb je er plezier aan als je ze bezit. »
In dit laatste antwoord klinkt echter reeds een zekere relativering door die we ook bij Linda, Sonia en Ronan weervinden. Zij vinden een auto niet zó belangrijk, maar leggen de nadruk op het feit dat het verplaatsingen heel wat vergemakkelijkt. Hier zijn we dan meteen op een terrein dat Via Secura niet aansnijdt, alhoewel het erg belangrijk is. De meeste jongeren gebruiken een auto inderdáád om in de weekends uit te gaan, maar uit onze mini-enquête blijkt dat zij dit niet doen om hun lief te epateren of om hun vrienden ermee de loef af te steken, neen, het is gewoon de gemakkelijkste manier. Dat betekent ook dat heel wat ongevallen tijdens de weekends zouden kunnen worden vermeden indien het openbaar vervoer meer tegemoet kwam aan de wensen van de gebruikers. En dan hebben we het hier nog niet eens over de steeds stijgende prijzen (want tenslotte stijgt de benzineprijs ook met stip), maar aan de slechte verbindingen, uurregelingen e.d.
Gebruiksvoorwerp
Een concreet voorbeeld : Temse. Tien, vijftien jaar geleden was Temse nog een bloeiende gemeente. Nu is op economisch gebied haast enkel nog de Boelwerf van belang. Het zal dan ook wel niet toevallig zijn dat in navolging van deze conjuncturele daling ook het culturele en het ontspanningsleven met rasse schreden achteruitging. Vroeger waren er drie (verzuilde) jeugdclubs, geen van hen bestaat nog. Vroeger waren er drie bioscopen, ook zij legden er alle drie het bijltje bij neer. De gemeentelijke overheid heeft wel één ervan overgenomen en « omgeturnd » tot schouwburg, maar die staat meestal op inactief. Gevolg : jongeren van Temse die er eens uit willen zijn ipso facto op de omliggende gemeenten aangewezen. Meest voor de hand liggend is natuurlijk Sint-Niklaas (6 km), al is ook dit provinciestadje niet zo dadelijk het Mekka van de cultuur. Nu is het zo dat ’s zondags de laatste bus van Sint-Niklaas naar Temse vertrekt om… 21 u ! Indien je dus jong bent en « je wil wat » zoals ze op Veronica zeggen, maar je woont toevallig in Temse (nu toch niet zo’n achterlijk nest, er moeten dus nog krassere voorbeelden zijn) en je hebt geen wagen, dan kan je ’s zondagsavonds braafjes aan de beeldbuis gekluisterd blijven (en iedereen weet hoe lamlendig de programma’s op zondag zijn). Leuk dus om weer een nieuwe week op school of op het werk aan te vatten…
Van een « automanie » kunnen wij dus echt niet spreken (brochure p. 5 : « Vanwaar die automanie ? De oorzaak is dat een wagen niet alleen een vervoermiddel is, maar evenzeer, zo niet meer, een statussymbool, het resultaat van zelfprojectie, emoties, gepassioneerde bewondering, vrijheidsverlangen, machtsdrang, en zo meer. »). Misschien is dat meer het geval bij oudere bestuurders (b.v. statussymbool). Alleen het vrijheidsverlangen kwam bij twee van onze geïnterviewden ook boven. Dezelfde tendens (gebruiksvoorwerp-vrijheid) bleek ook uit de vraag waarom men eigenlijk een rijbewijs had aangevraagd : hierbij was er een fifty-fifty verhouding tussen de noodzaak van een wagen te hebben voor verplaatsingen van en naar het werk en voor uitstapjes.
De jonge automobilist
« Doch die zelfde jongeren lopen in hun auto ook de meeste gevaren. De redenen zijn bekend : onstuimigheid, behoefte aan stoer doen, verzotheid op Wijntje en Trijntje, en zo meer. »
Mythe of werkelijkheid ? We stelden in dat verband een paar vragen aan onze jonge vrienden : Na hoeveel pinten verklaar je zelf dat je niet meer wenst te sturen ?
Op uitzondering van Benny (« 24 stuks ») en Sonia (« ik drink niet ») kwam hierop geen concreet antwoord. De meesten zeiden dat het hen nog niet was overkomen.
— Als uw passagiers (familie of vrienden) zeggen dat u te dronken bent om te sturen, wat doet u dan ?

Benny : « Zelf rijden. »
Ronan : « Wat volgens mij het beste is. »
Kristina : « Een ander laten rijden. »
Marc : « Het gebeurt wel dat als ik te zat ben, een vriend het stuur overneemt, maar zelf denk ik daar niet zo dikwijls aan. »
— Hoe snel rijdt u gewoonlijk op een niet al te drukke weg ?
Overdag ? 50, 100, 90, 120, 100, 100 km/u.
’s Nachts ? 50, 110, 90, 120, 120, 80 km/u.
— Als er passagiers zijn die u aanmoedigen om sneller te rijden, luistert u dan naar hen ?
Bijna unaniem werd hierop « neen » geantwoord (Ronan : zelden).
— Speelt u wel eens kat en muis met andere weggebruikers ?
Hierop was het antwoord eerder positief.
We voegen hier nog een paar bedenkingen uit de Via Secura-brochure aan toe :
« Jonge automobilisten (18-24 jaar) hebben slechts weinig rijervaring. Inderdaad, 68 % van hen hebben een rijbewjs sedert minder dan 5 jaar, 29 % hebben minder dan 10.000 km gereden, 40 % minder dan 20.000 km en 63 % minder dan 50.000 km.
» Anderzijds rijdt een op de twee jonge bestuurders (50 %) zeer vaak of vaak in het donker en 56 % rijden geregeld tijdens het weekeinde. »

De wagen
« Een geringe meerderheid jonge mensen besturen gewoonlijk een nieuwe wagen (53 %, tegenover 47 % een tweedehandswagen).
» Bij de keuze van dit voertuig werden zij door verschillende factoren beïnvloed. Deze zijn, in volgorde van belangrijkheid : de prijs, de kwaliteit van de mecaniek en het verbruik.
» De drie voornaamste factoren die de keuze van een wagen beïnvloeden zijn dezelfde voor de gemiddelde als voor de jonge bestuurder; bij de gemiddelde bestuurder weegt de kwaliteit van de mecaniek evenwel meer door dan de aankoopprijs, bij de jonge bestuurder is het omgekeerde het geval. »

Onze « proefkonijnen » beantwoordden volledig aan de statistieken wat de verhouding nieuwe-tweedehandswagens betreft (bijna gelijk), maar op uitzondering van de wagen van Ronan waren de tweedehandswagens ook in goede staat. Ook zij letten vooral op de kostprijs wanneer ze zich een auto aanschaffen, maar toch haast evenzeer op het verbruik en zelfs op het comfort. De meesten geven de voorkeur aan een klein, handig wagentje, dat makkelijk parkeert en manoeuvreert.
Jongeren hechten zich erg snel aan hun vervoermiddel, dat blijkt o.a. uit het feit dat zij het stuur niet gemakkelijk afstaan aan derden. Omgekeerd zijn zij wel geneigd om, in het uitzonderlijke geval dat ze niet met hun eigen wagen zijn, met eender wie scheep te gaan (uitzondering Kristina : « Uitsluitend met mijn echtgenoot, als hij niet dronken is, ofwel met een kennis, zeker niet met vreemden. »).
Het ongeval
« Op 100 jonge automobilisten zijn er 26 die zeer vaak of vaak aan een ongeval denken, 26 denken er soms aan, 25 zelden en 21 nooit.
» 27 % van de jonge bestuurders hadden reeds een of meer ongevallen waaraan ze schuld hadden. »

Onze ondervraagden zijn nog nooit bij een ernstig ongeluk betrokken geweest. Een drietal geeft wel toe reeds meerdere malen « blutsen en builen » te hebben opgelopen, maar typisch is toch dat men hierbij zijn eigen schuld minimaliseert ten nadele van de « anderen » of van een soort van fataliteit (« ’t Is rap gebeurd »). Opmerkelijk is dat iemand van de ondervraagden van wie ik persoonlijk weet dat hij toch in een tamelijk ernstig ongeval (wagen « perte totale ») werd betrokken door eigen schuld (bruusk remmen) dit niet vermeldt. Wellicht is dit niet eens opzettelijk gebeurd, men is het gewoon « vergeten ». Op die manier moeten we (hoe ongaarne ook) de volgende passage uit de brochure enigszins bijtreden :
« Als je hem over het verkeersgevaar spreekt, luistert hij nauwelijks. Dat gaat hem niet aan. Dat boezemt hem in ieder geval geen schrik in. Derhalve loopt hij het in erge mate.
» Erger nog, hij neemt zelf meer risico’s dan zijn oudere medeweggebruikers, daarbij niet inziende dat die een der hoofdbestanddelen vormen van de heersende onveiligheid. Toch, zo vindt hij, gaat de bedreiging niet van hèm uit, maar van de anderen, de ouderen, de slechte staat van de wegen, de ” dom geplaatste ” verkeersborden…
» Afzonderlijk genomen is de jongere een heel andere dan in groepsverband. Dit speelt in zijn leven een grote rol. Het geeft hem de kracht om van de volwassenen duidelijk afstand te nemen. »

Dikwijls wordt een avondje uit een soort van groepsuitstap. Men kruipt met zoveel mogelijk in één wagentje en ook tijdens de rit wordt gelachen en plezier gemaakt. Dat is hen natuurlijk van harte gegund, maar gedeelde vreugd is hier vaak dubbele smart, want vaak wordt de bestuurder hierdoor zo afgeleid dat dit één van de meest voorkomende oorzaken is van ongevallen waarin jonge bestuurders worden betrokken. Daarom een paar vraagjes in die zin :
— Vindt u het fijn dat terwijl u stuurt uw vrijer of lief aan uw lijf begint te prutsen, te kittelen of te kussen ?
Marc : « Ik denk dat niemand daar wat kan op tegen hebben, in die mate natuurlijk dat goed rijden mogelijk blijft. »
Linda : « Als lief vind ik het zelf wel plezant aan de bestuurder zijn lijf te prutsen en de rest. »
Kristina echter doet haar beklag : « Dat heb ik van mijn man nog nooit ondervonden. »
Op onze vraag of men al rijdende praat met de inzittenden (moppen tappen, discussiëren over het historisch en dialectisch materialisme enz.) antwoordde iedereen positief. Een andere vraag was of men zich liet afleiden door het landschap, een prachtig schepsel, een splitrok die openwaait enz. en of men als passagier de bestuurder daarop opmerkzaam zou maken.
Marc : « Aangezien ik bijna enkel ’s avonds rij is er nog weinig te zien van het landschap; het andere — zeg nu zelf — daar kan je toch moeilijk naast kijken ? Als passagier zou ik er de aandacht van de bestuurder zeker op vestigen, zo kunnen we indien nodig nog iemand oppikken. Maar dan wel enkel op kalme en ongevaarlijke wegen, want er rijden natuurlijk ook nog andere mensen op de weg. »
Kristina : « Dat hangt van het… landschap af. »
De anderen antwoordden ongeveer in dezelfde zin, behalve Sonia, die haar geleider in het ongewisse zou laten als er iets te zien valt.
Op onze vraag van welke chauffeurs ze het meeste schrik hadden, kregen we als antwoord : van zondagsrijders (2 x ), van vrouwen en oude mannen, van roekeloze mensen en van vrachtwagen- en buschauffeurs (2 x ).
De jeugd en het gezag
« Een jongere is — zo schrijft men in de Via Secura-brochure — van nature rebels. Tegenover het gezag staat hij huiverig. Hij hecht nauwelijks geloof aan wat de bekleders ervan verkondigen. Dat de ouders er maar het zwijgen toe doen. Idem voor het officiële gezag : de staat, de regering, de rijkswacht… »
We vroegen daarom aan onze gesprekspartners wat zij van politie en rijkswacht dachten. De antwoorden waren op zijn zachtst uitgedrukt merkwaardig…
Kristina : « Het zijn geldkloppers, luieriken ofwel mensen die te dom zijn om een ander beroep te leren. Men mag ze niet allen over dezelfde kam scheren, maar ik ben er toch nog geen andere tegengekomen. »
Marc : « Die kunnen de pot op. Het zijn twee organen waar eens drastisch mocht in gesnoeid worden. Het enige plezier van deze ” boemannen ” bestaat erin de anderen (nog liefst links denkenden) de strop om te doen. Eigenlijk valt er zo gezien weinig goeds van te zeggen. »
Ronan : « Ik zie liever hun hielen dan hun tenen. »
Benny : « Zij zijn de schuld van de hoge verkeersbelastingen. »
Linda : « Allemaal zondagsrijders die in de week overuren doen. »
Enkel Sonia constateert : « Er mag wel controle zijn op het verkeer. »
« Wat leert ons deze instelling ? », vragen de mensen van Via Secura zich terecht af. « Dat het gezag niet de meest geschikte weg is om de jongeren iets bij te brengen. »
Dat is wel juist, maar is dat b.v. een voldoende reden om verkeersonderricht uit de scholen te bannen ? Alleszins, op uitzondering van Linda, waren alle ondervraagden unaniem : zij bekloegen zich erover dat ze ofwel helemaal niet ofwel te weinig en te oppervlakkig in het verkeer waren ingewijd.
Motor- en bromfietsen
« De jongemannen van 16 tot 18 jaar vormen 5 % van de mannelijke bevolking, doch eventjes 47 % van de om het leven gekomen en zwaar gewonde bromfietsers.
» Even erg is het gesteld met de motorrijders : de jongemannen van 18 tot 22 jaar maken 8 % uit van de mannelijke bevolking en 58 % van alle om het leven gekomen en zwaar gewonde motorrijders. Vooral in de weekeinden is de toestand catastrofaal. In 1976 was van alle op vrijdag-, zaterdag- of zondagnacht om het leven gekomen of zwaar gewonde bromfiets-, motor- en autobestuurders niet minder dan 46 % 18 tot 24 jaar. In de rest van de week zakte dit cijfer tot 25.
» Voor de passagiers van 18 tot 24 jaar en voor dezelfde tijdstippen was de toestand nog erger : 50 % ; buiten de drie bewuste nachten bedroeg hun aandeel 22 % . »

Linda, Ronan en Benny staan positief ten opzichte van gemotoriseerde tweewielers. Ze vinden ze « plezant » en « lollig », « behalve als het regent » . Ook Kristina, al heeft die wel wat meer reserves : « Ze vormen toch wel een gevaar op de weg en om dagelijks mee te rijden vind ik ze zeker niet aangewezen. »
Meer negatief klinkt het oordeel van Marc en Sonia. Marc verwoordt het zo : « Indien dat ” ding ” enig nut heeft, heb ik er niets tegen in te brengen. Als het echter dient om op te vallen in de ogen van de anderen, vind ik het doodgewoon belachelijk. »
Concluderend kunnen volgens de brochure als voornaamste oorzaken van ongevallen met jonge automobilisten aangevoerd worden :
1. vooral : hun opvallende onervarenheid in ’t algemeen;
2. hun onervarenheid inzake rijden in het donker;
3. de verstrooidheid veroorzaakt door hun passagiers (die meestal ook jong zijn);
4. de pilsjes;
5. hun roekeloosheid;
6. hun geldingsdrang;
7. de combinatie van twee of meer van deze factoren.
Defensief rijden
Als remedie, ter voorkoming dus van dergelijke ongevallen, vraagt Via Secura niet alleen de jongeren, maar álle weggebruikers « defensief te rijden ». Wat houdt dit in ?
« Laten wij zeggen dat dit erin bestaat de verkeersregels na te leven en het onvoorziene, zo niet het onvoorzienbare, te beperken door preventieve hulpmiddelen en een dito rijstijl. Die hulpmiddelen zijn autogordels, valhelmen, onderhoud van het voertuig, nuchterheid, enz. »
In dit verband een paar nuttige wenken:
— wantrouw diegenen wier aandacht wordt afgeleid;
— bewaar met uw voorligger een afstand die ten minste de helft bedraagt van uw snelheid (b.v. 50 m. bij 100 km/u.);
— wantrouw uw « voorrang », sta hem af als u voorvoelt dat uw partner niet tijdig zal kunnen stoppen;
— laat u inhalen (lichtjes vertragen en rechts uitwijken) wanneer een snellere bestuurder daartoe aanstalten maakt;
— voor u inhaalt, vraag u dan eerst eens af of het wel zin heeft;
— wat kinderen betreft : vaak wordt gezegd dat hun gedrag onvoorspelbaar is… aangezien u het weet is het dat bijna niet meer;
– let erop tweewielers de weg niet af te snijden bij het rechts afslaan;
— stippel uw route uit;
— het is verkieslijker een kruispunt of een autoweg-uitrit voorbij te rijden dan daar op het laatste ogenblik met levensgevaar af te slaan.
Over twee van deze wenken hadden wij nog een laatste babbel met onze vrienden. Nemen zij ook kost wat kost hun voorrang ? Kristina en Ronan wel, maar Benny vindt het in de stad toch wel gevaarlijk, terwijl Sonia aanmatigt tot voorzichtigheid. En Marc ? « Sommigen zeggen : voorrang is voorrang en daarmee uit. Dit is een foutieve redenering. Het hangt allemaal af van de situatie. Hoffelijkheid op de weg kan nooit kwaad. »
En wat die route betreft ? Als zij er tijdens het weekend op uittrekken, weten zij dan al waar naartoe en langs welke weg ?
Benny en Kristina niet, die bespreken het onderweg. De anderen weten het wél reeds. Marc geeft daar in deze tijden van oliecrisis wel de meest kernachtige verklaring voor : « Vast en zeker want anders wordt het een veel te duur grapje. »

Referentie
Ronny De Schepper, Dodenwals op vier wielen, De Rode Vaan, 7 februari 1980

(*) Nounou, “zuiver toevallig”… Voor mensen uit mijn onmiddellijke omgeving zullen deze namen nogal bekend voorkomen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.