Het zal morgen ook al twintig jaar geleden zijn dat Felix Dalle, ooit hoofdredacteur van “Kerk en Leven”, is gestorven. Wat heb ik nu te maken met “Kerk en Leven” zullen velen zich afvragen. Wel, het antwoord hierop vind je in onderstaand artikel dat oorspronkelijk wel onder de weinig Kerk en Leven-achtige titel “Vulvaginaanminnig fabelzaam” is verschenen in De Rode Vaan. En dàt had dan weer met iets anders te maken. Enfin, ’t is allemaal zo ingewikkeld dat ik niet anders kan zeggen dan: lees het eens en dan zal je precies weten waarom het allemaal draait…

09

« Fastueuze Epilepsia mijnser verwenslangens, gladmollijst, zijchdachtig in je bonte luister (…) Jouw kwabbiteit satijnt, jaretueel menstrueeuwig vulvaginaanminnig, zwolle ’t mij de suspens geheel tot dweilens toe; belieft mij grieflijk Busdan toch — opdat ’t u gelukkig rafele ». Ja, beste vrienden, de opvoering van “De Sapeurloot” was in 1985 een theatergebeurtenis van belang! Net zozeer als “Teledeum” van de Internationale Nieuwe Scène, maar in dit laatste geval helaas niet in de positieve betekenis van het woord…
Trammelanten wij nu helemaal gewijfseksobsessienerend ? Maar generleimand ! Alleen, wij sprokkelen even uit de enige taal waarin je het getaalflikflooide theaterdeel « De Sapeurloot » (regie Wim Meuwissen) kan genieten. Maar dan ook onvervalst ijllustig genieten. Psychialogische veerkracht hoef je niet te zoeken achter deze klucht van de Franse auteur Gildas Bourdet. Als reactie op afbraakkritiek op zijn vorige werk riposteerde de Bretoen met de euvelmoed « een zeer slecht stuk te schrijven ». De kritiek viel hem deze keer echter om de geroodzoende hals en plaatste de fabelzame creatie op het hoogste ereluurschavotje. Bourdet proefde een op Italiaanse komedietoestanden geschoeide persiflage op de verleisleepte driehoeksverhoudingstuiverklucht, die gespeeld wordt in een totaal mouwgeschudde taal : het Sapeurloots. Gentenaar Pjeroo Roobjee toonde zich geen pampoesjerige pampzak en hertaalwerkte het neotheaterbargoens op Franse leest om in een bakteriofaag Nederlandstalig babyloniegeniement.
Bitte, bitte, haak niet af ! Het stuk moet je méémaken, over je laten smeuvloeien. Je mag geen enkel systeem zoeken, je mag het niet eens trachten te verhersenen. Alleen luisteren, kijken, dompelvloeien. En dan kan je ’t ook voelgrijpen. Meer is er niet. Of toch ?
Wel, je lachspieren worden beslistement ontboetseerd. Seulement nen valskiezaard die niet ene vaatstrijdverloorveld achter de lijkpijne rug heeft, bijtkiest vereeuwigd. En de taal, sorry klanksyntagmen, vleest zo op uit de penivulvaginale vlinderzones. Zonder plat te worden, zonder seksistisch te vergrijzen, slaagt het Sapeurloots erin recht uit de onderbewuste voelvazaden te stuwen. De onderliggende tussenregelaars die zelf woordworden !
Bovennaast is er de prachtvondeling clou, die de ongeïnteresseerde buitenstaander-verteller onschurftdogenloos in dezelfde relatieseksvicieuspiraal meespint, ook al dacht hij zich er wolkenboven. Niemand ontvlucht de medevoeldans. Zoals die vervoeld wordt door de Sapeurloot zelf (Rik Hancké), de vergrijzende zoekman die zijn tangerosvrouw Apostasie (Lisette Mertens) wil vervangen door haar jong charmacassante alter ego Espermanza (Lydeke Härschnitz, een volstijfledig spuiteikel bronweegbrengende vertolking). Uitterminussig weet « hij » echter niet waarlijk te kiezen (vanwege tussendijense schrik voor gekilde eenzaamheid). Herman Verbeeck als de « hond-verteller » wordt dan onverlauferig ook meegegraceonmeleerd en speelt al onmiddellijk ontrouwig over met de eunuchgesproken eenzaamkuttige Apostasie.
Tzwischen brakketten : in Knokke-Heist en Gazet van Antwerpen-rijkregio’s zal zowel « de Sapeurloot » als deze « rode vaan » babokkig als pornografie gecircusmicissiejaculeerd worden. Bruizelorig !
TELEDEUM
Wordt de lof van « De Sapeurloot » in alle talen (zeg dat wel !) bezongen, dan is het opvallend stil rond de jongste productie van de Internationale Nieuwe Scène, « Teledeum ». Eerst dachten wij nog dat de « zendeling » die voor ons blad de première van deze « generale repetitie voor de eerste oecumenische viering die in Eurovisie zal worden uitgezonden » had moeten bijwonen, ergens op de Antwerpse kaaien tussen wal en schip was terechtgekomen, maar na nu zelf een voorstelling te hebben bijgewoond in de Gentse Vooruit, veronderstellen we dat deze persoon uit eerlijke schaamte de linkse kap heeft over de haag gegooid om zich in pij(s) en vree(s) ergens in een klooster terug te trekken.
De manier waarop hier immers aan « kritiek » (?) op het geloof wordt gedaan is van een ontstellend laag niveau. Gaande van scheten laten over kontknijpen tot dé vondst van de avond : Christus-ketchup. Zelfs Chirojongens en -meisjes die op kamp eens « echt vuil » willen doen, zouden er niet opkomen.
In Spanje heeft dit stuk (dat oorspronkelijk van Els Joglars is) enige opschudding veroorzaakt, wat normaal is, gezien het even debiele karakter van het (bij)geloof aldaar. Hier zitten we gelukkig al heel wat verder : er is geen gelovige die erop afkomt, die ene grijzende figuur in clergyman niet meegeteld die voortijdig, maar rustig de zaal verliet. Laten we hopen dat hij niet denkt dat men in alle linkse kringen zo de dialoog met de gelovigen meent te moeten aangaan… Het is inderdaad zo één van die momenten dat men helemaal rood wordt omdat men óók rood is, net als diegenen beweren die zich daar vooraan staan aan te stellen.
Indien de I.N.S. op die manier de Islam zou hebben aangepakt, zou men hen ongetwijfeld van racisme hebben beschuldigd.
Door omstandigheden gedwongen ben ik (een beetje met de schrik in het hart) deze voorstelling gaan bekijken samen met mijn kinderen. De jongste heeft zich echter verschrikkelijk geamuseerd, terwijl de oudste die amper de middelbare schoolleeftijd heeft bereikt zich reeds zat te ergeren. Dat zegt genoeg over het niveau, dunkt me.
Toch werd er veel en hard gelachen in de zaal. En dat al van vóór de eigenlijke voorstelling, als er op de scène een paar verklede pastoors rondlopen. Ja als dat voldoende is, dan zal dit wel een gelukte « satire » zijn, zeker ?
Omwille van « Mistero Buffo » zal de Nieuwe Scène veel vergeven worden, maar dit niet !
REACTIES
Deze recensie bleef niet zonder reactie. Maar dan wel uit onverwachte hoek…
1) ’t Pallieterke
Sedert de onvergetelijke Mistero Buffo, waarvan ze het peil nooit meer bereikten , lopen de kameraden en kameraadskes van de Internationale Nieuwe Scène er tweederangs bij. In hun proletarische strijd tegen Kerk en Staat en vooral tegen het Kapitalisme, verwarren ze theater met pamflet. Met alle triestige gevolgen van dien. De laatste weken is de Nieuwe Scène weer op links-kritische kruistocht getogen. Ditmaal hebben ze het op de godsdienst voorzien.
Met Teledeum — een stuk van de Spanjaard Albert Boadella, dat in Spanje tot moeilijkheden heeft geleid — komt het publiek terecht in een TV-studio, waar een repetitie plaats heeft voor de opname van een oecumenische viering, die in Eurovisie zal uitgezonden worden.
Dat is natuurlijk een unieke gelegenheid voor de Nieuwe Scène (in Spanje gebeurde dit door de groep Els Joglar) om een loopje te nemen met het gelovige Westen, vertegenwoordigd door afgezanten van de Anglicaanse, Lutherse, Calvinistische en Rooms Katholieke Kerk en de Getuigen van Jehova. Eens te meer vervalt de Nieuwe Scène in eenzijdig-karikaturaal gedoe en dat zo onnozel en ondermaats, dat het zelfs sommige linksen te gortig is geworden. Typisch voorbeeld in dat verband is een bijdrage in de Rode Vaan, die de voorstelling van Teledeum gewoon áfkráákt.
« De manier waarop hier immers aan “kritiek” (?) op het geloof wordt gedaan, » zo noteren de recensenten – ze zijn met twee (*) van de Rode Vaan, « is van een ontstellend laag niveau, gaande van scheten laten over kontknijpen tot de vondst van de avond: Christus-ketchup. Laten we hopen dat men niet denkt dat men in alle linkse kringen zo de dialoog met de gelovigen meent te moeten aangaan… Indien de Nieuwe Scène op die manier de Islam zou hebben aangepakt, zou men haar ongetwijfeld van racisme hebben beschuldigd. Toch werd er veel en hard gelachen in de zaal. En dat al van voor de eigenlijke voorstelling, als er op de scène een paar verklede pastoors rondlopen. Ja, als dit voldoende is, dan zal dit wel een gelukte “satire” zijn, zeker ? »
Inderdaad, de Rode Vaan heeft de nagel op de kop getikt. De voldoening van de Nieuwe Scène-commune bereikt ongekende hoogten — dat hebben we reeds meermaals vastgesteld — wanneer ze een belachelijk gemaakte geestelijke op hun fans kunnen loslaten. En voor die fans is de opvoering een succes wanneer ze een carnavalspastoor te zien gekregen hebben.
Simpeler kan het niet voor eenvoudigen van geest.
2) Kerk en Leven
“Teledeum” kan een samenvoegsel zijn van TE DEUM en iets als TELE, lees televisie of zo. Maar je had het ook even goed ANTI DEUM kunnen noemen. En om het DEUM belachelijk te maken staat er op de affiche een soort afbeelding van het Lam Gods, waarvoor onze voorouders toch een zekere eerbied hadden.
Het hele toneelstuk waarmee de Internationale Nieuwe Scène (I.N.S.) heel Vlaanderen heeft rondgetoerd, behoort tot het meest verouderde anti-klerikalisme sinds jaren bij ons vertoond. Daarenboven heeft het geen enkele Nieuwe Scène-kwaliteit. Het is plat, boers, gemeen : „gaande van schetenlaten over kontknijpen tot de vondst van de avond : Christusketchup”. Het is onze mening dat het hele project werd opgezet in de tijd van de anti-klerikale hetze van net vóór het pausbezoek.
Met onze verontschuldiging voor onze lezers, maar we oordeelden het nuttig ook eens dat ding te gaan bekijken. De Nieuwe Scène werkt met financiële steun van de regering en we dachten als staatsburgers daartoe recht te hebben. Perskaart of niet, we mochten de prijs van het ticket betalen. Financieel viel het voor ons niet mee, want na tien minuten tweede bedrijf hebben we onze democratische pet opgezet en de zaal verlaten. Men vertelt dat er in Waregem op vrijdag 13 december nog geen tweehonderd mensen in het Cultuurcentrum kwamen kijken en dat vijftig van hen na de pauze aan de toog van de bar bleven hangen. Dat alles lijkt op een soort anti-klerikalisme waarvoor zowel de journalist als de belastingbetaler moet betalen.
Toch werd er gelachen in de zaal, „voor de eigenlijke voorstelling, als er op de scène een paar verklede pastoors rondlopen. Ja als dit voldoende is, dan zal dit wel een gelukte „satire” zijn, zeker ?”
We willen nu niet als katholieken spreken. We citeren : „Indien de I.N.S. op die manier de Islam zou hebben aangepakt, zou men hen ongetwijfeld van racisme hebben beschuldigd”.
Wie is nu in Vlaanderen verdraagzaam en breeddenkend ?
Nota : onze drie citaten in vet in onze tekst komen uit Rode Vaan (getekend L.R., R.D.S.) van 14 november 1985 (**). Merci.

Referentie
Luc Rasquin en Ronny De Schepper, Vulvaginaanminnig fabelzaam, De Rode Vaan nr.45 van 1985
Jan D’Haese, De Rode Vaan… en Teledeum, ’t Pallieterke, 14 november 1985
Felix Dalle, “Teledeum”, Kerk en Leven, 23 januari 1986

(*) Ja, dat is het probleem met het samenvoegen van bijdragen natuurlijk. Of Luc Rasquin naar “Teledeum” is geweest en wat hij ervan vond, weet ik niet. Ikzelf ben wel naar “De Sapeurloot” geweest maar, alhoewel ik minder enthousiast was dan hij, toch moet ik nederig het hoofd buigen voor het taalkunstwerk dat Luc met zijn recensie in elkaar heeft geknutseld. Dus wat “De Sapeurloot” betreft komt alle eer hem toe. De verantwoordelijkheid voor “Teledeum” neem ik zonder enig probleem op mij.
(**) Deze datum klopt niet, want dat is de datum waarop ’t Pallieterke is verschenen, waarin de reactie op mijn recensie staat. Ik leid hieruit af dat Felix Dalle (1921-2000) niet de originele tekst in De Rode Vaan heeft gelezen, maar enkel de fragmenten zoals die tot hem zijn gekomen via ’t Pallieterke. Hiervan was de auteur Jan D’Haese (1922-2005), die ik zeer vaak tegenkwam op toneelvoorstellingen en waarmee ik na verloop van tijd (maar nog niet in die tijd omdat hij mijn vriend Johan de Belie eens had “aangepakt”, over Anton van Wilderode dan nog wel) een hechte vriendschapsband smeedde, ondanks het feit dat we beiden aan de uiteinden van het politieke spectrum stonden. Alhoewel… ik moet toegeven dat ik Jan, ondanks zijn Oostfront-verleden, nooit als extreem-rechts heb ervaren. Flamingant, ja, maar dat was ik ook, dus dat was eerder een bindmiddel dan een splijtzwam. En hij kwam uit een Daensistisch huisgezin. Dàt heb ik veel meer onthouden, vooral die avond dat we samen aan de boorden van de Leie over het leven en al zijn peripetieën zaten te mijmeren. Jan is ook diegene die mij (en in één ruk door ook die andere linkse rakker Daan Bauwens) heeft verdedigd in mijn conflict met theatergezelschap Controverse.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.