M*A*S*H (afkorting voor Mobile Army Surgical Hospital) is een Amerikaanse film geregisseerd door Robert Altman, met in de hoofdrollen Donald Sutherland als Hawkeye en Elliott Gould als Trapper John.

Het scenario voor de film is gebaseerd op de roman “MASH: A Novel About Three Army Doctors” (1968) van Dr Richard Hornberger. Wachtend op de patiënten in zijn praktijk in Bremen (Maine) schreef hij onder het pseudoniem Richard Hooker over zijn denkbeeldige verblijf in het mobiele veldhospitaal 8055 in Korea. Hij baseerde het karakter Hawkeye op zichzelf.  Richard Hooker en verhaalt de belevenissen van de artsen en verplegers in een Amerikaans veldhospitaal (Mobile Army Surgical Hospital 4077) in de Koreaanse Oorlog. Het scenario wijkt nogal drastisch af van Hornbergers boek. Volgens Altman was de roman slecht geschreven en racistisch van toon. De schrijver zelf werd omschreven als een rechtse republikein met conservatieve ideeën. Ring Lardner jr. gooide de toon van het boek compleet om, maar Altman zei later dat het hem nog te rechts was en dat hij het scenario alleen als uitgangspunt gebruikte. Volgens Lardner is het grootste deel van zijn werk echter wel gehandhaafd en heeft Altman alleen de volgorde van de scènes en sommige dialogen aangepast en improvisaties toegelaten. Sally Kellerman (Hot Lips) b.v. had oorspronkelijk maar een paar zinnetjes tekst en breidde dit door improvisatie uit tot een complete rol. De opname van de scène waarbij Hot Lips onder de douche staat en het tentzeil wordt weggetrokken, was lastig op te nemen. Sally Kellerman reageerde veel te snel op het wegvallen van het zeil en lag al op de grond voor er iets te zien was. Op zeker moment bedacht Altman iets. Hij en acteur Gary Burghoff (Radar) liepen naar de douchetent en lieten hun broek zakken. Kellerman keek geschrokken naar beide mannen en op dat moment viel het tentdoek weg. De blik van verrassing en schok op haar gezicht is dus eigenlijk van de aanblik van de twee deels ontklede mannen.  Eén van de improvisaties was ook het gebruik van het woord ‘fuck’ in de film. (De eerste keer dat het werd uitgesproken in een Amerikaanse film van een grote productiemaatschappij). 

Robert Altman wilde graag artistieke vrijheid en geen bemoeienis van de studio. Twentieth Century-Fox was in die tijd ook betrokken bij twee dure oorlogsfilms Tora! Tora! Tora! en Patton en Altman hoopte dat hij, door onder het budget te blijven en niet al te veel de aandacht te trekken, door kon werken aan een film die een duidelijke anti-oorlogsboodschap had en eigenlijk een verwijzing was naar de Vietnamoorlog. Altman had een eigen stijl van filmen en wist ook precies wat hij wilde vastleggen. Dit was echter niet zo duidelijk voor zijn twee hoofdrolspelers Gould en Sutherland. Ze vonden Altman een omhoog gevallen filmstudent die nauwelijks ervaring had met film. Indertijd stond Altman in Hollywood nog niet zo hoog aangeschreven. Hij was gedebuteerd in 1957 met de film The Delinquents en maakte pas in elf jaar later zijn tweede film Countdown waar hij gelijk werd ontslagen. Zijn derde film That Cold Day in the Park werd een enorme flop. Ondanks deze ervaring bleef Altman zijn eigen koers varen. Hij wilde kwaliteit, maar had het gevoel dat niet iedereen hem daarin begreep. Zijn onorthodoxe manier van filmen zou pas later gewaardeerd worden. Zo was Altman veel meer geïnteresseerd in personages dan in de plot en zocht naar een meer realistische toets waarbij acteurs door elkaar heen praten en niet altijd duidelijk verstaanbaar zijn. Dit gaf Gould en Sutherland de indruk dat de regisseur maar wat deed en zagen ‘hun film’ mislukken. Ze probeerden verschillende malen om bij de studio en de producent voor elkaar te krijgen dat Altman zou worden ontslagen. Altman kon aanblijven en hoorde pas later van Elliott Gould over de pogingen hem te ontslaan. Hij waardeerde de eerlijkheid van Gould en zou later nog met hem werken, bijvoorbeeld in The Long Goodbye en California Split. Met Donald Sutherland lag het anders. Altman wilde nooit meer met hem werken.

Het nummer dat altijd het meest wordt geassocieerd met M*A*S*H is “Suicide Is Painless”, op melodie van Johnny Mandel en met tekst van Mike Altman. De toen veertienjarige Mike Altman was de zoon van regisseur Robert Altman. Uiteindelijk zou Mike Altman ongeveer 2 miljoen dollar aan auteursrechten verdienen aan het liedje. Aanzienlijk meer dan de 75.000 dollar die zijn vader kreeg voor de regie. Het nummer is twee keer in de film te horen. Aan het begin waar het wordt gezongen door de vocalisten John Bahler, Tom Bahler, Ron Hicklin, en Ian Freebairn-Smith en later tijdens de scène van de zogenaamde zelfmoord van Painless. Hier wordt het gezongen door Timothy Brown (korporaal Judson) terwijl hij op de gitaar wordt begeleid door Corey Fischer (kapitein Bandini).

De film MASH won de Gouden Palm in Cannes en een Oscar voor het scenario. In 1996 werd de film vanwege de historische, culturele en esthetische waarde voor conservatie opgenomen in het National Film Registry van de Amerikaanse Library of Congress. Na het succes van de film produceerde CBS television de tv serie M*A*S*H, die liep tussen september 1972 – september 1983 met Alan Alda als Hawkeye en Loretta Swit als Hot Lips. De enige acteur uit de film die meespeelde was Gary Burghoff weer in de rol van Radar. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.